Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 1341-1342
  • Ruth

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Ruth
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • HAAR LOYALE LIEFDE
  • VRAAGT BOAZ OM ALS LOSSER OP TE TREDEN
  • GEEN ONZEDELIJKHEID
  • Ruth
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Het onwaarschijnlijke huwelijk van Boaz en Ruth
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2003
  • Een bijzondere vrouw
    Volg hun geloof na
  • Een bijzondere vrouw
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2012
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 1341-1342

RUTH

[misschien: vriendschap].

Een Moabitische die met Machlon trouwde nadat diens vader, Elimelech, gestorven was. Machlon, zijn moeder Naomi en zijn broer Chiljon woonden in Moab aangezien het gezin wegens een hongersnood zijn geboorteplaats Bethlehem in Juda verlaten had. Ruths zwager, Chiljon, was met de Moabitische Orpa getrouwd. Ten slotte stierven de twee broers en lieten kinderloze weduwen achter. Toen Naomi vernam dat Jehovah Israël weer gunst betoonde, begaf zij zich vergezeld van haar twee schoondochters op weg om naar Juda terug te keren. — Ruth 1:1-7; 4:9, 10.

HAAR LOYALE LIEFDE

Terwijl Orpa uiteindelijk op aanraden van Naomi naar haar volk terugkeerde, bleef Ruth bij haar schoonmoeder. De diepe liefde voor Naomi en het oprechte verlangen om Jehovah samen met zijn volk te dienen, gaven Ruth de kracht haar ouders en haar geboorteland te verlaten, hoewel zij er weinig uitzicht op had de zekerheid te vinden die een huwelijk met zich zou brengen (Ruth 1:8-17; 2:11). Haar liefde voor haar schoonmoeder was zo groot, dat anderen later konden zeggen dat zij voor Naomi beter was dan zeven zonen. — Ruth 4:15.

Na hun aankomst in Bethlehem aan het begin van de gerstoogst ging Ruth naar het veld om voor Naomi en haarzelf in voedsel te voorzien. Bij toeval kwam zij op het veld terecht dat aan Boaz, een familielid van Elimelech, toebehoorde en vroeg aan degene die over de oogsters gesteld was toestemming om aren te lezen. Zij moet bij het arenlezen bijzonder ijverig zijn geweest, wat blijkt uit het feit dat de opziener over de oogsters een goed bericht over haar bij Boaz uitbracht. — Ruth 1:22–2:7.

Toen Boaz haar vriendelijk bejegende, bracht zij haar waardering hierover tot uitdrukking en erkende nederig dat zij geringer was dan een van zijn dienstmaagden. Met etenstijd gaf hij haar zo veel geroosterd koren dat zij nog wat over had om aan Naomi te geven (Ruth 2:8-14, 18). Hoewel Boaz er regelingen voor trof dat Ruth het bij het arenlezen wat makkelijker had, hield zij niet vroeg met haar werk op, maar bleef tot de avond aren lezen, „waarna zij uitklopte wat zij opgelezen had, en het bleek ongeveer een efa [22 l] gerst te zijn”. Nadat Boaz Ruth had gevraagd op zijn veld aren te blijven lezen, deed zij dat totdat de gerstoogst en ook de tarweoogst ten einde waren. — Ruth 2:15-23.

VRAAGT BOAZ OM ALS LOSSER OP TE TREDEN

Naomi wilde een „rustplaats” of een thuis voor haar schoondochter vinden en daarom droeg zij Ruth op Boaz te vragen haar te lossen. Bijgevolg daalde Ruth af naar de dorsvloer van Boaz. Nadat Boaz zich had neergelegd, ging Ruth stilletjes naar hem toe, ontblootte zijn voeten en legde zich neer. Te middernacht ontwaakte hij bevend en boog zich voorover. Daar hij haar in het donker niet herkende, vroeg hij: „Wie zijt gij?” „Ik ben Ruth, uw slavin,” antwoorde zij, „en gij moet de slip van uw kleed over uw slavin uitspreiden, want gij zijt een losser.” — Ruth 3:1-9.

GEEN ONZEDELIJKHEID

Wat Ruth in overeenstemming met Naomi’s aanwijzingen deed, moet in overeenstemming zijn geweest met de manier waarop vrouwen in het algemeen te werk gingen wanneer zij aanspraak maakten op hun recht op het zwagerhuwelijk. Hierover merkt de bijbelcommentator Paulus Cassel het volgende op: „Op zulk een wijze symbolisch aanspraak te maken op het meest kiese van alle rechten, vooronderstelt ongetwijfeld patriarchale zeden die van eenvoud en deugd getuigen. Het vertrouwen van de vrouw berust op het eergevoel van de man. Zo’n symbolische rechtsvordering was echter niet gemakkelijk op gang te brengen. Want elke voorkennis of voorafgaande kennisgeving dienaangaande zou van de kiese bedeesdheid van de indienster van het verzoek de sluier van geheimhouding en verborgenheid afrukken. Maar wanneer de kwestie eenmaal op gang was gebracht, kon het ingediende verzoek niet meer afgewezen worden zonder dat dit de vrouw of de man tot schande zou strekken. Wij kunnen er derhalve van overtuigd zijn dat Naomi haar schoondochter er niet op uitgestuurd zou hebben als zij niet het volste vertrouwen in een goede afloop zou hebben gehad. Want het is zeker dat in het onderhavige geval bij alle andere moeilijkheden nog deze kwam dat Boaz, zoals Ruth zelf zei, weliswaar een goël [een losser] was, maar niet de goël.” — A Commentary on the Holy Scriptures (The book of Ruth, blz. 42), door J. P. Lange en vertaald door P. Schaff.

Dat Boaz Ruths handelwijze als volledig deugdzaam opvatte, blijkt uit zijn reactie: „Gezegend moogt gij zijn door Jehovah, mijn dochter. Gij hebt uw liefderijke goedheid in het laatste geval nog beter tot uitdrukking gebracht dan in het eerste geval, door niet de jonge mannen achterna te lopen, hetzij gering of rijk.” Onzelfzuchtig verkoos Ruth Boaz, een veel oudere man, omdat hij een losser was. Zij deed dit om een naam voor haar gestorven echtgenoot en haar schoonmoeder te laten voortbestaan. Daar een jonge vrouw als Ruth haar voorkeur van nature naar een jongere man had kunnen laten uitgaan, zei Boaz dat zij haar liefderijke goedheid in dit laatste geval nog beter tot uitdrukking had gebracht dan voordien, toen zij verkozen had bij haar bejaarde schoonmoeder te blijven. — Ruth 3:10.

Ruths stem moet ongetwijfeld wat angstig hebben geklonken, wat Boaz ertoe bracht haar de volgende verzekering te geven: „Nu dan, mijn dochter, wees niet bevreesd. Alles wat gij zegt, zal ik voor u doen, want iedereen in de poort van mijn volk weet dat gij een voortreffelijke vrouw zijt.” Aangezien het al laat was, zei Boaz tot Ruth dat zij zich moest neerleggen. Beiden stonden echter op toen het nog donker was, omdat zij blijkbaar wilden vermijden dat er praatjes zouden ontstaan die hen in een slecht daglicht zouden plaatsen. Boaz gaf Ruth ook zes maten gerst mee. Daarmee wilde hij misschien te kennen geven dat evenals er na zes werkdagen een rustdag volgde, Ruths rustdag nabij was, want hij zou erop toezien dat zij een „rustplaats” zou krijgen. — Ruth 3:11-15, 17, 18.

Toen Ruth thuiskwam, herkende Naomi de vrouw die in het donker het huis wilde binnengaan, misschien niet en vroeg daarom: „Wie zijt gij, mijn dochter?” Het kan echter ook zijn dat deze vraag verband hield met Ruths mogelijk nieuwe verhouding ten opzichte van haar losser. — Ruth 3:16.

Toen later een nader verwante losser weigerde het zwagerhuwelijk aan te gaan, deed Boaz dit prompt. Zo werd Ruth de moeder van Boaz’ zoon Obed en een voorouder van koning David en ook van Jezus Christus. — Ruth 4:1-21; Matth. 1:5, 16.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen