VLIEG.
Een tweevleugelig insekt dat zijn eieren gewoonlijk in rottende materie of afval legt. Aan de kleine haartjes die het lichaam en de poten van de vlieg bedekken, alsook aan de van kleverige haartjes voorziene hechtlapjes aan elke poot zitten bacteriën; bij één enkele huisvlieg kunnen dat er wel vijf miljoen zijn.
„Dode vliegen doen de olie van de zalfbereider stinken, opborrelen”, schreef de bijeenbrenger. Vliegen die in staat van ontbinding verkeren, veroorzaken dat de olie begint te stinken en te gisten, en bederven de olie dus, net als een weinig dwaasheid de reputatie schaadt van iemand die om zijn wijsheid en heerlijkheid bekendstaat. — Pred. 10:1.
Jesaja zegt dat Jehovah de vliegen zal fluiten die aan het uiteinde van de Nijlkanalen van Egypte zijn, en de bijen die in het land Assyrië zijn, zodat ze zullen neerstrijken in de steile stroomdalen, in de kloven der rotsen, in de doornstruiken en op alle drinkplaatsen van Juda. Dit moet kennelijk in figuurlijke zin begrepen worden: de vliegen duiden op de legers van Egypte, en de bijen op de legers van de Assyriërs. — Jes. 7:18, 19.