Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w59 15/3 blz. 190-192
  • Vragen van lezers

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vragen van lezers
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1959
  • Vergelijkbare artikelen
  • Was uw opdracht aanvaardbaar voor God?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1964
  • De doop — Noodzakelijk voor christenen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1963
  • De doop
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1958
  • De doop en uw band met God
    Wat leert de bijbel echt?
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1959
w59 15/3 blz. 190-192

Vragen van lezers

● Waarom is het in verband met de waterdoop passend te zeggen dat men ten aanzien van zijn „vroegere levensloop” in plaats van ten aanzien van zijn „eigen wil” sterft? Hoe is dat op Jezus’ waterdoop van toepassing?

Het woord „wil” duidt op het vermogen dat God aan met verstand begaafde schepselen heeft geschonken, waardoor dezen bewust en weloverwogen ten aanzien van een verlangde handelwijze een beslissing kunnen nemen. Het is de door God gegeven macht zelf te kiezen hoe men wil handelen; het willen is een bewuste daad.

Als een in de bijbel onderwezen gelovige zich weloverwogen, onder gebed en door middel van Christus Jezus aan Jehovah God opdraagt, sterft hij niet ten aanzien van het vermogen zijn wil te gebruiken. Ja, wanneer hij zich opdraagt, moet hij juist, daar dit een eeuwige beslissing is, zijn wilskracht met grote beslistheid gebruiken. Ten einde de stap zich in water te laten dopen, te kunnen nemen, moet hij zijn vermogen om te willen in gehoorzaamheid aan het door bemiddeling van Christus gegeven gebod Gods gebruiken. Na zijn doop, die zijn opdracht aan God symboliseert, zal hij altijd het vermogen te willen nodig hebben. Hij wordt geen willoos werktuig, een automaat, robot of marionet die alleen door de wil van iemand anders bewogen of in werking gesteld kan worden. Ten einde zijn toekomstige beslissingen in overeenstemming met Gods geschreven Woord en dikwijls met de door middel van Gods zichtbare organisatie komende raadgevingen te doen zijn, moet hij zijn wil zelfs nog bewuster dan ooit tevoren gaan gebruiken. Hij moet vaststellen wat Gods wil is en vervolgens die van hemzelf daarmee in overeenstemming brengen. Hij dient ten aanzien van de beste belangen van Gods koninkrijk, Gods georganiseerde volk en zichzelf als een christen, gunstige beslissingen te nemen.

Hij zal bijvoorbeeld een beslissing moeten nemen of hij zal trouwen of niet. Hij zal daarbij om uit te maken wat zijn beslissing zal worden, zijn wil moeten gebruiken. De apostel Paulus schreef ter ondersteuning hiervan: „Indien iemand echter denkt dat hij zich ongepast gedraagt ten aanzien van zijn maagdelijkheid, indien die de bloem der jeugd is gepasseerd, en dit de wijze is waarop het dient te geschieden, hij doe wat hij wil; hij zondigt niet. Laten zij trouwen. Doch indien iemand vaststaat in zijn hart, geen noodzaak hebbend, maar autoriteit over zijn eigen wil heeft en in zijn hart de beslissing heeft genomen zijn maagdelijkheid te bewaren, hij zal goeddoen” (1 Kor. 7:36, 37). Met betrekking tot weduwen zegt de apostel: „Indien haar echtgenoot echter in de dood zou ontslapen, is zij vrij te gaan trouwen met wie zij wil, alleen in de Heer” (1 Kor. 7:39). Zij heeft een vrije wil, maar niet zonder beperkingen. Zij is vrij te hertrouwen, maar alleen indien zij een man trouwt die in eenheid met de Heer is.

Wanneer een dankbare bijbelonderzoeker zich daarom liefdevol aan God opdraagt en zijn opdracht door de waterdoop symboliseert, sterft hij ten aanzien van zijn vroegere loopbaan en niet ten aanzien van het gebruik van zijn wil. Vroeger bestond zijn loopbaan eruit dat hij zichzelf en schepselen die hij graag mocht, respecteerde of vreesde, wilde behagen. Nadat hij echter zijn opdracht door de waterdoop heeft gesymboliseerd, gaat hij een nieuwe loopbaan volgen, één waarbij hij door Gods wil te doen, Jehovah God zal behagen. Hij zal zijn bewuste wilskracht dan verstandig aanwenden om beslissingen overeenkomstig Gods wil te nemen.

Het woord „wil” heeft natuurlijk ook de betekenis van dat wat wordt gewild; een verlangen of wens. In overeenstemming met deze betekenis van wil bidden wij: „Onze Vader in de hemelen, uw naam worde geheiligd. Uw koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op aarde” (Matth. 6:9, 10). Wanneer wij vanuit dit standpunt de stap doen ons op te dragen, zullen wij Gods wil, en niet langer die van onszelf doen. Wij moeten om voortaan Gods wil te doen echter altijd in gedachten houden wat dat betekent, of vaststellen en leren wat zijn wil is. Daarna moeten wij bewust, weloverwogen en vrijwillig, zonder mensenvrees, die wil wensen te doen.

Zelfs als timmerman in Nazareth deed Jezus, zelfs toen hij zich nog aan zijn aardse ouders onderwierp, altijd Gods wil. Hij zei: „Ik ben uit de hemel nedergedaald, niet om mijn wil te doen, maar de wil van hem die mij gezonden heeft” (Joh. 6:38-40). Toen Jezus op ongeveer dertigjarige leeftijd in vervulling van Psalm 40:7, 8 kwam om Jehovah’s wil te doen, stierf hij ten aanzien van zijn vroegere aardse loopbaan. Hij hield ermee op een onbekende burger van het ongunstig bekend staande Nazareth te zijn; hij legde zijn timmergereedschap neer, schudde elke onderworpenheid aan een aardse ouder, of dit nu Maria of Jozef was, van zich af, verliet zijn ouderlijk huis, waar hij als oudste en eerstgeboren zoon in het gezin zekere verantwoordelijkheden had, nam het op zich om bepaalde van levensbelang zijnde profetieën die God door bemiddeling van Mozes met betrekking tot het priesterschap, het profeet-zijn gelijk Mozes, enzovoorts, in zijn wet had laten optekenen, en in het bijzonder met betrekking tot het koningschap, waarvan hij door Koning David van Jeruzalem een erfgenaam was, in vervulling te doen gaan. Hij droeg zich op aan de belangen van het koninkrijk dat door Johannes de Doper werd bekendgemaakt.

Nadat Jezus deze stap had genomen en als bewijs hiervan in water was ondergedompeld, bezat hij nog steeds een bewuste wilskracht. Hij was niet ten aanzien hiervan gestorven. Zijn wil was altijd geweest Gods wil te doen, wat die op dat moment ook zou zijn. Hij bleef Gods wil doen op een zelfde wijze als hij in het verleden had gedaan. Ja, het doen van Gods wil na zijn waterdoop vereiste zelfs dat hij zijn wil nog krachtiger dan ooit tevoren zou moeten gebruiken. Waarom? Omdat het Jehovah’s wil was deze Voornaamste Vertegenwoordiger voor ’s mensen redding ’door lijden te volmaken’. Hiervoor was het nodig dat Jezus bij zijn besluit dit lijden onder ogen te zien en te doorstaan, zijn wil zou gebruiken. „Hijzelf heeft geleden toen hij op de proef werd gesteld.” Onder beproeving moest hij om getrouw, loyaal en gehoorzaam aan God te blijven, zijn wil gebruiken (Hebr. 2:10, 18). „Hoewel hij een Zoon [van God] was, heeft hij gehoorzaamheid geleerd uit hetgeen hij heeft geleden.” Om voort te gaan het juiste te willen doen, heeft hij „smeekbeden en ook smekingen opgedragen aan degene die hem uit de dood kon redden, met sterk geroep en tranen, en hij werd gunstig verhoord wegens zijn godvruchtige vrees” (Hebr. 5:7, 8). Toen hij in hevige angst was geraakt en zijn zweet gelijk druppels bloed die op de grond vielen, werd, bad hij tot God: „Doch niet mijn wil geschiede, maar de uwe” (Luk. 22:41-44). Dat vereiste een geweldige inspanning van zijn wilskracht.

Nadat Jezus in de dood was gedoopt en uit de doden was opgewekt, bezat hij nog steeds zijn wilskracht. Toen Petrus hem betreffende de toekomst van de apostel Johannes een vraag stelde, antwoordde Jezus: „Indien Ik wil dat hij blijft, totdat Ik kom, wat gaat het u aan? Volg gij Mij” (Joh. 21:22, 23, NBG). De verheerlijkte Jezus Christus in de hemel oefent thans zijn wilskracht dienovereenkomstig uit; in overeenstemming met zijn opdracht en in volledige overeenstemming met zijn modelgebed tot God: „Uw wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op aarde.”

Het blijft daarom passend betreffende de waterdoop van de candidaat die zich heeft opgedragen te zeggen: „Er wordt door te kennen gegeven, dat zijn vroegere levensloop wordt begraven (zoals door de onderdompeling in water) en dat hij uit het water opkomt om daarna alleen Gods wil te doen en in een nieuwheid des levens te wandelen.” — De Wachttoren van 15 september 1955, bladzijde 278, paragraaf 8.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen