Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 497-498
  • Gideon

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Gideon
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • TOT BEVRIJDER GEROEPEN
  • VERVAARDIGT EFOD
  • STERFT ALS EEN GOEDGEKEURDE GETUIGE
  • Gideon
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Gideon — bescheiden en dapper strijder voor Jehovah
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1967
  • Een bescheiden rechter die zekerheid wilde hebben
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1982
  • „Het zwaard van Jehovah en van Gideon!”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2005
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 497-498

GIDEON

(Gi̱deon) [veller, houwer].

Een van de uitnemendste rechters van Israël; de zoon van Joas uit de familie van Abiëzer, die tot de stam Manasse behoorde. Gideon woonde in Ofra, een stad die klaarblijkelijk ten W. van de Jordaan lag. De stammenafdeling waartoe hij behoorde, was de onbeduidendste in Manasse, en hijzelf was „de kleinste in het huis van [zijn] vader”. — Recht. 6:11, 15.

Gideon leefde in een zeer woelige periode van Israëls geschiedenis. Aangezien de Israëlieten Jehovah ontrouw waren, konden zij niet van de vruchten van hun arbeid genieten. Jarenlang waren naburige heidense natiën, vooral de Midianieten, in de oogsttijd binnengevallen, met horden die zo „talrijk als de sprinkhanen” waren. Zeven jaar lang drukte de hand van Midian zwaar op de Israëlieten, zodat zij zich ondergrondse opslagplaatsen maakten om hun voedselvoorraden voor de indringers te verbergen. — Recht. 6:1-6.

TOT BEVRIJDER GEROEPEN

Toen Gideon bezig was graan te dorsen — niet onder de blote hemel, maar in een wijnpers, om niet door de Midianieten ontdekt te worden — verscheen hem een engel, die tot hem zei: „Jehovah is met u, gij dappere, sterke man.” Dit bracht Gideon ertoe te vragen hoe dit het geval kon zijn, aangezien de Midianieten immers zijn natie onderdrukten. Toen hij vernam dat hij Israëls bevrijder zou worden, wees hij bescheiden op zijn eigen onbeduidendheid. Maar hij kreeg de verzekering dat Jehovah met hem zou blijken te zijn. Derhalve vroeg Gideon om een teken, teneinde er zeker van te zijn dat de boodschapper werkelijk Jehovah’s engel was. — Recht. 6:11-22.

Nog in diezelfde nacht stelde Jehovah Gideon op de proef door hem te gebieden het altaar dat zijn vader voor de god Baäl had opgericht, omver te halen. Gideon voerde zijn opdracht met de nodige omzichtigheid ’s nachts uit en werd daarbij door tien knechten geholpen. Toen de mannen van de stad ’s morgens opstonden en zagen wat er gebeurd was, en vervolgens vernamen dat Gideon de schuldige was, eisten zij luidkeels zijn dood. Joas protesteerde hier krachtig tegen door te zeggen dat Baäl zich maar zelf tegen hem moest verdedigen. — Recht. 6:25-32.

Toen de Midianieten samen met de Amalekieten en de oosterlingen opnieuw Israël binnenvielen, omhulde Jehovah’s geest Gideon. Om er zeker van te zijn dat God hem ondersteunde, vroeg hij om twee tekenen en kreeg die ook. Als antwoord op Gideons oproep om tegen Midian te strijden, schaarden zich 32.000 weerbare mannen om hem. Maar deze strijdmacht werd ten slotte tot slechts 300 man teruggebracht. Daarmee stond onomstotelijk vast dat alleen Jehovah de overwinning kon schenken. — Recht. 6:33–8:21.

VERVAARDIGT EFOD

Nadat Gideon door Gods macht de Midianieten had verslagen, vroegen de dankbare Israëlieten hem om zijn familie tot een regerende dynastie te maken. Gideon besefte echter dat Jehovah Israëls rechtmatige Koning was en wees hun verzoek derhalve van de hand. Vervolgens deed hij hun het voorstel de gouden sieraden uit hun oorlogsbuit af te staan. Alleen al het gewicht van de neusringen bedroeg 1700 gouden sikkelen. Hierop vervaardigde Gideon uit de geschonken buit een efod en stelde die in Ofra tentoon. Maar heel Israël ging „immorele gemeenschap” met de efod bedrijven, zodat hij zelfs Gideon en zijn huisgezin tot een valstrik werd. Ofschoon hij dus ongetwijfeld uit een goede beweegreden had gehandeld, leidde de efod de aandacht van het ware, door God aangewezen heiligdom — de tabernakel — af. Gideons krachtsinspanningen liepen op een fiasco uit. Ze bewerkten het tegenovergestelde van wat hij beoogd had. — Recht. 8:22-27; zie EFOD.

STERFT ALS EEN GOEDGEKEURDE GETUIGE

De bevrijding die Jehovah door bemiddeling van Gideon had bewerkstelligd, was zo grondig dat er zich in de 40 jaar waarin Gideon als rechter optrad, geen verdere rustverstoringen voordeden. Gideon kreeg vele vrouwen, die hem 70 zonen baarden. Nadat Gideon in gezegende ouderdom was gestorven, werd Israël opnieuw het slachtoffer van de Baälaanbidding. Bovendien doodde Abimelech, de zoon van Gideon bij zijn bijvrouw uit Sichem, Gideons 70 zonen met uitzondering van Jotham, die zich verborgen had. — Recht. 8:28–9:5.

Doordat Gideon ondanks een geweldige overmacht geloof oefende, werd hij onder degenen genoemd die tot de „grote wolk van getuigen” behoren (Hebr. 11:32; 12:1). Bovendien bezat hij een voorbeeldige bescheidenheid, die gepaard ging met omzichtigheid. Klaarblijkelijk was Gideons omzichtige optreden geheel op zijn plaats en mag men niet denken dat hij daardoor blijk gaf van gebrek aan geloof, want hij werd niet eenmaal wegens zijn omzichtigheid berispt. Daarbij komt nog dat, zoals in Psalm 83 te kennen wordt gegeven, de nederlaag van Midian in de dagen van Gideon een profetisch beeld vormt van de komende vernietiging van al Jehovah’s tegenstanders, wat tot de volledige rechtvaardiging van zijn heilige naam zal leiden. — Vergelijk Jesaja 9:4; 10:26.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen