Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w50 15/5 blz. 163-165
  • Waarom christenen tabak mijden

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Waarom christenen tabak mijden
  • De Wachttoren en Aankondiger van Jehova’s Koninkrijk 1950
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • PASSENDE ACHTING VOOR DE ORGANISATIE
  • De tabaksgewoonte — Verenigbaar met het Christendom?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1954
  • Onze werkkring met ’liefde voor de naaste’ in overeenstemming brengen
    Koninkrijksdienst 1974
  • Tabaksgebruikers
    Koninkrijksdienst 1974
  • Vragen van lezers
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1969
Meer weergeven
De Wachttoren en Aankondiger van Jehova’s Koninkrijk 1950
w50 15/5 blz. 163-165

Waarom christenen tabak mijden

VELE nieuwelingen komen tot een kennis van de waarheden in de Bijbel en nemen hun plaats in de gelederen van de evangelie-predikende getuigen van Jehova in. Velen van deze nieuwelingen hebben voorheen tabak gerookt, doch zijn er thans mee opgehouden. Enige anderen komen tot een kennis der waarheid doch laten het roken niet na. Wanneer tactisch wordt getracht hen te onderrichten, antwoorden zij dat de Bijbel het roken niet verbiedt en dat wanneer hun uit de Bijbel wordt aangetoond dat het verkeerd is, zij het zullen laten. Sommigen van hen hebben zelfs in de plaatselijke Koninkrijkszalen niet-rokende getuigen sigaretten aangeboden. Hun poging tot humor is op zijn minst ongepast, en zweemt naar spot. Op zijn hoogst zouden zij slechts een ander die zich van deze gewoonte had gereinigd, kunnen verleiden.

Het is waar dat de Bijbel het roken van tabak niet speciaal als een kwaad noemt dat moet worden vermeden. Indien Christenen het moeten mijden, waarom vermeldt de Bijbel het dan niet nauwkeurig? Omdat ten tijde dat de Bijbel werd geschreven, het roken van tabak onbekend was. Onder de rubriek „Tabak” vermeldt de Encyclopedia Americana, uitgave van 1942:

„Het gebruik van tabak, dat in Amerika is ontstaan, heeft zich tot vrijwel alle delen der wereld uitgebreid en de tabak is inderdaad op onvergelijkelijke wijze het meest algemeen gebruikte verdovende middel geworden. . . . Ten tijde van de ontdekking van Amerika door Columbus werd tabak in wijde kring door de Indianen gebruikt en overblijfselen van de Mound Builders [oude bewoners van Amerika die grote aardhopen bouwden] tonen aan, dat het roken van een pijp onder de inboorlingen een zeer oud gebruik was. Toen Columbus in 1492 in West-Indië landde, bemerkten leden van zijn bemanning dat de inboorlingen rolletjes gedroogde tabaksbladeren rookten. Toen de Spanjaarden in 1519 in Mexico landden, ontdekten zij dat de inboorlingen met zorg en bekwaamheid tabak verbouwden. . . . De Amerikaanse Indianen hadden methoden uitgevonden om tabak te verbouwen en in alle vormen die thans worden gebruikt, te bereiden. . . . In het begin van de 17e eeuw werd de teelt en het gebruik van tabak in India, Perzië en andere Aziatische landen ingevoerd.”

In Bijbelse landen werd het dus niet eerder gebruikt dan meer dan vijftien eeuwen nadat het laatste boek van de Bijbel werd geschreven. Niettemin beslaan de geïnspireerde vermaningen die in de Schrift staan, zulk een uitgestrekt terrein, dat zij stellig ook op het gebruik van tabak van toepassing zijn. Een zachtmoedige en nederige persoon die onderwezen wenst te worden, zou bijvoorbeeld tot zijn voordeel schriftuurplaatsen als Spreuken 30:12, Jesaja 52:11, Galaten 5:19, Kolossenzen 3:5, Jakobus 1:22, Efeze 5:3, 4, en andere teksten over reinheid zowel op lichamelijk als op geestelijk gebied kunnen naslaan. In deze teksten wordt een beginsel van zuiverheid en reinheid vastgesteld dat tot richtsnoer moet dienen van Christenen, en 2 Korinthe 7:1 is duidelijk wanneer het voorschrijft: „Laat ons onszelven reinigen van alle besmetting des vleses en des geestes, voleindigende de heiligmaking in de vreze Gods.” Een moderne Engelse vertaling luidt: „Laat ons ons zelf reinigen van alles wat vlees of geest bezoedelt; laat ons uit eerbied voor God volledig gewijd zijn.” — Moffatt.

Is het roken van tabak geen onrein gebruik, daar het het vlees besmet, kleren en lichaam doet stinken en overal as achterlaat? Wordt er niet veeleer ondoordachte zelfzucht in plaats van liefde door tot uitdrukking gebracht, wanneer iemand de lucht met scherpe rook verontreinigt die anderen moeten inademen, en die de ogen pijn doet? Wordt het vlees door dit gebruik niet bezoedeld doordat het de gezondheid schaadt? Het wordt algemeen toegegeven dat het de ademhaling belemmert, het uithoudings- en reactievermogen verkleint, het verstand benevelt, hart- en bloedvatenziekten bevordert, de levenskracht vermindert, de holten en vliezen van neus, mond, keel en longen irriteert, kanker veroorzaakt, de voortplantingsfuncties zowel bij mannen als vrouwen verzwakt, demoraliserend werkt en de levensduur verkort. Welke voordelen kunnen sigarettenrokers aantonen die tegen deze nadelen opwegen? Kan men zijn volledige kracht en energie aan God wijden als men een gedeelte hiervan wegneemt door aan sigaretten te zuigen? Worden de gewijde kracht, tijd en het geld van een Christen verstandig besteed wanneer ze door de gewoonte tabak te roken worden verspild en verknoeid? Het is niet nodig dat Jehova’s getuigen rokers met deze en dergelijke vragen plagen of lastig vallen. Het is voldoende wanneer alle rokers, speciaal zij die tot een kennis der waarheid zijn gekomen en een aandeel hebben aan Jehova’s dienst, deze vragen eerlijk in overweging nemen en in hun eigen geest en hart oprecht naar het antwoord zoeken.

Zij zouden er ook aan kunnen denken, dat Jehova’s zichtbare organisatie door God werd gebruikt om hun geest van valse religieuze leerstellingen te bevrijden, dat Hij deze organisatie gebruikte om hun de Koninkrijkswaarheden te leren, de zegeningen van de nieuwe aarde voor hen af te schilderen en hen te oefenen in het prediken van het evangelie, welk werk tot zulke vreugden en eeuwig leven leidt. Zij vertrouwden de organisatie in deze dingen, overtuigd dat ze door God werd gebruikt en nog wordt gebruikt. Is het niet redelijk dat God ze ook gebruikt om Zijn volk van dergelijke onreine gewoonten als roken te reinigen? Wordt de beginneling, nadat hij door de hulp van de organisatie een getuige is geworden, wat het onderwerp reinheid en het uitleggen van de hierop betrekking hebbende schriftuurplaatsen betreft, plotseling wijzer dan zijn zichtbare leraar? De Wachttoren heeft in de afgelopen jaren bij verschillende gelegenheden het gebruik van tabak besproken. Schenk aandacht aan de volgende commentaren, overgenomen uit het tijdschrift De Wachttoren van 1 juli 1942, nadat daarin 2 Korinthe 7:1 was aangehaald.

„Iedere bezoedeling, of deze van het vlees of van de geest is, is een gruwel in Zijn ogen. Reinheid van het vlees en de geest is precies het tegenovergestelde van bezoedeling, en betekent dat het schepsel naar lichaam en geest rein moet zijn en de natuurlijke eigenschappen waarmede hij is begaafd, ter ere van God moet gebruiken. Nadat hij in de grote strijdvraag zijn plaats aan de zijde van Jehova heeft ingenomen en Jehova hem het grote voorrecht heeft verleend, met zijn Theocratische organisatie te worden verbonden, moet hij zich in overeenstemming met die heilige organisatie gedragen.

De legers [van deze wereld], en de religieuze organisaties met hen, zorgen er voor dat zij die voor de wereldbeheersing vechten, ruim van tabak worden voorzien. De Encyclopaedia Britannica (Deel 26) zegt: ’Toen het vasteland van Amerika werd opengesteld en verkend, werd het duidelijk dat het verbruik van tabak, vooral door roken, een algemeen en eeuwenoud gebruik was, in vele gevallen VERBONDEN MET DE MEEST BETEKENISVOLLE EN PLECHTIGSTE CEREMONIËN VAN DE STAM.’ Dit betekent dat het gebruik van dat kruid met demonisme werd verbonden, om de slachtoffers er van onder de macht der demonen te brengen. Is het gebruik van tabak dan rein of onrein volgens de betekenis van de Schrift? Het gebruik van tabak is buitengewoon onrein, ongeacht in welke vorm het wordt gebruikt. Het verontreinigt het lichaam en stompt de geestelijke vermogens af. Het maakt de gebruiker aanstotelijk voor hen die met hem in aanraking komen, en het is zeer nadelig voor de gebruiker en onterend tegenover God en Christus. Het gebruik van tabak heeft het menselijke geslacht zeer gedemoraliseerd. Het wekt de begeerte tot andere onreine en slechte dingen op. Onder geen voorwaarde wordt het gebruik van tabak door Gods Woord goedgekeurd, ofschoon het niet met name wordt genoemd.

Het blijkt derhalve voor een ieder die tot Gods organisatie behoort of voor hen die het voorrecht hebben ontvangen, door Zijn genade de „vrijsteden” binnen te gaan, niet consequent te zijn tabak te gebruiken. . . . Zij die volharden in het gebruik van dit schadelijke onkruid, kunnen niet worden beschouwd als geschikte voorbeelden in woord, in liefde, in geest, in geloof of in reinheid en door hun handelwijze heeft het voorbeeld dat zij geven, een verkeerde uitwerking op hun naaste. Zij komen in opstand tegen een redelijke eis van de organisatie des Heren. . . .

Indien iemand verkiest zich zelf te schaden door het gebruik van tabak, heeft niemand het recht te zeggen dat hij het niet moet gebruiken, maar zeer zeker heeft niemand het recht tabaksrook in de neusgaten van een ander te blazen. Het roken van tabak is een van de zelfzuchtigste gewoonten die er door menselijke schepselen op na wordt gehouden; en omdat het zelfzuchtig is, is het het tegenovergestelde van liefde. De roker laat na de rechten en voorrechten van anderen, voor wie tabak afstotelijk kan zijn, in aanmerking te nemen. Er is alle reden tegen het gebruik van tabak; er is geen enkele reden die het gebruik ondersteunt. . . .

Tabak is het onkruid van de Duivel dat wordt gebruikt met het doel menselijke schepselen vooral in de ’tijd van het einde’ te demoraliseren. Het gebruik van tabak is begonnen met het demonisme; men kon dus verwachten dat de ’overste der demonen’ het gebruik door religieuze ijveraars in het Christendom zou invoeren en het daar onder de religie-beoefenaars populair zou maken. De bezoedelende invloed er van heeft zich tot alle delen der aarde uitgebreid. Stelt u zich eens de ’grote schare’ overlevenden van Armageddon voor, onder de rechtvaardige regering van de zichtbare ’vorsten der gehele aarde’, met cigaretten tussen hun lippen en trachtend de goddelijke opdracht uit te voeren de aarde met een rechtvaardig geslacht dat gezond bloed in zijn aderen heeft, te vullen!” (Bladzijde 205, 206)

PASSENDE ACHTING VOOR DE ORGANISATIE

Er is nog een punt dat nieuwelingen onder Jehova’s getuigen met betrekking tot het gebruik van tabak moeten bedenken. Is het soms hun bedoeling onreinheid in de organisatie te brengen en haar reputatie van reinheid te niet te doen? Het feit dat Jehova’s getuigen als groep niet roken, is een merkteken van hen geworden, een kenmerk dat hen van wereldse mensen onderscheidt en voor buitenstaanders die hen gadeslaan, een reden is speciale aandacht en commentaren aan hen te wijden. Kenmerkend hiervoor is het persbericht in de Union van Springfield van 2 juli 1949, onder de rubriek „Bij de Getuigen”, gepubliceerd tijdens de districtsvergadering die in Springfield, Massachusetts, V.S., werd gehouden:

„Een jongen van ongeveer 12 jaar had zijn veldkijker op de sprekers gericht, ofschoon hij een plaats, vlak vooraan had. Het gebruik van de kijker droeg er toe bij een renbaansfeer te scheppen. Doch een andere omstandigheid in het Coliseum was geheel verschillend van hetgeen er bij sportgebeurtenissen van elke soort gebruikelijk is. Vooral de mensen die daar hockeyspelen bijwonen, zouden de plaats niet hebben herkend. Wie is ooit te voren met 4500 andere mensen in het Coliseum geweest, terwijl er niet het minste spoortje van cigarettenrook was?”

Wensen nieuwelingen deze maatstaf van reinheid, die kenmerkend is geworden voor Jehova’s zichtbare organisatie, te bederven? Wij geloven niet dat enkele nieuwe getuigen die een inzicht hebben in de waarheden welke zij van de organisatie hebben geleerd, de moeite die voor hen is gedaan, met kwaad zouden willen vergelden door zulk een langbestaande reputatie van vrij te zijn van tabaksverontreiniging te vernietigen. Het is niet het doel van de zichtbare organisatie bekrompen of dogmatisch te zijn of in verdraagzaamheid en barmhartigheid te kort te schieten. Zij beseft dat het voor nieuwelingen tijd vraagt zich zowel lichamelijk als geestelijk van wereldse onreinheden te reinigen, en zij die de zichtbare organisatie vormen, dienen geduld en begrip voor elkaar te hebben. Nieuwelingen dienen zachtmoedig en leerzaam te zijn en zich niet om zelfzuchtige redenen halsstarrig tegen de Schriftuurlijke vermaningen ten aanzien van de onreinheid van het gebruik van tabak te verzetten. Anderzijds moeten zij die zich in de organisatie bevinden en die rein van deze besmetting van het vlees zijn, niet te kort schieten in het betonen van barmhartigheid en lankmoedigheid, maar zij dienen de nieuwelingen tijd te geven met zich zelf in het reine te komen en zich aan de Schriftuurlijke gewoonten van Jehova’s organisatie aan te passen.

Wereldse theoretici bevelen vele verschillende methoden aan om met de gewoonte tabak te roken te breken, zoals een speciaal dieet, lichaamsoefening, medicijnen, geleidelijk minder roken, enz. De beste methode om het te laten, is, er een goede aansporing voor te hebben en dan plotseling op te houden. Deze methode werd door velen gevolgd toen zij Jehova’s getuigen werden en zich niet langer met tabak wensten te verontreinigen. Velen van deze schare getuigen, hun aantal loopt in de tienduizenden, waren eens met de rest van de wereld slaven van de tabak, doch zij verbraken deze onreine ketenen, niet doordat zij een speciaal dieet of een cursus voor lichaamsoefening volgden, maar omdat zij beseften dat het hun lichaam verontreinigde, hun gezondheid benadeelde en hen onrein voor Jehova’s dienst maakte. Hadden zij niet geleerd dat het Jehova’s getuigen was bevolen naar geest en lichaam rein te zijn? — Jes. 52:11; 2 Kor. 7:1.

Hoe waren dan zovele duizenden in staat met de gewoonte van het roken van tabak te breken? De meeste mensen beseffen niet dat de geest het middel is dat het lichaam en zijn gewoonten beheerst, bestuurt en leidt. Doch Jehova’s getuigen beseffen dit ten volle en weten dat de strijd tegen de tabak in de geest moet worden gestreden en gewonnen. Zij weten zeer goed dat de grote tegenstander de Duivel als een briesende leeuw zoekende wie hij kan verslinden, iemands geest aanvalt, en zij zoeken daarom geestelijke toevlucht onder de beschermende hand van Jehova God (1 Petr. 5:8). Onder deze overschaduwende bescherming worden zij door Gods Woord, de Bijbel, onderwezen. Doch behalve dat hun geest door Gods Woord wordt gevoed, gesterkt en geleid, geeft hij hun de onontbeerlijke onzichtbare kracht of energie tot rechtvaardigheid, en dat is zijn heilige geest. Aan hen die hem aanhoudend vragen, geeft hij deze geest griffer dan aardse ouders goede gaven aan hun geliefde kinderen geven. Aldus gesterkt en geleid door zijn heilige geest en met een oprecht beroep op of gebed tot God voor zijn hulp om de binnengedrongen gewoonte te overwinnen, zijn zij verplicht zijn macht te rechtvaardigen door de overwinning te behalen.

Voedsel en lichaamsoefening zijn ook belangrijke factoren voor Jehova’s getuigen. Hun speciale dieet is datgene wat door de grote Medicijnmeester is voorgeschreven: „De mens zal bij brood alleen niet leven, maar bij alle woord, dat door den mond Gods uitgaat” (Matth. 4:4). Zij worden niet kieskeurig en verwerpen niet halsstarrig het geestelijke voedsel waardoor hun onreine gewoonten in een ongunstig daglicht worden gesteld, maar zij gebruiken het geestelijke voedsel om kracht te krijgen de onreinheid te overwinnen. Voor lichaamsoefening hebben zij hun „voeten geschoeid . . . met bereidheid van het Evangelie des vredes” (Ef. 6:15), en zij spoeden zich met dit goede nieuws van huis tot huis. Zij zitten niet in een met tabaksrook overladen atmosfeer, maar gaan de frisse lucht in en houden hun geest en lichaam bezig doordat zij met tijdschriften op de hoeken der straten staan om de Koninkrijksboodschap bekend te maken.

Dit is dus het onfeilbare en zekere geneesmiddel voor de gewoonte tabak te roken, en iedereen die de valstrik geheel en in één keer wil verbreken en deze gedragslijn wil volgen, zal bemerken dat hij binnen korte tijd zijn verlangen naar het onkruid zal hebben verloren. Hij zal dan meer gezondheid, kracht en energie hebben om in Jehova’s dienst te besteden. Hij zal tijd en geld hebben vrijgemaakt, voor dingen die de moeite waard zijn. Hij zal zich volgens de Schrift van die speciale „besmetting des vleses” hebben gereinigd. Hij zal dan, in plaats van de reputatie van reinheid der organisatie af te breken, een reine verbondene van de reine organisatie zijn die heden ten dage het goede nieuws predikt van de rechtvaardige nieuwe wereld van eindeloze zegeningen van Jehova God.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen