Wijsheid en geluk onder het bestuur der nieuwe wereld
MENSEN die vrij, gelukkig en voorspoedig willen zijn, zoeken altijd naar een goede regering, omdat onder zulk een regering het geluk toeneemt maar onder een slechte de ellende (Spr. 29:2). In de nieuwe wereld zal er vreugde te over zijn omdat haar regering volledig rechtvaardig is. In Jehovah’s geschreven Woord zijn hiervoor voldoende bewijzen te vinden.
Toen de Israëlitische koning Salomo nog getrouw jegens Jehovah was die hij als koning vertegenwoordigde, was er een goede regering. Salomo bracht de beginselen in praktijk die hij van zijn vader David had geleerd. David had gezegd: „’Wanneer een regeerder over de mensheid rechtvaardig is en in de vreze Gods regeert, is ze als het morgenlicht, wanneer de zon gaat schijnen, een ochtend zonder wolken. Ten gevolge van de helderheid en de regen spruit er gras uit de aarde.’ Want is mijn huisgezin niet gelijk dat van God?” Salomo’s huisgezin was klaarblijkelijk „gelijk dat van God” want iedere dag was een gelukkige dag. Het hierover opgetekende bericht luidt: „Juda en Israël waren velen, gelijk de menigte zandkorrels aan de zee, en zij aten, dronken en verheugden zich. Juda en Israël bleven alle dagen van Salomo in zekerheid wonen, elk onder zijn wijnstok en vijgeboom, van Dan tot Berseba.” — 2 Sam. 23:3-5; 1 Kon. 4:20, 25.
Salomo’s reputatie verbreidde zich over de gehele antieke wereld. Vreemdelingen die zich hier persoonlijk van kwamen overtuigen, bemerkten dat de reputatie nog veel groter was dan wat zij er over hadden gehoord. De koningin van Scheba zei: „Ik stelde geen geloof in de woorden totdat ik er naar toe was gegaan opdat ik het met mijn ogen mocht aanschouwen en zie! de helft was mij niet verteld. Gij hebt in wijsheid en voorspoed dat wat ik gehoord en waarnaar ik geluisterd heb, overtroffen. Gelukkig zijn uw mannen, gelukkig zijn uw dienstknechten die voortdurend voor uw aangezicht staan en naar uw wijsheid luisteren!” Nog belangrijker dan haar loftuitingen was de zegen die zij Jehovah deed toekomen om wat zij had gezien. „Moge Jehovah, uw God, worden gezegend, die behagen in u heeft geschept dat hij u op de troon van Israël plaatste; omdat Jehovah Israël voor onbepaalde tijd liefheeft, heeft hij u als koning aangesteld om rechtsbesluiten te nemen en rechtvaardigheid te betrachten.” — 1 Kon. 10:7-9.
Terecht moest Jehovah gezegend worden. Al Salomo’s bezittingen waren een gave Gods. Toen Salomo nog jong en onervaren was, had Jehovah hem dit antwoord op een verzoek gegeven: „Zie! ik zal u stellig een wijs en verstandig hart geven, . . . En ook wat gij niet hebt verzocht, zal ik u stellig geven, zowel rijkdommen als heerlijkheid, zodat er al uw dagen onder de koningen niemand gelijk u geweest zal zijn.” — 1 Kon. 3:9, 12, 13.
DE GROTERE SALOMO
Hoe groot Salomo ook was, toch is Christus Jezus nog groter; op zijn schouders rust de regering van de gehele nieuwe wereld. Onder zijn bestuur zal de gehele gehoorzame mensheid voor altijd gelukkig zijn. Eigenlijk was Salomo’s wijze en rechtvaardige bestuur slechts een zwakke afstraling van het volmaakte bestuur der nieuwe wereld door Christus Jezus. — Matth. 12:42; Ps. 89:28; Jes. 9:5, 6.
Christus Jezus is de belichaming van wijsheid. „Zorgvuldig zijn in hem alle schatten der wijsheid en kennis verborgen.” Jehovah had de voortreffelijke hoedanigheden van de Bestuurder der nieuwe wereld voorzegd: „Er zal een rijsje voortkomen uit den tronk van Isaï en een scheut uit zijn wortelen zal vrucht dragen. En op hem zal de Geest des HEREN [van Jehovah] rusten, de Geest van wijsheid en verstand, de Geest van raad en sterkte, de Geest van kennis en vreze des HEREN [van Jehovah]. Hij zal niet richten naar hetgeen zijn ogen zien, noch recht spreken naar hetgeen zijn oren horen; want hij zal de geringen in gerechtigheid richten en over de ootmoedigen des lands in billijkheid recht spreken.” — Kol. 2:3; Jes. 11:1-4, NBG.
In 1914 nam Jehovah het bestuur der nieuwe wereld op zich door Christus Jezus op de troon te plaatsen en hem de autoriteit te verlenen om te midden van zijn vijanden te regeren. Kort daarna begonnen de heilzame gevolgen van dit bestuur op aarde reeds gevoeld te worden. In 1919 werd het op aarde vertoevende overblijfsel van Christus’ lichaamsleden uit de geestelijke gevangenschap aan het moderne „Babylon,” Satans wereldorganisatie, bevrijd. Zij werden in een reine dienstorganisatie bijeengebracht en uitgezonden naar de einden der aarde om de geluk aanbrengende wijsheid Gods alom te verbreiden. De geestelijke voorspoed van Jehovah’s zichtbare hedendaagse organisatie legt er ruimschoots getuigenis van af dat de slaafklasse beleidvol alle „bezittingen van de Koning” heeft bestuurd. — Ps. 110:2; Jes. 48:20; 6:5-12; 52:11-13; Matth. 24:45.
WIJZE VOORZIENINGEN
Nauwkeurige kennis en ware wijsheid zijn de voorboden van waar geluk, zoals er staat geschreven: „Welzalig de mens die wijsheid vindt, de mens die verstandigheid verkrijgt; want wat zij opbrengt, is beter dan de opbrengst van zilver, wat zij doet gewinnen, is beter dan goud. Zij is kostbaarder dan koralen, al wat gij kunt begeren, kan haar niet evenaren. Lengte van dagen is in haar rechterhand, in haar linkerhand rijkdom en eer. Haar wegen zijn liefelijke wegen, al haar paden zijn vrede. Een boom des levens is zij voor wie haar aangrijpen, wie haar vasthouden, zijn gelukkig te prijzen” (Spr. 3:13-18, NBG). De regering der nieuwe wereld heeft talrijke voorzieningen getroffen dat men wijsheid kan verwerven, ja, nog meer wijsheid dan Salomo. Via haar zichtbare vertegenwoordiger heeft ze twee tijdschriften verschaft, De Wachttoren en Ontwaakt! Deze tijdschriften bevatten Nieuwe-Wereldwijsheid. Door ze te lezen en te bestuderen, smaakt men het geluk van de nieuwe wereld. Geen enkel ander tijdschrift op aarde kan zulk een sterker wordende hoop en overtuigend vertrouwen aanwakkeren op een gelukkig leven in een nieuwe wereld waar geen ellende meer zal zijn.
Nog een wijze voorziening van het bestuur der nieuwe wereld zijn de vergaderingen in de Koninkrijkszalen en de huizen van de getuigen van Jehovah, waar alle aanwezigen vrijelijk in de schatten der geestelijke kennis en wijsheid kunnen delen. Zij die werkelijk wijsheid willen verwerven, blijven niet thuis. Zij zijn er niet tevreden mee slechts thuis over deze wijsheid te lezen of te horen. Zij zijn zoals de koningin van Scheba, die in haar geboorteland over de wijsheid van Salomo hoorde maar hier niet tevreden mee was. Zij wilde zichzelf er van overtuigen of alles wat zij had gehoord, werkelijk waar was. Na persoonlijk een onderzoek te hebben ingesteld, bemerkte ze dat ze nog maar de helft had gehoord van wat er geleerd kon worden. Zo is het ook met hen die thans niet tevreden zijn met wat zij thuis horen. Zij onderzoeken verder, door zo dicht mogelijk naar de bron der goddelijke wijsheid te gaan. Zij gaan naar de Koninkrijkszaal of de bij hun in de buurt gelegen vergaderplaats. Hun geluk neemt toe doordat zij meer kennis van God tot zich nemen. Zij verwonderen zich steeds weer over de nieuwe dingen die Jehovah via zijn ene dienstorganisatie onder het toezicht van Christus Jezus, de grotere Salomo, openbaart. Nergens op aarde is er een andere internationale groep mensen die zich thans in zulk een geluk verheugt. Jehovah komt alle lof en eer hiervoor toe, want hij heeft de troon van de Nieuwe-Wereldregering aan zijn Zoon gegeven, die met uitnemende, gelukkig makende wijsheid regeert.
Het grootste geluk onder het bestuur der nieuwe wereld wordt echter niet verkregen door slechts naar de woorden der goddelijke wijsheid te horen en die te aanvaarden. Er is een nog groter geluk. De apostel Paulus sprak hierover tot de oudere mannen van de gemeente te Efeze: „Gij moet de zwakken bijstaan en de woorden van de Here Jezus indachtig zijn, die zelf zei: ’Het is gelukkiger te geven dan te ontvangen.’” Ja, zo kunnen wij de mate van ons geluk vol maken. Omdat de Koning Christus Jezus dit weet, leidt hij al zijn volgelingen op aarde zo dat zij de goddelijke wijsheid, die zij om niet hebben ontvangen, ook weer om niet uitgeven. Zij ’gaan derhalve en maken discipelen van mensen uit alle natiën’ terwijl zij geluk verbreiden in een duistere oude wereld. Als één verenigde groep van predikers vormen zij een Nieuwe-Wereldmaatschappij. Zij wonen in een geestelijk klimaat dat zo verkwikkend is als een prachtige dauw, „als het morgenlicht, wanneer de zon gaat schijnen, een ochtend zonder wolken.” — Hand. 20:35; Matth. 28:19; 2 Sam. 23:4.