Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 469-470
  • Geslacht

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Geslacht
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • VERSCHILLENDE TOEPASSINGEN
  • DUUR VAN EEN GESLACHT
  • Geslacht
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Vragen van lezers
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1979
  • Een opmerkelijk geslacht
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1965
  • Een tijd om wakker te blijven
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1995
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 469-470

GESLACHT

[Hebreeuws: dōr, mensenleeftijd; mensen die in een bepaalde tijd leven; Aramees: dar (Dan. 4:3, 34); Grieks: geʹne·a, dat wat verwekt is, een familie; of de opeenvolgende leden van een stamboom; of alle mensen die in dezelfde tijdsperiode leven]. De Nederlandse definitie van het woord „geslacht” komt met de omschrijving van de Hebreeuwse en de Griekse uitdrukking overeen. Een beschouwing van de context waarin dit woord in de bijbel verschijnt, laat zien in welke betekenis het gebruikt wordt.

VERSCHILLENDE TOEPASSINGEN

In Genesis 6:9 wordt het woord „geslachten” gebruikt in de betekenis van „tijdgenoten”. Over Noach wordt hier gezegd: „Hij betoonde zich onberispelijk onder zijn tijdgenoten [letterlijk: ’geslachten’, NW, Stud., voetn.].” In Job 42:16 wordt de uitdrukking „geslacht” gebruikt om daarmee de tijdruimte tussen de geboorte van de ouders en de geboorte van hun kinderen aan te duiden.

De van de zondaar Adam afstammende mensengeslachten zijn vergankelijk, in tegenstelling tot de aarde, die voor eeuwig blijft bestaan (Pred. 1:4; Ps. 104:5). Daarentegen duiden uitdrukkingen „tot in duizend geslachten” en „tot ontelbare geslachten” op iets wat tot onbepaalde tijd voortduurt (1 Kron. 16:15; Jes. 51:8). Het gebod aan de joden om ’in al hun geslachten’ het Pascha te vieren, betekende dat zij het tot een destijds nog onbepaalde tijd moesten blijven vieren (Ex. 12:14). God zei tot Mozes dat Jehovah zijn naam was als een gedachtenis „tot onbepaalde tijd”, „van geslacht tot geslacht”, d.w.z. voor altijd (Ex. 3:15). De apostel Paulus verklaart dat God „tot in alle geslachten” verheerlijkt moet worden en voegt eraan toe: „Van eeuwigheid tot eeuwigheid.” — Ef. 3:21.

Met de uitdrukking „geslacht” kan ook een klasse ofte wel groep van personen worden aangeduid die zich door bepaalde eigenschappen of een bepaalde toestand onderscheiden. De bijbel spreekt over „het geslacht van de rechtvaardige” (Ps. 14:5; 24:6; 112:2) en over „een krom en verdraaid geslacht”, „een verkeerd geslacht” (Deut. 32:5, 20). Toen Jezus Christus op aarde was, sprak hij op soortgelijke wijze over de joodse natie van die tijd. Ook de apostel Paulus paste zulke uitdrukkingen toe op de wereld in het algemeen die in zijn tijd bestond en die van God vervreemd was. — Matth. 12:39; 16:4; 17:17; Mark. 8:38; Fil. 2:14, 15.

Een ander Hebreeuws woord, tō·le·dhōthʹ, wordt soms met „geslachten” of „geslachtslijst” (Num. 3:1; Ruth 4:18, PC) weergegeven, alsook met „afstammelingen” of „families” (1 Kron. 5:7; 7:2, 4, 9) en „geschiedenis” of „oorsprong(en)”. — Gen. 2:4; 5:1; 6:9; vergelijk KB, NBG, NW, Belgische PB, PC, WV en andere vertalingen.

DUUR VAN EEN GESLACHT

Wanneer de uitdrukking „geslacht” wordt gebruikt om de in een bepaalde tijd levende mensen aan te duiden, kan de duur van deze tijdruimte niet precies worden vastgesteld. Om de betekenis van de uitdrukking „dit geslacht” te begrijpen, moeten wij de context in aanmerking nemen. Toen Jezus Christus de joodse religieuze leiders veroordeelde, zei hij tot besluit: „Voorwaar, ik zeg u: Al deze dingen zullen komen over dit geslacht.” De geschiedenis laat zien dat het toenmalige geslacht ongeveer 37 jaar later (in 70 G.T.) de voorzegde verwoesting van Jeruzalem aan den lijve ondervond (Matth. 23:36). Later op diezelfde dag bezigde Jezus nogmaals bijna dezelfde woorden toen hij zei: „Voorwaar, ik zeg u dat dit geslacht geenszins zal voorbijgaan voordat al deze dingen geschieden” (Matth. 24:34). In dit geval sprak Jezus echter niet alleen over alles wat over het natuurlijke Israël zou komen. Hij beantwoordde daarmee een vraag waarbij het erom ging welk „teken” zijn „tegenwoordigheid” en „het besluit van het samenstel van dingen” zou kenmerken. — Matth. 24:3.

Het sinds 1914 levende geslacht, ofte wel de huidige twintigste-eeuwse generatie, heeft deze vele verschrikkelijke dingen gelijktijdig en in geconcentreerde mate meegemaakt — internationale oorlogen, zware aardbevingen, vreselijke pestilentiën, omvangrijke hongersnoden, vervolging van christenen en andere dingen die Jezus in Mattheüs 24, Markus 13 en Lukas 21 had opgenoemd.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen