DORSEN.
Het proces waarbij de graankorrel van de halm en het kaf wordt losgemaakt. In verschillende delen der aarde bedient men zich ook thans nog van enkele van de methoden die in bijbelse tijden werden aangewend. Wanneer arenlezers geringe hoeveelheden te dorsen hadden of wanneer de korrels klein waren, zoals bijvoorbeeld komijn, of als er in tijden van gevaar in het geheim gedorst moest worden, werden de graankorrels met behulp van een stok of dorsvlegel met de hand uitgeklopt; dit deed men hetzij op de grond of in een wijnpers. — Recht. 6:11; Ruth 2:17; Jes. 28:27.
De normale dorswerkzaamheden werden echter op de dorsvloer verricht. Gewoonlijk lag de vloer op een aan de wind blootgestelde hoogte en bestond uit een vlak, met stenen verhard of vastgestampt, rond terrein dat een doorsnede van wel 15 m kon hebben. Dorsvloeren die geen privé-bezit waren, bevonden zich vaak in de buurt van een dorp, zodat ze de gehele gemeenschap ter beschikking stonden.
De gerst- of tarweschoven (gerst en tarwe zijn de voornaamste graansoorten van Palestina) werden op de vloer uitgespreid (tegenwoordig zijn de lagen gewoonlijk zo’n 30 tot 45 cm dik). Doordat stieren of andere dieren, die voortdurend in het rond over de dorsvloer liepen, het graan traden, werd het stro geleidelijk verbrijzeld en het kaf van het koren gescheiden. Terwijl de dieren het graan traden, mocht men ze niet muilbanden. — Deut. 25:4; Hos. 10:11; 1 Kor. 9:9, 10.
Door dieren getrokken dorswerktuigen versnelden het proces en deden het werk grondiger dan dierenhoeven alleen (Jes. 41:15; Amos 1:3). Een dergelijk dorswerktuig dat men in meer recente tijd gebruikt, bestaat uit een vlakke en brede zware slede, die aan de onderkant puntige tanden van steen of ijzer heeft. Een ander dorswerktuig bestaat uit een raam dat op zware walsen loopt, die van messen zijn voorzien om de graanhalmen stuk te snijden en te verbrijzelen. Met behulp van zulke werktuigen werd bij elke ronde het graan successievelijk op een verder stuk van de dorsvloer gedorst. Het extra gewicht van de bestuurder, die op het desbetreffende werktuig zat of stond, verhoogde de doeltreffendheid van het dorsen. — Vergelijk Jesaja 28:28.
Nadat het graan grondig was gedorst en tijdens dit proces verscheidene malen was omgekeerd, werd het gewand. — Zie WANNEN.
ANDERE VERMELDINGEN
Aangezien dorsvloeren open, vlakke plaatsen waren, werden ze vaak voor andere doeleinden gebruikt. De rouwplechtigheden voor Jakob werden op de dorsvloer van Atad in de nabijheid van de Jordaan gehouden (Gen. 50:10, 11). Op Jehovah’s aanwijzing kocht David de dorsvloer van Arauna (Ornan), bouwde daar een altaar en bracht Jehovah een slachtoffer (2 Sam. 24:16-25; 1 Kron. 21:15-28). Later werd deze dorsvloer de plaats waar Salomo de tempel bouwde (2 Kron. 3:1). Toen Josafat en Achab beraadslaagden om ten strijde te trekken tegen Syrië, stonden hun tronen op een dorsvloer bij de ingang van de poort van Samaria. — 1 Kon. 22:10.
FIGUURLIJK GEBRUIK
In figuurlijke zin is datgene wat op de dorsvloer met de graanhalmen gebeurt, een zeer passend symbool van de wijze waarop Jehovah’s vijanden geslagen en verbrijzeld worden (Jes. 41:15; Jer. 51:33; Micha 4:12, 13; Hab. 3:12). Dorsen dient ook als beeld voor de meedogenloze behandeling die mensen anderen soms ten deel laten vallen (Recht. 8:6, 7, 15, 16; 2 Kon. 13:7). Bovendien kan het dorsen, waarbij de tarwe van het kaf wordt gescheiden, afbeelden dat de rechtvaardigen op grond van Jehovah’s oordeel van de goddelozen worden gescheiden (Matth. 3:12). In weer een andere betekenis zijn een langdurige dorstijd en met graan gevulde dorsvloeren een teken van welvaart en Jehovah’s zegen. — Lev. 26:5; Joël 2:24.