Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w56 1/11 blz. 494-500
  • Het bewaren van rechtschapenheid

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Het bewaren van rechtschapenheid
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1956
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • VOORBEELDEN VAN EEN RECHTSCHAPEN GEDRAG
  • HOE BELANGRIJK HET IS RECHTSCHAPEN TE ZIJN IN AL ONS DOEN EN LATEN
  • ’Oordeel, o Jehovah!’
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1956
  • Hulpmiddelen ter voorkoming dat men zijn rechtschapenheid verliest
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1955
  • Handhaaf uw persoonlijke rechtschapenheid
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1963
  • Waarom moeten we rechtschapen blijven?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2008
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1956
w56 1/11 blz. 494-500

Het bewaren van rechtschapenheid

„Wie zal klimmen op den berg van Jehovah, en wie zal staan in de plaats zijner heiligheid?” — Ps. 24:3.

1, 2. (a) Waarom heeft Jehovah de kwaaddoeners zo lang laten bestaan? (b) Welk verband bestaat er tussen de rechtvaardiging van Jehovah en het thans rechtschapen blijven van zijn getuigen?

JEHOVAH zou zijn vijanden, waaronder het gehele menselijke geslacht, reeds lang geleden hebben kunnen vernietigen omdat zij hun rechtschapenheid hebben prijsgegeven en tegen hem in opstand zijn gekomen. Ontelbare bloedige daden staan er op de bladzijden der geschiedenis opgetekend en van slechts enkele personen kan gezegd worden dat zij uit deze duistere achtergrond naar voren zijn getreden als mensen die de wereld niet waard was. Het menselijke geslacht heeft zijn voortbestaan alleen te danken aan Jehovah’s grote barmhartigheid en verdraagzaamheid; terzelfder tijd is er in deze periode ruimschoots gelegenheid geweest om de mensen op hun rechtschapenheid te beproeven en de kleine kudde van hen die niet van de wereld zijn en de duizenden personen van de grote schare der „andere schapen” bijeen te vergaderen. Het ligt in Jehovah’s voornemen vóór het einde der wereld nog een machtig getuigenis te laten geven ten aanzien van zijn naam, want dit werd voorschaduwd door zijn optreden jegens de Farao van het antieke Egypte. Deze heerser was een afbeelding van Satan de Duivel, ’s mensen grootste vijand, de god van deze wereld of dit samenstel van dingen. Jehovah gaf hem bij monde van Mozes te kennen: „Ik had nu mijn hand reeds kunnen uitstrekken om u en uw volk met de pest te slaan opdat gij van de aarde weggevaagd zoudt worden. Maar hiertoe heb ik u juist laten bestaan, om u mijn macht te tonen en ten einde mijn naam op de gehele aarde te laten bekendmaken.” — Ex. 9:15, 16, NW.

2 God stond volkomen in zijn recht toen hij besloot de tenuitvoerlegging van het oordeel over zijn vijanden tot zijn bestemde tijd uit te stellen. Wie zou hem hierom kunnen kritiseren? „Indien God nu, ofschoon hij de wil heeft zijn gramschap te demonstreren en zijn macht bekend te maken, met veel lankmoedigheid de vaten der gramschap, die voor vernietiging geschikt waren gemaakt, heeft verdragen, opdat hij de rijkdommen van zijn heerlijkheid mocht bekendmaken over vaten der barmhartigheid, die hij van tevoren heeft bereid tot heerlijkheid, namelijk, ons, die hij niet alleen uit het midden der joden maar ook uit het midden der natiën heeft geroepen wat is er dan op aan te merken?” (Rom. 9:22-24, NW) Wij zijn blij over de ons betoonde onverdiende goedgunstigheid en het is ons een vreugde anderen hiervan op de hoogte te stellen, nu het in deze korte tijd nog mogelijk is (2 Petr. 3:15). In zijn naderbijkomende oorlog te Armageddon zal Jehovah alle wereldse natiën wegvagen en hierdoor na 6000 jaar ten slotte zijn heilige naam rechtvaardigen. Wij kunnen met hem samenwerken in het verwezenlijken van zijn voornemen door zijn naam en machtige daden vreugdevol over de gehele aarde bekend te maken; aldus kunnen wij onze rechtschapenheid handhaven. — Rom. 10:13, NW.

3. Welke drie duurzame en sympathieke hoedanigheden zullen de rechtschapenen jegens hun God en al zijn gehoorzame schepselen aan de dag leggen?

3 Daar Jehovah ter wille van zijn goede voornemens gewillig veel smaad heeft verdragen, is het om dezelfde reden passend dat ook wij volharden en onze rechtschapenheid handhaven. Het is alleen maar redelijk dat wij onze God trouw blijven, want aan wie anders zouden wij trouw kunnen zijn? Wie anders zou die trouw waard zijn of verdienen? Bij Jehovah kan niemand worden vergeleken, niemand bezit zijn hoedanigheden en heeft zo’n liefdevol voornemen, niemand heeft zoveel voor ons gedaan. Bezitten wij de hoedanigheden om trouw te zijn, om rechtschapen te blijven? In het verleden hebben wij beloofd onze rechtschapenheid te bewaren, en daar waren goede en voldoende redenen voor, maar thans zijn deze redenen even steekhoudend. Het is thans evenzeer mogelijk onze rechtschapenheid te bewaren als in andere tijden. Mocht er soms enige twijfel in uw geest rijzen, bedenk dan eens: Waar ben ik vandaan gekomen? Waarom heb ik mij eigenlijk op deze weg begeven? (Hebr. 2:1; 10:32) Jehovah heeft u nog nimmer in de steek gelaten en heeft u elke keer wanneer u zich oprecht tot hem wendde, uitgeholpen. Blijf hem in gebed aanroepen; toon hem dat uw toewijding aan hem oprecht is, en hij zal u bevrijden. Dit is onze beproevingstijd, thans wordt ons lot bepaald. Wie de oude wereld dienen, zullen bij haar einde en vernietiging teleurstelling ontmoeten; wie liefde betonen voor, vertrouwen stellen in en hoop koesteren op de nieuwe wereld van Jehovah’s makelij, zullen, omdat zij rechtschapen blijven, juichend in haar vreugden en zegeningen delen.

4-6. (a) Hoe wordt in Jehovah’s eerste gebod en in de toepassing er van aangetoond dat het noodzakelijk is rechtschapen te blijven? (b) Hoe in zijn tweede gebod? (c) En in zijn derde?

4 In Gods wet zijn juiste gedragsregels of beginselen vastgelegd welke in zijn Woord worden toegelicht ten aanzien van de juiste toepassing er van. Zo luidt bijvoorbeeld het eerste gebod van zijn aan het oude Israël gegeven grondwet: „Ik ben Jehovah uw God, die u uit het land Egypte, uit het slavenhuis, heb gebracht. Gij moet nooit enige andere goden voor mijn aangezicht hebben” (Ex. 20:2, 3, NW). Jezus licht in zijn rede toe hoe dit gebod toegepast dient te worden: „Niemand kan een slaaf zijn van twee meesters; want, of hij zal de een haten en de ander liefhebben, of hij zal de een aanhangen en de ander verachten. Gij kunt geen slaven van God en van de Rijkdom zijn” (Matth. 6:24, NW). In de volgende verklaringen is van verdere toepassingen sprake: „Gij werdt met een prijs gekocht; houdt er mee op slaven van mensen te worden” (1 Kor. 7:23, NW). „Kinderkens, hoedt u voor afgoden.” — 1 Joh. 5:21, NW.

5 In het tweede gebod wordt Gods dienstknechten het verbod opgelegd een gesneden beeld te maken, zich hiervoor te buigen of zich er toe te laten verleiden het te dienen, omdat Jehovah een God is die exclusieve toewijding verlangt. Toen Satan Jezus verzocht zich voor hem te buigen of een daad van aanbidding jegens hem te verrichten, haalde deze bij zijn weigering dit gebod aan (Matth. 4:8-10). Jezus’ apostelen Petrus en Johannes beriepen zich op dit gebod toen zij weigerden zich aan het Sánhedrin te onderwerpen, dat hen verbood over Jezus te spreken, want zij antwoordden: „Beslist zelf, of het in Gods ogen rechtvaardig is, naar u meer te luisteren dan naar God. Maar wat ons betreft, wij kunnen niet ophouden met spreken over hetgeen wij hebben gezien en gehoord” (Hand. 4:19, 20, NW). Zij hielden vast aan hun rechtschapenheid.

6 In het derde gebod staat: „Gij moet de naam van Jehovah, uw God, niet op onwaardige wijze opnemen, want Jehovah zal degene die zijn naam op onwaardige wijze opneemt, niet ongestraft laten” (Ex. 20:7, NW). Jezus paste dit gebod als volgt toe: Hij zei dat wij Jehovah’s naam niet in onze beloften en eden moeten betrekken om vervolgens te liegen of niet overeenkomstig de waarheid te wandelen, omdat wij dan valselijk zouden zweren of mijneed zouden plegen. Israëls godonterende valse droomprofeten deden dat door valselijk in Jehovah’s naam te profeteren, hetgeen in hun vernietiging resulteerde (Jer. 23:16-32). In Gods heilige Bericht staan nog andere overeenkomstige voorbeelden opgetekend, opdat zijn dienstknechten hierdoor op het juiste pad geleid zouden worden. — Ps. 119:105.

VOORBEELDEN VAN EEN RECHTSCHAPEN GEDRAG

7. Welke drie voorbeelden van personen die in de oudheid rechtschapen zijn gebleven, hebben thans treffende tegenhangers?

7 Van de vele voorbeelden van mensen met een rechtschapen gedrag kunnen wij met veel nut aan drie zeer bekende personen terugdenken, en wel aan, 1. Jozef, die rechtschapen bleef doordat hij weigerde overspel te plegen met Potifars vrouw (Gen. 39:7-12), 2. de drie Hebreeën, die weigerden zich voor Nebukadnezars gouden beeld op de vlakte van Dura te buigen, ook al werden zij met verbranding in een vurige oven gedreigd (Dan. 3:4-6, 16-18) en 3. Daniël, die weigerde zijn voorrecht om tot Jehovah te bidden, op te geven, al zou hij hierdoor ook volgens de Medo-Perzische wet in een leeuwenkuil worden geworpen (Dan. 6:7-10). Uit deze voorbeelden blijkt hoe zij die hun rechtschapenheid bewaarden, Jehovah’s woord altijd respecteerden en gehoorzaamden. Jehovah’s getuigen doen dit in deze tijd eveneens, zoals overvloedig blijkt uit het in de geschiedenis opgetekende bericht en de verslagen welke zich in de rechtbanken bevinden.

8. Op welke praktische manieren kunnen zij die hun rechtschapenheid handhaven thans voortdurend toenemen in geloof, hoop en liefde?

8 De Schepper heeft liefdevol in overvloedig veel waarborgen en in genoeg instructies voorzien om te voorkomen dat wij onze rechtschapenheid zouden verliezen. Een zulker hulpmiddelen is de persoonlijke en gemeentelijke bestudering van Gods Woord, de bijbel. Wat is dat Woord Gods een schatkamer van geestelijke rijkdommen! De daarin geboden raad voldoet in alle zich voordoende situaties, bij alle moeilijkheden of problemen. Om in het geleidelijk sterker wordende licht van de bijbel te kunnen blijven wandelen, moeten wij hem met behulp van de op theocratische wijze verschafte studiehulpmiddelen bestuderen. Dit tijdschrift en soortgelijke publikaties zijn voorzieningen van Jehovah’s tafel, het zou dus zeer ondankbaar zijn wanneer wij zulke voorzieningen zouden negeren of verachten (Luk. 12:33-37; Matth. 24:45-47). Door van deze voorzieningen gebruik te maken, sterken wij ons geloof, vergroten wij onze hoop en stimuleren wij de groei der liefde. Denk nimmer dat u te veel geestelijk voedsel per week krijgt. De broeders en zusters op het hoofdbureau van het Wachttorengenootschap te Brooklyn besteden gewoonlijk meer dan tien uur per week aan het deelnemen aan vergaderingen en het luisteren naar Gods Woord. Daarbij komt hun persoonlijke studie nog. Hoort u Gods Woord vijf uur of minder en studeert u daarbij persoonlijk bovendien nog erg weinig? Wij winnen aan kracht wanneer wij het geestelijke voedsel op juiste wijze tot ons nemen, of zoals Jesaja het uitdrukte: ’Die Jehovah verwachten, zullen de kracht vernieuwen; zij zullen opvaren met vleugelen, gelijk de arenden; zij zullen lopen, en niet moede worden; zij zullen wandelen, en niet mat worden.’ — Jes. 40:31.

9. Hoe kunnen wij de goede raad van Paulus aan Timotheüs toepassen ten einde onze rechtschapenheid te kunnen handhaven?

9 Welke raad gaf de bejaarde Paulus de jeugdige Timotheüs, die Jehovah’s kudde moest blijven hoeden? Hij zeide hem zich zelf te blijven toeleggen op het lezen in het openbaar, het vermanen, het onderwijzen; hij moest hierover diep nadenken en er geheel door in beslag worden genomen, opdat zijn vooruitgang voor allen zichtbaar zou zijn (1 Tim. 4:13-15, NW). Aldus zullen wij noch inactief noch onvruchtbaar zijn ten aanzien van de nauwkeurige kennis van Jezus Christus en het verrichten van goede werken (2 Petr. 1:3, NW). Omdat Petrus en Johannes in Jezus’ omgeving hadden verkeerd en door hem waren onderwezen, konden zij een uniek getuigenis afleggen voor de joodse Hoge Raad (Hand. 4:13, 14). Stefanus, één en al geloof en heilige geest, bracht de vijanden van het goede nieuws door zijn kennis in verwarring; zij konden niet op tegen de wijsheid en de geest waarmede hij sprak (Hand. 6:5, 10, NW). Onze bijbelstudies zijn opbouwend omdat de deelnemers hebben gestudeerd. Een openbare lezing over Jehovah’s koninkrijk is stimulerend, nuttig en leerzaam omdat elke spreker die een toewijzing daartoe heeft ontvangen, er veel over heeft nagedacht en door zijn studie veel tijd aan de voorbereiding heeft besteed. De broeders en zusters komen naar de vergadering om iets te geven, niet alleen maar om iets te ontvangen. Het gebeurt wel dat een gastvrouw veel tijd besteed aan het bereiden van stoffelijk voedsel, maar het is niet nodig een overdadig maal aan te rechten of aan de in de oude wereld gebruikelijke ontspanning deel te nemen. Martha’s zuster Maria, die verkoos geestelijke kennis tot zich te nemen, werd door Jezus geprezen, omdat zij het beste deel had gekozen. — Luk. 10:38-42, LV.

10, 11. (a) Waarom en op welke wijze zijn de grote vergaderingen van Jehovah’s getuigen noodzakelijke hulpmiddelen om rechtschapen te blijven? (b) Waarom is een juist gebed tot Jehovah nog een ander noodzakelijk hulpmiddel?

10 Een belangrijk hulpmiddel om te voorkomen dat men zijn rechtschapen gedrag zal prijsgeven, zijn de grote christelijke vergaderingen. Jehovah gebood de mannen van het Israël uit de oudheid niet alleen de wekelijkse bijeenkomsten te bezoeken, maar eveneens driemaal per jaar op de door hem uitgekozen plaats voor hem te verschijnen. Heel vaak kwam het gehele gezin mee om te aanbidden. Wat werd er met die vergaderingen beoogd? In Deuteronomium 31:12 (NW) wordt de volgende toelichting gegeven: „Roep het volk bijeen, de mannen, vrouwen en kleinen en uw tijdelijke inwoner die binnen uw poorten is, opdat zij mogen luisteren en opdat zij mogen leren, daar zij Jehovah uw God moeten vrezen en er zorg voor moeten dragen alle woorden van deze wet te volbrengen.” Alle grote vergaderingen, hetzij de plaatselijke, de nationale of de internationale bijeenkomsten, zijn voor Jehovah’s getuigen — mannen, vrouwen en kinderen — en alle pas-geïnteresseerde personen van goede wil bestemd. Wij zijn hier bij elkaar om naar Jehovah’s woord te luisteren, hieruit te leren, het te vrezen en te gehoorzamen. Paulus gaf de raad: „Laten wij op elkander letten ten einde tot liefde en juiste werken aan te sporen, terwijl wij het vergaderen niet nalaten, zoals sommigen de gewoonte hebben, maar laten wij elkander aanmoedigen, en dat te meer naarmate gij de dag ziet naderen.” — Hebr. 10:24, 25, NW.

11 Een andere voorziening welke Jehovah heeft getroffen om ons te helpen rechtschapen te blijven, is het voorrecht tot hem te mogen bidden. Alle getrouwe dienstknechten van God hebben hiervan gebruik gemaakt en zullen dit ook blijven doen. Zonder het gebed zouden wij de overwinning over onze tegenstander de Duivel onmogelijk kunnen behalen. Wij dienen echter wel te bedenken dat het gebed alleen dan verhoord wordt, wanneer het oprecht is en in de naam van Jezus tot Jehovah wordt opgezonden. Wij dienen te bidden dat Jehovah’s naam wordt geheiligd, dat zijn koninkrijk komt en dat zijn wil op aarde wordt gedaan zoals in de hemel. Jezus heeft duidelijk aangegeven dat wij allereerst hierom moeten bidden (Matth. 6:9-13, NW). Welke aardse regeerder zou onmiddellijk openstaan voor uw persoonlijke aangelegenheden, welke hij wellicht onbeduidend acht? Geen een. ’De oogen van Jehovah zijn op de rechtvaardigen, zijn ooren luisteren naar hun hulpgeroep’ (Ps. 34:16, OB). Laten wij daarom lovend en dankend tot God komen en ons hart voor hem uitstorten ten behoeve van anderen — waaronder allereerst Hij zelf, Zijn op de troon geplaatste Koning en Zijn toegewijde volk en ten slotte voor ons zelf. Jakobus schreef hierover: „De smeekbede van een rechtvaardig mens heeft, wanneer in oprechtheid opgezonden, veel kracht” (Jak. 5:16, NW, marge). Wij kunnen Jehovah om zijn heilige geest, om wijsheid en inzicht, vergeving en verlossing en om de noodzakelijke stoffelijke dingen vragen. Paulus schreef dienaangaande: „Wordt over niets verontrust, maar laten bij alles uw smekingen door gebed en smeekbeden tezamen met dankzegging bij God bekend worden” (Fil. 4:6, NW). „Beter een arme, die in zijn rechtschapenheid wandelt, dan iemand die kromme wegen bewandelt, al is hij dan ook rijk.” — Spr. 19:1, AT.

12. Welk aandeel heeft Jehovah’s geest van liefde bij het bewaren van onze rechtschapenheid?

12 Opdat wij voor hem aanvaardbaar kunnen blijven, heeft God ons eveneens zijn geest gegeven. Het is „geen geest van lafhartigheid . . ., maar die van kracht, liefde en een gezond verstand” (2 Tim. 1:7, NW). In dit oude samenstel van dingen hebben de mensen geen gezond verstand, men kent er geen liefde, en rechtschapenheid is ver te zoeken, en dat nog wel nu de Rechter der gehele aarde de mensen op grond van deze hoedanigheden oordeelt (Jes. 28:16, 17). In de oude wereld is het vaak een kwestie van wie gij kent en niet van wie gij zijt; vaak nemen zaken- of beroepsmoraal de plaats van gewone eerlijkheid in. Jehovah heeft zich echter in zijn Woord geopenbaard als de personificatie van ware liefde; hij heeft ons getoond hoe liefde en niet zelfzuchtigheid het leidende beginsel in zijn organisatie is. Wanneer wij God liefhebben, dienen wij derhalve onze broeders en zusters lief te hebben; hoe kunnen wij God, die wij niet hebben gezien, immers liefhebben wanneer wij onze broeders en zusters, die wij kunnen zien, niet liefhebben? Door liefde worden wij onverbrekelijk en innig met God en zijn organisatie verbonden, waardoor wij anderen, wier eeuwige welzijn ons ter harte gaat, willen dienen. Johannes schreef hierover: „Want de liefde voor God betekent dat wij zijn geboden nakomen; en toch zijn zijn geboden geen drukkende last” (1 Joh. 5:3, NW). Natuurlijk zijn ze geen drukkende last, ze zijn juist voor ons welzijn, en wanneer wij ze onderhouden, zullen wij thans reeds vele zegeningen smaken en ten slotte eeuwig leven ontvangen. „Op deze wijze is de liefde bij ons volmaakt, dat wij vrijheid van spreken mogen hebben in de dag des oordeels, . . . Er is in liefde geen vrees, maar volmaakte liefde werpt vrees buiten, want vrees legt een beperking op. Ja, hij die vreest, is in liefde niet volmaakt gemaakt” (1 Joh. 4:17, 18, NW). De nu meer dan een half miljoen actieve Koninkrijksverkondigers, dat wil zeggen zij die Jehovah’s koninkrijk geregeld bekendmaken, geven er blijk van Gods geest van liefde te bezitten, doordat zij de vrees voor mensen en de Duivel tot nu toe reeds hebben overwonnen en er behagen in scheppen rechtschapen te blijven wandelen.

13-15. (a) Welke niet noodzakelijke gewoonten kunnen wij na overdenking beperken ten einde ’de onze door God gegeven bediening nauwgezet te volbrengen’? (b) Welke goede gewoonten kunnen wij met het oog hierop activeren en stimuleren?

13 Het is er thans de tijd niet naar dat iemand zich te veel in beslag laat nemen door de zorgen van dit leven, dat hij gebukt gaat onder onnodig drukkende lasten. Het is er de tijd niet naar eens van het pad van het zich getrouw van zijn plichten kwijten, af te dwalen, en een andere weg in te slaan. Verwaarloos Jehovah’s dienst niet doordat u te veel in beslag wordt genomen door het stoffelijke, zoals werelds werk, het gezinsleven of persoonlijke genoegens. Gods toorn zal over u ontvlammen wanneer u begint af te dingen omdat u het aardse hoger aanslaat dan het hemelse. De luxe van het ogenblik, zoals het laatste model bromfiets of auto, hebt ge niet nodig om getrouw voor de Nieuwe-Wereldbelangen te kunnen zorgdragen. Veel wat in deze oude wereld goed genoemd wordt, kan een strik voor onze Nieuwe-Wereldactiviteit worden. Doordat wij in plaats hiervan de ons door God gegeven opdracht ter harte nemen en een hemelse schat vergaren door anderen te helpen in de Nieuwe-Wereldmaatschappij te komen, brengen wij de schriftuurlijke raad voor Gods dienstknechten in praktijk: „Gij echter, bewaar in alles uw evenwicht, lijd kwaad, verricht zendingswerk, volbreng uw bediening nauwgezet.” — 2 Tim. 4:5, NW.

HOE BELANGRIJK HET IS RECHTSCHAPEN TE ZIJN IN AL ONS DOEN EN LATEN

14 Het gehele leven van een christen, in al zijn facetten, is bij het bewaren van rechtschapenheid betrokken. In alles moeten wij loyaal en gehoorzaam zijn. Voormalig ongehoorzame kinderen hebben er altijd een harde dobber aan gehad gehoorzaamheid te leren. Hoe belangrijk is het dan een goed geweten te hebben en zich door Gods geest en niet door de ingeving van het vlees te laten leiden! Petrus vermaande ons: „Behoudt een goed geweten, zodat zij juist in datgene waarin gij wordt tegengesproken, beschaamd mogen worden die met geringschatting over uw goede gedrag in verband met Christus spreken. Want het is beter te lijden omdat gij goeddoet, indien de wil van God het wenst, dan omdat gij kwaad doet” (1 Petr. 3:16, 17, NW). Bedenk wel dat het nimmer makkelijk is geweest rechtschapen te blijven, en de Duivel en zijn horden zullen het ons nu zelfs nog moeilijker maken omdat hun tijd kort is. „Laat u niet overwinnen door het kwade, maar blijft het kwade overwinnen met het goede.” — Rom. 12:21, NW.

15 „Doet de volledige wapenrusting Gods aan opdat gij kunt vaststaan tegen de kuiperijen van de Duivel; want wij hebben geen strijd tegen bloed en vlees, maar tegen de regeringen, tegen de autoriteiten, tegen de wereldheersers dezer duisternis, tegen de goddeloze geestelijke krachten in de hemelse gewesten” (Ef. 6:11, 12, NW). Wij hebben niet te strijden tegen menselijke schepselen of menselijke regeringen. De regeerders van alle landen dienen nu zo langzamerhand te weten dat Jehovah’s getuigen er geen belangstelling voor hebben de bij andere mensen berustende politieke macht tot zich te trekken of die door een andere te vervangen. Jehovah’s Christus is reeds de Koning van zijn Nieuwe Wereld, en de politieke regeerders dezer aarde zullen dat ter zijner tijd maar al te goed merken (Openb. 11:15-18, NW). Ons werk is, Jehovah’s koninkrijk onder Christus aan te kondigen en de mensen van goede wil te bevrijden uit de strik van Satan en zijn goddeloze geesten, evenals ook wij door Jehovah’s waarheid zijn bevrijd (Ps. 117; Joh. 8:31, 32, NW). Alleen op deze wijze kunnen godvrezende personen, evenals wij, hun rechtschapenheid handhaven.

16, 17. (a) Hoe worden de onzichtbare maar uitermate krachtige vijanden van Jehovah’s volk thans voortdurend overwonnen? (b) Van welke invloed is het handhaven van onze rechtschapenheid in Jehovah’s Nieuwe-Wereldmaatschappij op ons?

16 Daar wij, toen wij ons aan God hebben opgedragen, zijn overeengekomen het Lam, Jehovah’s tot de troon verheven Koning der nieuwe wereld, te volgen, kunnen wij onder zijn leiding de oude wereld en de goddeloze overwinnen. Door getrouw te zijn en rechtschapen te blijven, verschaffen wij Jehovah het antwoord waarmee hij Satans boosaardige uitdaging teniet kan doen — het antwoord waar Satan niet tegenop kan, waardoor wordt bewezen dat hij een valse beschuldiger is. „Hiertoe werd de Zoon van God geopenbaard, namelijk, om de werken van de Duivel te verbreken.” „En zij overwonnen hem [Satan, de valse beschuldiger van Christus’ broeders] wegens het bloed des Lams en wegens het woord van hun getuigenis, en zij hadden hun ziel niet lief, zelfs niet in weerwil van het gevaar des doods.” „En dit is de overwinning waarmede de wereld is overwonnen, ons geloof.” — 1 Joh. 3:8; Openb. 12:11; 1 Joh. 5:4, NW.

17 Maar van welke invloed is ons rechtschapen gedrag op onze verhouding met onze broeders en zusters? Jehovah geeft de dienaren in een gemeente die bereid zijn de leiding te nemen in de dienst en de zorg voor Jehovah’s schapen, thans speciale voorrechten en verantwoordelijkheden (Hand. 20:28, NW). Rijpe verkondigers kunnen anderen in de van-huis-tot-huis-bediening helpen door hen mee te nemen, door hun te tonen hoe zij moeten prediken en hen tot mede-getuigen op te leiden. De mannen zullen bovendien hun vrouw trouw blijven, en omgekeerd (Ef. 5:33, NW). Rechtschapen ouders zullen hun kinderen eveneens leren en onderwijzen rechtschapen te zijn. „Kinderen, weest gehoorzaam aan uw ouders in eendracht met de Heer, want dit is rechtvaardig: ’Eert uw vader en moeder’; wat het eerste gebod is met een belofte.” — Ef. 6:1, 2, NW.

