Jezus en de joden
Waarom struikelden de joden negentien eeuwen geleden over Jezus? Waarom is hij thans een zelfs nog groter struikelblok voor hen? Welke feiten ontsluiten de voor dit onderwerp reeds zo lang gesloten geesten?
JEZUS kon water in wijn veranderen. Hij kon de wind doen bedaren, de golven kalmeren en over het water lopen. Hij kon duizenden met enkele broden en vissen voeden. Hij kon kreupelen en melaatsen genezen, blinden ziende maken en doven doen horen. Hij kon zelfs de doden weer tot leven roepen.
Hij kon de joodse natie echter niet bekeren.
Dat verwachtte hij ook niet. Hij wist dat Jesaja had voorzegd dat hij „een steen des aanstoots en tot een rotssteen der struikeling den twee huizen van Israël” zou zijn. Gods woord zou niet krachteloos worden gemaakt. Hij verwachtte verworpen, vervolgd en ter dood gebracht te worden. — Jes. 8:14.
Desondanks wist Jezus toch duizenden en nog eens duizenden afzonderlijke joden van het judaïsme tot het christendom te doen overgaan. Het christendom rust op een joods fundament; alle apostelen en de vroege discipelen van Jezus waren joden. Alhoewel de meerderheid van deze joodse christenen afkomstig was uit de nederiger volkslagen, waren velen van hen voormalige schriftgeleerden, priesters en Farizeeën (Hand. 6:7; 15:5). De joodse karaktertrekken zijn niet veranderd. Indien destijds raskenmerken duizenden hunner er niet van weerhielden Jezus te aanvaarden, kan men nu niet terecht zeggen dat deze kenmerken er de oorzaak van zijn dat de hedendaagse joden Jezus Christus verwerpen. Hoe komt het dat zo vele joden hem toen aannamen, maar zo weinigen thans?
Toen verrichtte hij wonderen welke de christenen van thans niet kunnen nadoen. Ze waren indrukwekkend, gigantisch en grote scharen werden er door getrokken, maar Jezus legde niet de nadruk op wonderen. Door wonderen boezemt men ontzag in, wekt men verbazing en trekt men de aandacht, maar het verwerven van een nauwkeurige kennis heeft bekering tot gevolg, hervormt de geest en verandert de persoonlijkheid, zodat een oude denkwijze en vroegere gedragingen worden vervangen door een nieuwe christelijke gedachtengang en dienovereenkomstige daden. Doordat er thans meer profetieën in vervulling zijn gegaan dan in Jezus’ dagen, is er thans meer kennis welke gepredikt kan worden voorhanden dan toentertijd, wat dient op te wegen tegen het onvermogen thans wonderen te verrichten. — Rom. 12:2; Kol. 3:9; Spr. 4:18.
Waarom nemen thans, wanneer de joodse aard niet is veranderd en er in deze tijd meer kennis voorhanden is, welke een grotere kracht bezit dan wonderen om een duurzame bekering te bewerkstelligen, zo weinig joden Jezus aan? Is er soms iets gebeurd in de tijd tussen Jezus’ dood en onze tijd, waardoor deze grotere weerstand om Jezus als de Messias te aanvaarden, verklaard kan worden? Ja.
GRUWELEN IN DE MIDDELEEUWENa
Gedurende deze periode beheersten de rooms-katholieken West-Europa. Zij legden de joden verdrukkende beperkingen op. De joden konden slechts bepaalde beroepen uitoefenen, geen grondbezit hebben, en werden door de Katholieke Kerk officieel als „verraders” gebrandmerkt. Zij werden gedwongen en masse in getto’s te leven, welke zij overdag mochten verlaten maar waarin zij bij het vallen der avond weer terug moesten, wanneer een „christelijke” bewaker de enige gettopoort sloot. Zij waren verplicht de gele jodenlap te dragen, waarover de Dominicaanse priester Pater Constant schreef: „Hoe was het anders mogelijk de vreemde metgezel die de christen door de barmhartige gastvrijheid der kerk was opgedrongen, niet uit het oog te verliezen? Sedert het grote verraad op de berg Golgotha heeft de geest van Iskariot het joodse geslacht verpest. Door elk jodenhart vloeit verradersbloed.”
Joodse kinderen moesten katholiek religieus onderricht volgen en iedere week kreeg een katholieke onderwijzer de opdracht theologie te onderwijzen in de synagogen. De joden werden van vele valse en bespottelijke dingen beticht; zo zeiden de priesters bijvoorbeeld dat wanneer er rode zwammen op de bij de communie gebruikte hostie verschenen, de joden die hadden doorstoken, dat zij Christus wederom hadden gedood en de hostie deden bloeden. De joden werden er eveneens van beschuldigd katholieke kinderen te doden en hun bloed te gebruiken voor de pascha-viering. Als een bosbrand grepen deze beschuldigingen om zich heen onder het katholieke grauw en dreven hen tot gruwelijke uitbarstingen tegen de joden. Hele joodse gemeenschappen werden van de kaart weggevaagd, duizenden joden op de brandstapel gebracht en de straten van de getto’s zagen rood van het bloed.
Dit alles werd in de naam van Jezus gedaan. Men deed het om de dood van Jezus te wreken. De joden werd het ultimatum gesteld; de dwangdoop te ondergaan of gedood te worden. Hun kinderen werden bij hen weggestolen en gedoopt, waarna de ouders hen nooit weer terugzagen. Duizenden joden werden met geweld gedoopt, waardoor zij alleen maar naamchristenen werden, terwijl duizenden anderen weigerden en een marteldood stierven. Wanneer de joden hoorden dat de kruisvaarders er aan kwamen, doodden zij vaak eerst hun kinderen en daarna zich zelf. Zij die dit niet deden, werden onder de hoeven van de paarden van deze wrede, ruwe plunderaars vertreden, met het zwaard ter dood gebracht of in hun huis of synagoge levend verbrand. Uit vele berichten blijkt dat de joden de marteldood stierven met de woorden „De Here, onze God, is één Heer” op hun lippen, als protest tegen de onschriftuurlijke drieëenheidsleer dat Jezus God is. Ten onrechte werden de joden beschuldigd van deicide of godmoord.
Tijdens de Spaanse Inquisitie maakte men bij de vervolging der joden wijd en zijd gebruik van de openbare brandstapel, auto-dafé of geloofsdaad genaamd, en een historicus schrijft: „Drie eeuwen lang was Europa getuige van het verschrikkelijke schouwspel van de ten hemel stijgende rook van verkoolde onschuldige slachtoffers.” Duizenden joden stierven aldus en deze duivelse gruweldaad werd als een geloofsdaad voorgesteld! Welk geloof zou zulke daden gebieden? Stellig niet het geloof dat werd overgeleverd door Jezus Christus, de zachtmoedige en nederige, die er een voorstander van was iemand de andere wang toe te keren, die niet alleen zei geen moord te begaan maar ook zelfs niet toornig te worden. Toch is de geschiedenis van de middeleeuwen een walgelijk bloedbad, dat onder onschuldige personen werd aangericht door hen die hierdoor Jezus beweerden te dienen! In zijn naam beroofden, plunderden, vermoordden, verbrandden en vernietigden zij honderdduizenden personen, alleen maar omdat zij joden waren. Welk een ongerijmde, duivelse godslastering!
In onze tijd heeft een katholieke theoloog getracht de handen der kerk van dit bloed schoon te wassen door te zeggen dat in het geval van de inquisitie de staat de vonnissen voltrok. Maar deze kerk redeneerde niet aldus door de joden die eeuwen later leefden, van hun verantwoordelijkheid voor Jezus’ dood vrij te spreken, door te zeggen dat de Romeinse soldaten Christus aan de paal hadden genageld. In beide gevallen zetten de religieuze leiders de staat tot deze moordpartij aan. Ook waren het niet alleen de katholieken die deze gruwelen tegen de joden begingen. Maarten Luther noemde de joden in een van zijn werken ’leugenaars, bloedhonden, vergiftige otters, kwaadaardige slangen, Satanskinderen,’ en verklaarde dat hij wanneer hij de macht zou bezitten, hun geleerden zou bijeenbrengen en hen ’onder bedreiging van het uitrukken van hun tong’ tot het belijden van de christelijke leer zou brengen. Men gruwt bij het lezen van zulke menselijke ontaarding. Naarmate de schijnbaar eindeloze bladzijden vol gruwelen zich ontvouwen, verstijft men van afgrijzen en duizelt de geest onder de goddeloze invloed van zulk een onmenselijke haat.
GEEN REDEN TOT STRUIKELEN
Kunt u het de joden kwalijk nemen dat zij de naam Jezus verafschuwen wanneer die zogenaamde „christenen” hem vertegenwoordigden? Wanneer hun bekeringspogingen uitingen waren van ware zendingsactiviteit, kunt u de joden dan veroordelen wanneer zij gruwen van de uitdrukking zendeling of missionaris? Sedert Jezus’ tijd zijn er in de naam van Jezus en onder het mom van zendingsactiviteit eeuwenlang golven van vervolging, foltering en dood over de joden gespoeld. Dit maakt het grote verschil uit tussen de joden in Jezus’ dagen en die van thans; daarom aanvaardden afzonderlijke joden hem destijds griffer dan thans.
Het joodse volk is schandelijk vervolgd en in een verkeerd daglicht geplaatst. De joodse man die wel het meest in een verkeerd daglicht is geplaatst, is Jezus! En juist door hen die beweren hem te dienen en namens hem te spreken, maar die er door hun vruchten blijk van geven tot het zaad van de Satan te behoren (Matth. 7:20; Joh. 8:44). Hoe zou ook maar één intelligente persoon die slechts één bladzijde van Jezus’ woorden in een der Evangeliën heeft gelezen, daarna nog kunnen denken dat de religieuze moordenaars van de middeleeuwen Christus Jezus vertegenwoordigden? Bracht hij ook maar ooit valse beschuldigingen in tegen de joden, zette hij het grauw tegen hen op of liet hij hen een dwangdoop ondergaan? Wanneer heeft hij een jood op de brandstapel gebracht omdat die hem niet als de Messias aanvaardde? Op grond van welke bespottelijke gedachtenkronkel kan er dan worden gezegd dat zij die dit wel deden, in Jezus’ voetstappen traden? In onze tijd hebben heel wat mensen dezelfde gruwelen jegens de joden begaan. Wie is vergeten hoe Hitler heeft getracht het joodse geslacht uit te roeien? Hij was ook rooms-katholiek en is ondanks verschillende daartoe gedane verzoeken nimmer geëxcommuniceerd, terwijl het algemeen bekend was dat hij het Heilige Roomse Rijk weer trachtte op te richten, een rijk dat gekenmerkt zou worden door de door Hitler weer wakker geroepen jodenvervolgingen en pogingen tot hun liquidatie.
In geen enkel opzicht is zulk een duivelse haat tot Jezus terug te voeren. Hij was een jood, betoonde de joden liefde, beperkte zijn prediking tot hen, genas de kwalen van velen, vergaf velen hun zonden en legde zijn leven zowel voor hen als voor anderen af. De Jezus van de bijbel verschilt hemelsbreed van die welke de orthodoxe religiën der christenheid leren. Wanneer de joden er toe gebracht kunnen worden dit verschil eens aan een onderzoek te onderwerpen en hierover meer te vernemen, zullen vele valse theorieën waardoor Jezus voor hen zulk een steen des aanstoots is geworden, verdwijnen. Hun reden om aanstoot te nemen zal verschrompelen. Zij zullen Jezus zien zoals hij was en is, niet zoals valse christenen hem voorstellen.
WAAROM DE JOODSE NATIE JEZUS HEEFT VERWORPEN
Maar waarom nam de joodse natie in haar geheel Jezus eeuwen geleden dan niet aan? Zij zagen hem toch zoals hij was? Zij hadden toch geen vertekend beeld van hem zoals de joden thans? Waarom hebben zij hem dan als de Messias verworpen? Toentertijd verzetten de joden zich halsstarrig tegen het Romeinse bestuur en zuchtten onder het Romeinse juk. Zij zagen uit naar een Messias die als een grote militaire figuur de Romeinse macht zou breken en het juk van de joodse nekken zou rukken. Jezus voldeed niet aan deze verwachtingen, deze hoop. Zij waren in hem teleurgesteld en zijn spreken over onderdanigheid aan Rome mishaagde hen. Hij ontmaskerde de huichelarij van de joodse religieuze leiders, hetgeen hen eerst prikkelde en ten slotte zo in woede deed ontsteken dat zij zijn dood verlangden. Als een niet tegenstrevend lam werd hij ter slachting geleid.
Vele profetieën in de Hebreeuwse Geschriften voorzeiden de komst van de Messias. Neem bijvoorbeeld deze Messiaanse profetie eens: „Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst; der grootheid dezer heerschappij en des vredes zal geen einde zijn op den troon van David en in zijn koninkrijk, om dat te bevestigen, en dat te sterken met gericht en met gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid toe.” En deze: „Verder zag ik in de nachtgezichten, en ziet, er kwam Een met de wolken des hemels, als eens mensen zoon, en Hij kwam tot den Oude van dagen, en zij deden Hem voor Denzelven naderen. En Hem werd gegeven heerschappij, en eer, en het Koninkrijk, dat Hem alle volken, natiën en tongen eren zouden; Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die niet vergaan zal, en Zijn Koninkrijk zal niet verdorven worden.” — Jes. 9:5, 6; Dan. 7:13, 14.
De joden verwachtten als een vervulling van deze profetieën een Messias die een zegevierend aards koninkrijk zou vestigen dat tot in de eeuwigheid zou blijven. Maar zij zagen het volgende belangrijke punt over het hoofd: Er was voorzegd dat de Messias twee maal zou komen. De eerste maal zou hij als een offer voor gehoorzame mensen sterven, en daarna zou hij verschijnen als de regerende koning over een eeuwige regering. In hun verlangen, van het juk van Rome bevrijd te worden en in politiek opzicht onmiddellijk verhoogd te worden, zagen zij de noodzaak van de eerste tegenwoordigheid over het hoofd en hadden slechts oog voor de glorierijke tweede tegenwoordigheid. Zij zagen uit naar een Messias die op de wolken des hemels zou komen en een eeuwige aardse regering zou vestigen. In plaats daarvan kwam hij op een ezelinneveulen binnenrijden en gaf hun de raad zich onder het Romeinse juk te buigen!
Hoe onaantrekkelijk voor die joden! Zij konden terecht van hem zeggen, „Hij had geen gedaante noch heerlijkheid; als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben,” en zij konden er aan toevoegen, „Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht.” Dat de joden bij de eerste komst van de Messias zulke gevoelens met betrekking tot hem zouden hebben, was in het drieënvijftigste hoofdstuk van Jesaja voorzegd, en dit hoofdstuk laat verder zien hoe die Messias als een lam ter slachting geleid zou worden ’als hij Zijn ziel tot een schuldoffer gesteld zal hebben’ en wanneer hij ’velen rechtvaardig zal maken, omdat Hij hun ongerechtigheid zal dragen.’ Zoals Jehovah had gezegd, zou hij pas na deze eerste komst en smadelijke dood als een schuldoffer wederkomen in eeuwige koninkrijksmacht: „Daarom zal ik Hem een deel geven van velen, en Hij zal de machtigen als een roof delen, omdat Hij Zijn ziel uitgestort heeft in den dood, en met de overtreders is geteld geweest, en Hij veler zonden gedragen heeft, en voor de overtreders gebeden heeft.”
Bij zijn eerste komst deed Jezus dus Zacharia 9:9 in vervulling gaan: „Verheug u zeer, gij dochter Zions! juich, gij dochter Jeruzalems! Ziet, uw Koning zal u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland; arm, en rijdende op een ezel, en op een veulen, een jong der ezelinnen.” Ook deed hij Jesaja hoofdstuk 53 in vervulling gaan, waar werd gesproken over een offerandelijke dood, dat hij veracht, gehaat en met zondige overtreders gelijkgesteld zou worden.
Bij zijn tweede tegenwoordigheid komt hij op de wolken of met een onzichtbaar, hemels koningschap bekleed, en dan wordt hem door Jehovah een eeuwige heerschappij gegeven, welke alle gehoorzame mensen vrede en gerechtigheid zal brengen. Dan zullen Jesaja 9:5, 6 en Daniël 7:13, 14 in vervulling gaan, bij zijn tweede tegenwoordigheid dus en niet bij de eerste zoals de joden negentien eeuwen geleden ten onrechte verwachtten. Wanneer zouden anders de profetieën van Jesaja hoofdstuk 53 en Zacharia 9:9 in vervulling zijn gegaan, indien hij destijds zijn eeuwige koningschap had aangenomen? De joden keken toentertijd naar de verkeerde tekenen uit, naar de verkeerde tegenwoordigheid van de Messias, vandaar dat zij Jezus niet als de Messias herkenden. Desondanks herkenden duizenden afzonderlijke joden hem toch, namen hem aan en vormden de eerste christenen. Thans kunnen joodse mensen en anderen de tekenen zien welke Jezus voor zijn tweede tegenwoordigheid heeft voorzegd, want die tijd is thans aangebroken.
HOE THANS GETUIGENIS TE GEVEN AAN DE JODEN
Toen de apostel Paulus aan personen getuigenis gaf, paste hij zijn woorden aan hun noden, aan hun gezichtspunt aan. Hij was hun achtergrond gedachtig. Hij zeide: ’Voor de joden ben ik een jood geworden, opdat ik de joden mocht gewinnen,’ en voegde er aan toe: „Ik ben voor alle soorten van mensen alle dingen geworden, opdat ik met alle middelen enkelen mocht redden.” Zo dienen wij dus te denken aan de verkeerde opvattingen welke de joden van Jezus hebben op grond van in het verleden en in het heden geuite leugens en in zijn naam begane gruwelen, waardoor hij in een verkeerd daglicht is geplaatst. Wij dienen dit verkeerde beeld uit te wissen en de schijnchristenen aan de kaak te stellen. Zet de twee komsten uiteen en dat de joodse natie Jezus negentien eeuwen geleden heeft verworpen omdat zij naar de verkeerde komst uitkeken. Laat zien welke profetieën Jezus bij zijn eerste komst vervulde en welke thans bij zijn tweede tegenwoordigheid in vervulling gaan. Zet uiteen dat Abraham, Izak, Jakob en Mozes spoedig weer in het land der levenden zullen zijn, doordat zij opgewekt zullen worden om als vorsten op de nieuwe aarde te dienen en de lang geleden aan hen gedane beloften te beërven. Schilder welke gezegende toestanden er dan onder de mensen zullen heersen, de eenheid, de gezondheid, het geluk en het eeuwige leven voor allen die gehoorzaam zijn. — 1 Kor. 9:20, 22, NW.
De joodse religieuze leiders van vroeger eisten dat Jezus ter dood gebracht zou worden, waardoor zij dachten Jehovah God een dienst te bewijzen, en terecht heeft Jezus Jesaja’s woorden op hen van toepassing gebracht: „Gij huichelaars, Jesaja heeft passend over u geprofeteerd, toen hij zeide: ’Dit volk eert mij met hun lippen, hun hart is evenwel ver van mij verwijderd. Tevergeefs blijven zij mij achting betonen, omdat zij geboden van mensen als leerstellingen onderwijzen’” (Matth. 15:7-9, NW; Jes. 29:13). In het verleden en in het heden hebben zogenaamde christenen joden en anderen in de naam van Jezus vervolgd en gedood en daarbij gedacht God een dienst te bewijzen, en ook op hen zijn de bovenaangehaalde woorden van Jesaja van toepassing. Vele duizenden gewone mensen, joden, hebben Jezus lang geleden aangenomen en honderdduizenden van het gewone volk nemen hem in deze tijd van zijn tweede tegenwoordigheid aan.
Praat met de joden over Jezus. Vermijd het onderwerp niet. Toon echter dat u zich het joodse standpunt kunt indenken, wis het verkeerde beeld dat vroegere en hedendaagse valse-religieaanhangers, kruisvaarders en inquisiteurs hebben gevormd, uit. Praat echter met de joden over Jezus, tracht de oorzaak voor de aanstoot weg te nemen. ’Er is in niemand anders redding, want er is geen andere naam onder de hemel die onder de mensen is gegeven, waardoor wij gered moeten worden.’ — Hand. 4:12, NW.
[Voetnoten]
a Het materiaal van dit gedeelte is voornamelijk geput uit hoofdstuk 3 van Anti-Semitism Throughout the Ages door graaf Heinrich Coudenhove-Kalergi.