Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w58 1/10 blz. 593-599
  • Ontdek uw plaats in de Nieuwe-Wereldmaatschappij

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Ontdek uw plaats in de Nieuwe-Wereldmaatschappij
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1958
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • EEN LICHAAM BESTAANDE UIT VELE LEDEN
  • IS DE PIONIERSDIENST UW PLAATS?
  • Ontwikkeling van de organisatiestructuur
    Jehovah’s Getuigen — Verkondigers van Gods koninkrijk
  • Zorg dat ge uw plaats niet verliest!
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1958
  • Onze bediening uitbreiden
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1959
  • Volle-tijddienaren van God
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1967
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1958
w58 1/10 blz. 593-599

Ontdek uw plaats in de Nieuwe-Wereldmaatschappij

„God nu heeft . . . de leden in het lichaam geplaatst, elkeen zoals het hem behaagde.” — 1 Kor. 12:18.

1, 2. (a) Waaruit blijkt dat Jehovah een God van orde is? (b) Welke regeling mogen wij dan verwachten in de Nieuwe-Wereldmaatschappij te zullen vinden?

KIJK op een heldere maanloze nacht eens naar het hemelgewelf en probeer dan de sterren te tellen. Met het blote oog zien wij er duizenden, maar in werkelijkheid zijn er miljarden. Wanneer we het grenzenloze heelal onderzoeken met sterke telescopen en instrumenten waarmee wij alles fotografisch kunnen vastleggen, zullen we biljoenen van deze stervormige lichamen ontdekken. Ongetwijfeld zal de mens zich klein voelen bij een dergelijke onmetelijke grootheid. Toch is er nog iets wonderbaarlijkers en iets wat meer ontzag inboezemt: De ontelbare hemellichamen bewegen zich niet lukraak langs toevallige banen, zonder dat gedachten en rede hieraan ten grondslag liggen, maar door een zeer ingewikkeld patroon afkomstig van de Opperste Intelligentie, kent elk lichaam zijn plaats in het oneindige hemelrijk. De sterren blijven echter niet op een bepaalde plaats staan, als zandkorrels in hard geworden cement, maar ze bewegen zich met een grote snelheid. Elke ster heeft zijn eigen baan en in een bepaalde tijdslimiet zal hij deze van te voren bekende baan doorlopen en dit alles volgens door de Schepper ingestelde wetten.

2 Jehovah die hemelen en aarde naar eigen ontwerp en opstelling heeft gemaakt, heeft iedere ster een eigen plaats gegeven. Daarom kunnen wij zeggen dat iedere ster zijn door God gegeven plaats inneemt, dus een goddelijke toewijzing heeft, elk de voor hem juiste plaats (Gen. 1:1; 2:1; Neh. 9:6; Ps. 8:3, vs. 4, SV; Jes. 45:12, NBG). Zo is het met al Jehovah’s scheppingswerken. Hij is een God van ordelijke opstelling. „God is geen God van wanorde maar van vrede.” Daarom geschiedt door de goddelijke toewijzing in zijn organisatie „alles betamelijk en volgens regeling.” Het is daarom redelijk dat in de Nieuwe-Wereldmaatschappij, welke ook een speciale schepping van Jehovah is, ieder persoonlijk zijn eigen plaats heeft. Een onderzoek van de Schrift en de feiten tonen aan dat dit zo is. — 1 Kor. 14:33, 40.

3. Welke plaats heeft het overblijfsel sedert 1918 ingenomen?

3 Er is een tijd geweest dat het aardse overblijfsel van Christus’ „bruid” zich in Babylonische ballingschap bevond maar dit was stellig niet de juiste plaats voor deze reine, in Christus’ voetspoor tredende maagdelijke klasse. Toen Jehovah in 1918 dan ook tot zijn geestelijke tempel ten oordeel kwam, kreeg het getrouwe overblijfsel het bevel Satans onreine Babylonische samenstel van dingen te verlaten. Zij gehoorzaamden en God hergaf hun hun ware plaats, namelijk in het centrum der Nieuwe-Wereldmaatschappij, hun als „de getrouwe en beleidvolle slaaf” de opdracht gevend te waken over en zorg te dragen voor alle bezittingen van de Meester (Openb. 18:4; Matth. 24:45-47). Andere schriftuurplaatsen spreken over Gods geestelijke tempel waarvan het overblijfsel als enig zichtbaar deel op aarde overbleef, opgebouwd tot een ’geestelijk huis . . . om een heilig priesterschap te vormen, ten einde geestelijke offers te brengen welke door bemiddeling van Jezus Christus voor God aanvaardbaar zijn.’ „Gij zijt . . . gebouwd op het fundament van apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen van het fundament is. In eendracht met hem groeit het hele gebouw, harmonisch samengevoegd, op tot een heilige tempel voor Jehovah.” — 1 Petr. 2:5; Ef. 2:19-21.

4, 5. (a) Welke andere klasse van mensen heeft in overeenstemming met de profetieën van Jesaja en Micha haar plaats ingenomen in de Nieuwe-Wereldmaatschappij? (b) Is deze „grote schare” een werkeloze klasse zonder enige verantwoordelijkheid?

4 Thans in deze laatste dagen komen er in vervulling van wat de profeten Jesaja en Micha voorzeiden grote scharen andere mensen naar dit huis of deze tempel Gods en verzamelen zich rondom deze zichtbare tempelklasse, de kern van de Nieuwe-Wereldmaatschappij. „Het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis des HEREN [van Jehovah] vast staan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen. En alle volkeren zullen derwaarts heenstromen en vele natiën zullen optrekken en zeggen: Komt laten wij opgaan naar den berg des HEREN [van Jehovah], naar het huis van den God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Zion zal de wet uitgaan en des HEREN [Jehovah’s] woord uit Jeruzalem.” — Jes. 2:2, 3; Micha 4:1, 2, NBG.

5 Daar er al reeds meer dan zevenhonderd zestienduizend personen, die meer dan honderd talen spreken en in meer dan honderd zestig landen en eilanden der zee wonen, zich allen als een Nieuwe-Wereldmaatschappij rondom het Lam Jezus Christus als de Juiste Herder hebben vergaderd, is het van het allergrootste belang dat ieder zijn ware plaats in de organisatie weet en onderkent of hij tot het overblijfsel van geestelijke Israëlieten behoort of tot de „grote schare” die met het overblijfsel is verbonden (Openb. 7:4-10; Joh. 10:16). Dat zij die de „grote schare” vormen eveneens een zware verantwoordelijkheid hebben te dragen, toont Jesaja’s profetie ons, want nadat hij de toestand van het herstelde overblijfsel heeft beschreven, zegt hij dat zij die tot de „grote schare” behoren als vreemdelingen zullen zijn die de kudde voeden en als bijwoners, die dienst verrichten als akkerlieden en wijngaardeniers. Of men dus tot het overblijfsel of tot de „grote schare” behoort, ieder is voor de ene Meester verantwoordelijk zijn plaats in te nemen in deze rijke, vruchtdragende organisatie en zich vervolgens van de hem toegewezen plichten te kwijten. Niemand is van de Koninkrijksdienst vrijgesteld. „Elk zal zijn eigen lading verantwoordelijkheid dragen.” — Jes. 61:4, 5, NBG; Rom. 14:4; Gal. 6:5.

6. Welke hoge positie en autoriteit heeft Jehovah in deze organisatie?

6 De Nieuwe-Wereldmaatschappij is theocratisch opgebouwd, dat wil dus zeggen dat God haar van boven naar beneden bestuurt, en moet dit per se blijven. Jehovah God als de Hoogste en glorierijkste Soeverein van het universum zetelt getrouw als hoofd van deze organisatie op zijn rechtmatige plaats. „Dat gij, wiens naam Jehovah is, dat gij alleen de Allerhoogste over de gehele aarde zijt.” In hem zijn de drie delen van de regeringsmacht verenigd, de rechterlijke, de wetgevende en de uitvoerende macht. „Want de HERE [Jehovah], onze Rechter, de HERE [Jehovah], onze Wetgever, de HERE [Jehovah], onze Koning.” „Jehóvah heeft zijn troon in de hemelen stevig bevestigd en zelfs over alles gaat zijn koningsheerschappij.” — Ps. 83:18, vs. 19, SV; Jes. 33:22, NBG; Ps. 103:19.

7. Beschrijf enkele van de bijzondere aan Christus Jezus toevertrouwde dienstvoorrechten.

7 Christus Jezus, „de eniggeboren zoon van God,” heeft eveneens een eigen plaats in dit Nieuwe-Wereldsamenstel. Hij verschaft het Rantsoen en hij is de Verlosser, „door bemiddeling van wie wij onze verlossing door rantsoen hebben, de vergiffenis van zonden.” „Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente. Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, opdat hij in alles de eerste zou kunnen worden.” Verder, ’Christus heeft ook zichzelf niet verheerlijkt door hogepriester te worden [op eigen initiatief], maar werd verheerlijkt door [Jehovah] die ten aanzien van hem sprak: „Gij zijt . . . priester in eeuwigheid, naar de gelijkenis van Melchizédek.”’ Deze Koning-Priester regeert nu in de hemelen als „Koning der koningen en Heer der Heren,” en als Jehovah’s grote Rechtvaardiger rijdt hij aan het hoofd van al de hemelse legerscharen naar de oorlog van Armageddon waar hij uiteindelijk het leven van Satans goddeloze organisatie zal uitdoven. Jehovah’s lang beloofde Nieuwe-Wereldheerschappij ’is op zijn schouder en men noemt hem Vredevorst en de vrede zal eindeloos zijn,’ want hij zal duizend jaar regeren en het paradijs in al zijn glorieuze volmaaktheid herstellen (Kol. 1:14, 18; Hebr. 5:5, 6; Openb. 19:11-16; Jes. 9:5, 6, NBG). Dit is de heilige schat des dienstes door God aan Christus Jezus toevertrouwd; geen zijner vijanden, zelfs niet de Duivel en al zijn demonen der buitenste duisternis, kan hem dit afnemen of hem verdringen van zijn bevoorrechte plaats in Jehovah’s nieuwe samenstel van dingen!

EEN LICHAAM BESTAANDE UIT VELE LEDEN

8. Hoe valt de bouw van het menselijke lichaam te vergelijken met die der Nieuwe-Wereldmaatschappij?

8 Evenals ’God het hoofd van de Christus is,’ zo is Christus op zijn beurt ’het hoofd van de gemeente’ (1 Kor. 11:3; Ef. 5:23). Hieruit kunnen wij de logische gevolgtrekking maken dat er niet veel, ja zelfs geen twee organisaties onder dit centrale leiderschap staan, maar slechts één theocratische organisatie. Er moeten echter verschillende diensten en diverse soorten werk worden verricht door verscheidene personen. Velen ontvangen hiervoor een toewijzing of worden in een ambt aangesteld. Stuk voor stuk brengen die een zekere verantwoordelijkheid met zich mee. In Efeze 4:4-12 lezen we hierover: „Eén lichaam is er en één geest, gelijk gij werdt geroepen in de ene hoop waartoe gij werdt geroepen; één Heer, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, die boven allen, door allen en in allen is.” Slechts één organisatie, maar toch zegt het elfde vers, „Hij heeft sommigen gegeven als apostelen, sommigen als profeten, sommigen als zendelingen, sommigen als herders en leraars.” Waartoe? Wel, „met het oog op de opleiding der heiligen tot het bedieningswerk, tot de opbouw van het lichaam van de Christus,” het ene lichaam of de ene organisatie. Hieruit blijkt dat velen in de vroege christelijke organisatie ergens voor aangesteld waren. Bij deze aanstelling ging men niet democratisch maar theocratisch te werk. — Hand. 10:44, 45, 48; 14:23; 20:28.

9. Hoe werd de vroege christelijke organisatie als één geheel bij elkaar gehouden, en met welke gevolgen?

9 Met de verbreiding van het christendom in de eerste eeuw werden er in de verschillende delen van het Romeinse rijk diverse gemeentes opgericht, maar dit werden niet op zichzelf staande en onafhankelijke organisaties doch ze bleven door middel van brieven en geregelde bezoeken van reizende vertegenwoordigers nauw met het centrale besturende lichaam te Jeruzalem verbonden. „Toen zij [de bezoekende vertegenwoordigers] nu voortreisden door de steden, gaven zij hun daar [de plaatselijke gemeentes] ter nakoming de verordeningen waartoe was besloten door de apostelen en oudere mannen [het centrale besturende lichaam] in Jeruzalem.” Wat was het gevolg als ieder in de jonge en groeiende organisatie op zijn eigen plaats bleef? Het volgende vers geeft hierop het antwoord: „Daarom werden de gemeenten aanhoudend in het geloof bevestigd en namen zij van dag tot dag voortdurend in aantal toe.” — Hand. 16:4, 5.

10. Toon aan op welke wijze de bouw van de hedendaagse organisatie van Jehovah’s getuigen overeenstemt met die uit de eerste eeuw.

10 Daar na ongeveer negentienhonderd jaar het christendom niet meer in de kinderschoenen staat, maar de Hogere Machten, Jehovah God en Christus Jezus er nog steeds aan het hoofd van staan, is er nog steeds één theocratische organisatie, nu op aarde vertegenwoordigd door de onder Gods toezicht staande en bestuurde organisatie, de Nieuwe-Wereldmaatschappij van Jehovah’s getuigen. Ook al is de expansie van deze waarlijk christelijke maatschappij in deze twintigste eeuw fenomenaal, ze is in wezen volgens het goddelijke in de eerste eeuw uiteengezette patroon opgebouwd. Evenals toen heeft in de hedendaagse maatschappij van Jehovah’s christelijke getuigen ’God de leden in het lichaam geplaatst, elkeen zoals het hem behaagde’ (1 Kor. 12:18). Evenals toen heeft het ook nu de goddelijke leiders behaagd een centraal besturend lichaam aan te stellen dat Jehovah’s getuigen over de gehele aarde ten dienste staat en bestuurt. Dit centrale lichaam wordt vertegenwoordigd door diverse bijkantoordienaren en duizenden reizende predikers dienende als zone-, districts- en kringdienaren. Deze vertegenwoordigers bedienen naast de vele geïsoleerde predikers van het goede nieuws geregeld de 16.883 georganiseerde gemeentes. In deze gemeentes zijn door het besturende lichaam en zijn speciale vertegenwoordigers verschillende dienaren aangesteld om toe te zien op de plaatselijke activiteiten van Jehovah’s getuigen.

11. Beschrijf de wereldomvattende eenheid onder Jehovah’s getuigen. Hoe is dit mogelijk?

11 Door deze bestuursvorm van boven naar beneden, in overeenstemming met het goddelijke patroon, bestaat er een eenheid onder Jehovah’s volk welke we nergens anders op aarde aantreffen. Deze eenheid komt tot uiting in hun gedachtengang, geloof, leerstellingen, onderwijzingen, activiteiten, gedrag, levensgewoonte en handelwijze, en dit alles wordt niet belemmerd door geografische grenzen, taalmoeilijkheden of nationale en stamgebruiken. Zulk een eenheid en harmonie wordt mogelijk gemaakt doordat elkeen die in zijn rechtschapenheid wenst te wandelen een passende plaats inneemt en zich vervolgens van de hem door God gegeven verantwoordelijkheden getrouw kwijt.

12. Wat valt er met het oog op 1 Korinthe 12:20-30 te zeggen over hen die in de Nieuwe-Wereldmaatschappij gemeenteverkondigers zijn en geen opzienersambt bekleden?

12 Bent u zo’n aangestelde opziener in de plaatselijke gemeente van Jehovah’s getuigen? Petrus zegt „weidt de kudde Gods die aan uw zorg is toevertrouwd, niet onder dwang, doch bereidwillig, noch uit liefde voor oneerlijke winst, maar volijverig, noch als heersend over hen die Gods erfdeel zijn, doch als voorbeelden voor de kudde wordend” (1 Petr. 5:2, 3). Of bent u wellicht een eerzaam gemeenteverkondiger zonder bepaalde verantwoordelijkheden als opziener? Zo ja, dan neemt ook u een zeer eigen en belangrijke plaats in Gods bestel in. „Nu zijn er vele leden en toch maar één lichaam. Het oog kan niet tot de hand zeggen: ’Ik heb u niet nodig,’ noch het hoofd tot de voeten: ’Ik heb u niet nodig.’ Veeleer de schijnbaar zwakste lichaamsleden zijn nodig en de delen van het lichaam waarvan wij denken dat ze minder eerbaar zijn, omringen wij met overvloediger eer, . . . God heeft . . . het lichaam zo samengesteld, dat hij overvloediger eer gaf aan het deel dat te kort kwam, opdat er geen verdeeldheid in het lichaam zou zijn maar de leden er van dezelfde zorg voor elkaar zouden hebben. . . . Niet allen zijn apostelen, niet waar? Niet allen zijn profeten, niet waar? Niet allen zijn leraars, niet waar? Niet allen verrichten machtige werken, niet waar? Niet allen hebben gaven der gezondmaking, niet waar? Niet allen spreken in talen, niet waar? Niet allen zijn vertalers, niet waar?” — 1 Kor. 12:20-30.

