GERSOM
(Ge̱rsom) [een inwonende vreemdeling daar].
De eerstgeboren zoon van Mozes en Zippora; geboren in Midian (Ex. 2:21, 22; 1 Kron. 23:14-16). Mozes’ schoonvader Jethro kwam met de vrouw van Mozes en hun beide zonen, Gersom en Eliëzer, naar Mozes in de wildernis (Ex. 18:2-4). Gersoms nakomeling Jonathan diende onrechtmatig als priester voor de Danieten, want alhoewel hij een leviet was, stamde hij niet uit de familie van Aäron. — Recht. 18:30.