PERGAMUM
(Pe̱rgamum).
Een Mysische stad in het noordwestelijke deel van Aziatisch Turkije (Klein-Azië), waarin zich een van de zeven gemeenten bevond waaraan de apostel Johannes de in Openbaring opgetekende brieven schreef (Openb. 1:11; 2:12-17). De stad lag ongeveer 80 km ten N. van Smyrna en 24 km van de Egeïsche-Zeekust verwijderd. Het oude Pergamum (of Pergamus) lag in de omgeving van het huidige Bergama. Het was oorspronkelijk een burcht op een steile eenzame heuvel tussen twee rivieren. Mettertijd breidde de stad zich naar het beneden liggende dal uit, en de heuvel werd tot akropolis.
„WAAR DE TROON VAN SATAN IS”
De apostel Johannes maakte er in zijn brief aan de gemeente in Pergamum melding van dat in deze stad „Satan woont” en de christenen zich derhalve daar bevonden „waar de troon van Satan is” (Openb. 2:13). Waarschijnlijk doelde Johannes ten dele „op de officiële positie van Pergamum als het centrum van de staatsgodsdienst. . . . De keizeraanbidding was tot toetssteen van de loyaliteit van de burgers gemaakt, zodat een getrouw christen — al was hij nog zo loyaal aan de wereldlijke overheid — als verrader werd gebrandmerkt” (The New Bible Dictionary, onder redactie van J. D. Douglas, blz. 968). Aangezien de marteldood van Antipas in hetzelfde vers wordt genoemd als „de troon van Satan”, is Antipas misschien gedood omdat hij geweigerd had de keizer te aanbidden.
Nog een factor die misschien tot het begrip van de woorden „waar de troon van Satan is” bijdraagt, was de in het oog springende aanbidding van Zeus of Jupiter, de oppergod onder alle heidense goden en godinnen. De legende zegt dat bepaalde goden vanaf de heuvel waarop Pergamum gebouwd was, de geboorte van Zeus hadden gadegeslagen, en het reusachtige altaar dat later op de akropolis werd opgericht, wordt tot de wereldwonderen gerekend. Aanbidders van Zeus mochten ook andere goden hebben, maar moesten ze als ondergeschikt aan hem beschouwen. De christenen in Pergamum werden echter geprezen omdat zij aan hun exclusieve toewijding jegens de ware God Jehovah vasthielden en hun geloof niet verloochenden, hoewel zij daar woonden ’waar de troon van Satan was’.
DE „LEER VAN BILEAM”
De gemeente ondervond echter de ondermijnende invloed van sommigen ’die aan de leer van Bileam vasthielden’ (Openb. 2:14). Deze woorden doen ons denken aan de Mesopotamische profeet Bileam, die na vergeefse pogingen om Israël te vervloeken, het voorstel deed heidense vrouwen te gebruiken om de Israëlitische mannen tot de ontuchtige aanbidding van valse goden te verleiden. Als gevolg van de daaruit voortvloeiende seksuele immoraliteit en afgoderij stierven er 24.000 Israëlieten (Num. 25:1-18; 1 Kor. 10:8; zie BILEAM). Klaarblijkelijk waren er in de gemeente te Pergamum sommigen — namelijk degenen die ’aan de leer van Bileam vasthielden’ — die hoererij vergoelijkten (Jud. 4, 11; 2 Petr. 2:14, 15). Pergamum stond bekend om zijn luisterrijke tempel van Afrodite (Venus), de godin van de zinnelijke liefde, en wellustige religieuze praktijken kwamen daar algemeen voor.
Sommigen in de gemeente waren ook beïnvloed door de leer van „de sekte van Nikolaüs”, en zij werden aangespoord daar berouw over te hebben. — Openb. 2:15, 16.