ITTAI
(I̱ttai) [met mij is Jehovah].
Een Gathitische krijgsman, vermoedelijk uit de Filistijnse stad Gath, die zeer loyaal was aan David. Toen David met zijn gevolg vanwege Absaloms opstand uit Jeruzalem wegvluchtte, trokken 600 Gathieten, onder wie ook Ittai, met hem mee. David trachtte Ittai ervan te weerhouden de stad te verlaten, waarop de krijgsman zijn grote toewijding als volgt onder woorden bracht: „Zo waar Jehovah leeft en zo waar mijn heer de koning leeft, op de plaats waar mijn heer de koning moge komen, hetzij ten dode of ten leven, daar zal uw dienaar komen!” Daarop stond David Ittai toe hem verder te vergezellen. — 2 Sam. 15:18-22.
Nadat David zijn strijdkrachten had geteld, stelde hij behalve Joab en Abisaï ook deze niet-Israëliet Ittai als overste aan, elk over een derde van het leger. — 2 Sam. 18:2, 5, 12.