Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w57 15/1 blz. 46-47
  • Sylvester I, de man die er niet was

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Sylvester I, de man die er niet was
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1957
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • OP HET CONCILIE VAN NICEA WAS GEEN PAUS AANWEZIG
  • De afval — De weg tot God geblokkeerd
    De mens op zoek naar God
  • Toen er concurrerende pausen waren
    Ontwaakt! 1971
  • Deel 4 — Wanneer en hoe heeft de Drieëenheidsleer zich ontwikkeld?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1992
  • Onderzoek naar de keten van pauselijke opvolgers
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1958
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1957
w57 15/1 blz. 46-47

Sylvester I, de man die er niet was

KINDEREN van de Rooms-Katholieke Kerk wordt gezegd geen leerstelling te accepteren welke niet overeenstemt met de kerk. Bovendien wordt hun geleerd dat de gewone priester en zelfs de bisschoppen niet gerechtigd zijn de bijbel uit te leggen. Men zegt dat alleen de pausen, als stedehouders van Christus Jezus en opvolgers van Petrus, de apostel, onfeilbaar in geloof en zeden worden geleid. Vele oprechte katholieken hebben zich zonder hierover verder navraag te doen, strikt hieraan gehouden.

Zouden deze mensen verbaasd en wellicht geschokt zijn te vernemen dat de allerfundamenteelste leer van hun religie en kerk door een vergadering van priesters en bisschoppen werd geformuleerd zonder ook maar de goedkeuring van de paus te ontvangen, in wiens pontificaat het concilie viel?

In de Catholic Encyclopedia staat onder het opschrift „Niceaanse geloofsbelijdenis”: „Zoals ze [de Niceaanse geloofsbelijdenis] in uitgebreide vorm op het concilie van Constantinopel (381) werd goedgekeurd, is het de belijdenis van het Christelijke Geloof der katholieke kerk, van alle oosterse kerken welke zich van Rome hebben afgescheiden, en van de meeste protestantse stromingen.”a Zou het niet redelijk zijn te veronderstellen dat de paus, wegens de fundamentele aard dezer geloofsbelijdenis, bij de formulering er van hielp?

De Catholic Encyclopedia heeft over zijn macht hierin te zeggen: „Als opperste leraar der Kerk, wiens taak het is voor te schrijven wat alle gelovigen moeten geloven en om maatregelen te nemen ter bewaring en verbreiding van het geloof, heeft de paus de volgende rechten: a. hij moet een geloofsbelijdenis opstellen en bepalen wanneer en door wie er een duidelijke belijdenis van het geloof zal worden gedaan.”b Dezelfde autoriteit heeft over het bijeenroepen van vergaderingen het volgende te zeggen: „De wetgevende macht van de paus omvat de volgende rechten . . . b. wanneer hij samen met een concilie wetten opstelt, moet hij dit concilie bijeenroepen, voorzitten, er de discussies van leiden en de daden er van bekrachtigen.”c

Met het oog op de betekenis van de Niceaanse geloofsbelijdenis als een fundamentele belijdenis voor katholieken en protestanten, dienen alle belijdende christenen interesse te hebben voor haar ontstaan en de mannen die er verantwoordelijk voor zijn geweest. Laten wij dus als antwoord op de vraag welke wij in het begin stelden, eens nagaan welk aandeel Sylvester I, „heilige en paus,” in dit historische drama heeft gehad.

„Dit was het tijdperk van Constantijn de Grote, toen de openbare positie van de Kerk zo geweldig veel verbeterde; een verandering welke in Rome niet onopgemerkt voorbij moet zijn gegaan; het is daarom zo betreurenswaardig dat er zo weinig gezaghebbende inlichtingen over Sylvesters pontificaat voorhanden zijn. Volgens legenden zou hij al vroeg in nauw contact hebben gestaan met de eerste christelijke keizer, maar dit is strijdig met de geschiedkundige feiten.”d

OP HET CONCILIE VAN NICEA WAS GEEN PAUS AANWEZIG

Wellicht vinden wij echter meer positief bewijsmateriaal ten aanzien van zijn positie als paus in verband met de bijeenroeping van het concilie van Nicea. Weer worden wij teleurgesteld: „Het is geschiedkundig niet bekend of de keizer toen hij het concilie bijeenriep louter uit zijn naam sprak of tevens uit die van de paus; het is echter mogelijk dat Constantijn en Sylvester tot overeenstemming geraakten. . . . Constantijn [niet Sylvester] opende het concilie allerplechtigst. De keizer trad pas binnen nadat alle bisschoppen hun plaats hadden ingenomen. . . . Als erevoorzitter had hij de vergadering geopend en hij verleende op de achtereenvolgende onderdelen hulp, maar de leiding der theologische bespreking werd, naar het betaamt, aan de kerkelijke leiders van het concilie [niet aan de paus] overgelaten. De eigenlijke voorzitter schijnt Hosius van Cordova [wederom niet Sylvester, die daar zelfs niet aanwezig was] te zijn geweest, die werd geassisteerd door de pauselijke legaten, Victor en Vicentius.”e

Deze twee laatstgenoemden waren gewone priesters en blijkbaar de enige aanwezigen uit Rome. Hun namen komen slechts voor onder de lijst van handtekeningen onder het documentaire bericht van het concilie en niets in dit bericht duidt er op dat zij enige bijzondere autoriteit bezaten.

Aangezien de paus alleen het recht bezit te „bepalen wanneer en door wie er een duidelijke belijdenis van het geloof zal worden gedaan,” moet hij stellig een belangrijk decreet hebben uitgevaardigd waarin sprake was van de aanneming van deze fundamentele leer! Wederom citeren wij: „Het is niet zeker of Constantijn van tevoren regelingen had getroffen met Sylvester betreffende de eigenlijke bijeenroeping van het concilie, noch of er een uitdrukkelijke pauselijke bevestiging der decreten was behalve de handtekeningen der pauselijke legaten.”f Daar uit het bericht bovendien niet blijkt dat Victor en Vicentius namens de paus handelden, wordt Sylvesters bekrachtiging zelfs nog onzekerder.

Er moet nog iets in ogenschouw worden genomen. In een onzer aanhalingen werd gezegd dat de Niceaanse geloofsbelijdenis „zoals ze in uitgebreide vorm op het concilie van Constantinopel (381) werd goedgekeurd, . . . de belijdenis [is] van het Christelijke Geloof.” Werd nu bij deze gelegenheid ten slotte officiële bekrachtiging verleend? Wanneer wij ons wederom tot onze katholieke autoriteit wenden, lezen wij daar: „Het eerste concilie van Constantinopel (het tweede algemene concilie) werd in mei 381 door keizer Theodosius bijeengeroepen, . . . om de Niceaanse geloofsbelijdenis te bekrachtigen, . . . en de voorzitter was Miletus van Antiochië [wederom niet de paus]; . . . Volgens Photiusg keurde paus Damasus ze goed, doch wanneer deze paus zijn goedkeuring hechtte aan enig deel van het concilie, zou dit alleen de eerder genoemde geloofsbelijdenis hebben kunnen zijn.”h

Oprechte katholieken en protestanten vragen zich wellicht af: Wie bekleedde in het geval van deze allerbelangrijkste „christelijke” geloofsbelijdenis de positie van „paus,” Sylvester I, de aldus door de Katholieke Kerk officieel aangestelde persoon, of Constantijn, wereldlijk heerser van Rome en kort daarvoor pas „tot het christendom bekeerd”? Onmiskenbaar wijst alles, ook deze katholieke autoriteit, op Constantijn. Constantijn, niet Sylvester riep het concilie bijeen; Constantijn, niet Sylvester was er de voorzitter van; Constantijn, niet Sylvester vaardigde de decreten uit. Sylvester was er zelfs niet eens aanwezig. Voorts moet niet onopgemerkt blijven dat toen Constantijn dit deed, hij de titel voerde welke sindsdien voor de pausen gereserveerd is gebleven, die van „Pontifex Maximus.”i

Gezien de achtergrond, doen alle belijdende christenen er goed aan de Niceaanse geloofsbelijdenis met achterdocht te beschouwen. Dit te meer wanneer de daarop gegronde leer een onbevooroordeeld onderzoek krijgt in het licht van Jehovah Gods geïnspireerde Woord, de bijbel. Alle waarheidszoekers zullen er door deze zorgvuldige analyse van overtuigd worden dat de Niceaanse geloofsbelijdenis buiten het door Jezus’ apostelen, waaronder Petrus, verklaarde goede nieuws valt en daardoor onderworpen wordt aan de vloek of het „anathema” dat Paulus in Galaten 1:8 (NW) uitsprak: „Doch ook al zouden wij of een engel uit de hemel u iets als goed nieuws bekendmaken buiten hetgeen wij u als goed nieuws hebben bekendgemaakt, hij zij vervloekt.”

[Voetnoten]

a De Catholic Encyclopedia, uitgave van 1913, deel XI blz. 49.

b Idem, deel XII, blz. 269.

c Idem, deel XII, blz. 269.

d Idem, deel XIV, blz. 370.

e Idem, deel XI, de bladzijden 44, 45.

f Idem, deel XIV, blz. 371.

g Photius (omstreeks 815 geboren) die zich het patriarchaat in 857 wederrechtelijk toeëigende, werd afgezet, hersteld en weer afgezet en in 886 geëxcommuniceerd. Hoewel de katholieke autoriteiten hem als een „vroege vader” beschouwen, wordt hij ook als een sektariër beschouwd en als zodanig verantwoordelijk gesteld voor het ten slotte in 1043-58 voltrokken schisma.

h Idem, deel IV, blz. 308.

i Idem, deel XII, blz. 270.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen