Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w50 1/7 blz. 213-214
  • Gilead reikt diploma’s uit aan nog meer bekwame zendelingen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Gilead reikt diploma’s uit aan nog meer bekwame zendelingen
  • De Wachttoren en Aankondiger van Jehova’s Koninkrijk 1950
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • RESOLUTIE
  • Zendelingen bevorderen wereldwijde expansie
    Jehovah’s Getuigen — Verkondigers van Gods koninkrijk
  • Een nieuw tehuis voor de zendelingenschool Gilead
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1989
  • Jehovah’s leiding verheugd aanvaard
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1999
  • De Gileadschool bevordert de wereldomvattende bekendmaking van het Koninkrijk
    Ontwaakt! 1973
Meer weergeven
De Wachttoren en Aankondiger van Jehova’s Koninkrijk 1950
w50 1/7 blz. 213-214

Gilead reikt diploma’s uit aan nog meer bekwame zendelingen

DIPLOMA-uitreikingsdag te Gilead! Waarom is dit zulk een heuglijke gelegenheid? Waarom stellen Jehova s getuigen overal zo’n belang in deze halfjaarlijkse gebeurtenis? Omdat Jehova’s getuigen belangstellen in Gods bevel: „Predik het Woord.” Zij weten dat dit betekent, thans het evangelie van Gods opgerichte koninkrijk prediken, te beginnen in hun eigen woonplaats en hun prediking uitbreidend tot de uiterste hoeken der aarde. Welk belangrijker werk zou thans gedaan kunnen worden? Geen andere school op aarde legt zich er op toe bedienaren van het evangelie voor dit werk op te leiden, en ofschoon niet alle getuigen van Jehova deze voortgezette opleiding tot zendeling kunnen ontvangen, hebben zij allen een aandeel in het ondersteunen van de school en het werk van de afgestudeerde leerlingen.

Het was dan ook met van blijdschap vervulde harten, dat op de avond van zaterdag, 4 februari 1950, meer dan 1100 personen uit vele staten van Amerika en uit Canada de vergaderzaal en de leslokalen van de Wachttoren Bijbelschool Gilead vulden, voor het eerste onderdeel van het programma ter gelegenheid van de veertiende diploma-uitreiking op Gilead.

Na een studie van het Wachttoren-artikel „Wees rijk in goede werken” en nadat een groep leerlingen wat muziek ten gehore had gebracht, stond allen en in het bijzonder de afgestudeerde leerlingen een speciale verrassing te wachten. De president van het Wachttoren Bijbel en Tractaat Genootschap, N.H. Knorr, was juist van een reis door Midden- en Zuid-Amerika teruggekeerd en zou een verslag van zijn reis geven. Hij vertelde over de wonderbaarlijke expansie van het predikingswerk in deze landen, en toen, nadat hij had verhaald over de toestanden en behoeften in de zendingsgebieden, begon hij tot aangename verrassing van de leerlingen, in deze behoeften te voorzien door aan allen toewijzingen te verstrekken! Behalve voor Latijns-Amerikaanse natiën werden ook voor andere landen toewijzingen verstrekt, tot een totaal van 22 landen, met inbegrip van Canada, België, Holland, Zweden en New Foundland. Er zal stellig een aanzienlijk gedeelte van de aardbol door de veertiende klasse van Gilead worden bewerkt.

Dit vormde een juiste inleiding voor de belangrijkste bijeenkomst op zondagmorgen, toen 1591 personen een zit- of staanplaats trachtten te vinden waar zij de luidsprekers konden horen, die in de vergaderzaal, leslokalen, het souterrain en bibliotheekgebouw waren opgesteld. Na enkele woorden van de dienaar der boerderij en de leraren en nadat er telegrammen met gelukwensen en aanmoedigingen waren voorgelezen, die uit plaatsen in alle hoeken der aarde kwamen, hield de president van het Genootschap de toespraak tot de afgestudeerde leerlingen. Het onderwerp was: „Vereisten voor de dienst.”

De heer Knorr opende zijn toespraak door in herinnering te brengen welk een grondige studie van de Bijbel zelf en hetgeen met de Bijbel in verband staat, de leerlingen nu net achter de rug hadden. Hij waarschuwde echter, dat de vraag in de toekomst niet zou zijn: Hoeveel malen heb ik mijn Bijbel gelezen? maar: Wanneer heb ik hem het laatst gelezen? „Het Woord des Heren houdt ons levend” zeide hij.

Terwijl de spreker de in Efeze 3:14-19; 5:1; Filippenzen 4:8, 9; 1 Thessalonicenzen 4:7, 8; 1 Timotheüs 1:12-15; 3:5-8 en Hebreeën 11:15, 16 opgetekende teksten gebruikte, legde hij er de nadruk op hoe de apostel Paulus wenste, dat zijn broeders en zusters aan de vereisten voor de dienst zouden voldoen. Paulus bracht uitdrukkelijk de belangrijkheid van het gebed onder de aandacht, want door middel daarvan zouden zij hiertoe in staat zijn. Iemand die God dient, moet het nooit zover laten komen dat hij niet kan bidden of dat hij er bevreesd voor is in gebed voor God te komen. Wanneer hij dit doet, heeft hij zijn Verlosser verworpen, die het hem mogelijk heeft gemaakt tot God te komen. Door het gebed wordt de ’inwendige mens’ gesterkt. Deze ’inwendige mens’ is wat wij in werkelijkheid innerlijk zijn. Onze uiterlijke verschijning moge niet zo aantrekkelijk zijn, doch wat wij innerlijk zijn, zal altijd aan het licht komen en hierdoor wordt beslist of wij goede bedienaren van het evangelie en goede zendelingen zijn. Ten einde God en zijn organisatie te begrijpen, moeten wij zijn Woord grondig bestuderen en de zuivere, onvervalste waarheden van dit Woord in ons opnemen. Wij moeten Gods organisatie binnengaan en voortdurend het leven en de handelingen van Jezus Christus bestuderen en hem navolgen.

Wij moeten onze geest steeds laten verwijlen bij hetgeen deugdzaam en prijzenswaardig is. Wij kunnen de praktijken van de oude wereld niet in de dienst voor de nieuwe wereld overbrengen. Waarom zouden wij gemene, platte taal gebruiken wanneer wij iets beschrijven, beschrijvingen die in werkelijkheid niet veelzeggend zijn, doch zonder betekenis en in geen enkel opzicht stichtend. Er zijn zovele dingen die wij liefhebben, onze Koninkrijkszaal, onze plaatselijke groep, onze berichten, onze broeders en zusters, onze organisatie; hiermede kunnen wij onze geest zich laten bezighouden en hieraan kunnen wij onze aandacht besteden. Wij kunnen luisteren naar raadgevingen van onze broeders en zusters, raadgevingen die zijn gebaseerd op Gods Woord. Hierdoor zullen wij worden geholpen de juiste dingen te overpeinzen en navolgers van God te zijn.

Daarna werd de zendelingen aan de hand van 1 Timotheüs 3:1-7 aangetoond op welke eigenschappen zij moeten letten wanneer zij in de gemeenten die door hen zullen worden gesticht, bedienaren van het evangelie voor bepaalde diensten zullen uitkiezen, want vele toewijzingen zijn voor plaatsen waar Gods Woord nog nooit is gepredikt.

Doch wat zouden de zendelingen zelf doen? Zouden zij toelaten dat zij zich door banden die hen aan huis binden, of doordat zij het goeddoen moe worden, of door iets anders, uit hun toewijzingen laten verdrijven? Hebben wij in dit opzicht een voorbeeld van de handelwijze die God behaagt? Abraham was zulk een voorbeeld. Op Gods bevel verliet hij zijn geboorteland en ging naar het vreemde land dat hem werd toegewezen, Kanaän, om daar het Woord te prediken. Zeer zeker verliet hij een geriefelijk vaderland met een veel hoger ontwikkelde beschaving, evenals velen van deze zendelingen thans. Abraham had een overvloed van verontschuldigingen kunnen aanvoeren en gelegenheden te over kunnen vinden om naar huis terug te keren, zoals de apostel zegt. Maar hij deed het niet. Hij geloofde het woord van God en ging naar het hem toegewezen land, met de gedachte daar te blijven totdat de hemelse stad, het Koninkrijk Gods, werd opgericht. Hij heeft niet zolang geleefd, doch wegens zijn geloof zal hij een opstanding verkrijgen tot leven in de nieuwe wereld.

Geloof en getrouwheid aan de Heer zijn noodzakelijk. Het maakt geen verschil waar wij wonen, want de gehele aarde zal heerlijk worden gemaakt. Wanneer getrouwe zendelingen die een aantal jaren in het buitenland velddienst hebben verricht, voor een bezoek terugkomen, verlangen zij weer naar „huis” terug te gaan. De toewijzing die de Heer hun heeft gegeven, dat is hun huis of vaderland en zij hebben dat land en de mensen die er wonen, lief. Hun voorbeeld sterkt ons geloof in Gilead en het doel waarvoor het werd opgericht.

Na de lezing kwam iedere leerling, wanneer zijn naam werd afgeroepen, naar het podium en, ontving van de president van het Genootschap een envelop met een foto van de klas en een gift van het Genootschap, waardoor zij zouden worden geholpen met het werk in de hun toegewezen gebieden te beginnen. Terwijl zij die naar Quebec gaan onmiddellijk in hun definitieve toewijzingen zullen beginnen, zullen de meesten zich naar de stad New York begeven, waar zij zullen werken totdat het Internationale Congres in augustus is afgelopen, en van daaruit zullen zij naar de vreemde landen gaan. Ook vonden 99 van de 103 afgestudeerden in hun enveloppen een diploma waarop stond dat zij de school met goed gevolg hadden doorlopen.

Toen de laatste leerling naar zijn plaats was teruggekeerd, werd door een van de leerlingen een resolutie voorgelezen, die eenstemmig werd aangenomen. Deze resolutie bracht op krachtige wijze hun besluit onder woorden dat zij gedurende de weinige jaren voor de oprichting van de nieuwe wereld, hun getrouwheid zouden tonen, zelfs in weerwil van de pogingen die Satan stellig zal doen om hen van deze weg af te trekken. De resolutie luidde als volgt:

RESOLUTIE

DAAR de universele krijg van Armageddon nabij is, Jehova God Zijn Koning en Opperste Veldmaarschalk in 1914 n. Chr. op de troon heeft geplaatst en Hij sinds die tijd te midden van Zijn vijanden heerst; en

DAAR wij uit „deze tegenwoordige boze wereld” zijn gekomen en als soldaten in het leger van deze Veldmaarschalk hebben dienstgenomen en ons aan deze dienst hebben gewijd als strijders die hieraan al hun tijd zullen besteden en Hem en Zijn koninkrijk onverbreekbare trouw hebben beloofd; en

DAAR de strijd heviger is geworden doordat Jehova’s volk de reine aanbidding steeds verder uitbreidt en Satan zijn laatste wanhopige poging doet om de aankondiging van het opgerichte Koninkrijk stop te zetten, door een gewelddadige vervolging in te zetten en door gebruik te maken van alle middelen die hem ter beschikking staan, met inbegrip van het zogenaamde „heilige jaar” van 1950; en

DAAR wij van de Canadese en Amerikaanse tonelen der Theocratische strijdvoering zijn weggeroepen ten einde op de Wachttoren Bijbelschool Gilead verder te worden opgeleid en toegerust, en daar wij verlangend zijn blijk te geven van onze diepgevoelde dankbaarheid en waardering tegenover Jehova God en Zijn organisatie voor dit gezegende voorrecht onze bekwaamheid als Theocratische strijders te vergroten;

DAAROM besluiten en verklaren wij, de leden van de veertiende klasse en de eerste klasse van het gebeurtenisvolle internationale-congresjaar van Jehova’s getuigen, 1950, die op deze dag, 5 februari 1950, te South Lansing, New York, ter gelegenheid van de uitreiking der diploma’s zijn bijeengekomen, het volgende:

DAT wij van hier uit naar iedere plaats zullen gaan waar onze Gebieder ons door middel van Zijn organisatie een dienst te verrichten geeft; en

DAT wij de wapens der kennis zullen gebruiken die Hij ons heeft gegeven om vrijheid uit te roepen voor hen die door Satan en zijn organisatie worden gevangengehouden, en dat wij niet zullen toelaten dat het „zwaard des Geestes” in onze handen bot wordt en dat wij het ook niet in zijn schede zullen laten verroesten, maar het doeltreffend zullen hanteren tot rechtvaardiging van Jehova’s naam; en

DAT wij liefde zullen betonen aan hen tot wie wij worden gezonden, door hen vol liefde te voeden met Gods Woord der waarheid; en

DAT wij, door Gods genade, weerstand zullen bieden aan alle satanische pogingen van wereldsamenzwering en niet zullen zwichten voor zijn sluwe plannen de gehele wereld in zijn dienst te stellen, doch zullen voortgaan ’het Woord te prediken’ totdat Satan en zijn satanische helpers verpletterd neerliggen en Jehova Zijn volk zegevierend door de eindstrijd van Armageddon heeft heengeleid tot in de nieuwe wereld „waarin gerechtigheid woont”.

Deze vergadering ging uiteen en de bezoekers zochten oude vrienden op en brachten de tijd aangenaam met hen door. In het souterrain van de Gilead school werd wat licht voedsel geserveerd, zodat bijna iedereen de gehele dag op het schoolterrein kon blijven en de verschillende onderdelen van de boerderij en de school kon bezichtigen.

En zo slaan wij de bladzijden om van een volgend hoofdstuk over de plaats genaamd Gilead. Weer een machtige getuigenishoop in verre landen. Weer een groep ijverige dienaren van onze God Jehova, die gereed zijn mensen van goede wil vreugde te brengen in plaats van rouw en levengevend geestelijk voedsel in plaats van het dodelijke zuurdeeg dat op de „tafel der demonen” wordt opgedist.

De school is voorbij; maar wat zien wij op deze laatste dag? Afgestudeerde leerlingen bladeren opgewonden in encyclopedieën en aardrijkskundige tijdschriften en zeggen „Daar ga ik heen!” Dit verschafte stof voor de slotbijeenkomst op zondagavond, toen er van het podium af korte toespraken werden gehouden waarin waardering tot uitdrukking werd gebracht. Men hoorde veel over verre volken en verre landen; landen en volken die hun toekomstige vaderlanden en toekomstige naburen zullen zijn.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen