Analyse van de christenheid door een geestelijke
● In zijn boek Questions People Ask schrijft R.J. McCracken, predikant van Newyorks Riverside kerk: „Jaren geleden hield de Bostonse bisschop F.J. McConnell een toespraak. . . . ’Tijdens de Boxer-opstand,’ zo zei hij, ’werden er honderden, ja zelfs duizenden Chinese christenen gemarteld. Zij knielden neer met hun hoofd op het blok, terwijl het mes in de hand van de vonnisvoltrekker beefde. Als zij slechts de Chinese woorden voor „ik herroep alles” wilden mompelen, zou hun leven gespaard blijven. Ik vraag me af wat ik gedaan zou hebben onder dergelijke omstandigheden. Ik geloof niet dat ik alleen zo zou zijn, maar een zeer groot gedeelte van u zou evenals ik gehandeld hebben. Met mijn hoofd op het blok zou ik waarschijnlijk gezegd hebben, „Stop! Ik geloof dat ik iets te zeggen heb dat zowel u als mij zal voldoen.”’
● Christenen zijn al veel te lang zo geweest, inschikkelijk, wereldwijs, plooibaar, instemmend met bepaalde gebruiken, terwijl zij ten opzichte van hun ongelovige buurman niet voor het standpunt dat de Kerk inneemt, uitkomen. Dit alles berust op een gemakzuchtige aanvaarding van de dingen, en men koestert de vriendelijke wens dat het op den duur wel beter zal worden, tenminste als dit dan verenigbaar is met de instandhouding van de gevestigde belangen. Zout, licht en zuurdeeg — dat waren de woorden die Jezus gebruikte toen hij naar voren bracht wat zijn volgelingen voor deze wereld zouden zijn. En op dit ogenblik . . . wordt de Kerk met het steeds aanwezige gevaar bedreigd, dat ze smakeloos gaat worden — op geen enkel bijzonder terrein heeft ze enige betekenis, ze is aarzelend en halfslachtig en haar boodschap wordt weggemoffeld en is onzeker.”