Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 1589-1590
  • Vlijt

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vlijt
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • JEHOVAH EN JEZUS CHRISTUS
  • JEHOVAH’S DIENSTKNECHTEN
  • VERMANING VOOR CHRISTENEN
  • Een beginsel in de gemeente
  • BELONINGEN VOOR VLIJT
  • Vlijt
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • 11 IJver
    Ontwaakt! 2018
  • Wees naarstig — beërf de beloften
    Koninkrijksdienst 1973
  • Vraag niet u te willen verontschuldigen maar leg tot het einde toe naarstigheid aan de dag
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1972
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 1589-1590

VLIJT.

Gestadige en volhardende activiteit; nauwgezette inspanning; ijver; naarstigheid; voortdurend, regelmatig of gewoontegetrouw met iets bezig zijn. De term doelt gewoonlijk op geoorloofd en nuttig werk. Vlijt is het tegenovergestelde van luiheid of traagheid.

De Hebreeuwse en Griekse woorden die in de bijbel soms met „vlijtig”, resp. „vlijt”, „naarstigheid”, worden vertaald, worden ook met „ernstig”, „ernstige zorg”, „ernstige toewijding” en „ernst” weergegeven. Andere vormen van zulke woorden in de grondtekst worden dikwijls met „(ernstig) streven naar”, „moeite doen” of „zijn uiterste best doen” vertaald.

JEHOVAH EN JEZUS CHRISTUS

Vlijt is een eigenschap van Jehovah God. „Vanwege de overvloed van dynamische energie, en omdat hij sterk is in kracht, ontbreekt er niet één [aan het leger van dingen die hij geschapen heeft]” (Jes. 40:26). Zijn schepping, met haar schoonheid, complexiteit en in elk detail het bewijs van zijn liefdevolle zorg, vormt een bewijs van zijn onvermoeibare vlijt (Ps. 19:1; 139:14; Jes. 40:28). Jehovah’s Zoon volgt het voorbeeld van zijn Vader. Hij zei: „Mijn Vader is tot nu toe blijven werken, en ik blijf werken.” — Joh. 5:17.

JEHOVAH’S DIENSTKNECHTEN

Vlijtige activiteit is ook vanaf het begin een kenmerk van Gods ware dienstknechten geweest. Abel verrichtte ’rechtvaardige’ werken (1 Joh. 3:12). Noach spande zich krachtig in om de reusachtige ark te bouwen en was terzelfder tijd „een prediker van rechtvaardigheid” (2 Petr. 2:5). Abraham, Jakob, Jozef, Mozes, David en de profeten waren allemaal mannen van de daad, die graag goed werk wilden leveren (Gen. 18:6-8; 31:38-42; 39:1-6; Ex. 40:16; 1 Sam. 17:32-37; Hebr. 11:32-38). Jerobeam werd als jonge man, hoewel hij God later ontrouw werd, door koning Salomo tot opzichter aangesteld omdat hij „vlijtig” was (AV; RS; Hebreeuws: „iemand die werkt”) (1 Kon. 11:28). Jerobeams vlijt droeg er ongetwijfeld toe bij dat hij heerser over het tienstammenrijk Israël werd.

VERMANING VOOR CHRISTENEN

De christelijke schrijver Jakobus, een vlijtig man die een opziener van de christelijke gemeente in Jeruzalem was, schrijft: „Geloof, indien het geen werken heeft, [is] op zichzelf dood” (Jak. 2:17). Om deze reden worden christenen vermaand hun handen niet te laten verslappen of het niet moe te worden goed te doen, maar „dezelfde naarstigheid aan de dag [te leggen] om tot het einde toe de volle verzekerdheid van de hoop te hebben, opdat gij niet traag wordt, maar navolgers zijt van hen die door geloof en geduld de beloften beërven” (Hebr. 6:11, 12; vergelijk Spreuken 10:4; 12:24; 18:9). Jezus Christus zei tot zijn discipelen: „Spant u krachtig in om door de nauwe deur binnen te gaan, want velen, zeg ik u, zullen trachten binnen te gaan, maar zullen niet in staat zijn” (Luk. 13:24). Paulus zelf was daarin een voorbeeld. — Kol. 1:29; 2 Thess. 3:7-9.

Christenen moeten, om te voorkomen dat zij inactief of onvruchtbaar worden, ’als weerklank [op Gods beloften] ernstig elke krachtsinspanning bijdragen’ om bij hun geloof deugd, kennis, zelfbeheersing, volharding, godvruchtige toewijding, broederlijke genegenheid en liefde te voegen (2 Petr. 1:4-8). Dit vereist volhardende vlijt (2 Tim. 2:15; Hebr. 4:11) en onvermoeibare aandacht (Hebr. 2:1). Een groot deel van de daarvoor benodigde kracht verkrijgt men door middel van Jehovah’s geest. Wat zou de noodzaak van vlijt sterker kunnen uitdrukken dan de raad van de apostel Paulus: „Doet uw werk niet traag. Zijt vurig van geest. Dient Jehovah als slaven”? Dit vereiste om vlijtig te zijn geldt voor alle bedienaren („laten wij ons toeleggen op die bediening”), maar in het bijzonder voor hen die in posities dienen waarin zij de leiding hebben over vergaderingen en activiteiten in de gemeente, want „hij die de leiding heeft, doe het in alle ernst”. — Rom. 12:7, 8, 11.

Een beginsel in de gemeente

In de christelijke gemeente kunnen behoeftige personen alleen materiële hulp van de gemeente ontvangen als zij vlijtig zijn. Het schriftuurlijke beginsel luidt: „Als iemand niet wil werken, laat hij dan ook niet eten.” Degenen die niet werken, worden vermaand de handen uit de mouwen te steken, zodat „zij door rustig te werken voedsel moeten eten dat zij zelf verdienen” (2 Thess. 3:10-12). Wie belijdt een christen te zijn, maar weigert of verzuimt voor zijn huisgezin te zorgen, „heeft . . . het geloof verloochend en is erger dan een ongelovige” (1 Tim. 5:8). Zelfs behoeftige weduwen moesten voordat zij op de lijst werden geplaatst van degenen die voor een regelmatige materiële ondersteuning door de gemeente in aanmerking kwamen, een reputatie hebben opgebouwd van christelijke activiteit en „ijverig [zijn] geweest in ieder goed werk”. — 1 Tim. 5:9, 10.

BELONINGEN VOOR VLIJT

De vlijtige zal zowel nu als in de toekomst rijk beloond worden. „Het is de hand van de vlijtige die iemand rijk zal maken” (Spr. 10:4). „De hand van de vlijtigen is het die zal heersen” (Spr. 12:24). Hun ziel „zal vet gemaakt worden” (Spr. 13:4). De zonen van de vlijtige vrouw „zijn opgestaan en hebben haar vervolgens gelukkig geprezen; haar eigenaar staat op, en hij roemt haar”. Over haar wordt verklaard: „Geeft haar van de vrucht van haar handen, en laten haar werken haar zelfs in de poorten roemen” (Spr. 31:28, 31). Vooral de geestelijke broeders van Christus worden aangespoord: „Doet . . . uw uiterste best om uw roeping en verkiezing voor uzelf vast te maken; want indien gij deze dingen blijft doen, zult gij beslist nooit falen. In feite zal u aldus rijkelijk de ingang worden verschaft in het eeuwige koninkrijk van onze Heer en Redder Jezus Christus.” — 2 Petr. 1:10, 11.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen