Het schrijven voor de vloed
NOG niet zo lang geleden geloofde men dat Mozes de eerste was die met schrijven begon nadat God hem had geboden: „Jehovah zei nu tegen Mozes: ’Schrijf dit als een herinnering in het boek’” (Ex. 17:14). Hiervoor had Job zelfs al uitgeroepen: „O, dat nu mijn woorden werden opgetekend! O, dat ze zelfs in een boek werden gegrift! Met een ijzeren stift en [met] lood, o, dat ze voor eeuwig in de rots werden gehouwen.” Hij sprak eveneens over „een geschreven document” (Job 19:23, 24; 31:35, 36). Van tijd tot tijd hebben spotters getracht de bijbel in diskrediet te brengen door te beweren dat de eerste vijf bijbelboeken onmogelijk door Mozes geschreven kunnen zijn, daar men in zijn tijd de kunst van het schrijven nog niet verstond.
In latere jaren hebben archeologen het onomstotelijke bewijs geleverd dat men al eeuwen voor Mozes’ en Jobs tijd met de schrijfkunst bekend was, ja, dat men haar zelfs voor de vloed van Noachs dagen in 2370 v. Chr. al beoefende. Nu rijst de vraag, Hoe lang voor de vloed begon men met het schrijven? Waar schreef men voor het eerst? Hoe zag het schrift er uit en hoe vervaardigde men het? Waarom liet Jehovah een geschreven verslag van voor de vloed bewaren? Dit artikel, ondersteund door de in de voetnoten vermelde gezaghebbende bronnen, tracht deze vragen op te lossen.
„Dit is het boek van Adams geschiedenis.” Doordat hier het woord boek wordt gebruikt wordt er aangegeven dat men met schrijven te doen heeft. ’Adams geschreven geschiedenis’1a (Gen. 2:5 tot 5:2) beschrijft de periode van ’s mensen schepping tot de tijd van Tubal-Kaïn, „de smeder van allerlei soorten koperen en ijzeren gereedschappen” (Gen. 4:22). Daar Tubal-Kaïn een achter-achter-achter-kleinzoon van Henoch, Kaïns zoon, was en Henoch ongeveer in dezelfde tijd als Seth ter wereld kwam, was Tubal-Kaïn waarschijnlijk een tijdgenoot van Seths achter-achter-achter-kleinzoon Henoch, de zoon van Jered.2b Daar Jereds zoon Henoch in 3404 v. Chr. werd geboren zal Tubal-Kaïn waarschijnlijk in de vierendertigste eeuw v. Chr. of kort daarna met de metaalbewerking zijn begonnen.3c Daar dit feit aan het eind van ’Adams geschiedenisboek’ wordt vermeld, werd dit boek waarschijnlijk in de vierendertigste eeuw v. Chr. of later geschreven; maar in geen geval later dan het eind van de eenendertigste eeuw v. Chr., omdat Adam in 3096 v. Chr. stierf. Daarom werd ’Adams geschiedenisboek’ waarschijnlijk tussen 3350 en 3096 v. Chr. geschreven.4d
Maar dit is niet het eerste in de bijbel genoemde boek. Genesis 2:4 zegt: „Dit is het boek van het ontstaan van hemel en aarde” (Bagster’s Septuaginta). Daar dit boek niet noodzakelijkerwijs in Eden5e geschreven behoeft te zijn, is het toch waarschijnlijk ouder dan ’Adams geschiedenisboek.’
Sedert Adams tijd werd er dus al geschreven. Daar hij 726 jaar voor de vloed stierf is men niet na die tijd met schrijven begonnen en het ligt voor de hand dat men hier al vroeger mee aanving.
WAAR?
Als Adam niet degene was die ’de geschiedenis van hemelen en aarde’ schreef, dan weten wij niet zeker wie dan wel met het schrijven begon. Daar twee rivieren (de Eufraat en de Hiddekel of Tigris) die uit de hof van Eden stroomden in of in de omgeving van Armenië ontspringen lag de hof van Eden dus waarschijnlijk ergens in het land dat wij nu als Armenië kennen. Genesis 3:24 vertelt ons dat Adam aan de oostzijde uit de hof van Eden gejaagd werd, maar er wordt niet bij gezegd of hij daar tot aan zijn dood bleef of verder het land introk. Zijn zoon Kaïn ging naar het land Nod, eveneens ten oosten van Eden (Gen. 4:16). Alhoewel uit de verschillende opgravingen van beschavingen van voor de vloed, die in de diverse delen van de aarde worden verricht, blijkt dat de mensen zich over de gehele aarde verspreidden, weten wij niet waarheen Adam trok nadat hij uit Eden was verdreven.
Resten van het schrijven van voor de vloed heeft men gevonden in Elam (Susa) en in Sinear, en waarschijnlijk te Ghassoel in de zuidelijke Jordaanvlakte en te Gebal aan de Foenicische kust. Welke de oudste zijn is niet bekend.
Te Ghassoel werd een groot aantal voorwerpen met inscripties opgegraven, stenen, kiezelstenen, stempels, bakstenen en gebroken aardewerk. Op ongeveer 150 aardewerkscherven (potscherven) komt maar één teken voor, terwijl andere twee tot zes tekens hebben. Op ongeveer 170 stenen staat dezelfde inscriptie gekrast. De meeste lijnen lopen recht, terwijl gebogen lijnen zeer zeldzaam zijn.6f Men begon met schrijven, wanneer het dit ten minste is, nadat Tubal-Kaïn met metaalbewerken was begonnen, want deze voorwerpen met inscripties verschijnen even nadat de koperen voorwerpen ten tonele verschijnen.7g
Inscripties van jongere datum dan die van Ghassoel werden gevonden in Sinear. Deze laagvlakte gevormd door het slik en de klei welke de Eufraat en de Tigris hier hebben afgezet, werd later, ook wel „Babylonië” genoemd.8h Waarschijnlijk stond deze laagvlakte nog steeds onder water en was dus niet bewoond toen Tubal-Kaïn met de metaalbewerking begon, want er worden reeds koperen voorwerpen ten noorden van de vlakte aangetroffen, terwijl in de vlakte zelf nog geen spoor van enige bewoners wordt aangetroffen.9i De eerste bewoners van Sinear waren de hooglanders die voordien ten oosten van de vlakte woonden.9j In deze tijd werden ook de in Ghassoel gevonden inscripties aangebracht. Als zij al konden schrijven, moeten zij dit gedaan hebben op vergankelijk materiaal, want er zijn van hen geen inscripties gevonden. Vervolgens verschenen enige bergbewoners, uit het land dat wij nu kennen als Turkije, ten tonele die zich in Sinear en wel in de stad Erech en andere steden vestigden.10k Enige tijd later begon men op kleitabletten te schrijven, waardoor we voor het eerst in Sinear met deze kunst in aanraking komen. Uit deze vroege periode zijn heel veel kleitabletten gevonden: 570 te Erech, één te Kis (even ten oosten van de plaats waar later de toren van Babel werd gebouwd), één te Oemma en één in een andere plaats in Sinear.11l Deze periode is bekend als de Oeroek-(Erech) periode.12a In de volgende periode, de Gemdet-Nasr-periode, kwamen mensen uit de oostelijk gelegen heuvels naar de vlakte van Sinear.13b Waarschijnlijk vond tegen het eind van deze periode de vloed plaats. Uit het begin van deze periode heeft men 34 tabletten met inscripties uit Erech, en enkele andere uit andere plaatsen in Sinear gevonden.11c Uit een later gedeelte van deze periode heeft men 194 tabletten met inscripties opgegraven in Gemdet-Nasr,11d een plaats in Sinear op ruim 25 kilometer ten noordoosten van Kis.14e Zoals later aangetoond zal worden, zullen wij zien dat men niet in Sinear met schrijven begon maar dat deze kunst hier vanuit de bergachtige streken werd binnengebracht. Maar waarom zien wij dan niet direct inscripties verschijnen nadat Sinear bewoond wordt? Waarschijnlijk omdat deze eerste bewoners op materiaal schreven dat niet duurzaam was en niet tot op heden bewaard bleef. Later zullen ze waarschijnlijk begonnen zijn hiervoor klei te gebruiken.15f
HOE MEN VOOR DE VLOED SCHREEF
Het schrift in Sinear voor de vloed op de tabletten bestaat uit afbeeldingen van verschillende voorwerpen. Ze bevatten meestal zakelijke overeenkomsten en hebben historisch bezien weinig waarde.16g Als er voor de vloed een geschiedkundig verslag opgesteld zou zijn, moet dit gedaan zijn op materiaal dat niet duurzaam was.
In de oudste in Sinear gevonden teksten zijn enkele tekens pictografisch — de voorwerpen worden dan voorgesteld door een tekening — maar in vele teksten worden deze eveneens als ideogrammen gebruikt, dat wil dus zeggen dat zo’n teken werd gebruikt om eveneens die dingen aan te duiden die met het oorspronkelijke voorwerp verwant zijn; een teken dat bestond uit drie, vier of vijf kruisende lijnen, [Artwork—Shinar sign], was bijvoorbeeld een pictografische voorstelling voor het woord ster, maar het werd eveneens als een ideogram gebruikt voor de woorden hemel, lucht en god. In dit soort schrift kwamen echter ook tekens voor die geen enkel voorwerp voorstelden; deze kunnen op abstracte woorden betrekking hebben gehad.17h Lijken de tekeningen op enig voorwerp in hun oorspronkelijke vormen, of werden deze in het pictografische schrift niet gebruikt? Ongeveer 900 verschillende tekens werden op de 570 oudste tabletten uit Erech gevonden. Misschien is dit nog niet de helft van het aantal dat werd gebruikt. De 194 tabletten uit Gemdet-Nasr bevatten ongeveer 400 verschillende tekens. Van de 900 tekens uit het vroegere Erech stellen 31 een „schaap” voor, misschien om het verschil in ras en kwaliteit aan te duiden. Op de 34 tabletten gevonden in Erech en afkomstig uit het begin van de Gemdet-Nasr-periode komen drie verschillende tekens voor „schaap” voor. De reden kan zijn dat men in plaats van een totaal ander beest te gebruiken om verschillen in ras en kwaliteit bij schapen aan te duiden, men een ander teken gebruikte samen met het teken dat men reeds voor schaap gebruikte.18i
In de latere Gemdet-Nasr-periode werd een bepaald teken soms gebruikt om niet het woord aan te duiden, maar een klank voor een lettergreep die men gebruikte om een woord, in het meervoud te zeggen.19j
Daar men één teken gebruikte voor verschillende woorden moest de schrijver er een ander teken aan toevoegen om zodoende aan te geven tot welke klasse woorden het gebruikte woord behoorde. Zulke toegevoegde tekens worden determinatieftekens genoemd. Het teken voor god, [Artwork—Shinar sign], was zo’n determinant en werd gebruikt bij de namen van hun demonengoden. Eén geval waar men hier gebruik van maakte komt op een tablet uit Erech voor en dateert uit de Oeroek-periode. We vinden eveneens een determinant op de tabletten uit Gemdet-Nasr.20k
Een van de bewijzen dat de in Sinear gebruikte schrijfwijze daar niet zijn oorsprong had, is, dat het symbool voor zon een tekening is van een opkomende zon tussen twee bergtoppen, [Artwork—Shinar sign].21l Wanneer men in Sinear was begonnen te schrijven, had men ongetwijfeld hiervoor een vlakke horizon gebruikt. Nog een bewijs vormt het voor land of geboorteland gebruikte woord. Om het vlakke land van Sinear aan te duiden gebruikte men een tekening waarop drie bergtoppen, [Artwork—Shinar sign]. Dit toont aan dat deze tekens gebruikt werden in het bergachtige gebied voordat men in Sinear kwam.22a
Op de tabletten uit de Oeroek-periode is geen moeite gedaan de tekst in regels of woordgroepen neer te schrijven of de woorden in een logische volgorde te rangschikken. De tekens stonden min of meer gelijkmatig verdeeld over het tablet zonder dat er op de betekenis werd gelet. Op de grotere tabletten werd de tekst soms door enkele horizontale lijnen in twee of drie delen verdeeld. Gedurende de Gemdet-Nasr-periode vertonen de grotere tabletten vaak verticale lijnen of vakken die de tekens in groepen verdelen, ofschoon er bij dergelijke onderverdelingen weer geen rekening werd gehouden met de tekens onderling. Men moest eerst de tekens aan de rechterkant lezen, vervolgens die aan de linkerkant, enz.23b
Te Erech werden tijdens de Oeroek-periode de lijnen heel dun in de klei getrokken. Gedurende het begin van de Gemdet-Nasr-periode drukte men de tekens in de klei door gebruik te maken van een ruw soort schrijfstift; hierdoor werden de lijnen dikker.24c De gebogen lijnen verdwenen en maakten plaats voor rechte.25d Reeds voor de vloed gebruikte men de wigvormige tekens voor de schrijfwijze die men de naam van spijkerschrift (wiggeschrift) heeft gegeven en hier duidt men alle schrijfwijzen uit Sinear mee aan, of dit nu op steen, klei, enz. plaats had, en dit zowel voor als na de vloed.26e
HOE EN WAAROM
De oudste tabletten waren meestal rechthoekig (vierkant of langwerpig) ongeveer vier à vijf centimeter lang en twee en een half tot drie centimeter breed. Ze werden meestal vervaardigd van klei, ofschoon men ze soms maakte van gebrande gips vermengd met zand. Daar de klei vochtig en zacht was, maar weer niet zo zacht dat het aan de hand van de schrijver vastkleefde, werden de tekens er met een stift in gegrift. Voor de vloed werden de tabletten niet gebakken, maar liet men ze in de zon drogen.27f
Uit het voorgaande kunnen we afleiden dat men in Adams tijd met het schrijven begon, eeuwen voordat de vloed losbarstte, in of in de buurt van Eden, maar in geen geval in Sinear en dat deze kunst zich, van hieruit in het Nabije Oosten verspreidde. Het schrijven was, ten minste ten dele, pictografisch. Het werd gedaan op klei of steen of op vergankelijk materiaal.
Waarom begon men zo vroeg met het schrijven? Klaarblijkelijk omdat Jehovah in een geschreven verslag van gebeurtenissen van voor de vloed wilde voorzien omdat hij op de hoogte was van het slechte geheugen van de onvolmaakte mens. Op deze wijze was hij er tevens zeker van dat de van levensbelang zijnde feiten op een juiste wijze en zonder dat hiermee werd geknoeid aan toekomstige geslachten van Gods volk overgeleverd zouden worden.28g
[Voetnoten]
a 1 Het Hebreeuwse woord toledoth, dat vaak vertaald wordt met „geslachten,” moet men in Genesis 2:4; 5:1 en 6:9 vertalen met „geschiedenis,” zoals in De Wachttoren van 15 september 1948, de bladzijden 280 en 281, paragraaf 10-13 wordt aangetoond.
b 2 Tubal-Kaïn kan echter ook wel een eeuw voor Henoch, de zoon van Jered, ter wereld gekomen zijn, want Lamech, Tubal-Kaïns vader hoeft bij de geboorte van Tubal-Kaïn niet per se even oud als Jered geweest te zijn (162) toen diens zoon Erech geboren werd. Lamech kon bij de geboorte van zijn zoon Tubal-Kaïn wel even oud geweest zijn als Mahalalel bij de geboorte van diens zoon Jered was (65). — Gen. 4:1, 17-22, 25; 5:13-18.
c 3 In overeenstemming met voetnoot2 kan dit in de vijfendertigste eeuw v. Chr. hebben plaatsgevonden.
d 4 In overeenstemming met voetnoot2 kan dit aan het begin van de eenendertigste eeuw v. Chr. hebben plaatsgevonden.
e 5 Zie De Wachttoren van 15 september 1948, bladzijde 282, paragraaf 20.
f 6 Semetic Writing (1948) door G.R. Driver, de bladzijden 90 en 91.
g 7 The Archaeology of Palestine (1949) door W.F. Albright, de bladzijden 45 en 66.
h 8 The Westminster Dictionary of the Bible (1944), bladzijde 559, onder „Sinear.”
i 9 Twin Rivers (1947) door Seton Lloyd, de bladzijden 7 en 12.
j 9 Twin Rivers (1947) door Seton Lloyd, de bladzijden 7 en 12.
k 10 Idem, de bladzijden 7 en 13.
l 11 G.R. Driver, Idem, bladzijde 4.
a 12 Aan het eind van de Oeroek-periode werden de in Gebal gevonden inscripties gemaakt. W.F. Albright (idem, bladzijde 185) zegt hierover: „Enkele van deze afdrukken bevatten een dozijn of meer afzonderlijke ’pictografen’ in een regelmatige volgorde gerangschikt. . . . Slechts de toekomst zal ons duidelijk maken of we hier te doen hebben met een of andere soort schrijfkunst of niet.”
b 13 Seton Lloyd, Idem, bladzijde 13.
c 11 G.R. Driver, Idem, bladzijde 4.
d 11 G.R. Driver, Idem, bladzijde 4.
e 14 Uit deze periode dateren de belangrijke collectie inscripties afkomstig uit Susan (G.R. Driver, Idem, bladzijde 4). Het schrijven van Susan schijnt niet ontleend te zijn aan dat van Sinear, maar beide vormen schijnen hun oorsprong te hebben in een oudere vorm van schrijven. — G.R. Driver, Idem, bladzijde 2; The Alphabet (1948), door D. Diringer, bladzijde 54.
f 15 D. Diringer, Idem, de bladzijden 45 en 46.
g 16 G.R. Driver, Idem, de bladzijden 2, 6 en 28.
h 17 D. Diringer, Idem, bladzijde 34; G.R. Driver, idem, de bladzijden 46 en 47.
i 18 G.R. Driver, Idem, de bladzijden 50 en 51.
j 19 G.R. Driver, Idem, de bladzijden 6, 57 en 61.
k 20 D. Diringer, Idem, bladzijde 43; G.R. Driver, idem, de bladzijden 6, 60 en 61.
l 21 G.R. Driver, Idem, bladzijde 50: „Dergelijke tekens geven ons het bewijs dat de Sumeriërs oorspronkelijk in een bergachtig gebied woonden.”
a 22 Journal of the University of Bombay, deel VII, 1e aflevering, juli 1938, door H. Heras, „De oorsprong van de Sumerische schrijfwijze,” bladzijde 9: „Deze tweevoudige betekenis [heuvel en land] van het woord . . . toont klaarblijkelijk aan dat het land, d.w.z. hun land, oorspronkelijk bergachtig geweest is.”
b 23 D. Diringer, Idem, bladzijde 41: „Wij zijn eveneens niet in staat vast te stellen of het spijkerschrift in Mesopotamië of ergens anders werd uitgevonden, dit laatste ligt echter meer voor de hand.”
G.R. Driver, Idem, de bladzijden 39 en 40.
c 24 G.R. Driver, Idem, bladzijde 49.
d 25 G.R. Driver, Idem, bladzijde 50.
e 26 D. Diringer, Idem, bladzijde 43.
f 27 G.R. Driver, Idem, de bladzijden 8 en 9.
g 28 De Wachttoren van 15 september 1948, bladzijde 284, paragraaf 34.
[Kaart op blz. 517]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
Turkije
Armenië
Tigris
Eufraat
Gebal
Jordaan
Ghassoel
Gemdet-Nasr
Susan
Kis
Erech
Oemme
Grens van Sinear en de kustlijn ten tijde van Adams schepping
Kustlijn ten tijde van de vloed