Een Frans-Canadese non neemt haar standpunt voor Jehovah in
● Mejuffrouw Lucie Lacasse, een jonge Oblaten-non gaf les aan een school in het district D’Alembert, waar twee leerlingen getuigen van Jehovah waren. In november gaf zij de jongste van deze twee jongens enkele publikaties mee waarin Jehovah’s getuigen aangevallen werden. De moeder van de jongens schreef een vriendelijke brief terug, waarin zij te kennen gaf dat het goed zou zijn dit alles ook eens van een andere kant te horen. Tegelijk met deze brief stuurde zij enkele uitgaven van De Wachttoren. De non las de tijdschriften en stelde de knaap elke dag opnieuw vragen over de inhoud. Ze kwam zo onder de indruk van alles wat hij over zijn religie wist te vertellen, dat ze tegen de kerstvakantie een brief naar zijn moeder stuurde waarin zij haar vertelde dat ze er van overtuigd was dat Jehovah’s getuigen de waarheid bezaten en dat zij haar orde vaarwel wilde zeggen. Ze deed haar woord gestand en keerde niet naar deze school terug. Daar de brieven die de moeder van deze jongen haar stuurde, haar echter niet bereikten, dacht ze dat haar pas-verworven vrienden haar in de steek hadden gelaten. Ze ging daarom als keukenmeisje op een landbouwschool bij de Oblaten-vaders werken. Daar ontving ze uiteindelijk de brieven en door een studie uit het boek „Dit betekent eeuwig leven” nam ze toe in kennis en werd haar vreugde groter. Daar het steeds moeilijker voor haar werd in deze inrichting te blijven, begon ze over het geleerde met anderen te spreken en hielpen enkele getuigen haar ander werk te vinden, terwijl zijzelf in die tijd haar ontslag probeerde te krijgen. Dit ging gemakkelijker dan men aanvankelijk gedacht had. Doordat ze getuigenis had gegeven, waren anderen eveneens belangstelling gaan tonen en degene die het toezicht over deze inrichting had, was daarom blij dat hij haar kon laten vertrekken. Nu bezoekt ze alle vergaderingen van de getuigen, zet haar persoonlijke studie voort en wordt in de velddienst opgeleid. Ze leert eveneens Engels met het doel voor ogen in de toekomst als zendeling de volle-tijd-dienst op zich te kunnen nemen.