13. Welke verantwoordelijkheden moeten jongeren onder Jehovah’s getuigen bij het innemen van de voor hen goede en heilzame plaats eveneens op zich nemen?

13 In deze wereldomvattende Nieuwe-Wereldmaatschappij is er eveneens voldoende plaats voor onze kinderen en jongeren. Jullie jongeren dienen daarom jullie plaats te weten en deze in te nemen. De bijbel maakt melding van enkele kinderen die dit in het verleden hebben gedaan. Volg daarom het goede voorbeeld van jongens en meisjes als Samuël, Jeremia, Jefta’s dochter, Timotheüs en Jezus, om er enkelen te noemen. Bereid je voor op grotere voorrechten die je zullen worden gegeven wanneer je in staat zult zijn een zwaardere lading verantwoordelijkheid te dragen. Neem daarom kennis uit de Schrift tot je, zowel door persoonlijke als gemeentelijke studie. Deze kennis zal je de wijsheid verschaffen die nodig is om gered te kunnen worden. Studeer ruimschoots van te voren en heb aldus toegerust een actief aandeel aan de gemeentevergaderingen. Groei verder niet alleen tot rijpheid in geestelijke wijsheid en inzicht door ijverig te studeren, maar door eveneens een aandeel te hebben in de verschillende takken van de bediening. Neem geregeld deel aan het van-huis-tot-huis-werk en de wekelijkse activiteit met de tijdschriften. Laat je onderrichten in het op een juiste wijze brengen van nabezoeken bij geïnteresseerde personen en in het leiden van bijbelstudies. Leg een juiste en gepaste eerbied jegens je ouders en de opzieners in de organisatie aan de dag. „Gedenk nu uw grootse Schepper in de dagen uwer jonkheid.” Dit is zeker dé plaats voor de jongeren onder Jehovah’s getuigen en het is een goede en heilzame plaats. Jehovah zij gedankt dat de wijze jongeren die deze gelukkige plaats vinden en bewaren nooit zullen behoren tot de misdadigers van dit huidige samenstel van dingen. — Pred. 12:1.

IS DE PIONIERSDIENST UW PLAATS?

14, 15. (a) Is er in de Nieuwe-Wereldmaatschappij ook plaats voor pioniers en zendelingen? (b) Welke zegeningen en voorrechten ontving Paulus toen hij als pionier-zendeling werkzaam was?

14 Er zijn vaak volle-tijd-pioniers en zendeling-evangelisten verbonden met plaatselijke gemeentes. Zij hebben eveneens hun plaats in deze maatschappij van christelijke predikers. Daar zij geen schriftuurlijke verplichtingen hebben die hen van deze volle-tijd-dienst terughouden, zoeken zij in plaats van hun zelfzuchtige verlangens te bevredigen eerst het koninkrijk. Evenals de apostel Paulus beschouwen zij een wereldse positie en materiële gerieven als een hoop vuil. — Matth. 6:25-34; Fil. 3:8.

15 Sta er eens een ogenblik bij stil hoe bevoorrecht Paulus was. Hij was de „eerste apostel” die tot de heidense natiën ging. Hij doorkruiste een behoorlijk deel van het Romeinse rijk terwijl hij veel plaatsen aandeed en er gemeentes stichtte; ook kreeg hij het voorrecht om meer dan iemand anders te mogen schrijven van de Christelijke Griekse Geschriften. In Athene gaf hij getuigenis aan de meest uitgelezen filosofen en gestudeerde mannen van zijn tijd. Hij gaf te Jeruzalem eveneens getuigenis voor de Hoge Raad, het joodse Sanhedrin. Ook kon hij het goede nieuws omtrent Christus Jezus, de Heerser van de Nieuwe Wereld, voor wereldheersers als Felix, koning Agrippa en waarschijnlijk voor de keizerlijke rechtbank van de Romeinse keizer Nero bekendmaken. Al deze voorrechten en nog veel meer ontving Paulus toen hij in plaats van af en toe te prediken de volle-tijd-bediening op zich nam.

16. (a) Kunnen allen de pioniersdienst op zich nemen? (b) Hoe wordt in Jezus’ illustratie aangetoond welk een gevaar er bestaat wanneer iemand zich zo in beslag laat nemen door zijn persoonlijke zaken dat hem het voorrecht van de pioniersdienst ontgaat?

16 Dit is voor iedereen die zich nu in de Nieuwe-Wereldmaatschappij bevindt, weggelegd. Sommigen denken dat zij niet tot de pioniersrijen kunnen toetreden omdat ze kleine kinderen hebben of andere dingen hun dit belemmeren, of misschien dit vanwege hun slechte gezondheid niet kunnen. Anderen denken dat zij zoveel financiële verplichtingen hebben dat zij onmogelijk kunnen pionieren. Daarnaast zijn er een groot aantal personen met Jehovah’s getuigen verbonden die beweren dat zij zich volledig aan Gods dienst hebben opgedragen en die geen schriftuurlijke verplichtingen hebben, en toch de een of andere uitvlucht hebben waardoor zij denken dat zij niet de verantwoordelijkheden op zich behoeven te nemen die gepaard gaan met het pionieren. Kunnen wij niet zeggen dat deze personen zich niet op hun juiste plaats in de Nieuwe-Wereldmaatschappij bevinden? Zijn zij niet uit hun baan gevlogen, zich om niets bekommerend terwijl zij hun weg vervolgen en vrij proberen te blijven van de beperkingen en de verplichtingen van de volle-tijd-dienst? Dit is stellig een gevaarlijke en dwaze handelwijze en het lijkt veel op de mentaliteit van hen uit Jezus’ illustratie die vroegen of zij vrijgesteld mochten worden van het bijwonen van de feestmaaltijd omdat ze een akker of ossen hadden gekocht of pas getrouwd waren. Behoorden deze gasten niet op het feestmaal aanwezig te zijn? Waren hun excuses niet bijzonder nietig en onbeduidend? Geen wonder dat de gastheer in woede uitbarstte tegen dezen, die zo met hun eigen zaken bezig waren dat ze dé gebeurtenis van hun leven lieten voorbijgaan! Ongetwijfeld zou het hun wat last bezorgd hebben iets anders te moeten afzeggen of uitstellen. Wellicht moesten ze verandering in hun persoonlijke aangelegenheden brengen om toch deze speciale uitnodiging te kunnen aanvaarden. Welk een vreugde en zegeningen zouden ze niet gehad hebben wanneer ze van deze speciale gelegenheid gebruik hadden gemaakt! — Luk. 14:16-24.

17. Welk standpunt nam Paulus als pionier ten opzichte van de bediening in?

17 Hetzelfde geldt voor de volle-tijddienst die dag in dag uit aan allen vrijelijk wordt aangeboden. Pionieren is niet gemakkelijk. Het kan bijvoorbeeld betekenen dat wij drastische veranderingen in ons persoonlijke leven moeten aanbrengen, geen universitaire opleiding kunnen volgen of geen gespecialiseerd beroep kunnen gaan uitoefenen, om in ons leven plaats te kunnen maken voor de pioniersdienst. We zullen veel hindernissen en tegenstand moeten overwinnen. Toen Paulus de volle-tijd-dienst op zich nam moest hij dit eveneens. „Een grote, tot activiteit leidende deur,” zo zei hij, „is voor mij geopend, er zijn echter vele tegenstanders.” Een andere keer schreef deze volle-tijd-dienaar van de Here God: „Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, ellende, vervolging, honger, naaktheid, gevaar of het zwaard? Evenals er geschreven staat: ’Om uwentwil worden wij de gehele dag ter dood gebracht, zijn wij gerekend als schapen welke ter slachting worden geleid.’ Integendeel in dit alles komen wij volledig als overwinnaars uit de strijd te voorschijn door hem die ons heeft liefgehad. Want ik ben er van overtuigd dat noch dood noch leven, noch engelen noch regeringen noch tegenwoordige noch toekomende dingen noch machten noch hoogte noch diepte noch enige andere schepping ons zal kunnen scheiden van Gods liefde, die in Christus Jezus, onze Heer, is.” Enige andere „schepping” houdt niet alleen de bezielde schepping in maar eveneens de levenloze, luxueuze en onnodige dingen van de hedendaagse beschaving, dingen die niet bij machte zijn hen die dezelfde geestesgesteldheid als Paulus bezitten te beletten hun liefde voor God zo veel als in hun vermogen ligt ten uitvoer te brengen. — 1 Kor. 16:9; 2 Kor. 4:7-11; Rom. 8:35-39.

18. Is het mogelijk heden ten dage dezelfde vrede des geestes en tevredenheid als Paulus te hebben?

18 Paulus’ vrede des geestes en tevredenheid, vreugde en levensgeluk, verdwenen niet vanwege de ontberingen die hij had te verduren. Het verlies van veel levensgemakken verkoelde of bluste zijn vuur en ijver niet uit. Zijn geschriften bruisen van enthousiasme en optimisme als hij anderen aanmoedigt zijn christelijke levensweg te volgen. Hij klaagde niet als het nodig was werelds werk te verrichten om op deze wijze de apostolische bediening te kunnen blijven behartigen. U kunt dezelfde zegeningen als Paulus en anderen met hem ontvangen als u dezelfde dienst als hen op u neemt.

19. Welke vragen moeten wij onszelf stellen om er zeker van te zijn dat we onze rechtmatige plaats in de Nieuwe-Wereldmaatschappij innemen?

19 Stel uzelf eens de vraag of u de juiste plaats aangaande de dienst in de Nieuwe-Wereldmaatschappij inneemt. Hebt u gezinsverplichtingen die u er van weerhouden de pioniersdienst op u te nemen? In dit geval geeft de Schrift u de raad u van deze verplichtingen te kwijten (1 Tim. 5:8). Hebt u geen beperkende schriftuurlijke verplichtingen zodat u de brede deur die leidt tot activiteit in de pioniersdienst kunt binnengaan? Wilt u en verlangt u er naar om als zendeling naar vreemde landen te gaan en daar te dienen waar de behoefte het sterkst wordt gevoeld? Misschien wilt u dit wel maar ontbreekt u de lichamelijke gezondheid hiervoor. In elk land van de christenheid bestaat een sterke behoefte aan volle-tijd-bedienaren. De zogenaamde christelijke natiën hebben een even grote behoefte aan christelijke zendelingen als de rest van de wereld. Er zijn veel geïsoleerde gebieden waar mensen dezelfde taal spreken als u, die om meer pioniers zitten te springen. Uw eigen gemeente zal ongetwijfeld behoefte hebben aan meer volle-tijd-bedienaren om de „andere schapen” die zich binnen de Nieuwe-Wereldmaatschappij vergaderen, te voeden, op te leiden en er op een juiste wijze zorg voor te dragen. Wanneer uw juiste plaats in deze organisatie, waarin personen in diverse hoedanigheden werkzaam zijn, die van een volle-tijd-pionier of zendeling is, zou het zeker verkeerd en dwaas zijn voor de zorgen van deze oude wereld uw rechtmatige plaats op te geven.

20. Waarom is het nu van het allergrootste belang dat wij onze plaats in de Nieuwe-Wereldmaatschappij ontdekken en bewaren?

20 Jehovah God heeft voor elk van ons een plaats in zijn organisatie, precies zoals dit het geval is met de tweehonderd, miljoen maal tweehonderd miljard sterren in het heelal. Onder leiding van Jehovah en Christus Jezus is er voor hen die tot het overblijfsel en voor hen die tot de „andere schapen” behoren, voor hen die aangestelde dienaren zijn en voor de gemeenteverkondigers, voor oud en jong, voor hen die een gedeelte van hun tijd prediken en voor de volle-tijd-bedienaren, een bepaalde plaats — ja, inderdaad, in deze voortreffelijk georganiseerde Nieuwe-Wereldmaatschappij is er een juiste plaats voor allen. Het is daarom voor iedereen zeer belangrijk vlug zijn toegewezen plaats in te nemen. Het is echter niet minder belangrijk, zoals het volgende artikel zal aantonen, dat iemand wanneer hij eenmaal zijn plaats gevonden heeft in de Nieuwe-Wereldmaatschappij, op deze post blijft, wil hij tenminste de hoop kunnen koesteren Armageddon te zullen overleven en voor altijd in eeuwige vrede en geluk te leven.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen