Een bezoek aan de Honduras-landen
HET vliegtuig waarmede R.E. Morgan de luchtreis van San Salvador naar Tegucigalpa in Honduras maakte, kwam in ruw weer terecht, dat ongetwijfeld het gevolg was van luchtstromingen die werden veroorzaakt door het buitengewoon bergachtige terrein beneden. De piloot beval dat de riemen van de zitplaatsen de gehele weg vast moesten blijven, want het vliegtuig werd als een veer in het rond geslingerd. Wanneer het heen en weer ging, gingen sommige passagiers dit ook. Zij waren blij toen zij op het rotsachtige vliegveld te Tegucigalpa landden en weer vaste grond onder de voeten hadden. Broeder Burt en zeven van de elf Gileadieten die op het ogenblik in Honduras zijn, waren daar op het vliegveld om de bezoeker uit New York af te halen, evenals vele groepsverkondigers. Spoedig ging het gehele groepje in een bus welke voor die gelegenheid was gehuurd, terug naar de stad. De resterende uren voor de middag werden aan de noodzakelijke formaliteiten met drie verschillende departementen van de regering besteed, zodat het paspoort en de papieren van Broeder Morgan in orde zouden zijn voor zijn vertrek uit het land een paar dagen later.
Dit was een belangrijk weekeinde voor de broeders en zusters in Honduras. Vrijdag was het eerste algemene congres begonnen dat ooit in dat land was gehouden. Er waren in Tegucigalpa broeders en zusters uit alle zeven groepen van het land en tevens vele geïsoleerde verkondigers. Dit betekende voor vele broeders en zusters heel wat inspanning, doch zij hadden voor deze gelegenheid goede plannen gemaakt. Uit één groep kwamen acht en twintig verkondigers per vliegtuig naar de hoofdstad, en sommigen van hen hadden voordien nog nooit gevlogen. Eén broeder had de koe van het gezin verkocht om genoeg geld voor de reis bijeen te krijgen. Anderen waren lopend gekomen.
De inwoners van Tegucigalpa waren verbaasd toen zij Jehova’s getuigen de lezing voor de eerste maal met borden zagen aankondigen en de broeders en zusters deden verscheidene interessante ervaringen op toen zij in de straten liepen. Eén „padre” liep een zuster door de straat achterna en raadde de voorbijgangers en omstanders af de strooibiljetten aan te nemen waarop de openbare lezing werd aangekondigd, hoewel hij zelf een strooibiljet in zijn hand had. Een heer maakte de „padre” er op attent dat wanneer hij, de „padre” een strooibiljet kon aannemen, er geen reden scheen te zijn waarom anderen ze ook niet zouden aannemen. Daarop verscheurde de geestelijke de uitnodiging. Zulk een storing hield de mensen er niet van terug de openbare lezing bij te wonen. Op zondagmorgen om 10 uur waren er in het theater 511 mensen die naar „Vrijheid voor de gevangenen” luisterden. Dit was de grootste openbare lezing die Jehova’s getuigen ooit in Honduras hadden gehouden. Die middag werden elf nieuwe getuigen gedoopt in de Rio Grande rivier, ongeveer anderhalve kilometer buiten de stad, waar alle broeders en zusters naar toe wandelden. Eén persoon, iemand die op doorreis was en pas een paar dagen te voren met een der getuigen van Jehova had gesproken en die daarna alle onderdelen van het programma der vergadering had bijgewoond, werd ook gedoopt. Hij verlangt er vurig naar alles te leren wat thans mogelijk is, zodat hij ook kan prediken, en daarom vroeg hij of hij thuis een Bijbelstudie kon hebben.
Er moesten in Honduras nog meer plaatsen worden bezocht, waar Gileadieten werken tezamen met andere leden van het volk des Heren die niet naar de algemene vergadering in de hoofdstad hadden kunnen komen. Daarom gingen de Bijkantoordienaar en Broeder Morgan maandagmiddag aan boord van een TACA-vliegtuig op weg naar San Pedro Sula, een stad ten noordwesten van de hoofdstad. Maandagavond kwamen er 92 broeders en zusters en mensen van goede wil in de Koninkrijkszaal bijeen die is gelegen in het zendingshuis waar twee Gileadieten wonen. De plaatselijke broeders en zusters waren blij over de opkomst. Vlak naast het zendingshuis is een radiostation dat de getuigen van Jehova elke week gratis tijd ter beschikking stelt. De zendelingen verzorgen enkele zeer belangwekkende programma’s. San Pedro Sula is heet en een groot gedeelte van de tijd regent het er, doch de Heer zegent de krachtsinspanningen van de broeders en zusters bij het prediken van het evangelie aldaar.
Dinsdagmiddag reisden de twee broeders naar La Ceiba, een stad aan de kust, precies ten noorden van Tegucigalpa. Onderweg stopte het vliegtuig in Puerto Cortez en Tela. Toen wij La Ceiba naderden, zagen wij rieten daken van de huizen beneden en grote velden met bananenbomen. De noordkust van Honduras is een prachtig bananenland, en de fruitondernemingen vormen ongeveer de enige middelen van bestaan voor de bevolking. Op die avond zagen de drie Gileadieten die ongeveer zes maanden in La Ceiba hebben gewerkt, tot hun vreugde 41 mensen op de vergadering komen. Tien van deze mensen zijn nu verkondigers en er wordt een groep van Jehova’s getuigen georganiseerd. Velen van de mensen van goede wil hier die iets over de waarheid vernemen, zijn in de plaatselijke kerken werkzaam, en sommigen waren verontrust door de waarschuwing van de geestelijken dat Jehova’s getuigen alleen maar zoveel mogelijk boeken zouden verkopen en dan naar een andere plaats zouden vertrekken. Doch hun werd verzekerd dat Jehova’s getuigen in La Ceiba waren om daar te blijven en dat zij in die stad een permanente groepsorganisatie voor de ware aanbidding vormden. Deze nieuwe mensen luisterden met belangstelling naar een verslag over het werk van het Genootschap in de gehele wereld, terwijl zij tevens met interesse de verantwoordelijkheden van Jehova’s getuigen in La Ceiba onder het oog zagen om de waarheid bekend te maken. Het werken hier is niet gemakkelijk, maar de broeders en zusters zijn geestdriftig over de vooruitzichten op expansie.
De wegen van Broeder Morgan en Broeder Knorr, die een paar dagen later van San Salvador naar Honduras was gegaan, kruisten elkaar op zaterdag, 24 december. Het vliegtuig waarmede de president van het Genootschap in Tegucigalpa aankwam, was hetzelfde vliegtuig waarmede Broeder Morgan naar Nicaragua moest vertrekken, want hij had Brits-Honduras en Honduras toen reeds bezocht. Tien minuten bespraken zij aangelegenheden in verband met de bezochte landen en toen was Broeder Morgan op weg naar Nicaragua. Broeder Knorr zou blijven en zaken in verband met het Bijkantoor en het zendingshuis regelen. Hij herinnerde er aan dat hij daar in 1946 was geweest toen het werk eigenlijk pas begon en zeven Gileadieten daarheen waren gezonden om alles voor de prediking van het evangelie te organiseren. Broeder Burt was overgeplaatst van Costa Rica naar Tegucigalpa, en andere onervaren zendelingen waren naar de hoofdstad gezonden om bij het organisatiewerk te helpen. Gedurende het jaar 1946 was er een gemiddelde van slechts 19 verkondigers in het veld, van wie er twaalf groepsverkondigers waren. In 1947 werd er meer dan het dubbele aantal bereikt, namelijk 45 verkondigers voor dat jaar. In 1948 was er toen een grote toename: het aantal verkondigers kwam op 119. En in dit laatste dienstjaar werd het aantal verkondigers weer meer dan verdubbeld, want het totale aantal kwam op 246. Dit betekent dat zij in elk van de laatste vier jaren een toename hebben gehad van meer dan 100 procent. Het is dus gebleken dat Honduras een uitstekend veld is voor de vooruitgang van het Koninkrijkswerk.
Op zaterdagavond woonden 66 broeders en zusters in de Koninkrijkszaal, die in het zendingshuis is gelegen, de lezing bij die door Broeder Knorr werd gehouden. De broeders en zusters hier moeten, evenals in andere landen, predikers van het Woord zijn, en iedere enkeling moet als een bedienaar van het evangelie op zich zelf staan. Jehova’s getuigen verrichten dit werk niet omdat iemand anders het doet; zij verrichten het omdat zij de verantwoordelijkheid op zich hebben genomen, in tegenwoordigheid van Jehova God en zijn Zoon en in de tijd van Christus’ tweede verschijning en de oprichting van zijn koninkrijk, het Woord te prediken. Hoewel de meesten van deze broeders en zusters pas een jaar of wat in de waarheid zijn, beginnen zij de verantwoordelijkheid in te zien die de Heer hun heeft opgelegd en zij beginnen te begrijpen dat zij altijd trouw moeten blijven wanneer zij het eeuwige leven willen verkrijgen.
De vraag die in de gedachten van de zendelingen de eerste plaats innam, was, hoe zij in 1950 tot expansie konden komen. Nadat de toestand in het land en de vooruitzichten voor de toekomst waren overwogen, werd het het beste geacht, aan de tegenwoordige zendingshuizen nog meer zendelingen toe te voegen en zo spoedig mogelijk in een andere stad een nieuw huis te openen. Er zijn vele kleine dorpjes van twee tot vijf duizend mensen die ook door strijdlustige, jonge zendelingen moeten worden bereikt. Wij hopen dat de Koninkrijksboodschap tegen het eind van het jaar in andere delen van het land zal zijn doorgedrongen.
Ofschoon het zendingshuis in Tegucigalpa op een prachtige plaats is gelegen en zeer geriefelijk is, ligt het waarschijnlijk in het verkeerde gedeelte van de stad wat een veel verdere uitbreiding in dat gebied betreft. Aan de Bijkantoordienaar werd opdracht gegeven het zendingshuis naar het hartje van Tegucigalpa te verplaatsen. Het ligt nu in de buitenwijken van de stad. Een kleine Koninkrijkszaal gelegen in dat gedeelte, zal zorgen voor alle goede belangstellenden in de buurt van het huis. De openbare lezing van de week er voor had aangetoond dat er in de stad vele belangstellenden wonen en aan deze mensen kan beter aandacht worden geschonken wanneer het huis en de Koninkrijkszaal voor de mensen gemakkelijker te bereiken zijn.
Nadat Broeder Knorr op zondag de Engelse Watchtower-studie en de Spaanse La Atalaya-studie had bijgewoond en met de zendelingen over verschillende problemen had gesproken, kwam er aan zijn zeer prettige bezoek aan dit groepje een einde. Maandagmorgen ging hij op weg naar San Pedro Sula, om daar weer vier Gileadieten te bezoeken en hun werk met hen te bespreken. Het vliegtuig dat om 8.30 uur in de morgen van de 26ste vertrok, landde in Progreso, een paar kilometers van San Pedro Sula. Na een paar minuten steeg het weer op, scheerde over de boomtoppen van de bananenplantages en het heldere kleine stadje La Lima op weg naar San Pedro Sula, waar het vijf minuten later landde. De dag werd doorgebracht met de zendelingen in hun huis, en om 3.30 uur in de middag kwamen vele groepsverkondigers van San Pedro Sula en La Lima naar de vlieghaven om afscheid te nemen van Broeder Knorr die naar Brits-Honduras ging. Meer dan dertig broeders en zusters waren gekomen om hem goedendag te zeggen en het speet hun zeer dat hij niet op hun congres in Tegucigalpa had kunnen zijn.
Zowel Broeder Morgan als Broeder Knorr bracht enkele dagen door te Belize in Brits-Honduras. Broeder Morgan hield er een openbare lezing en enkele dagen later kwam Broeder Knorr daar aan, die tot de verkondigers en speciaal met de zendelingen over hun moeilijkheden in verband met de zendingsdienst sprak. Toen Broeder Knorr weer moest vertrekken, gingen hij en alle zendelingen met een taxi naar de vlieghaven. Hij verwachtte onderweg naar Managua de Gileadieten te San Pedro Sula en Tegucigalpa wederom te zien. Nadat de president van het Genootschap van het kleine groepje te Belize afscheid had genomen, had hij onderweg naar San Pedro Sula niet net zulk ruw weer als zijn secretaris, doch evenals zijn secretaris landde hij niet in San Pedro Sula, omdat er geen passagiers in en uit moesten. Dit werd hem vijftien minuten nadat zij Belize hadden verlaten door de stewardess van het vliegtuig verteld. Het speet hem dat hij deze zendelingen niet nogmaals zag doch hij troostte zich met het feit dat het groepje in Tegucigalpa op het vliegveld zou zijn om hem te begroeten. Doch dertig minuten later zeide de stewardess dat het vliegtuig ook niet in Tegucigalpa zou landen, omdat er niemand in of uit zou gaan, en dat het in plaats daarvan naar San Salvador zou gaan.
Aan de broeders en zusters te San Salvador was gezegd dat Broeder Knorr daar niet zou landen op zijn reis naar Managua, maar in Tegucigalpa; dus zowel in San Pedro Sula als in Tegucigalpa werden groepjes verkondigers en Broeder Knorr teleurgesteld doordat zij elkander niet zagen. Nu landde hij om 10 uur v.m. in San Salvador; hij praatte met de Douanebeambten van El Salvador en vroeg verlof drie uur de stad in te gaan. Hem werd echter medegedeeld dat passagiers die op doorreis waren, de vlieghaven niet mochten verlaten. Met behulp van een vriendelijke employé van de Pan American Airways belde hij een taxi-onderneming in San Salvador op en zei hun naar het adres van het zendingshuis te gaan en de mensen die daar woonden te vertellen dat de heer Knorr op het vliegveld was en dat zij dezelfde taxi moesten nemen en onmiddellijk naar hem toe moesten komen. Er waren toevallig zes broeders en zusters thuis aan het wassen en schoonmaken. Haastig trokken zij dus iets anders aan en brachten een zeer verheugend bezoek aan Broeder Knorr van twee uur, met inbegrip van een gezamenlijk diner op het vliegveld. De tijd werd goed besteed. Het reizen door de lucht is wat onzeker. Je bent er niet altijd zeker van waar je zult landen. Maar ten slotte kom je toch waar je wezen moet.
Kort voor 1 uur n.m. kwam het vliegtuig aan en ging Broeder Knorr, na afscheid genomen te hebben, op weg naar Tegucigalpa, waar alle zendelingen naar het vliegveld waren gekomen daar ze wisten dat hij in dat vliegtuig zou zitten. En zo smaakte de president van het Genootschap het genoegen vijftien minuten met hen te praten voordat hij verder ging naar Managua.