Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w57 1/9 blz. 387-391
  • Met moeite gered

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Met moeite gered
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1957
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • DE STRIKKEN VAN HET MATERIALISME
  • OMGORD UW GEEST
  • ZIE VOORUIT!
  • Het bewaren van rechtschapenheid
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1956
  • „Waar uw schat is, zal ook uw hart zijn”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1957
  • ’Blijft wakker, staat pal, wordt machtig’
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1957
  • Kracht tot leven en dienst
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1954
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1957
w57 1/9 blz. 387-391

Met moeite gered

ENKELE jaren voordat keizer Nero in zijn uitgebreide rijk een vurige vervolging tegen de christenen ontketende, een tiental jaren voordat de Romeinse legers tegen Jeruzalem optrokken, de stad vernietigden en de ontrouwe bevolking ombrachten, liet de apostel Petrus een dringende en zeer actuele waarschuwing weerklinken. Plechtig kondigde hij aan: „Het volledige einde aller dingen is . . . nabijgekomen” (1 Petr. 4:7, NW). Deze woorden waren te meer zo geladen van betekenis omdat hij zo zeer bezorgd was voor de redding van zijn medeverkondigers van de Koninkrijksboodschap. Die christenen uit de eerste eeuw hadden Christus Jezus als het van God afkomstige zoenoffer voor de zonden der mensheid aanvaard, en aanbaden Jehovah vol vertrouwen door bemiddeling van hem. Toch waarschuwt en vermaant de apostel hen die de weg der redding bewandelen, zich ten einde deze redding zeker te stellen, op de vurigste beproeving op hun rechtschapenheid voor te bereiden.

Op welke redding doelde Petrus? Het ligt voor de hand dat de gedachte van „eens gered, is altijd gered,” niet leefde onder de broeders en zusters van toen. Al wat de bekeerlingen uit de joden en de heidenen tot op dat ogenblik als van levensbelang en als onmisbaar hadden beschouwd, stond op het punt in de vuurproef van de haat der gehele wereld ineen te storten en te verdwijnen. De gelegenheid om te prediken was bijna voorbij en nog waren zij niet gered. De apostelen en discipelen zouden verspreid en als beesten opgejaagd worden en sommigen hunner zouden de marteldood sterven. Jehovah’s belemmerende hand zou de vurige aanval van de haatdragende vijanden van Jeruzalem, haar tempel en de daarin beoefende aanbidding, niet lang meer tegenhouden. Jezus had de ondergang der stad en hetgeen zij vertegenwoordigde, aangekondigd en hen die naar hem luisterden op het hart gedrukt, om, zodra de laatste waarschuwing weerklonk, te vluchten. Dat was een oordeelstijd, waarin de ziel werd onderzocht, waarin de verzengende vlam der verdrukking ieders werk zou beproeven, en bepaald zou worden of het van duurzame kwaliteit was. Een tijd waarin Gods dienstknechten beslist klaarwakker moesten zijn en zij geheel in beslag genomen moesten worden door de zorg, hoe het verschrikkelijke einde van dat samenstel van dingen te overleven en bevrijd te worden, om zich verder te verheugen in de gelukkige voorrechten der theocratische dienst! — Matth. 23:37, 38; 24:15-21; 1 Kor. 3:13-15, NW.

Nu in deze laatste dagen is er, vooral sinds 1918 n. Chr., een oordeel begonnen waardoor alles tot een hoogtepunt gebracht zal worden. Dit oordeel betreft allen die in een verbondsverhouding met God beweren te staan en die Jehovah werkelijk als hun God en Christus Jezus als hun Heer erkennen. Twee wereldoorlogen met hun wereldomvattende gewelddaden zijn als golven van een door de storm gegeselde zee over Gods ware dienstknechten heengeslagen. De naoorlogse toestanden en de koude oorlog blijven een gevaar vormen voor hun aanbidding, welke men tracht tegen te gaan, maar toch vindt het oordeel voortgang. De zwarte, dreigende wolk van Gogs demonenhorde verduistert de horizon reeds en waarschuwt vooraf dat vijanden geweldige aanvallen op de Nieuwe-Wereldmaatschappij zullen doen. Veel dingen welke Gods hedendaagse bedienaren van het evangelie als van levensbelang en noodzakelijk hebben beschouwd, staan op het punt de ondergang van dit zelfzuchtige oude samenstel in Armageddon te gaan delen. „Het volledige einde aller dingen is . . . nabijgekomen,” is een waarschuwing welke thans steeds krachtiger tot ons doorklinkt. — Mal. 3:1-3; Ezech. 38:1-9; Luk. 21:25, 26, NW.

DE STRIKKEN VAN HET MATERIALISME

Daar wij weten dat de gehele goddeloze wereld in de nabije toekomst een verschrikkelijk einde te wachten staat, vraagt de apostel ons zeer terecht, ’wat voor mensen wij dan wel dienen te zijn.’ Stellig geen weelde-minnende toegewijde volgelingen van het materialisme. Bestaat dat gevaar dan wel? vragen sommigen wellicht. Beschouw de feiten maar eens. Jehovah heeft zijn volk en hun werk in deze tijd van het einde met grote voorspoed gezegend. Grote aantallen mensen uit alle natiën en landen voegen zich bij hen in hun aanbidding. In vele landen worden er nieuwe bijkantoorgebouwen opgetrokken. Te Brooklyn in New York, V.S., is een enorme dertien verdiepingen hoge drukkerij gebouwd, om aan de geweldig gestegen vraag naar publikaties met de Koninkrijksboodschap te voldoen. In alle delen der wereld groeit het aantal gemeenten snel. Aantrekkelijke, praktische vergaderplaatsen — Koninkrijkszalen — zijn reeds in honderden plaatsen in gebruik of in aanbouw. Dit alles getuigt er van dat nog in alle natiën een machtig werk verricht moet worden. Sommigen concluderen hieruit echter overhaast dat deze oude wereld een nog zich voortdurend verlengende periode van betrekkelijke vrede te wachten staat. Misschien laten zij zich zelfs enigszins in slaap sussen door een vals gevoel van veiligheid, daarbij vergetend dat deze „tijd van het einde” ook de ’moeilijk door te komen tijden’ zijn, waarvoor Paulus heeft gewaarschuwd. — 2 Petr. 3:11; 2 Tim. 3:1, NW.

Er zijn aanwijzingen dat sommigen tot de gevolgtrekking zijn gekomen dat zij er nog wel enige tijd van af kunnen nemen om zich nog wat door de oude wereld en haar handelwijze mee te laten slepen en weer materieel gewin, comfort en buitensporige luxe na te gaan jagen. Sommige, jonge mannen en vrouwen die zich met de Nieuwe-Wereldmaatschappij verbinden, werpen verlangende blikken naar de beloningen hun door een loopbaan in deze wereld voor ogen gesteld. In sommige gevallen schijnen er zelfs botsingen te zijn geweest tussen ouders en kinderen, want sommige ouders moedigen hun kinderen zelfs aan het hoger op in deze wereld te gaan zoeken om zich een belangrijke positie te veroveren. Per slot van rekening — en dit hopen zij vurig — is er nog tijd genoeg. Is dat echter wel zo? Wanneer wij vol vertrouwen op Gods Woord en de vele daarin voorkomende waarschuwingen — zoals die welke Jezus heeft uitgesproken en welke in Mattheüs 24:17-20 (NW) staat opgetekend — bouwen, weten wij dat dit niet het geval is.

Vergeet nimmer dat reeds enkele personen die beweerden dat zij God dienden, het met de dood bekocht hebben dat zij hun waakzaamheid lieten verslappen en naar de oude levenswijze terugkeerden. Zij zeiden: „Mijn meester laat op zich wachten” Hij kwam daarentegen wel en begon zijn oordeels- of afrekeningswerk terstond. Er was geen verontschuldiging of rechtvaardiging voor hun houding van neem-het-maar-wat-gemakkelijker en hun lichtvaardige handelwijze. Zij die niet op hun hoede of voorbereid waren, trokken helemaal aan het kortste eind. — Matth. 24:48-51; 25:1-13, NW.

OMGORD UW GEEST

Wat moeten wij dan in deze tijd van verborgen gevaren doen? „Hebt daarom een gezonde geest en zijt waakzaam met het oog op gebeden.” Iemand met een gezonde geestesgesteldheid zal in het uur van bitter gevaar of verleiding niet bezwijken of wijken. Zijn geest zal weigeren gehoor te geven aan de aannemelijke argumenten van hen die denken dat het einde van de christenheid en deze gehele wereld nog niet zo nabij is. Laten wij toch vooral door Gods Woord geregeld persoonlijk en in de gemeente te bestuderen, onze geest gezond houden. Ook het gebed speelt een belangrijke rol. Hierdoor geven wij blijk van ware nederigheid, geven wij te kennen dat wij van de Opperste Soeverein afhankelijk zijn en op zijn macht vertrouwen om al zijn grootse voornemens te verwezenlijken. Waarlijk nederige mensen zullen zich in deze zeer moeilijke oordeelsperiode veel aan hun redding gelegen laten liggen. De trotsen zullen dit niet en zullen daardoor bij een aanval elke bescherming missen en stellig vallen. — 1 Petr. 4:7, NW; Spr. 16:18.

Hoe belangrijk is het derhalve dat men in deze „tijd van het einde” de juiste geestesgesteldheid bezit. Wij moeten die goede geestesgesteldheid niet slechts voor een korte tijd bezitten maar deze veeleer totdat Armageddon voorbij is, blijven aankweken en bewaren. Er kan in deze geestelijke strijd geen verlof worden gegeven. Wij kunnen het ons niet veroorloven de van God afkomstige wapenrusting af te leggen, want dan zal de vijand ons bij verrassing overvallen. Daarom waarschuwde Petrus: „Laat u niet verbijsteren door de vuurgloed onder u, welke over u komt om u te beproeven, alsof u iets vreemds overkwam” Het is in het geheel niet vreemd. Deze wereld is nog steeds een en al actie. Ze haat nog steeds alles wat godvruchtig en christelijk is. Ze heeft zich onder rechtstreekse leiding van haar regeerder Gog tot taak gesteld het volk dat naar Jehovah’s naam is genoemd, te plunderen en te verdelgen. Des te dichter wij het „volledige einde aller dingen” naderen, des te massaler en intensiever ’s vijands pogingen zullen worden om hen die de lof van Jehovah God bezingen, te vernietigen. Tracht niet de gunst van dit oude samenstel te verwerven. Misleid u zelf niet. Deze wereld heeft alleen hen lief, die tot haar behoren. — Ef. 6:10-20; 1 Petr. 4:12; Matth. 5:11; Joh. 15:19, NW; Ezechiël 38.

Gods „rechtvaardige man”-klasse is daarentegen juist het voornaamste mikpunt van de aanvallen der vijandelijke machten. Zij bevinden zich in een gevaarlijke toestand. Zij kunnen alleen redding ontvangen wanneer zij hun volkomen rechtschapenheid jegens Jehovah bewaren. Zij kunnen het niet gemakkelijk of nonchalant opvatten! Neen, maar wanneer zij de dringendheid van deze tijden erkennen, waakzaam zijn in het gebed en verlangend zijn Gods definitieve goedkeuring te verkrijgen, zullen zij kracht krijgen en gered worden. Zij slaan acht op Paulus’ raad zich voor te bereiden en te wapenen voor de kritiekste aller tijden, en blijven dan in deze toestand, terwijl zij niet toestaan dat hun geest ook maar een ogenblik versuft. Willen wij op onze hoede zijn en scherp de gevaren onderkennen welke ons pad kruisen, dan zijn wij verplicht voortdurend met onze geloofsbroeders om te gaan door met hen te studeren en in de dienst van het evangelie te staan. — Ps. 112:1; Spr. 27:17; 1 Petr. 4:18; Fil. 2:12; Ef. 6:13, NW.

De bindende kracht waardoor alle leden der Nieuwe-Wereldmaatschappij hecht met elkaar verbonden worden, is, intense liefde voor elkaar. Daardoor worden een „menigte zonden” en van onze vader Adam overgeërfde onvolmaaktheden bedekt en vergeten. Persoonlijke geschillen en twisten worden bijgelegd en uit de geest gebannen. Elke schadelijke handeling en houding wordt onwettig verklaard. Er wordt gelet op hen die een houding of gewoonten van de oude wereld weer ingang trachten te doen vinden, men onderzoekt hun doen en laten en er wordt dusdanig tegen hen opgetreden, dat de organisatie rein en onbevlekt blijft voor de heilige dienst van God. Ze is werkelijk gesloten voor kwaaddoeners en goddelozen. Voor oprechte en eerlijke mensen die haar naderen, staan de poorten van deze stad-organisatie in ware gastvrijheid echter wijd open. Binnen haar muren deelt men voortdurend met elkaar in het goede waarmee Jehovah zijn volk zegent. Dit doet men door op gemeentevergaderingen en elders dikwijls met elkaar te spreken en elkaar in het geloof op te bouwen. — 1 Petr. 4:8, 9, NW; Mal. 3:16; Jes. 65:25, NBG.

ZIE VOORUIT!

Geestelijke waakzaamheid, veel bidden, intense onderlinge liefde en ware gastvrijheid zijn factoren welke er toe bijdragen een unieke organisatie van dienstknechten te vormen. Toch wordt deze „rechtvaardige man” nu en tot aan het einde der beproeving op de rechtschapenheid in Armageddon, ’met moeite gered.’ Hij wordt in de Schrift profetisch beschreven als „een brandhout uit het vuur gerukt,” ternauwernood ontkomen aan het lot tot as verbrand te worden. Was dat niet het geval met de „rechtvaardige Lot”? Het bericht verhaalt dat de engel-boodschappers ’zijn hand grepen en hem vervolgens naar buiten leidden en buiten de stad brachten’ en er bij hem op aandrongen voor zijn leven te vluchten. Hij en zijn dochters die hem vergezelden, werden waarlijk met moeite uit die verdoemde stad gered. Nu staat het hedendaagse Sodom en Gomorra oog in oog met haar verdiende vernietiging. Tot op het laatste ogenblik bestaat er een groot gevaar dat ons hart aangetrokken en verlokt zal worden door iets wat wij hebben achtergelaten, wereldse beloningen zonder echte waarde, een hoge positie, hoger loon, meer plezier, meer ontspanning, in één woord, materialisme. „Denkt aan de vrouw van Lot”! ’Keer niet terug naar wat achter ligt’! Blijf u steeds snel in dezelfde richting voortspoeden, steeds verder van deze oude wereld vandaan! — Zach. 3:2, NBG; 2 Petr. 2:7; Gen. 19:15-17; Luk. 17:31, 32, NW.

Koester niet het minste verlangen naar de levenswijze der wereld, want dan zou u eigenlijk Jehovah’s onverdiende goedgunstigheid licht achten en het doel er van missen. Door een dergelijke handelwijze komt men in dezelfde klasse als de zondaren, en „indien de rechtvaardige met moeite wordt gered, hoe zal dan de goddeloze en de zondaar een kans maken?” Zij maken geen kans. Zij zullen in het niet verdwijnen wanneer het oordeel in Armageddon zijn hoogtepunt bereikt. Wat zult u doen wanneer Jehovah er voor zorgt dat zijn volk van goede wil bij de hand wordt genomen en snel wordt verwijderd van het toneel van deze oude wereld welke binnenkort de meest drastische verandering van alle zal ondergaan? Blijf slechts één richting uitkijken, die welke op redding uitziet. Concentreer u, evenals Paulus, op deze ene handelwijze. Laat alles van deze oude wereld achter u en leg u energiek toe op de Nieuwe-Wereldbelangen en ga daar geheel in op. — 2 Kor. 6:1; 1 Petr. 4:18; Fil. 3:13, NW.

Als christelijke soldaten met het meest grootse doel voor ogen waarvoor ooit gestreden is, wordt ons gevraagd ons deel op ons te nemen in het lijden van kwaad, en de moeilijkheden welke met de gedurige strijd tot het definitieve einde gepaard gaan, te ondergaan. Dan en dan ook alleen zal ons redding ten deel vallen. Dit wordt er bedoeld wanneer er staat dat wij ’met moeite gered zullen worden.’ Hoe belangrijk is het derhalve dat wij ons voortdurend en nauwgezet met Jehovah’s „rechtvaardige man” en de Nieuwe-Wereldmaatschappij vereenzelvigen! Verzuimt het bijeenkomen op de vergaderingen niet, om elkaar tot liefde, intense liefde, en juiste werken aan te sporen. Denk niet dat u het wel eens eventjes wat kalmer aan kunt doen; dat kan niet, zelfs geen ogenblik. Behoed de hooggeschatte dienstpositie waarmee de Koning der Nieuwe Wereld u vereerd heeft, goed. Houd de wapenrusting Gods aan en blijf het zwaard des geestes krachtig hanteren. Aldus kunnen wij met moeite gered worden door „het volledige einde aller dingen” heen; wij zullen gelukkig gered worden en hierdoor zal de macht en de naam van Jehovah, onze God, verheerlijkt worden. — 2 Tim. 2:3; Matth. 24:13; Hebr. 10:24, 25, NW.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen