Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w58 15/6 blz. 357-359
  • Leer de zin van het leven kennen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Leer de zin van het leven kennen
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1958
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • MENSELIJKE DOGMA’S BEMOEILIJKEN HET BEGRIP
  • VOOR LICHT TOT GODS WOORD GAAN
  • EEN NIEUWE PERSOONLIJKHEID EN EEN NIEUWE WERELD
  • „Dit goede nieuws van het koninkrijk”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1955
  • Oefen geloof tot eeuwig leven
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1990
  • Het ware doel van het leven
    Ontwaakt! 1992
  • Hoe sterk is uw geloof in de opstanding?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1998
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1958
w58 15/6 blz. 357-359

Leer de zin van het leven kennen

Wat voor zin heeft het? Hoe komt men dit te weten? Waartoe moeten wij dit weten? Welke menselijke barrière bemoeilijkt het begrijpen?

MERENDEELS gaat men door het leven zonder te weten wat het doel van het leven is, waarvoor men bestaat. Wellicht gaat u naar de kerk en weet u het toch niet, want zelfs veel geestelijken hebben hun onwetendheid dienaangaande toegegeven.

Enkele jaren geleden werd een zeer bekende emeritus-geestelijke, dr. W.R. Inge, die drieëntwintig jaar lang deken van de St.-Paulskathedraal was geweest, geïnterviewd. Deze geestelijke zei de interviewer iets wat lezers van het nieuwsblad heeft verbaasd.

„Mijn hele leven lang heb ik moeite gedaan om te weten te komen wat de zin van het leven is. Ik heb getracht het antwoord te vinden op drie voor mij fundamentele problemen: dat der eeuwigheid, dat der menselijke persoonlijkheid en het vraagstuk van het kwaad. Ik heb het antwoord niet gevonden. Ik heb geen dezer problemen opgelost en ben nu niet verder dan toen ik begon. Ik geloof dat niemand ze ooit zal oplossen.” — Daily Express van 13 juli 1953.

Indien een geestelijke, die drieëntwintig jaar lang deken van een der meest gevierde kathedralen der christenheid is geweest, niet heeft kunnen ontdekken wat het doel van het leven is, hoe staat het er dan wel met de gemiddelde kerkganger voor? En hoe met de grote massa mensen die nooit naar de kerk gaan of niet bij een religie zijn aangesloten? Hoe kan men te weten komen wat de zin van het leven is?

MENSELIJKE DOGMA’S BEMOEILIJKEN HET BEGRIP

Een grote handicap is het op traditie en speculatie — menselijke wijsheid — gebaseerde stelsel van religie. De mensen hebben zich van de eenvoudige bijbelse verklaringen afgekeerd en zich tot gecompliceerde menselijke dogma’s gewend. Hierdoor zijn zo veel mensen in verwarring gebracht dat hun schip des geloofs niet alleen geen kompas heeft, maar zelfs in een dikke mist zit. Een treffend voorbeeld hiervan is de vroegere deken van de St.-Paulskathedraal. Zinspelend op de leerstelling van de onsterfelijkheid der ziel zei hij de interviewer ook nog het volgende: „Ik weet net zoveel over het hiernamaals als u — niets. Ik weet zelfs niet eens of er een hiernamaals is — in de betekenis welke de Kerk hieraan hecht. Ik heb geen visioen van de ’Hemel’ of van een ’verwelkomende God.’ Ik weet niet wat ik zal aantreffen. Ik moet afwachten en zien.”

Hoeveel mensen bevinden zich als het ware in hetzelfde schuitje wanneer het op het schip des geloofs aankomt! Zij verkeren in verwarring en onzekerheid. Toch staat er in de bijbel betreffende de doden eenvoudig en duidelijk te lezen: „De dóden, die zijn zich in het geheel nergens van bewust.” En verder: „Er is geen werk, plan, kennis noch wijsheid in Sheol.” De mens heeft echter ondanks het bijbelse bericht de leerstelling van de onsterfelijkheid der ziel uitgedacht. — Pred. 9:5, 10; Ezech. 18:4, NBG.

Waar is deze mysterieuze leerstelling, waardoor zo veel mensen in verwarring zijn gebracht, dan vandaan gekomen? William Ewart Gladstone, de eminente Britse eerste minister uit de negentiende eeuw, heeft eens gezegd: „De natuurlijke onsterfelijkheid der ziel is een leerstelling welke geheel onbekend is in de Heilige Schrift . . . Ze is door een achterdeur — die der Griekse filosofie — in de Kerk geslopen.”

VOOR LICHT TOT GODS WOORD GAAN

Geen enkel mens kan derhalve te weten komen wat het doel van het leven is, tenzij hij de mist van menselijke speculaties, tradities en gevolgtrekkingen de rug toekeert en in het licht van Gods Woord wandelt (Ps. 119:105). Alleen de bijbel geeft ons de juiste verklaring betreffende de dood en een toekomstig leven; hoe God de mens heeft geschapen om voor eeuwig temidden van paradijstoestanden te leven; dat ten gevolge van Adams zonde de dood over alle mensen is gekomen. — Rom. 5:12.

Doordat Gods Zoon naar de aarde is gekomen en zijn volmaakte menselijke leven als een rantsoenoffer heeft gegeven, kon de mens datgene wat Adam voor ons had verloren, weer terug verwerven. Derhalve zei Christus Jezus: „Ik ben gekomen opdat zij leven mochten hebben en het in overvloed mochten hebben.” — Joh. 10:10.

Alhoewel in de bijbel wordt getoond dat een „kleine kudde” of een beperkt aantal ware christenen eeuwig leven met Christus in de hemel zal verwerven, koesteren de meeste gehoorzame mensen de hoop zich op aarde in overvloedige vreugde te kunnen verheugen. Velen zullen hiervoor uit de doden moeten opstaan, zoals Jezus aantoonde: „Het uur komt, dat allen in de herinneringsgraven zijn stem zullen horen en zullen uitkomen, wie het goede hebben gedaan, tot een opstanding ten leven, wie het verachtelijke hebben beoefend, tot een opstanding ten oordeel.” Zij die onwetend het verachtelijke hebben beoefend, zullen niet naar hun vroegere daden worden geoordeeld, maar naar die welke zij gedurende Christus’ duizendjarige regering zullen verrichten. — Luk. 12:32; Ps. 37:11; Joh. 5:28, 29.

Er is thans echter een grote schare mensen, waartoe u ook kunt behoren, die nimmer zullen sterven, die de hoop koesteren de komende oorlog van Armageddon te overleven tot in Gods nieuwe wereld. In onze tijd zal dit gehele samenstel van dingen eindigen, omdat het goddeloos is en niet in overeenstemming met Gods geboden leeft. Het is goddeloos omdat het door de „god van dit samenstel van dingen,” Satan de Duivel, wordt misleid. Alhoewel ’de gehele wereld in de macht van de goddeloze ligt,’ behoeven wij echter niet in het lot dezer wereld te delen. — 2 Kor. 4:4; 1 Joh. 5:19.

EEN NIEUWE PERSOONLIJKHEID EN EEN NIEUWE WERELD

Te Armageddon leidt Christus Jezus de hemelse legers in een rechtvaardige oorlog, waardoor een eind gemaakt zal worden aan de ’tegenwoordige hemelen en aarde.’ Een nieuwe, volstrekt rechtvaardige wereld bestaande uit „nieuwe hemelen en een nieuwe aarde” doet haar intrede. Het zal dezelfde aarde zijn waarop wij thans leven, maar er zal een nieuw samenstel van dingen op aarde zijn. — Openb. 16:14, 16; 2 Petr. 3:7, 13.

Allen die rechtvaardigheid liefhebben, kunnen door Gods belofte met recht de hoop koesteren eeuwig leven in Gods nieuwe wereld te verwerven. Die hoop zal een kracht in uw leven zijn, wanneer u nauwkeurige kennis hebt van Gods Woord. Voordat men Gods voornemens kent en zijn leven met Gods geboden in overeenstemming brengt, heeft men wat de bijbel een „oude persoonlijkheid” noemt. Deze moet en kan ook worden veranderd, en wel door toedoen van kennis. — Kol. 3:9, 10.

Iemand die de „nieuwe persoonlijkheid” heeft aangedaan, leeft voor de nieuwe wereld. Hij hoopt niet slechts zo’n zeventig jaar te leven en dan te sterven, neen, hij hoopt voor eeuwig in Gods nieuwe wereld te leven. Daarom begint hij nu reeds zo te leven als hij dan zal leven. Hij volgt het bijbelse gebod op: „Bekleedt u dan, als Gods uitverkorenen, heilig en bemind, met de tedere genegenheden van mededogen, goedgunstigheid, ootmoedigheid van geest, zachtaardigheid en lankmoedigheid. Bekleedt u echter bij dit alles met liefde.” En „de liefde voor God betekent dat wij zijn geboden nakomen; en toch zijn zijn geboden geen drukkende last.” — Kol. 3:12, 14; 1 Joh. 5:3.

Neen, het is geen zware last om Gods geboden te onderhouden. Het is een vreugde. Het maakt je gelukkig. God, de Schepper, wordt er door geëerd en verheerlijkt. Alleen zij die God zowel door hun woorden als hun gedrag verheerlijken, zullen het recht op eeuwig leven in de nieuwe wereld verwerven. Terecht wordt ons daarom geboden: „Wordt niet afgunstig op goddelozen. Want er zal geen toekomst voor een slechte blijken te zijn; ja, de lamp der goddelozen zal uitgedoofd worden.” — Openb. 4:11; Spr. 24:19, 20.

Leef thans reeds voor de nieuwe wereld. Doe de „nieuwe persoonlijkheid” aan. Streef een doel in uw leven na; geef er betekenis aan; leef om de Schepper te verheerlijken. Doe dit door zijn rechtvaardige geboden te gehoorzamen, want wanneer men overeenkomstig Zijn Woord leeft, heeft men het doel van het leven gevonden: „Nadat alles is gehoord, is het besluit van de zaak: Vrees De [ware] God en houd zijn geboden. Want dit is de gehele [verplichting van de] mens.” — Pred. 12:13.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen