Een Jamaïcaanse schooljongen onderwijst zijn vrienden
● „Ziet er derhalve scherp op toe dat gij niet als onwijze maar als wijze personen wandelt, de gelegen tijd voor u zelf uitkopende, daar de dagen boos zijn.” Dat zij die op deze vermaning van Paulus in Efeze 5:15, 16 (NW) achtslaan, hiervoor gezegend worden, blijkt uit de volgende ervaring van een Jamaïcaanse schooljongen: „Ik zit op de H.B.S., waar ook godsdienstonderwijs wordt gegeven. Tijdens mijn eerste les in deze klas kwam het onderwerp der drieëenheid ter sprake. Onmiddellijk staken enkele leerlingen hun hand op en zeiden de onderwijzer dat ik een van Jehovah’s getuigen was en niet in een drieëenheid geloofde. Er werd mij gevraagd hiervan uitleg te geven en ik stond dus op en toonde uit de bijbel aan waarom Jehovah’s getuigen niet in de drieëenheidsleer geloven. De leerlingen waren er zo van overtuigd dat ons standpunt juist was, dat toen de leraar de drieëenheid trachtte te verdedigen en daarbij als hulp een katholieke publikatie gebruikte, de leerlingen hem uitlachten. Hij was ontsteld en zond allen de klas uit. Na afloop verklaarde ik hem dat dat katholieke boek ongefundeerd was, terwijl de bijbel authentiek was. Daarop zei hij tot mij: ’Wanneer je mij in de toekomst iets hoort zeggen dat in strijd is met de bijbel, moet je het me laten weten en dan zal ik het je laten uitleggen aan de leerlingen.’”