Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 620
  • Heth

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Heth
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Vergelijkbare artikelen
  • Heth
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Hethieten
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Abraham en de Hethieten
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1966
  • Hethieten
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 620

HETH

[misschien: schrik, vrees].

De als tweede genoemde zoon van Kanaän en achterkleinzoon van Noach via Cham (Gen. 10:1, 6, 15; 1 Kron. 1:13). Heth was de stamvader van de Hethieten (1 Kon. 10:29; 2 Kon. 7:6; zie HETHIETEN). Eén tak van dit volk vestigde zich in het bergland van Juda (Ex. 3:8). Van de Hethiet Efron kocht Abraham het in de buurt van Hebron gelegen veld van Machpela, met de daarbij behorende grot, als begraafplaats (Gen. 23:2-20; 25:8-10; 49:32). In 10 van de 14 gevallen waarin de naam Heth voorkomt, staat deze in verband met de „zonen van Heth”. Twee vrouwen van Esau waren „dochters van Heth” (ook wel „dochters van Kanaän” genoemd), en deze vrouwen waren voor zijn ouders een bron van verdriet. — Gen. 26:34, 35; 27:46; 28:1, 6-8.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen