Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 619-620
  • Hesbon

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Hesbon
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Vergelijkbare artikelen
  • Hesbon
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Bath-Rabbim
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Bath-Rabbim
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Sihon
    Hulp tot begrip van de bijbel
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 619-620

HESBON

(He̱sbon) [intelligentie; vesting].

Een plaats die met het huidige Hesban wordt geïdentificeerd, een vervallen stad die zo’n 25 km ten O. van de Jordaan en bijna op gelijke hoogte met de noordkust van de Dode Zee ligt. Ze bevindt zich nagenoeg halverwege tussen de Arnon en de Jabbok (Joz. 12:2). De ruïnes van Hesbon, die zich over twee heuvels uitstrekken, stammen hoofdzakelijk uit de tijd van de Romeinse overheersing. Even ten O. van Hesbon bevindt zich een groot vervallen reservoir, en ongeveer 180 m beneden de stad is een bron waardoor een reeks vijvers is ontstaan. — Vergelijk Hooglied 7:4.

De Amoritische koning Sihon veroverde Hesbon op de Moabieten en maakte het tot zijn koninklijke residentie. De nederlaag van de Moabieten gaf zelfs aanleiding tot een spotdicht, dat hetzij door de Amorieten of door de Israëlieten is gemaakt. In het geval dat dit gedicht van de Amorieten afkomstig is, dan bespot het de Moabieten en memoreert het de overwinning van koning Sihon. Is het echter van Israëlitische oorsprong, dan geeft het te kennen dat de Israëlieten Hesbon en andere steden van de Amorieten zouden afnemen, net zoals Sihon Hesbon aan de Moabieten had ontnomen. De spot zou dan bestaan in het feit dat Sihons overwinning voor de Israëlieten de weg had gebaand om land in bezit te nemen waarop zij anders geen recht hadden gehad. — Num. 21:26-30; Deut. 2:9.

Toen koning Sihon de Israëlieten geen toestemming gaf om onder leiding van Mozes vreedzaam door zijn land te trekken, en hij zich klaarmaakte om tegen hen te strijden, gaf Jehovah zijn volk de overwinning op Sihon. Amoritische steden, ongetwijfeld ook Hesbon, werden aan de vernietiging prijsgegeven (Deut. 2:26-36; 3:6; 29:7; Recht. 11:19-22). Naderhand werd Hesbon door de Rubenieten herbouwd (Num. 32:37); het behoorde tot de steden die Mozes hun had gegeven (Joz. 13:15-17). Hesbon lag op de grens tussen het gebied van Ruben en Gad; zo kwam het dat het later tot het gebied van Gad behoorde en als een van de vier Gaditische steden genoemd werd die aan de levieten werden toegewezen. — Joz. 21:38, 39; 1 Kron. 6:77, 80, 81.

In een latere periode kwam Hesbon klaarblijkelijk onder Moabitische overheersing te staan, zoals blijkt uit het feit dat zowel Jesaja als Jeremia de stad in hun oordeelsuitspraken tegen Moab vermelden (Jes. 15:4; 16:7-9; Jer. 48:2, 34, 45). Jeremia maakt in een uitspraak tegen Ammon eveneens melding van deze stad (Jer. 49:1, 3). Volgens sommige commentators duidt dit erop dat Hesbon tegen die tijd in de handen van de Ammonieten was gevallen. Anderen nemen aan dat het wellicht betekent dat Hesbon van Moab hetzelfde lot zou ondergaan als Ai, òf dat er een ander Hesbon, in het gebied van Ammon, wordt bedoeld.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen