Het woord des levens stevig vasthouden
„Houd het strenge onderricht stevig vast; laat het niet gaan. Bewaar het, want het is uw leven.” — Spr. 4:13.
1. Waarom hebben Jehovah’s getuigen geen geestelijken en leken, zoals dit met de orthodoxe religiën uit de christenheid het geval is?
IEDER die met hen verbonden is, een prediker? Wat een vreemde religie beoefenen Jehovah’s getuigen! Ja, inderdaad vreemd voor hen die tot de orthodoxe religiën dezer veranderende wereld behoren, waar elke kerk zijn eigen dominee, priester of anders betitelde religieuze leider heeft, die degenen die „zijn kerk” bezoeken als zijn kudde beschouwt. Jezus gaf echter nergens instructies betreffende de instelling van een klasse van geestelijken en leken. Daarom bestaat bij Jehovah’s getuigen een dergelijk onderscheid niet. Jezus sprak niet over geestelijken, doctoren in de godgeleerdheid, of „vaders,” om hen te onderscheiden van de ’gewone kudde’ der schapen. Hij, evenals de apostel Paulus, waarschuwde hier juist voor. Wil men een van Jehovah’s getuigen zijn, dan dient men een prediker te zijn. In de organisatie van Jehovah’s getuigen zijn allen broeders en zusters en allen predikers van het goede nieuws van Gods opgerichte koninkrijk. — Matth. 23:8-12; 1 Petr. 5:3; Matth. 24:14.
2. (a) Wat omvat het onderwijzingswerk van Jehovah’s getuigen? (b) Prediken zij tot elkaar in hun Koninkrijkszalen? Tot wie prediken zij?
2 In deze tijd herleeft de apostolische onderwijzingswijze weer. Evenals Jezus zijn discipelen onderwees dat zij er op uit moesten gaan, discipelen uit alle natiën moesten maken en de mensen moesten onderwijzen, doen Jehovah’s getuigen dit in deze tijd. Over de gehele aardbol verrichten ze allen hetzelfde onderwijzingswerk, allen spreken gelijkluidend, allen zijn één van gedachte. De meer dan 700.000 predikers die tot de getuigen van Jehovah behoren, zijn verbonden met de meer dan 16.000 gemeentes die we overal ter wereld aantreffen en zij werken tezamen als bijbelonderwijzers. Deze bedienaren van het evangelie prediken op hun gemeentelijke vergaderingen niet tot elkaar, zoals velen ten onrechte denken, neen, zij komen in deze Koninkrijkszaal bijeen om Gods Woord te bestuderen en zich voor te bereiden op hun predikingswerk tot anderen, om aldus doeltreffender dienaren Gods te worden. Zij onderwijzen de mensen van goede wil die zij bij hun bediening van huis tot huis ontmoeten en die het verlangen koesteren bevrijd te worden van vals-religieuze banden en de vrijheid van Christus te smaken. Dit zijn hún gemeenteleden tot wie zij prediken. Zij kregen van Jezus de opdracht dezulken te zoeken en te onderwijzen. — Gal. 5:1; Openb. 7:9, 10, 13-17.
3. Hoe bedienen zij de vele leden behorende tot hun zendingsgemeentes, en hoe bezien zij een dergelijke dienst?
3 Om deze personen te kunnen bevrijden uit de verwarrende leerstellingen van de vele tegenstrijdige religiën dezer wereld moet men met geduld, ijver en inzicht te werk gaan. Jehovah’s getuigen zoeken jaarlijks miljoenen personen met de levengevende waarheidsboodschap op. Bij personen die belangstelling aan de dag leggen, komen zij daarna nog meerdere malen terug. In het afgelopen jaar maakten zij 33.327.637 van dergelijke nabezoeken. Nauwgezet bieden zij hen hulp die oprecht het verlangen koesteren te leven en dit tonen doordat zij tijd vrijmaken voor een uitvoerige studie van Gods Woord. Hieruit kunnen wij gemakkelijk begrijpen waarom Jehovah’s getuigen zowel persoonlijk als in gemeenteverband studeren. Ze besteden serieuze aandacht aan Jezus’ gebod: „Gaat daarom en maakt discipelen van mensen uit alle natiën, hen dopende . . . en onderwijst hen.” Doordat zij onzelfzuchtig deze opdracht nakomen, brengen zij hun God en hun Meester eer toe en bewerkstelligen zij hun eigen redding en de redding van hen die zij onderwijzen. Dit onderwijzen beschouwen zij niet als een van de „minste geboden” van Christus, maar als dat wat hun toevertrouwd en „wat belangrijker is.” — Matth. 28:19, 20; 5:19, 20; 1 Tim. 4:15, 16; Fil. 1:9, 10.
ANDEREN IN DEZE KENNIS LATEN DELEN
4. Wat zult u ontvangen wanneer u de bijeenkomsten van Jehovah’s getuigen bijwoont en vooral de Wachttoren-studie?
4 Bent u, als u ten minste een van Jehovah’s getuigen bent, bekwaam om hen die hierom vragen, te onderwijzen? Of moet u zelf nog de eerste beginselen leren? Hoe dan ook, u hebt werkelijk de bijeenkomsten met uw broeders en zusters nodig, daar kunt u de ’slappe handen en de knikkende knieën’ verstevigen en ontvangt u de noodzakelijke raadgevingen. U zult door uw aanwezigheid op de vergaderingen in de Koninkrijkszaal, en wel in het bijzonder door de wekelijkse bijbelstudie uit De Wachttoren, geestelijk opgebouwd worden. Zonder een dergelijk contact en deze hulp zal men spoedig de vriendschap zoeken van hen die tot deze corrupte wereld behoren en hierdoor zijn geest blootstellen aan de aanvallen van Satans demonen. Judas, die over deze toestanden van „de laatste tijd” sprak, gaf de raad: „Maar gij, geliefden, bewaart u in Gods liefde, door u op te bouwen op uw allerheiligste geloof, en te bidden met heilige geest, terwijl gij de barmhartigheid van onze Here Jezus Christus verwacht met eeuwig leven in het vooruitzicht.” — Jes. 35:3, NBG; Spr. 11:14; 1 Kor. 15:33; Judas 20, 21.
5, 6. (a) Op welke wijze kunt u een openbare bekendmaking van uw hoop geven en beproeven of u in de waarheid bent? (b) Waarom dient ieder commentaar te geven?
5 Maak er een gewoonte van de Wachttoren-studie in de Koninkrijkszaal te bezoeken. Wees stipt op tijd, zodat u geen enkel commentaar mist en geen oneerbiedige houding aan de dag legt voor Degene die hierin voorziet! U moet op deze belangrijke vergadering niet alleen maar luisteren naar wat een ander te zeggen heeft, neen, doe „een openbare bekendmaking” van uw hoop. En „laten wij op elkaar letten tot aansporing van liefde en juiste werken, het vergaderen niet nalaten, zoals sommigen gewoon zijn, maar elkaar aanmoedigen, en dat te meer naarmate gij de dag ziet naderen.” — Jak. 1:22-25; Hebr. 10:23-25.
6 „Blijft beproeven of gij in het geloof zijt, blijft u er van vergewissen wat gij zijt.” Dit kunt u het beste doen door commentaar te geven. Zeg niet, ’Ik geef maar geen antwoord; iemand anders weet zich veel beter uit te drukken.’ Die ander zal slechts kunnen weergeven wat hij er van begrepen heeft. Uw mening kan wellicht anderen aansporen tot het verrichten van goede werken. Allen zijn op de levensschool. Allen hebben de hoop leven in de nieuwe wereld te zullen ontvangen. Studeer daarom alsof uw leven er van af hangt, en dat is eigenlijk ook zo. Geef bekendheid aan uw geloof en toets het door temidden van uw broeders en zusters antwoord te geven. Wanneer uw antwoord juist is, is dat prachtig, u spoort hierdoor de anderen tot liefde en juiste werken aan; is uw antwoord verkeerd, dan zal het goede antwoord u helpen de foutieve gedachte uit uw geest te bannen en zult u geen verkeerde gedachten vertellen wanneer u de levengevende kennis aan anderen bekendmaakt. Er een eigen mening betreffende deze dingen op na te houden, kan u in moeilijkheden brengen. Luister daarom niet alleen, maar „laat bovendien een ieder die mondeling in het woord wordt onderwezen, in alle goede dingen delen met hem die dat mondelinge onderwijs geeft.” — 2 Kor. 13:5; Gal. 6:6; 1 Kor. 14:11, 12.
7. Waarom is het belangrijk in de waarheid vorderingen te maken, en wat is hierbij een zeer belangrijk hulpmiddel?
7 Het is onmogelijk in Jehovah’s organisatie te blijven stilstaan. Vorderingen te maken in de waarheid is als tegen de stroom in te zwemmen. Als u niet meegaat, zult u stroomafwaarts worden gezogen en uiteindelijk in de ’dode zee’ terecht komen. Ga dus mee voorwaarts, blijf groeien en neem toe in rijpheid! Het gaat er niet om een eigen onafhankelijke denkwijze te ontwikkelen, maar om uw geest te hervormen, zelfstandig te leren denken op Gods wijze, zoals dit duidelijk in zijn Woord is uiteengezet. Iemand die uit de religiën dezer oude wereld afkomstig is, waar men voor geld iemand voor zich liet denken, dient zich radicaal te veranderen. U moet daarom ’niet langer naar dit samenstel van dingen worden gevormd, maar veranderd worden door uw geest te hervormen, opdat gij voor uzelf de goede, aangename en volledige wil Gods moogt beproeven.’ Bereid u op de gemeentestudies voor door de bijbel en de Wachttorenpublikaties thuis te lezen en te bestuderen. Lees iedere dag een gedeelte uit de bijbel. Streef er naar de hele bijbel in een jaar uit te lezen. Lezen in de bijbel is als het luisteren naar Jehovah die over voorbije, tegenwoordige en toekomstige gebeurtenissen spreekt. Het zal u helpen uw plaats te zien in Jehovah’s bestel. Als u de bijbel tezamen met De Wachttoren leest, zult u vorderingen maken, van de elementaire leerstellingen afstappen en rijper worden. Ban de God-onterende theorieën van de vele tegenstrijdige religiën dezer verdwijnende oude wereld uit uw geest. Als u vast voedsel tot u neemt, zult u bemerken dat u uw ’waarnemingsvermogen hebt geoefend in het onderscheiden van goed en kwaad.’ Aldus zult u zowel bij uw persoonlijke studie als het studeren in gemeenteverband in staat zijn ’u manlijk te blijven gedragen.’ — Rom. 12:2; Hebr. 5:11-14; 1 Kor. 16:13.
8, 9. Op welke unieke wijze kunnen zij die de Wachttoren-studie bijwonen hier voordeel van trekken?
8 Tijdens de studie van De Wachttoren in de Koninkrijkszaal worden de vragen door de Wachttoren-studiedienaar gesteld. Ieder van de aanwezigen heeft het voorrecht deze te beantwoorden. Het is een levendige bijeenkomst waar allen zich in verheugen. Het is geen plaats waar men komt om te slapen. Iedere aanwezige dient niet alleen lichamelijk, maar tevens „in de geest” aanwezig te zijn. Wie zit te slapen, kan geen nauwkeurige kennis tot zich nemen. In Gethsémane stelde Jezus zijn discipelen, aan wie hij had gevraagd of zij wilden waken terwijl hij tot zijn Vader bad, de volgende vraag: „Hoe kunt gij slapen?” Hoe kunt u slapen als de woorden des levens worden besproken? Jezus beloofde dat hij daar waar twee of drie in zijn naam vergaderd zouden zijn, in hun midden zou zijn. Niemand zal toch willen slapen als er zo’n belangrijke gast aanwezig is! — Luk. 22:46; Matth. 18:20; 1 Thess. 5:6.
9 Laat uw geest tijdens de studie niet afdwalen van de belangrijke aan de orde zijnde geestelijke zaken naar wereldse dingen. Denk, en dán zeker, niet aan uw huiselijke beslommeringen, werk, enz., maar stel u volledig in op het tot u nemen van nauwkeurige kennis. „Houdt uw geest gericht op wat boven is, niet op aardse dingen.” „Denk hierover diep na, word er geheel door in beslag genomen, opdat uw vooruitgang voor allen zichtbaar zij. Schenk voortdurend aandacht aan uzelf en uw onderwijs. Blijf hierbij, want hierdoor zult gij zowel uzelf redden als hen die naar u luisteren.” Zet, wanneer u uw geest op geestelijke zaken richt, uw zorgen opzij, en maak dan Jehovah’s koninkrijk en zijn rechtvaardigheid tot uw grootste zorg. — Kol. 3:2; 1 Tim. 4:15, 16; Matth. 6:33.
WEES WAAKZAAM
10, 11. (a) Welke gevaren kunnen vermeden worden door de vergaderingen te bezoeken en deel te hebben aan Jehovah’s tafel? (b) Hoe beschrijft Petrus de toestand van hen die het voorrecht, verbonden te zijn met de Nieuwe-Wereldmaatschappij, niet waarderen?
10 Er is een goede reden waarom wij ons op dit ogenblik rond Jehovah’s tafel zouden scharen om in zijn goedheid te delen. In onze tijd zou de waarheid helder schijnen. Zij die zich verdiepen in Gods belangen zijn veilig verborgen in de heilige plaats van de Allerhoogste. De Duivel, die door Jehovah’s grote aartsengel gewelddadig van de hemel naar de aarde is geworpen, sluipt nu rond en probeert hen die niet waakzaam en niet bezig zijn met het werk van de Here God van de waarheid af te trekken en te verslinden. Om verzekerd te kunnen zijn van Gods gunst en bescherming wordt het steeds belangrijker de goddelijke raadgevingen en strenge terechtwijzingen te aanvaarden. „Eens gered, altijd gered” is een gevaarlijke leuze. Velen die haar onderschreven, zijn onverschillig en zorgeloos geworden jegens dienstvoorrechten die men vroeger een warm hart toedroeg. Aldus is er een weg gebaand voor de demonen om op een dergelijke geest beslag te leggen. Paulus werd er toe geïnspireerd een juist voor onze tijd van pas komende waarschuwing te laten weerklinken. Hij zei dat sommigen, daar zij God voor zijn onverdiende goedgunstigheid niet hadden verheerlijkt noch hadden gedankt, „leeghoofdig werden in hun redeneringen en hun onverstandig hart verduisterd werd. . . . evenals zij het verwerpelijk achtten aan een nauwkeurige kennis van God vast te houden.” — Openb. 12:12; 1 Petr. 5:8; Spr. 4:13; Rom. 1:21-23, 28-32.
11 Daar zij hun studie verwaarlozen, de waarheid niet hooghouden, niet tezamen komen met hen die hetzelfde kostbare geloof bezitten, zijn enkelen van de waarheid afgedwaald. Zij verloren hierdoor hun waardering voor het bijzondere voorrecht Gods dienstknechten te mogen zijn. Petrus beschreef hun toestand aldus: „Het zou voor hen beter zijn geweest het pad der rechtvaardigheid niet nauwkeurig gekend te hebben dan zich nadat zij het nauwkeurig kenden, af te wenden aan het heilige gebod dat hun werd overgeleverd. Hun is overkomen wat een ware spreuk zegt: ’De hond is tot zijn eigen uitbraaksel teruggekeerd, en de zeug die werd gewassen, tot het rollen in de modder.’” Zij komen van onder de schaduw van Gods vleugels vandaan. — 2 Petr. 2:17-22; Spr. 18:1.
12. Waarom is actieve dienst voor Jehovah van levensbelang?
12 Het leven in de nieuwe wereld van rechtvaardigheid is te kostbaar om het door onverschilligheid, te weinig waardering of ongehoorzaamheid prijs te geven. Een studie van Gods Woord is belangrijk, maar het is slechts een middel om tot een bepaald doel te geraken: het goede nieuws dat redding van Jehovah komt, gehoorzaam vertellen. In Gods organisatie is geen plaats voor een luiaard. Jezus gaf ons het voorbeeld toen hij nog een knaap was. Het verbaasde hem dat zijn ouders niet wisten dat hij met de aangelegenheden van Zijn Vader bezig was. Wij dienen eveneens de zaken van onze Vader tot de onze te maken. „Talmt niet in hetgeen gij moet doen. Zijt vurig van geest.” „Wordt standvastig, onwrikbaar, altijd volop bezig in het werk des Heren, wetend dat uw arbeid niet tevergeefs is in verband met de Heer.” — Luk. 2:49; Rom. 12:11; 1 Kor. 15:58.
VAN DE TIJD GEBRUIK MAKEN
13, 14. (a) Welk bijzondere voorrecht verleent God zijn hedendaagse dienstknechten, en hoe behartigen zij dit? (b) Wat vloeit er uit voort wanneer we dit voorrecht juist bezien?
13 De tijd is rijp voor de rechtvaardiging van Jehovah’s naam. De Soevereine Heer van het universum heeft inderdaad een bijzonder voorrecht aan de mensen verleend door hen in deze rechtvaardiging te laten delen. Wij kunnen hier ons steentje toe bijdragen door Gods vijanden te ontmaskeren en Jehovah het hem verlangde antwoord te verschaffen, namelijk, dat er personen op aarde zijn die er vurig naar verlangen hun tijd, krachtsinspanningen en leven te geven ten bewijze dat de Duivel een leugenaar is. De rechtschapenheid bewarende getuigen van Jehovah weigeren te schipperen met rechtvaardige beginselen. Zij verzetten zich tegen de hartstochten die hun positie als Gods dienstknechten in gevaar zouden brengen. Het zal nooit weer nodig zijn dat mensen Gods zijde van de strijdvraag moeten kiezen, daar met het in de afgrond werpen van Satan en de hem vergezellende demonen en met de vernedering en vernietiging van zijn zichtbare vertegenwoordigers de strijdvraag opgelost zal zijn. Dan zal alles wat adem heeft Jehovah loven. — Ps. 150:6.
14 Het is er nu de tijd voor onze plaats in de Nieuwe-Wereldmaatschappij in te nemen en deze plaats te bewaren. Het is Gods tijd „dat alle soorten van mensen gered zullen worden en tot een nauwkeurige kennis der waarheid komen.” Liefde voor God en zijn naaste zet al Gods dienstknechten er toe aan te studeren met het doel voor ogen een aandeel te kunnen hebben in dit grote reddingswerk. De tijd is beperkt. Moge „de vrede Gods, welke elke gedachte overtreft, . . . uw hart en uw geestelijke vermogens behoeden door bemiddeling van Christus Jezus. . . . Wat gij geleerd en aangenomen en van mij gehoord en gezien hebt, beoefen dat en de God des vredes zal met u zijn.” — 1 Tim. 2:4; Ef. 5:15, 16; Fil. 4:7-9.