Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w50 1/10 blz. 320
  • Velddienst-ervaringen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Velddienst-ervaringen
  • De Wachttoren en Aankondiger van Jehova’s Koninkrijk 1950
  • Onderkopjes
  • EEN „GODSDIENSTIGE BIJEENKOMST VOOR VROUWEN” ONDERGAAT EEN VERANDERING
  • EEN VERKONDIGER GEBOREN IN EEN ZIEKENHUIS
  • PREDIKEN AAN BOORD VAN EEN SCHIP
  • „SCHAPEN” IN FRANS-EQUATORIAAL AFRIKA
De Wachttoren en Aankondiger van Jehova’s Koninkrijk 1950
w50 1/10 blz. 320

Velddienst-ervaringen

EEN „GODSDIENSTIGE BIJEENKOMST VOOR VROUWEN” ONDERGAAT EEN VERANDERING

Een van de verkondigers in Dixon, Illinois, verspreidde kort geleden het boek „Let God Be True” aan een dame. Toen hij haar opnieuw bezocht, vroeg zij hem of hij eens wou spreken op de „Godsdienstige bijeenkomst voor vrouwen”, die uit ongeveer negen vrouwen van de plaatselijke Baptisten kerk bestond. De getuige deed dit en hield een lezing over Gods voornemens in deze tijd. Ook de vragen van de dames werden beantwoord en hij werd uitgenodigd de volgende week terug te komen. Nog meer Bijbelse vragen werden beantwoord en toen werd de juiste methode waarop een huis-Bijbelstudie wordt geleid, onder de aandacht gebracht, waarbij als een hulpmiddel voor Bijbelstudie het boek „Let God Be True” werd gebruikt. Resultaat: de studie is nog steeds aan de gang en zij die er aan deelnemen, genieten er werkelijk van. Zij geven allen toe dat zij in hun kerk nog nooit zoveel hebben geleerd. Twee van hen komen niet meer en het ligt er dik bovenop waarom zij niet meer komen. „Nieuwe heersers der aarde” was de titel van een lezing waarvan de hele groep heeft genoten. Thans vertellen zij hun vrienden en buren de goede tijdingen van het Koninkrijk. Daar de dames door het verkondigen van de waarheid in het offensief zijn, heeft de plaatselijke herder, terwijl hij in het defensief is, heel wat moeite om zich in zijn onzekere toestand te handhaven. Voor groepen in het landgebied, werden er over het onderwerp „Nieuwe heersers der aarde” twee lezingen op particuliere adressen gehouden, welke lezingen door 21 mensen werden bezocht, terwijl er 45 personen op de openbare lezing aanwezig waren. — Zonedienaar in Illinois.

EEN VERKONDIGER GEBOREN IN EEN ZIEKENHUIS

De Heer vergadert thans de „schapen” bijeen, zelfs in ziekenhuizen en ondanks tegenstand. Ongeveer acht maanden geleden werd ik opgenomen in een ziekenhuis dat werd beheerd door iemand die vroeger een religieuze zendeling-arts was geweest en die Jehova’s getuigen verbood het ziekenhuis binnen te komen en te prediken. Desondanks was Jehova’s arm niet verkort. Op een dag vroeg een medepatiënt wat ik van het eeuwige leven dacht en hij vertelde mij enige nieuwe dingen die hij kort geleden van een andere patiënt, een Jehova’s getuige, had gehoord, en hij raadde mij aan eens met hem te praten. Hij was een pionier en hij gaf mij de brochure The Kingdom Hope of All Mankind (De Koninkrijkshoop van de gehele mensheid). Toen hij mij later vroeg hoe ik de brochure vond, zeide ik: „Ik kan niet inzien dat het iets nieuws is.” Hij antwoordde alleen: „Neen, de Bijbel is een oud boek.” Maar daarna gaf hij mij „Let God Be True” („God is waarachtig”). Ik had het twee keer doorgelezen voordat ik begon te begrijpen hoe nieuw het was in vergelijking met alle religieuze verkeerde inlichtingen die ik had verzameld. Mijn eerste gedachte was dat het boek het bij het verkeerde eind had, maar hetgeen ik er tegen in wilde brengen, was niet bestand tegen de Schriftuurlijke feiten. In mijn vrije tijd, die ik ruimschoots had, studeerde ik. Later begon een meisje van de groep in Lima een Bijbelstudie met mij.

Ik kan niet zeggen wanneer ik met verkondigen ben begonnen, want bijna onmiddellijk sprak ik met een andere patiënt over de waarheid; later ben ik een studie met die patiënt begonnen. Soms werden anderen in het gesprek betrokken en er deden zich steeds meer gelegenheden voor om getuigenis te geven. Ik had het voorrecht de tijd die ik aan de prediking besteedde, te rapporteren en heb dit gedaan totdat ik in november uit het ziekenhuis werd ontslagen. De eerste maal dat ik werkelijk in een gesprek raakte, was met de man die de zondagschool van het ziekenhuis leidde. Hij gaf mij het boek „Let God Be True” dat ik hem had gegeven, terug met de waarschuwing: „Verbrand het.” In ons gesprek dat daarop volgde, wilde hij mij doen geloven dat hij het boek had gelezen, en toch zei hij dat Jehova’s getuigen niet in Christus geloven, niet geloven dat redding mogelijk is, alleen het zogenaamde Oude Testament gebruiken, en dat hij geen tijd wilde verspillen aan gesprekken met de getuigen, daar hij niet bevoegd was en evenmin wist wie het wel was! Totdat ik uit het ziekenhuis werd ontslagen, bleef ik zijn les bezoeken, maar de commentaren die ik daar gaf, werden opzettelijk genegeerd. Hij beschuldigde de getuigen er van dat zij hier en daar in de Bijbel rondsprongen en dat op die manier alles kan worden bewezen. Daarom was ik erg verbaasd toen ik zag dat onze zondagschoolles uit acht verschillende gedeelten van de Schrift was genomen, terwijl er uit elk gedeelte niet meer dan drie teksten waren aangehaald. Aan de groep in Lima was de toestemming om in dit ziekenhuis binnen te komen en te prediken, geweigerd, omdat hun leer niet orthodox was; andere religieuze organisaties mochten wel binnenkomen. Een patiënt ving mijn prediking tot een ander op en zij nodigde mij uit in haar kamer te komen, waar zij zeide: „Ik ben het met je eens, kind. Ja, inderdaad, jij sprak werkelijk de waarheid. Zul je het mij niet kwalijk nemen wanneer ik vraag tot welke kerk je behoort?” Toen ik antwoordde dat ik een Jehova’s getuige was, wilde zij er met mij niet verder meer over spreken, omdat zij niet geloofde wat de getuigen leren. Thans ben ik thuis en in het bekendmaken van deze nieuwe dingen aan anderen ben ik met de plaatselijke groep verbonden. Het is een groot voorrecht om een aandeel te hebben in het steeds aanzwellende lofgezang; het is te wonderlijk om dit voor je zelf te houden. Daarom sluit ik mij met een dankbaar hart bij jullie aan in Zijn rechtvaardiging door het zuivere woord te prediken. — Een verkondiger in Ohio.

PREDIKEN AAN BOORD VAN EEN SCHIP

„Op 11 december 1947 vertrokken wij op een Deens schip uit Denemarken. Wij waren op weg naar de Wachttoren Bijbelschool Gilead, gelegen in de staat New York. Wij hoopten dat wij tijdens de tocht op het schip een openbare vergadering zouden kunnen beleggen en bemerkten dat de kapitein zeer vriendelijk was. Op 19 december had ik het voorrecht voor de toehoorders te staan en hen toe te spreken over het onderwerp ’Zwaarden tot spaden geslagen’. Het schip schommelde erg, doch ondanks dat bleven de toehoorders gedurende de gehele vergadering luisteren, en na afloop van de lezing hadden wij een studie met een van de passagiers. Ruim een jaar later, in januari 1949, waren wij op de terugweg naar Denemarken op een Zweeds schip, en daar wij op onze reis naar Amerika in 1947 goede resultaten hadden gehad met de openbare vergaderingen aan boord van een schip, verlangden wij er naar de passagiers nogmaals een getuigenis te geven tot eer van Jehova’s naam. De kapitein wist niet zeker of de passagiers belangstelling zouden hebben om naar een Bijbellezing te luisteren, maar ik doordrong hem van het tegenovergestelde, en ten slotte gaf hij toestemming om de lezing op het schip te houden. Deze keer was het onderwerp ’Van schaarste tot overvloed’. In 1947 hadden wij 23 toehoorders, en ditmaal luisterden er 17 van de 26 Deens-sprekende passagiers. Na de lezing en gedurende de rest van de reis hadden wij een prachtige gelegenheid Gods Woord aan de mensen te verklaren. Wij wonnen vele vrienden. Nu zijn wij terug in Denemarken, waar ik hoogst waarschijnlijk anderhalf jaar naar de gevangenis zal moeten gaan omdat ik heb geweigerd militaire dienst te doen in plaats van het evangelie te prediken. Hetzij in de gevangenis of midden op de Atlantische Oceaan, wij kunnen toch Jehova’s lof zingen, en dat wil ik ’nog meer’ doen.”

„SCHAPEN” IN FRANS-EQUATORIAAL AFRIKA

Broeder Bernard Gaouranga, een van de nieuwe en ijverige verkondigers van de Bangui groep kwam voor twee maanden hier in Dekoa op bezoek. Het is zijn geboorteland. Wij trekken er samen op uit om getuigenis te geven en, daar deze stad zogezegd uitsluitend uit mensen van goede wil bestaat, worden wij door grote drommen mensen gevolgd, tot wie wij getuigenis afleggen. Protestantse vergaderingen, voornamelijk aangemoedigd door Jaques Samba, een inboorling-predikant van die streek, nodigen ons voortdurend uit, ondanks het verbod van de Europese predikanten. Op één plaats predikten wij tot een vergadering van 988 geestdriftige toehoorders. Nog veel meer mensen van goede wil aarzelen om aan het „vreemde werk” van Jehova deel te nemen, omdat zij in ons land nog niet hebben gezien dat er een blanke leider aan het hoofd van het werk staat. De Afrikaanse kleurlingen zijn bevreesd zich zo maar bij een organisatie aan te sluiten, of zij moeten zien dat een Europeaan met de leiding is belast. Daarom verheugden wij ons zo zeer toen wij in een van de uitgaven van De Wachttoren lazen dat het Genootschap enige broeders zal zenden. — Verkondiger in Dekoa.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen