ITUREA
(Iture̱a) [behorend tot Jetur].
Een klein, ten N.O. van de Zee van Galilea gelegen gebied, waarvan de grenzen nogal eens verlegd zijn en niet met zekerheid kunnen worden vastgesteld. De naam „Iturea” is waarschijnlijk afgeleid van Ismaëls zoon Jetur, wiens nakomelingen ten O. van de Jordaan woonden en door de Israëlieten onderworpen werden (Gen. 25:15, 16; 1 Kron. 1:31; 5:18-23). Tegen het einde van de 2de eeuw v.G.T. voerde de Makkabeese koning Aristobulus I met succes oorlog tegen Iturea en lijfde een groot deel van dit gebied bij Judea in. Om in het land te mogen blijven wonen, moesten de inwoners van Iturea zich aan de besnijdenis onderwerpen en zich aan de joodse wet houden (De joodse geschiedenis, XIII, xi, 3). Later viel Iturea onder de tetrarchie van Filippus, die hij van zijn vader Herodes de Grote had geërfd. — Luk. 3:1.