De communistische leiders vrezen de bijbelse waarheid
ZAL HET MEEST GELEZEN BOEK TER WERELD ONDANKS HET SOWJETVERBOD BLIJVEN BESTAAN?
DE WAARHEID vindt zijn oorsprong bij JEHOVAH. Hij spreekt een woord en nimmer keert het onvervuld tot hem terug. Leugens vinden hun oorsprong niet bij hem, want ’het is onmogelijk dat God zou liegen.’ Leugens zijn er in overvloed en ze zijn goedkoop, evenwel zijn ze niet duurzaam. Naarmate de tijd verstrijkt, vervagen de door mensen gevormde denkbeelden, menselijke redeneringen en leugens en verdwijnen in het niet, maar de ’waarheid van Jehovah staat tot in eeuwigheid!’ „Uw woord is waarheid,” zeide Jehovah’s getrouwe Zoon, Christus Jezus. Ook heeft Jezus tot de in hem gelovende joden gezegd: „Gij zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken.” Voor deze waarheid, welke in de bijbel staat opgetekend, zijn de Russische leiders nu bevreesd. — Jes. 55:11; Hebr. 6:17-20, NW; Psalm 117; Joh. 17:1-17; 8:31, 32, NW.
„Er is geen God,” beweerden de leiders van het sowjet-communisme met nadruk toen zij na 1917 begonnen te regeren over miljoenen aardbewoners, welke in de loop der jaren tot miljarden zouden aangroeien (Ps. 14:1; 2:1-12). Ten einde te bewijzen dat zij het wel zonder God konden stellen, was een der eerste daden van hun nieuw opgerichte staat de bijbel, het meest gelezen boek ter wereld, onder een verbod te plaatsen.
„Sedert het begin der bolsjewistische revolutie zijn de enige nieuwe bijbels die men in Rusland heeft gezien, enkele exemplaren welke van buiten af het land zijn binnengesmokkeld — en dan merendeels in vreemde talen,” luidde een in december van het afgelopen jaar uitgegeven bericht van de redacteur buitenlands nieuws van United Press. Hij voegde er aan toe: „Sedert de revolutie is een bijbel — hoe versleten en gescheurd hij ook moge zijn — een dierbaar bezit voor vele Russische gezinnen.”
De sowjetleiders hebben nu sinds 1917 bijna veertig jaar lang de tijd gehad om te tonen hoe hun theorieën over de regering in de praktijk zouden opgaan; en naarmate de jaren vervlogen, is er een berg van bewijsmateriaal tegen die dictators opgestapeld waaruit blijkt dat zij God-haters zijn, dat zij de mensen haten die het verkiezen de Almachtige God met geest en waarheid te aanbidden; ja, die sowjetleiders hebben bewezen oppervlakkig en onredelijk te zijn, een steeds grotere begerigheid aan de dag te leggen, zinneloos onderdrukkend, wrede heersers en in de naam van hun „staat” zelfs gewetenloze moordenaars te zijn. Zij hebben weliswaar getracht veel op grote schaal over een uitgestrekt gebied van deze kleine aarde tot stand te brengen. En glimlachend, gnuifend en zich verkneuterend pochen zij thans trots op hun verrichtingen, op hun daden waardoor zij zich zelf hebben vooruit geholpen, waardoor zij hun god, hun buik, hebben gediend! — Fil. 3:19.
Ten koste van wie hebben zij dit alles „tot stand gebracht,” deze „vooruitgang” geboekt? Hoogst zelden vangen wij maar een glimp op van wat er achter het „ijzeren gordijn” gebeurt. Maar bij stukjes en beetjes vormen die glimpjes een geheel. Enkele maanden geleden schreef een Nederlandse correspondent:
„Onder de grote steden der Sowjet-Unie zal men verscheidene zeer omvangrijke gemeenschappen nimmer genoemd vinden. De reizigers bezoeken Leningrad, Moskou, Kiew, Odessa, Tasjkent. Maar wie kent de naam Workoeta, in het Verre Noorden van Europees Rusland, op de kaart ten Zuid-Oosten van Nova Zembla; of Norilsk in Noord-West-Siberië; of de namen Karaganda en Iwdjel? Toch hebben wij hier te doen met omvangrijke barakkensteden. De bevolking van Workoeta wordt geschat op 120.000 mannen en vrouwen, die van Norilsk op 400.000, die van Karaganda op 150.000.”
Dit zijn enkele der vele Russische werk- en strafkampen, waar ongewenste personen te werk worden gesteld. Hier laat het goddeloze communisme zijn slavenwerk verrichten. Deze mensen zijn geenszins allen krijgsgevangenen; honderdduizenden van hen zijn geboren Russen, die het geen al te groot kwaad vonden zelf een beetje te denken en dit vervolgens onder woorden te brengen. Miljoenen van hen bevinden zich hier, en hun straf is, in de mijnen te werken, land te ontginnen, kleine dorpjes te bouwen waar de communistische regering gewenstere burgers zich laat vestigen, die het communistische regime zullen ondersteunen en bevorderen. Zelfs Rusland kan al zijn gevangenen niet eeuwig geknecht houden. Van tijd tot tijd keren er nu enkele krijgsgevangenen uit deze Russische kampen terug naar landen waar een grotere vrijheid bestaat. Door wat zij vertellen, kunnen wij ons een veel duidelijker beeld vormen van het leven dat miljoenen mensen in zulke barakkensteden leiden.
Maar wat wij schrijven staat in verband met het meest gelezen boek — met hen die oprecht belangstellen in de bijbel. Ja, de tegenwoordige Russische leiders denken wellicht dat zij het geloof in God nagenoeg hebben gedood, of dat zij hun staat op zo’n hoog peil hebben gebracht dat men er niet langer aan denkt de levende God te aanbidden. Het Russische gedeelte van hun Orthodoxe Kerk is thans gezwicht voor de wensen der sowjetleiders, en daarom hebben zij de verlangde medewerking van de russisch-orthodoxe geestelijken in Rusland. Maar hoe staat het nu met hen die niet tot het russisch-orthodoxe stelsel behoren; hoe staat het bijvoorbeeld met Jehovah’s getuigen?
Toen een bestuurslid van de Watch Tower Bible and Tract Society zich tijdens de afgelopen zomer in Europa bevond, heeft hij met de bovengenoemde Nederlandse correspondent gesproken. De schrijver van het artikel had van hen die uit Rusland waren teruggekeerd vernomen dat Jehovah’s getuigen in de sowjetgevangenkampen een ongewone solidariteit aan de dag legden. Zij hebben zelfs de sympathie van enkele bewakers en autoriteiten verworven. Hij voegde er aan toe dat deze getuigen van Jehovah als zeer ernstige bijbelonderzoekers bekendstonden; dat zij in deze kampen de onzichtbare wederkomst van Christus en de ondergang van dit huidige samenstel van dingen verkondigden; dat zij alhoewel zij niet allen in de gevangenkampen vertoefden, in Rusland toch een ondergronds bestaan leidden en een zeer grote aanhang hadden. Deze persoon verklaarde verder dat op een bepaald tijdstip een volkomen afgelegen dorp werd afgesloten en dat iedereen in dat dorp werd gevangen genomen en naar het kamp werd gezonden, omdat allen als getuigen van Jehovah waren komen bekend te staan.
Deze Nederlandse schrijver legt er verder nog de nadruk op dat miljoenen personen in Rusland die geloven, in de orthodoxe patriarch en de metropoliet slechts dienaren zien van het tegenwoordige atheïstische sowjetregime; vandaar dat de Russisch-Orthodoxe Kerk bij velen in ongenade is gevallen. Daarentegen worden steeds meer mensen in Rusland gegrepen door de leringen van Jehovah’s getuigen.
Zachtmoedige personen zullen altijd de waarheid zoeken, en hun onderdrukkers zijn bevreesd voor wat er zal gebeuren wanneer de zachtmoedigen bij elkaar komen. Jezus heeft gezegd: „Gelukkig zijn de zachtaardigen, want zij zullen de aarde beërven” (Matth. 5:5, NW). Deze zachtaardige mensen weten echter dat het gevaarlijk is in Rusland te prediken, maar Jehovah’s getuigen doen het desondanks en zij gedijen. Velen worden zich merkbaar bewust van hun geestelijke nooddruft. Velen hebben genoeg van het communisme en niet elks geest is door de dwaze leer verstikt (Ps. 53:2). Er schijnen er werkelijk miljoenen te zijn die in een Opperwezen geloven wanneer zij het land, de hemel, de bomen, het gras, de bloemen en de plantenwereld aanschouwen. Een dergelijk natuurbewijs hebben zelfs de sowjetdictators niet uitgewist.
NAAR DE SLAVENKAMPEN MET HEN!
Alhoewel de sowjetleiders er met hun geheime politie nog steeds trachten achter te komen wie getuigen van Jehovah zijn ten einde hen in hun slavenkampen te zetten, blijven de getuigen zelfs in zulke kampen Jehovah’s opgerichte koninkrijk prediken (Dan. 2:44; Matth. 6:9-13). Wanneer mensen die in Gods Woord geloven, uit hun huis worden weggehaald en naar landen worden gevoerd waar werkkampen zijn gelegen, worden zij, zodra zij in deze inrichtingen aankomen, door andere bijbelminnaars, hen die Gods Woord liefhebben, opgevangen, vertroost en worden door hen in bescherming genomen omdat dezen de kampgewoonten kennen, en het duurt niet lang voordat zij zo zijn gesterkt dat zij aan andere gevangenen getuigenis gaan geven. Hun ijver wordt niet verwoest omdat zij nu in gevangenschap verkeren. Zij buiten de situatie uit om nog meer werk in de bediening van het evangelie te verzetten.
Bij een andere gelegenheid heeft de president van het Wachttorengenootschap met een van Jehovah’s getuigen gesproken die kort daarvoor uit deze Russische gevangenkampen was ontslagen. In zes jaar tijds had hij daar een heel leven achter de rug. Uit zijn geschiedenis sprak een zuiver hart dat was vervuld van ijver; het was een ontroerend verhaal. Aangezien hij een toegewijde bijbelonderzoeker was, maakte het hem niets uit tot wie hij sprak, of dit nu een slaaf of een vrije was of zelfs iemand die een communistisch uniform droeg. Omdat hij uit Gods Woord had gepredikt tot Russische soldaten die in de door de communisten bezet gebied buiten Rusland, om inlichtingen hadden gevraagd, werd hij gearresteerd, voor de Russische bevelhebbers geleid en telkens ondervraagd. Het enige wat zij tegen hem konden inbrengen, was, dat hij met de Russische soldaten die naar hem toe waren gekomen en hem vragen hadden gesteld over het Woord Gods, over de bijbel had gesproken. Omdat hij die soldaten had geholpen het meest gelezen boek eveneens te lezen, werd hij tot tien jaar dwangarbeid in Rusland veroordeeld. Zijn tocht naar Rusland valt met geen pen te beschrijven. Hij en andere gevangenen werden in veewagens vervoerd, en dagenlang werden zij, zonder ook maar een enkele verademing, slechter behandeld dan vee. Gedurende de zes jaar die hij in Rusland was, is hij van het ene kamp naar het andere getransporteerd en heeft in meer dan vijftig verschillende gewerkt, waaronder ook enkele in Siberië. In elk dezer gevangenkampen heeft hij tien tot vijftien of nog meer getuigen van Jehovah aangetroffen.
Eens werden er in een kamp achtenveertig Russische gevangenen, mannen en vrouwen, binnengebracht. Men had hen in Rusland als wilde beesten opgejaagd en gearresteerd en nu werden zij aan het kamp toegewezen waarin hij was. Doordat hij hen vertelde van het vele goede dat hij over Jehovah’s Woord had vernomen voordat hij naar Rusland werd gebracht, had hij het genoegen dezen, die pas in de waarheid waren, te helpen voort te gaan in hun getrouwe loopbaan. Hij was blij van hen te horen dat de waarheid welke in de eerste jaren van sowjetheerschappij het westelijke deel van Rusland had bereikt, nu diep in Rusland was doorgedrongen; ja, dat ze door het gehele land bekend was geworden. Dit veroorzaakte een geweldige vreugde en het was een krachtige aanmoediging getrouw in Jehovah’s dienst te blijven, waar hij zich ook zou bevinden.
Doordat hij in contact kwam met andere Russische getuigen van Jehovah, vernam hij hoe de politie jacht op hen maakte, als waren zij konijnen. Uit de eerste hand vernam hij hoe de communistische leiders de bijbelse waarheid vreesden en die de kop trachtten in te drukken. Velen zijn omdat zij Gods koninkrijk predikten, waarom Jezus zijn discipelen leerde bidden tot vijfentwintig jaar gevangenisstraf veroordeeld. Hij vertelde hoe drie kleine dorpjes om 3 uur ’s morgens door de geheime politie werden omsingeld en er een klopjacht werd gehouden op iedere getuige van Jehovah en hoe zij het nachtelijke duister werden ingedreven, waarna zij voor altijd verdwenen, voor zover het die dorpjes betrof.
In een der kampen waarheen hij was getransporteerd, had hij een Oekraïner ontmoet die in het bezit was van een bijbel, welke hij op de een of andere manier het kamp had binnengesmokkeld. Het boek was danig versleten. Hij placht het ’s nachts heimelijk te lezen, en liet zelfs deze getuige van Jehovah niet zien wat hij las, totdat de getuige op een nacht een vluchtige blik op de bladzijden kon werpen. Hij richtte zich tot de Oekraïner en vroeg hem: „Weet u wat u leest?” De Oekraïner zeide: „Hoe weet u wat ik lees?” Het antwoord luidde: „Ik weet dat u de bijbel leest, maar begrijpt u wat u leest?” (Dit doet ons denken aan de vraag die Filippus de Ethiopiër stelde toen deze het boek Jesaja las en toegaf dat hij hulp behoefde om het te begrijpen, en vervolgens hielp Filippus hem op zachtaardige wijze. — Hand. 8:26-39.) Aldus was deze gevangene die uit een ver land was gekomen en tot diep in Rusland was gebracht, in de gelegenheid deze Oekraïner te helpen tot een kennis der waarheid over Jehovah’s opgerichte koninkrijk te komen.
Nadat zij zo een aantal weken achtereen beiden rustig hadden gestudeerd (in hun bed, want zij lagen beiden op de bovenste rij) en onder het dek de bijbel hadden gelezen, betrapte de kampleider hen hierop. Deze kampleider had zelfs een aantal avonden achter het bed staan luisteren naar wat deze twee mannen tot elkaar zeiden over Gods voornemens en de wonderbaarlijke hoop welke er in de Schrift staat vervat voor mensen die Jehovah’s wil wensen te doen. Toen trad hij naar voren en zeide de mannen dat zij heel wat voorzichtiger dienden te zijn en de bijbel beter verborgen moesten houden, want dat het onwettig was de Schrift te lezen en er over te spreken. Hij nam hun bijbel niet weg, maar waarschuwde hen omzichtiger voorzorgsmaatregelen te treffen omdat hij er zelf niet altijd zou zijn en ook zij niet; want het zou niet lang meer duren eer zij naar een ander kamp getransporteerd zouden worden. Jézus zeide: „Gelukkig zijn zij die hongeren en dorsten naar rechtvaardigheid, want zij zullen verzadigd worden.” — Matth. 5:6, NW.
Deze dappere dienstknecht van Jehovah God, die nu uit het Russische kamp is vrijgelaten en naar zijn eigen land is teruggekeerd, zette uiteen dat toen men voor het eerst krijgsgevangenen of veroordeelden uit Rusland of haar satellietlanden in deze kampen plaatste, men hen op een hongerdieet stelde en liet werken totdat zij er bijna bij neervielen. Het was de politiek van de sowjets deze gevangenen aldus om het leven te brengen. De laatste jaren is het echter veranderd. Zij die aan het hoofd van de regering staan, hebben bevonden dat zij hier op een goedkope manier aan slavenarbeid konden komen, en nu bieden zij de werkers in de kampen premies aan om meer en beter werk te verrichten. De gevangenen krijgen beter voedsel en een betere verzorging, want slavenarbeid is goedkoop, zelfs goedkoper dan door communisten geleverde arbeid.
De sowjetregering vreest haar slavenwerkers ten zeerste. Deze Russische gevangenkampen zijn omgeven door prikkeldraad en worden bewaakt door wachters die kwaadaardige honden aan de lijn hebben. Een strook van drie meter breed rondom het gehele kamp is de dodenakker. Een ieder die die strook betreedt, is weldra een kind des doods, hetzij dat hij terstond, zonder dat er ook maar iets wordt gevraagd, wordt neergeschoten, hetzij dat razende honden hem omversmakken. Russen en in andere landen gevangen genomen personen die naar Rusland zijn gebracht, zijn de slaven die de staat dienen. In veel gevallen hebben zij Rusland geen schade toegebracht en hebben zich nimmer een woord laten ontvallen over de sowjetregering, noch hebben zij spionage bedreven. Zij hadden zich in het land waar zij woonden voordat zij naar Rusland werden gebracht, slechts met hun eigen zaken bemoeid. Maar de communisten hadden mannen en vrouwen, slaven, nodig om een gedegenereerde natie op te bouwen; en terzelfder tijd vrezen zij hun slaven. Zij betonen hun geen liefde noch bezitten de slaven ook maar enige liefde voor hun meesters.
Rusland is een land dat onder vrees gebukt gaat, zelfs onder een vrees voor zijn eigen concentratiekampen. Alle Russische gevangenen overkomt hetzelfde als deze ene getuige van Jehovah: zij worden niet langer dan drie of vier maanden in een kamp gehouden en worden dan overgeplaatst naar een ander. In een kamp van ongeveer 4000 personen, zullen er om de paar dagen 200 naar andere gevangenissen worden gebracht en nieuwen worden binnengebracht om hun plaatsen op te vullen. De Russische leiders vrezen dat deze grote massa’s niet te vertrouwen mensen een interne organisatie gaan vormen, en misschien zelfs op een goede dag de bewakers zouden kunnen overweldigen en bezit kunnen nemen van hun gebied. Welk een leven leiden die heersers — vrezend voor mensen en niet voor Jehovah God! Hoe waarachtig is het Woord Gods, dat door hen gehate boek: „Die een arme verdrukt, smaadt zijn Schepper.” — Spr. 14:31, PC.
Toen deze getuige van Jehovah ten slotte zijn straf had uitgediend en enkele jaren eerder was vrijgelaten wegens een amnestie, vernam hij bij zijn thuiskomst dat zijn vrouw enkele maanden nadat hij was gevangen genomen, van verdriet was gestorven. Zijn kinderen waren weggenomen en in andere huizen ondergebracht. Maar hij was blij te kunnen terugkomen bij broeders en zusters die nog steeds aan de dienst van Jehovah’s koninkrijk waren toegewijd. Zijn enige wens is, het goede nieuws van Jehovah’s koninkrijk te prediken, want hij weet dat er voor deze oude wereld of enig deel er van geen hoop is. De communisten zijn bang voor de bijbelse waarheid, maar de waarheid heeft deze broeder vrijgemaakt, zelfs gedurende alle jaren waarin hij in een Russisch slavenkamp was. Jezus zeide: „Gelukkig zijn zij die zijn vervolgd ter wille van rechtvaardigheid, want hun behoort het koninkrijk der hemelen toe.” — Matth. 5:10, NW.
ER SPEELT ZICH IN RUSLAND HEEL WAT AF
Jehovah’s getuigen moeten in Rusland op dezelfde wijze hun werk volbrengen als de vroege christenen onder de joden en de Romeinen. „Gelukkig zijt gij wanneer de mensen u smaden en u vervolgen en liegende allerlei schandelijks tot u zeggen ter wille van mij. Verheugt u en springt op van vreugde, want uw loon is groot in de hemelen; want zo hebben zij de profeten vóór u vervolgd” (Matth. 5:11, 12, NW). Het geloof dat de vervolgden in Jehovah God en in zijn koninkrijk stellen, houdt hen op de been en zij zouden liever sterven dan een compromis aangaan met enig deel van deze oude wereld.
Enkele jaren geleden, in 1948, stencilden en drukten verscheidene getuigen van Jehovah in Rusland De Wachttoren en materiaal handelend over bijbelse leringen, en verspreidden dit daarna naar hun beste vermogen over het gehele land. Maar de communistische leiders vrezen de bijbelse waarheden en hun geheime politie wist deze bedienaren van het evangelie op te sporen. Hun gehele drukinstallatie, het papier, de inkt en de andere materialen werden in beslag genomen, de mannen werden gearresteerd en naar slavenkampen overgebracht.
De grote vraag welke de geheime politie kwelt, luidde: „Hoe kunnen wij die getuigen van Jehovah kwijtraken?” Overal troffen zij hen aan — het waren niet bepaald slechte mensen, alleen maar mensen die het meest gelezen boek ter wereld, de bijbel, ook wilden lezen en er over wensten te spreken. De sowjetambtenaren konden Jehovah’s getuigen een tijdlang uit elkaar geslagen en gedesorganiseerd houden, maar het duurde niet lang eer zij in Rusland wederom waren georganiseerd en nieuwe verkondigingscentrums hadden opgericht, waar zij de door hen ontvangen waarheden stencilden en uitzonden. De communistische leiders spitsten zich er op alle zone- en gemeentedienaren in handen te krijgen, en toen enkelen van hen werden gevonden, werden zij veroordeeld tot vijfentwintig jaar gevangenisstraf.
In de jaren volgend op de tweede wereldoorlog was het de broeders en zusters bijna onmogelijk De Wachttoren of enige publikaties van het Genootschap of zelfs de bijbel verborgen te houden. De geheime politie was op jacht naar alles wat er maar een beetje christelijk uitzag, en kregen zij er lucht van dat iemand een getuige van Jehovah was of er van werd beschuldigd er een te zijn, dan doorzochten zij zijn gehele huis, sloopten kachels, haalden het dak er af en vernielden zelfs het gehele huis om de bergplaats van de bijbel of de bijbelse lectuur te ontdekken en aldus het bewijs van christelijk propagandamateriaal in handen te krijgen, waarna zij hem naar een slavenkamp zonden. In die jaren konden de broeders en zusters onmogelijk bij daglicht bij elkaar komen. Merendeels werden de gezinsbijbelstudies in de kelders, in de bossen en andere ontoegankelijke plaatsen gehouden. Zelden hadden de broeders en zusters de gelegenheid om met anderen in hun eigen huis te studeren. Een groepsstudie van De Wachttoren was niet mogelijk, maar daar waar het gezin tezamen kon komen, werd een geregelde huisstudie gehouden terwijl alle ramen en deuren gesloten en gegrendeld waren. Maar wat een gelukkig gezin! Zij konden over de waarheid, Gods Woord, spreken en Jehovah, de Soevereine Regeerder van het universum, zelfs in een dictatoriaal land als Rusland aanbidden. De waarheid heeft deze mensen vrijgemaakt, ook al woonden zij in een staat dit hen onderdrukte. „Gelukkig zijn zij die zich bewust zijn van hun geestelijke nooddruft, want het koninkrijk der hemelen behoort hun toe.” — Matth. 5:3, NW.
Omdat zovelen liefde voor de waarheid aan de dag hebben gelegd, zijn Jehovah’s getuigen van 1948 tot 1951 in geheel Rusland blijven groeien tot grote ontsteltenis van de communistische leiders. Kortelings zijn er uit Rusland berichten binnengekomen, welke er over spreken dat de communisten op 1, 7 en 8 april 1951 een grote zuivering hebben gehouden. Deze datums zullen Jehovah’s getuigen in Rusland nimmer vergeten. Op deze drie dagen werden alle getuigen van Jehovah die men maar in de West-Oekraïne, Wit-Rusland, Bessarabië, Moldavië, Letland, Litauen en Estland kon vinden — meer dan zevenduizend mannen en vrouwen — gearresteerd en weggevoerd. Zij mochten geen kleding of voedsel meenemen. Gehele gezinnen werden in wagens geladen, naar de spoorwegstations gebracht en daar in veewagens gestopt en naar verre streken vervoerd. Al deze arrestaties werden ’s nachts verricht en was men ’s morgens om 7 uur nog niet klaar met het bijeenbrengen van de getuigen van Jehovah, dan werd er gewacht totdat ’s avonds de duisternis viel. Toen kwam de exodus! Duizenden getuigen van Jehovah werden dwars door het land overal naar toe vervoerd en honderdduizenden zogenaamd vrije Russen hoorden hoe Jehovah’s getuigen liederen ter ere van Jehovah zongen en over de waarheid spraken toen de treinen waarin zij werden vervoerd, voorbijkwamen. Deze grote groep getuigen van Jehovah werd naar de bossen gebracht om het land bouwrijp te maken en de eerste winter moesten zij op wortelen en noten leven. Zij werden over een uitgestrekt, bewaakt bosgebied verdeeld en hun werd gezegd: „Houw het bos om; bouw huizen; blijf hier altijd; werk wanneer je in het leven wilt blijven.” Hun geest werd niet gebroken. Zij werkten; zij leven; hun geloof is krachtig en zij blijven het goede nieuws van Jehovah’s opgerichte koninkrijk prediken.
In het uitgestrekte Russische land is de hand van een ieder waarlijk tegen zijn naaste opgeheven. Iedereen is er geleerd zijn buurman gade te slaan en vooral de strijd aan te binden tegen Jehovah’s getuigen. Het doet er niet toe wie ge zijt, gij staat onder toezicht; en komt er post voor u aan op het postkantoor, dan wordt die door de postbeambte gelezen. De enige manier waarop Jehovah’s boodschappen van troost en waarheid van de een naar de ander kunnen gaan, is door bemiddeling van een persoonlijke koerier. Wordt er ontdekt dat men een getuige van Jehovah is, dan wordt u voor de rechtbank verhoord. Men gaat naar de rechtbank en komt voor een rechter, maar het heeft geen zin een advocaat in de arm te nemen om u te verdedigen. In vele gevallen wijst de regering een advocaat toe om iemand te verdedigen, maar wordt zo iemand aangewezen om een getuige van Jehovah te verdedigen, dan treedt hij eerder op als aanklager dan als zijn advocaat; want zou hij anders handelen en de zaak naar behoren behartigen, dan loopt hij zelf de kans naar het slavenkamp te worden gezonden. Dit is de rechtsbedeling in het sowjetstelsel.
Wanneer er in een bepaald gebied een getuige van Jehovah woont, is hij wijd en zijd bekend, want de muren hebben oren. De mensen praten er over. Niet iedereen verraadt de boel aan de autoriteiten, omdat velen eveneens hopen op een goede dag bevrijd te zijn van deze meedogenloze regering. Daar hun eigen Russisch-Orthodoxe Kerk hen in de steek laat, omdat het de staatskerk is, zijn zij op zoek naar hen die de waarheid liefhebben. „Gelukkig zijn de treurenden, want zij zullen vertroost worden.” — Matth. 5:4, NW.
VAN COMMUNISTE TOT CHRISTIN
In Rusland woont een vrouw, een getuige van Jehovah, die nu, na veel lijden, nog steeds het goede nieuws van Jehovah’s koninkrijk predikt. Haar geschiedenis, begonnen in 1942, is typerend voor honderden anderen. Als een actieve communiste werd zij in 1942 tezamen met andere Russische burgers door de nazi’s naar Duitsland getransporteerd. Zij werkte daar op een tuinderij en op een fabriek en verbreidde haar communistische denkbeelden. Weldra had Hitlers Gestapo haar in de gaten. Zij werd naar een nazi-concentratiekamp gebracht. Daar zij hier verstoken was van contact met haar communistische vrienden en geheel alleen was, begon zij haar geloof in de communistische organisatie te verliezen omdat die haar in de steek had gelaten. Zij begon over God te denken, sprak er met enkele mensen over en kwam ten slotte in contact met Jehovah’s getuigen. In het nazi-kamp werd zij gedoopt en werd een zeer ijverige Schriftonderzoekster. Nadat zij de waarheid had vernomen, begon zij er met andere Russische vrouwen over te spreken. Op een goede dag kwam de kampleider deze Russische vrouwen eens opzoeken en hij zeide tot deze vrouw: „Wie ben je?” Zij antwoordde: „Ik ben een van Jehovah’s getuigen.” De leider hield vol dat dit niet waar was: „Je bent een Russin.” Toen zeide de zuster met klem tot deze nazi: „God is niet alleen de God van het Duitse volk maar van alle mensen.” Zij kwam er zonder straf van af en dit gaf haar de kracht om zelfs nog ijveriger onder de Russische vrouwen te prediken. Ten slotte heeft een groep van deze vrouwen in hun eigen taal kennis van de waarheid genomen.
Nadat in 1945 de oorlog tot een einde was gekomen en Hitlers concentratiekampen waren opgeheven, keerde deze Russische vrouw, gelijk zovele anderen, naar Rusland terug. Nu werd het gebed van een Duitse zuster, hetwelk zij in het nazi-kamp hadden gehoord, het gebed van elk dezer getuigen van Jehovah, van deze bevrijde Russische vrouwen: „Ik dank u, Jehovah, Vader, dat gij mijn wens hebt vervuld, tot het Russische volk te kunnen spreken.”
Wat een vreugde bezorgde het hun vrijgelaten te worden en naar Rusland terug te gaan, maar niet lang daarna was de communistische geheime politie hen op het spoor. Zij werden ontdekt en omdat zij het koninkrijk Gods predikten en met anderen spraken over de vertroostende woorden welke in de bijbel staan opgetekend, werden deze vrouwen er toe veroordeeld vijfentwintig jaar in de slavenkampen door te brengen. Maar zelfs op het ogenblik prediken deze Russische zusters, die de waarheid in de Duitse concentratiekampen hebben leren kennen, nog steeds in de gevangenkampen van Rusland, waar zij nu leven; dit alles tot eer en heerlijkheid van Jehovah’s naam. Deze voormalige communistische vrouw, die nu een getuige van Jehovah is, is nog steeds een geregelde Koninkrijksverkondigster; nu natuurlijk in het slavenkamp van de sowjetregering, in wier dienst zij eens heeft gestaan. En waarom dan wel? Omdat zij gelooft in het Woord Gods dat staat opgetekend in Zijn boek, de bijbel. Zij heeft het gewaagd het daarin voorkomende goede nieuws in Rusland te prediken. Daarom verricht zij nu als een slavin bouwwerk in de bossen, waardoor ze helpt de bossen in nederzettingen te veranderen welke later aan de communistische bevolking overgedragen zullen worden. Wanneer zij met die taak klaar is, zal zij naar een andere plaats worden overgebracht om daar dwangarbeid te verrichten.
In een van deze vele kampen in geheel Rusland, waar zich Jehovah’s getuigen bevinden, is de waarheid zo veelvuldig gepredikt, dat zelfs enkele bewakers ze hebben aangenomen. De mensen die in de kantoren hebben gewerkt onder wier controle deze kampen staan, hebben eveneens een kennis der waarheid verkregen. Doordat zij de waarheid hebben ontvangen, voelen zij zich er toe gedrongen nu het goede nieuws te prediken. Het is zelfs voorgekomen dat zulke bewakers en kantoorbedienden gevangen zijn gezet en tot vijftien en tien jaar zijn veroordeeld. Waarom dan wel? Omdat zij de bijbel hebben bestudeerd; zij hebben over de waarheid gesproken; zij hebben verklaard dat zij getuigen van Jehovah waren. Al deze veroordeelden zijn afzonderlijk van elkaar in verschillende kampen geplaatst en zijn naar de verschillende delen van Rusland gezonden, zodat zij met elkaar geen machtige groep zouden vormen.
DEPORTATIE VERSTROOIT DE PREDIKERS
Jehovah’s getuigen in Rusland zeggen dat het goede nieuws van het Koninkrijk, omdat zij zijn verspreid over al deze kampen (en wij weten op grond van het reeds eerder in dit artikel vermelde bericht zeker dat zij zich in meer dan vijftig verschillende kampen bevinden), gedurig in alle delen van dit uitgestrekte Russische land wordt gepredikt. Met de grootste fantasie hadden zij het zich niet kunnen voorstellen waar zij het geld vandaan hadden kunnen halen om 10.000 kilometer te reizen ten einde de Koninkrijksboodschap te prediken. Maar nu heeft de communistische regering hen zelf van het ene einde van het land naar het andere gezonden om in deze slavenkampen te werken; en zij vatten het zo op, dat de regering hun reis heeft betaald naar de nieuwe gebieden om daar de Koninkrijksboodschap te gaan prediken. Jehovah’s getuigen werken in alle delen van Rusland: heel wat, ja, het merendeel, in werkkampen, anderen in geïsoleerde gebieden welke zij niet mogen verlaten. Weer anderen werken nog steeds in steden en dorpen omdat zij tot op dit ogenblik nog niet zijn gegrepen. Houd in gedachten hoe ’Saulus [van Tarsus] met geweld optrad tegen de gemeenten van Jehovah’s volk, het ene huis na het andere binnendrong, mannen en vrouwen er uit sleurde, en hen aan de gevangenis overleverde.’ „Zij echter die waren verstrooid, gingen het land door terwijl zij het goede nieuws van het woord bekendmaakten.” — Hand. 8:3, 4, NW.
Onze broeders in Rusland zijn in het geheel niet nalatig geweest en hebben zich er voor ingespannen een grotere vrijheid om de Koninkrijksboodschap te prediken, te verkrijgen en zij hebben de communistische regering de gelegenheid geboden Jehovah’s getuigen te erkennen als een religieuze organisatie. In 1948 hebben zij door bemiddeling van de minister van binnenlandse zaken een petitionnement naar het Presidium van de Opperste Sowjetraad van de U.S.S.R. gezonden. In dit petitionnement werd het werk van Jehovah’s getuigen in Rusland besproken. Er werd geen antwoord ontvangen; er ging dus een kleine delegatie van drie broeders naar het ministerie van binnenlandse zaken te Moskou en bood het petitionnement persoonlijk aan. Toen hun werd gevraagd, waar zij vandaan kwamen, zeiden zij: „Uit de Oekraïne.” Daarom werd hun de raad gegeven naar het ministerie van binnenlandse zaken van de Oekraïne, een socialistische sowjetrepubliek, te Kiew, te gaan. De broeders zijn rechtstreeks van Moskou naar Kiew gegaan en boden het petitionnement aan de minister van binnenlandse zaken aan. Daar bleek dat de ambtenaren van het ministerie op hun komst waren voorbereid, want nadat deze drie getuigen van Jehovah het petitionnement hadden aangeboden, werden hun door de regering bepaalde vragen voorgelegd: Zullen Jehovah’s getuigen dienst nemen, in het leger? Zult u deelnemen aan de verkiezingen voor de sowjetregering? Zult u zich aan elke bepaling van de staat onderwerpen en met andere religieuze organisaties samenwerken? De broeders hebben op alle drie de vragen met dezelfde woorden geantwoord als Jezus’ apostel Petrus: „Men moet Gode meer gehoorzaam zijn, dan den mensen” (Hand. 5:29). Het werd de afgevaardigden toegestaan het kantoor van het ministerie van binnenlandse zaken uit te gaan, maar binnen enkele dagen deed men een inval in hun huis; zij zelf werden gezocht en later tot lange gevangenisstraffen veroordeeld.
Op één plaats in Rusland is het mogelijk geweest het Gedachtenisfeest met 120 aanwezigen te vieren. Dit is een uitzondering. Enkele jaren geleden waren er zeven verkondigers in Moskou, maar allen werden gedeporteerd. Moskou is een der weinige hoofdsteden in de wereld waar geen enkele getuige van Jehovah wordt aangetroffen. Maar de waarheid is er wel bekend. De communistische regering is ingelicht over Jehovah’s getuigen; te velen van hen zijn hun slavenarbeiders, om niet door hen gekend te worden. In elk land achter het IJzeren Gordijn tracht de communistische organisatie Jehovah’s getuigen te bestrijden, te verslaan en van de aardbodem weg te vagen — in Polen, Tsjechoslowakije, Roemenië, Hongarije, Oost-Duitsland en Rusland zelf. Maar zij kunnen hen noch hun boodschap uitroeien. De waarheid heeft deze mensen vrijgemaakt en zij zullen vrij blijven en dit goede nieuws van Jehovah’s opgerichte koninkrijk blijven prediken tot een getuigenis voor alle horenden.
Het is in Rusland niet mogelijk dat men zijn eigen gang gaat en gewoon God dient, en zijn naaste liefheeft als zich zelf. Neen, men moet een slaaf van de staat worden, de staat heil toeroepen, de staat aanbidden. Maar Jehovah’s getuigen weigeren dit! Zij hebben zich tot Gods Woord gewend en geven er de voorkeur aan in de voetstappen van Christus Jezus te treden (1 Petr. 2:21). Toen Jezus op aarde was, zeide hij de regeerders dat hij in de wereld was, maar er geen deel van uitmaakte (Joh. 18:36, 37). En zo bezien Jehovah’s getuigen ook het leven van tegenwoordig (Joh. 17:13, 14, 16). Wij zijn in de wereld, maar maken er geen deel van uit. De wereld gaat haar eigen gang, zoals ze dat zelf wil. Jehovah’s getuigen mengen zich daar niet in en zullen dit ook niet doen. Zolang Jehovah God toestaat dat de door mensen ingestelde natiën blijven bestaan en werkzaam zijn, hebben Jehovah’s getuigen geen enkele reden zich met de levenswijze van deze natiën te bemoeien en zij zullen zich aan alle door mensen opgestelde wetten houden, tenzij die strijdig zijn met Gods wet.
Ongeacht in welk land Jehovah’s getuigen zich bevinden, is hun toewijzing, dienaren van Jehovah’s koninkrijk te zijn, vertegenwoordigers van Christus Jezus (Jes. 43:10-12; 52:7, 8; 61:1-3; Matth. 24:14; 2 Kor. 5:20). Zo gaan zij dus zelfs in Rusland met hun bijbels voort met de prediking van het goede nieuws, binnen en buiten de gevangenkampen (Matth. 24:9; 28:19, 20; Mark. 13:9-11; Luk. 21:12, 13; Openb. 2:10). Zij vieren het Gedachtenisfeest hetzij alleen, hetzij tezamen, in kelders, bossen, kampen of geïsoleerd. Zij zijn er op voorbereid iedere hindernis het hoofd te bieden en te trachten uit de weg te ruimen maar zij zullen geen compromis aangaan met deze oude wereld. — Joël 2:4-9; Fil. 1:28.
De bijbel zal in Rusland blijven. Jehovah’s getuigen gebruiken hem; en alhoewel United Press het afgelopen jaar berichtte dat het meest gelezen boek ter wereld „de volgende maand [duidend op januari 1956] in Rusland weer verkrijgbaar” zal zijn, hebben de communisten hem achtendertig jaar lang verboden. En zelfs nu zullen er, volgens United Press, slechts enkele bijbels worden gedrukt: „Het zetsel was gezet, en de priesters van het Moskouse patriarchaat lazen de laatste proeven. De eerste druk, welke in januari zal uitkomen, zal klein zijn, aangezien de kerk het papier moet kopen en de regering de drukkosten moet vergoeden; maar te zijner tijd hoopt de kerk de nieuwe bijbel overal in de Sowjet-Unie te verspreiden.”
Zal de bijbel in geheel Rusland in grote getale verkrijgbaar worden gesteld?
Zo ja, dan zullen Jehovah’s getuigen hem aan de mensen uitleggen. Zolang de communistische leiders en zij die hen ondersteunen, bevreesd zijn voor de waarheid, zal deze nieuwe bijbel in de Russische taal onder het thans bestaande communistische regime een beperkte verspreiding hebben. Stellig zullen Jehovah’s getuigen niet in de gelegenheid gesteld worden ze te verkrijgen, want in hun handen is hij als dynamiet. Voor hen zal hij dus verboden blijven.
Zal het meest gelezen boek ter wereld voor Jehovah’s oorlog te Armageddon alom in Rusland worden gelezen? — Openb. 16:13-16; Jer. 25:32, 33; Jes. 34:1-4; Zef. 2:1-3; Hand. 2:19-21.
Alleen zij die Jehovah zoeken, die hongeren naar waarheid en rechtvaardigheid, ja alleen zij die in de „juiste wedstrijd des geloofs” willen wedijveren (1 Tim. 6:12, NW), alleen zij die bereid zijn zelfs hun leven voor de waarheid af te leggen (Openb. 12:11), zullen de bijbel altijd zien en begrijpen, niet slechts in Rusland maar ook in het gehele overige gedeelte der wereld.
(U moet beslist in onze uitgave van 15 juni uit de eerste hand de belevenissen vernemen van een der zevenduizend personen die de bossen in Rusland werden ingestuurd waarvan op bladzijde 213 van deze uitgave gewag werd gemaakt. Zijn geschiedenis luidt: „Ik was een balling in Siberië.” Mis het niet!)