18, 19. Welke verantwoordelijkheden en voorrechten hebben wij als rechtschapen personen dagelijks ten opzichte van de zogenaamde buitenstaanders, of zij nu onvriendelijk of vriendelijk zijn?

18 Welke invloed zal onze rechtschapenheid voorts op ons contact met de wereldse mensen hebben? Wij hebben de opdracht ontvangen allen goed te doen en niemand onrecht aan te doen (1 Thess. 5:15, NW). Naarmate het einde der wereld nadert, dient ons predikings- en onderwijzingswerk zoveel mogelijk geïntensiveerd te worden. Dit betekent dat wij de mensen in hun huis, aan hun deur of waar maar ook — buiten en binnen gevangenismuren — uit de bijbel moeten voorlezen. Dat Jehovah zijn volk ook thans in de leeuwenkuil beschermt, blijkt uit de standvastige houding van de getuigen die in kampen waar zij dwangarbeid moeten verrichten hun rechtschapenheid handhaven. Zij zijn daar gelukkig omdat zij ter wille van de rechtvaardigheid worden vervolgd. Zij klagen niet, omdat de geest der heerlijkheid, ja, de geest Gods, op hen rust (1 Petr. 4:13-17, NW). Hoe vaak leugens ook herhaald worden of hoe hoog de leugenachtige propagandavloed ook moge worden, het woord Gods kan niet uit hun geest en hart worden weggewist. Hun van vuur brandend geloof kan door geen hersenspoeling worden geblust, want zij zullen alle ongehoorzaamheid bestraffen wanneer hun eigen gehoorzaamheid is volbracht (2 Kor. 10:3-6, NW). Wij zijn niet besluiteloos, doch krachtig en verstandig weerstaan wij Satans intimidatiemethoden (1 Petr. 5:6-11, NW). Wij, die fysiek vrij zijn, verkeren echter in groter gevaar dan onze duizenden broeders en zusters die gevangen zitten, hoe vreemd het ook moge klinken (Hebr. 13:3, NW). Laten wij toe dat onbenullige dingetjes inbreuk maken op ons werk? Verontschuldigen wij ons? Er moet oogstwerk worden verricht, een strijd worden gestreden! (Pred. 11:4). Looft Jehovah dus dagelijks. Laten wij de gelegen tijd dagelijks uitkopen, omdat de dagen boos zijn. — Ef. 5:16, NW.

19 Wie rechtschapen blijft, heeft reine handen en een zuiver hart omdat hij de waarschuwing als een getrouwe wachter voortdurend laat weerklinken (Ezech. 3:17-19). Hij kan met de getrouwe David uit de oudheid zeggen: ’Bij de valsaards zit ik niet neder, met de huichelaars ga ik niet om; ik haat het gezelschap der boosdoeners, en bij de goddelozen zit ik niet neer. Ik was mijn handen in onschuld, en maak den omgang om uw altaar, o Jehovah, terwijl ik luide een loflied doe horen, en al uw wonderen vertel. Jehovah, ik heb lief de stede van uw huis, de woonplaats van uw heerlijkheid’ (Ps. 26:4-8, NBG). De oprechten weten dat Jehovah’s pad een sterkte voor hen is. Hij is een schild voor hen die in rechtschapenheid wandelen. Zij worden er door beschermd en tot eeuwig leven geleid (Spr. 10:29; 2:7; 11:3; Ps. 25:21, KJ). Alleen zullen Satan en zijn aftakelende organisatie trachten ons er van te weerhouden tot rijpheid voort te gaan en de overwinning te behalen. Jehovah’s profeten uit de oudheid hebben volharding getoond en waren getrouw. Met hen jubelen Christus Jezus, zijn apostelen en de andere getrouwe vroege christenen ons toe ’Blijft rechtschapen!’ Thans voegen onze broeders uit deze tijd, die onder zware vervolgingen volharden, hier voortdurend hun stem bij, en ook zij dringen er bij ons op aan onze rechtschapenheid te bewaren! Jehovah’s machtige onzichtbare en zichtbare organisatie staat gereed ons te helpen onze rechtschapenheid te handhaven.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen