NET.
In het algemeen verstaat men daaronder een tot mazen geknoopt weefsel van garen, draad of touw. Netten werden gebruikt voor het vangen van vis (Pred. 9:12; Jes. 19:8; Matth. 4:18-21), vogels (Spr. 1:17) en andere dieren (Jes. 51:20). Tot de voornaamste materialen die voor de vervaardiging van netten werden gebruikt, behoorden vlas, palmvezel en papyrus.
Metalen netten dienden echter een heel ander doel. Van koper vervaardigde netten werden gebruikt als versiering voor de kapitelen van de tempelzuilen Jachin en Boaz (zie KAPITEEL), en een koperen net of netwerk diende als traliewerk voor het offeraltaar. — Ex. 27:4, 5; 38:4; 1 Kon. 7:16-18, 41, 42; Jer. 52:22, 23.
FIGUURLIJK GEBRUIK
„Net” wordt in de bijbel dikwijls figuurlijk gebruikt als middel om anderen te verstrikken, te omsluiten en gevangen te nemen of om rampspoed over hen te brengen (Job 18:8; 19:6; Ps. 66:11; Klaagl. 1:13; Ezech. 12:13; 17:20; 19:8; 32:3; Hos. 5:1; 7:12; Micha 7:2). De methoden die de Chaldeeën aanwendden om natiën te veroveren en tegelijkertijd hun heerschappij over een groot gebied uit te breiden, worden vergeleken met een sleepnet (Hab. 1:6, 15-17). Ook de vleierij en het sluwe hart van een immorele vrouw worden met netten vergeleken (Spr. 29:5; Pred. 7:26). De psalmist bracht het vertrouwen tot uitdrukking dat Jehovah hem uit verstrikkende netten zou bevrijden (Ps. 25:15; 31:4; 140:5, 12) en dat degenen die dergelijke netten uitspreidden, er zelf door zouden worden verstrikt. — Ps. 9:15; 35:7, 8; 57:6; 141:10.