Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w57 15/8 blz. 380-383
  • Laten wij niet afgunstig op elkaar zijn

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Laten wij niet afgunstig op elkaar zijn
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1957
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • EEN DODELIJKE ZONDE
  • EEN BEROEP OP EIGENBELANG
  • LIEFDE IS NIET JALOERS
  • WEEST OP UW HOEDE VOOR JALOEZIE
  • Liefde overwint onjuiste jaloezie
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1995
  • Wat u moet weten over jaloezie
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1995
  • Laat je geest niet vergiftigen door jaloezie
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2012
  • Jaloers, jaloezie
    Hulp tot begrip van de bijbel
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1957
w57 15/8 blz. 380-383

Laten wij niet afgunstig op elkaar zijn

EEN belangrijk kenmerk van christelijke rijpheid is, dat men zich in de successen van anderen kan verheugen. Jaloers te zijn is een teken van onrijpheid, en wanneer niet allen in een christelijke gemeente geestelijk rijp zijn, kan zich het probleem van afgunst of jaloezie voordoen. Het kan echter door de kracht van Gods geest worden overwonnen. Zo schreef een van Christus’ apostelen: „Laten wij, indien wij door geest leven, ook door geest ordelijk blijven wandelen. Laten wij niet egoïstisch worden, wedijver bij elkaar aanwakkeren en afgunstig op elkaar zijn.” — Gal. 5:25, 26, NW.

Wat is afgunst eigenlijk precies? Het is in wezen een uiting van zelfzucht, van te veel eigenliefde. Het openbaart zich doordat men ontevreden is of wrokt wanneer het iemand anders goed gaat. De jaloerse persoon wenst dit voor zich zelf en is dus gebelgd over het succes van een ander. Wanneer hij geen succes heeft, wil hij ook niet dat een ander het heeft. Afgunst is onverholen geuite zelfzucht.

Afgunst manifesteert zich op vele verschillende manieren. Meestal kan men zich niet over een anders succes verheugen. Een jaloers mens zit vol afgunst, hij kan zich niet met anderen tezamen ergens over verheugen. Hij leeft niet in overeenstemming met het bijbelse bevel: „Verheugt u met hen die zich verheugen; ween met hen die wenen” (Rom. 12:15, NW). Een jaloers mens is niet gelukkig en hij maakt anderen ongelukkig. Het is een marteling voor hem om van iemand op wie hij afgunstig is, iets goeds te zeggen. Hij schuwt eigenlijk de persoon op wie hij afgunstig is, hetgeen tot een andere uiting van afgunst leidt.

Dit is koelheid. De jaloerse persoon is koel en onvriendelijk tegenover hem op wie hij afgunstig is. Hoewel hij die het onderwerp van de afgunst is, deze koele houding aanvoelt en zich zelfs extra inspant om vriendelijk te zijn, mist het zijn uitwerking. De afgunstige heeft de deur van zijn hart gesloten. Het is wreed, maar „jaloezie is wreed als het graf.” — Hooglied 8:6, RS.

EEN DODELIJKE ZONDE

Het is o zo gevaarlijk afgunstig te zijn. Het is te vergelijken met een geïnfecteerde wond. De infectie breidt zich uit en vormt een voedingsbodem voor verdere infectie. Het veroorzaakt allerlei soorten van spanning en verdeeldheid in een christelijke gemeente. Het staat wel vast dat een zelfzuchtige, jaloerse geest, die een ander iets misgunt, aan het werk gaat door de persoon op wie hij afgunstig is, vaak en graag te kleineren. Hij maakt graag opmerkingen tegen een ander om de persoon op wie hij afgunstig is, naar beneden te halen, want de afgunstige heeft de neiging alleen maar dat te prijzen waarin hij nog beter is; dat waar een ander hem in overtreft, keurt hij af of kleineert hij. Aldus toont de afgunstige dat hij zeer onevenwichtig is: „Wie zijn evenmens afbreekt, is niet verstandig.” — Spr. 11:12, KB.

Het is zeer ernstig wanneer er in een christelijke gemeente afgunst voorkomt. Wanneer hij op wie men afgunstig is, een dienaar in de gemeente is, kan de bekendmaking van het goede nieuws hierdoor belemmerd worden. Waarom? Omdat de jaloerse persoon niet ten volle en van harte met hem op wie hij afgunstig is, samenwerkt. Hij geeft zich niet geheel en al. Hij plaatst Gods werk niet boven zijn persoonlijke oogmerken. Wanneer men de afgunst geen paal en perk stelt, kan ze infecterend blijven voortgroeien. Het kan haat verwekken en haat weer twist. Het is een waar woord dat er ’waar naijver en twist is, wanorde en allerlei verachtelijks’ is. — Jak. 3:16, NW.

Er zijn maar weinig dingen welke de menselijke geest en betrekkingen tussen broeders en zusters onderling grondiger vergiftigen dan een geest van afgunst. Het is zeer interessant eens op te merken welke plaats bijbelschrijvers jaloezie hebben gegeven in de rij van ondeugden en fouten. Toorn en jaloezie met elkaar vergelijkend, zei de wijze koning Salomo: „Gramschap is wreed en toorn is overstelpend, maar wie zal voor jaloersheid bestaan?” (Spr. 27:4, NBG). Toorn is als een stortvloed. Inderdaad, alles bezwijkt voor een vlaag van toorn, maar wanneer ze is uitgewoed, komt er toch ook wel weer een periode van verlichting. Jaloezie is echter verpletterend. Het is als het onophoudelijk druppen van water op een steen. Het houdt nooit op, het blijft maar doorgaan, en zoals een machtige steen zelfs niet blijft bestaan onder het eindeloze gedrup van water, is het voor een mens ondraaglijk met een jaloerse medemens om te gaan. Er is geen verademing.

Zo was er ook geen tijdelijke verademing voor Abel. Zijn broer Kaïn was afgunstig op hem. De rechtvaardige Abel werd door Jehovah God gezegend en Kaïn niet. Zijn jaloezie ging over in haat; zijn haat verwekte twist en dit leidde tot moord. Jaloezie is een dodelijke zonde. Wanneer men haar niet overwint, leidt ze tot vernietiging, want „naijver, vlagen van toorn, wedijver, verdeeldheid, sekten, bittere afgunst” zijn alle „werken van het vlees.” Over deze werken verklaart deze apostel van Christus nadrukkelijk: „Met betrekking hiertoe waarschuw ik u, zoals ik u reeds gewaarschuwd heb, dat wie dergelijke dingen bedrijven, Gods koninkrijk niet zullen beërven.” — Gal. 5:19-21, NW.

EEN BEROEP OP EIGENBELANG

Hoe kan iemand jaloezie overwinnen? Louter eigenbelang zou hem hier eigenlijk al toe moeten drijven. Het is wel zo dat eigenliefde jaloezie doet ontbranden, maar wanneer een christen werkelijk begrijpt waar jaloezie toe leidt en hoe vernietigend ze kan zijn, zal zuiver eigenbelang hem er toe kunnen aanzetten ’alle zedelijke verdorvenheid en alle bedrog en huichelachtigheid en bittere afgunsten weg te doen.’ — 1 Petr. 2:1, NW.

Een weldenkende christen wil niet naar de wereld terugkeren. Waarom dan wel naar wereldse praktijken? Zegt de bijbel niet: „Ook wij waren eens zinneloos, ongehoorzaam, misleid, slaven van verscheidene begeerten en genoegens, levend in kwaadaardigheid en bittere afgunst, hatelijk en elkander hatend” (Titus 3:3, NW). De Duivel zou alle christenen maar wat graag weer naar de oude wereld terugleiden, want, dat zou hun eeuwige dood betekenen. Wie jaloers is, schenkt Satan een bruggehoofd doordat hij de werken der duisternis doet. De bijbel geeft ons het bevel: „Laten wij daarom de werken die tot de duisternis behoren, afleggen en laten wij de wapenen des lichts aandoen. Laten wij als bij dag in goed gedrag wandelen, niet in brasserijen en dronkemanspartijen, niet in ongeoorloofde gemeenschap en losbandig gedrag, niet in twist en jaloezie.” — Rom. 13:12, 13, NW.

Vervolgens is het in ons eigen belang bezien vanuit het standpunt der fysieke gezondheid. Thans weet men dat verkeerde soorten emoties zoals jaloezie en zorgen lichamelijk of fysiek ongemak kunnen veroorzaken en het lichaam dus schade berokkenen. Gods Woord zegt: „Een gezond hart is leven voor het lichaam; maar afgunst verteert het gebeente” (Spr. 14:30, Belg. PB). Iemand die werkelijk belang stelt in zijn eigen geestelijke en lichamelijke welzijn, zal jaloezie willen overwinnen.

LIEFDE IS NIET JALOERS

Er is iets zeer krachtigs waarmee men afgunst kan overwinnen: Liefde. „De liefde is niet afgunstig” (1 Kor. 13:4, NW). Liefde kent geen jaloezie en voelt geen afgunst. Liefde drijft jaloezie uit. Zie eens naar Jonathans liefde voor David. Jonathan was koning Sauls oudste zoon en zou zijns vaders troon hebben geërfd, maar Jehovah gaf het koningschap aan David. Van menselijk standpunt uit bezien, zou Jonathan eigenlijk razend jaloers op David hebben moeten zijn. Hij was dit echter niet, en waarom niet? Omdat er een grote liefde tussen hen beiden bestond. De liefde had elke vorm van jaloezie uitgebannen.

Uit christelijke liefde plaatst men God en zijn organisatie boven zich zelf. Sommige broeders en zusters in een gemeente zijn nu eenmaal begaafder dan anderen. Zij hebben misschien van nature bepaalde bekwaamheden en uitingen van Gods geest welke anderen niet bezitten. Men dient daarop niet afgunstig te zijn, want zij zijn een gave van Christus aan de gemeente. Deze „gaven in mensen” worden „met het oog op het opleiden der heiligen tot het bedieningswerk” geschonken (Ef. 4:7-12, NW). Wat dus te doen wanneer een ander bekwaamheden bezit welke u nog niet hebt of misschien nooit zult hebben? Wees blij. Wees blij omdat deze begiftigden bijdragen tot de opbouw van de gemeente en tot haar uitrusting voor de bediening. Trek dus voordeel van dergelijke begaafde broeders. Verheugt u in de diensten welke zij kunnen verrichten. Verheugt u met hen in hun successen. Ze werden de gemeente geschonken opdat u er profijt van zou trekken en niet om er afgunstig op te worden.

Indien wij naar hen kijken die meer begiftigd zijn dan wij zelf, speciaal die van onze eigen leeftijd, kunnen wij gemakkelijk last krijgen van vlagen van afgunst en jaloezie. Ware, christelijke liefde is echter sterk en zuiver genoeg om dergelijke verschillen in begaafdheid te verdragen, evenals de bevoorrechten er desondanks toch vriendelijk en nederig door blijven. „De liefde is niet afgunstig, ze snoeft niet, wordt niet opgeblazen.” — 1 Kor. 13:4, NW.

Liefde voelt geen afgunst. Liefde spoort iemand er toe aan, wat voor gevolgen bekwaamheden van anderen voor iemands eigen positie mogen hebben, ze op prijs te stellen. Indien u denkt aan de opbouw van Gods organisatie zult u zich niet zo van u zelf bewust zijn. De werkelijk rijpen verheugen zich over het grotere succes van anderen, ook al wordt dit op hun eigen terrein behaald.

Trek, wanneer een christelijke gemeente voor studie bijeenkomt, voordeel van de door uw broeders en zusters gegeven commentaren. Wees niet afgunstig op hen. En welke houding dient u aan de dag te leggen wanneer er zijn die in juister en uitdrukkingsvoller bewoordingen commentaar kunnen geven? Bezie dit dan als iets wat voor u zelf en de gemeente nuttig is. Houd uw geest op de geuite gedachte gericht, of u nu luistert of zelf commentaar geeft. Beschouw de gedachten niet als iets van een bepaalde persoon afkomends, maar als iets onpersoonlijks, iets waar allen profijt van kunnen trekken. Wanneer uw geest zich volledig met de gedachte bezighoudt, zal er geen plaats zijn voor afgunst ten opzichte van hem die de gedachte onder woorden heeft gebracht.

Wat dient onze reactie te zijn wanneer sommige broeders of zusters het goede nieuws doeltreffender prediken dan anderen? Wees blij. Wees blij voor hen. Wees blij voor de organisatie.

Afgunst vormt een belemmering voor Gods werk. Zo kan bijvoorbeeld een broeder of zuster in een gemeente uitzonderlijk ijverig zijn. Op nabezoeken richt hij of zij de ene studie na de andere op en zijn of haar geïnteresseerden zijn sneller Koninkrijksverkondigers dan enige andere geïnteresseerde in de gemeente. Sommige broeders en zusters zien deze prachtige ijver en doeltreffendheid en wanneer zij dit met hun eigen ijver en doeltreffendheid vergelijken, krijgen zij een onprettige gewaarwording. Zij worden afgunstig. Zij gaan de ijverige bijvoorbeeld zonder consideratie behandelen en geven hem of haar niet meer de benodigde hulp. Dergelijke afgunstige personen zijn onevenwichtig. Zij plaatsen zich zelf boven Gods organisatie. Het dringt niet tot hun door dat christenen niet met elkaar wedijveren. Rijpe christenen proberen niet te ontdekken wie de ijverigste of de beste openbare spreker is, wie het mooiste commentaar kan geven of de meeste lectuur verspreidt. „Laten wij” daarom „niet egoïstisch worden, wedijver bij elkaar aanwakkeren en afgunstig op elkaar zijn” (Gal. 5:25, 26, NW). Laten wij elkaar liever „aanmoedigen, en dat te meer naarmate gij de dag ziet naderen.” — Hebr. 10:25, NW.

WEEST OP UW HOEDE VOOR JALOEZIE

Jaloezie is zo’n verachtelijke, beschamende emotie, dat zij die jaloers zijn het aan zich zelf niet eens graag bekennen dat zij er aan lijden. Hun eigen geweten veracht en verafschuwt jaloezie misschien wel. Waarom worden ze dan toch jaloers? Dikwijls omdat zij er niet voor op hun hoede zijn. Afgunst is sinister. Het kan in iemands geest binnensluipen zonder dat men zich er van bewust is. Men hoeft niet tot zich zelf te zeggen, „Ja, ik ben jaloers op die persoon,” voordat men zijn afgunst laat blijken. U weet dat uitingen van jaloezie koelheid, onvriendelijkheid, en het kleineren van anderen zijn. Wanneer u deze uitingen op een bepaald ogenblik in u zelf ontdekt, blijf er dan eens bij stilstaan en denk er over na. Denk er diep genoeg over na om alle jaloeziewortels die, zonder dat u zich er bewust van bent geweest, in uw geest vruchtbare bodem hebben gevonden, er uit te trekken. Jezus zei: „Weest op uw hoede voor elke soort van begerigheid.” — Luk. 12:15, NW.

U kunt waken tegen jaloezie door „de oude persoonlijkheid, die zich naar uw vroegere gedragslijn voegt,” weg te doen, en „de nieuwe persoonlijkheid . . ., die volgens Gods wil in ware rechtvaardigheid en liefderijke goedgunstigheid werd geschapen,” aan te doen (Ef. 4:22-24, NW). Deze juiste, vriendelijke geesteshouding is het goede wapen. In Romeinen 12:16 (NW) staat: „Leg ten aanzien van anderen dezelfde geest aan de dag als ten aanzien van u zelf.” U misgunt u zelf ook niet een bepaalde bekwaamheid of succes. Misgun dan ook anderen niet waar u zich in u zelf over zou verheugen of wat u in u zelf op prijs zou stellen. Werkelijk, „leg ten aanzien van anderen dezelfde geest aan de dag als ten aanzien van u zelf.”

Weest verder op uw hoede voor jaloezie door, zoals de apostel zegt, „niets . . . uit naijver of uit egoïsme [te doen], maar met nederigheid des geestes beschouwend dat de anderen aan u superieur zijn” (Fil. 2:3, NW). Dit betekent niet dat een christen geringschattend met anderen over zijn eigen bekwaamheden moet spreken en zich zelf altijd naar beneden moet halen. Dit is geen oprechte nederigheid; meestal is het alleen maar verkapte ijdelheid. Wat de apostel echter wel bedoelt, is, dat een christen naar het betere en hogere dient te streven en dat hij zich zelf geheel buiten beschouwing dient te laten, „met nederigheid des geestes beschouwend dat de anderen aan u superieur zijn.” Evenals liefde beschermt ook ware nederigheid u tegen afgunst.

Niemand is gebaat bij afgunst. De Duivel was afgunstig op Jehovah, en hij zal alles verliezen. Afgunst leidt tot iemands vernietiging. Waarom zullen wij dus afgunstig op elkaar zijn? Zelfs nu reeds verkeren de afgunstigen in een droevige toestand: zij worden niet alleen gemarteld door de moeilijkheden welke de oude wereld met zich brengt, maar eveneens door al het goede dat anderen ten deel valt. Wat een ellendig bestaan! Laten wij daarom niet afgunstig op elkaar zijn. Toon echte rijpheid. Verheug u met hen die zich verheugen. Moedig anderen tot grotere successen in Jehovah’s dienst aan. Dat is ware christelijke liefde.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen