Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 456-458
  • Geloof

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Geloof
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • VOORBEELDEN VAN GELOOF UIT DE OUDHEID
  • HET CHRISTELIJKE GELOOF
  • Geloof
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Oefen geloof gebaseerd op waarheid
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1991
  • De beproefde hoedanigheid van het geloof bewerkt volharding
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
  • Laat zien dat je in Jehovah’s beloften gelooft
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk (studie-uitgave) 2016
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 456-458

GELOOF.

„De verzekerde verwachting van dingen waarop wordt gehoopt, de duidelijke demonstratie van werkelijkheden die echter niet worden gezien” (Hebr. 11:1). „Verzekerde verwachting” is een vertaling van het Griekse woord hu·poʹsta·sis. Deze uitdrukking komt veelvuldig in oude papyrus-handelsdocumenten voor. Ze houdt de gedachte in van iets waaraan zichtbare of waarneembare omstandigheden ten grondslag liggen en dat een toekomstig bezit garandeert. Derhalve bevelen Moulton en Milligan de volgende vertaling aan: „Geloof is de eigendomsakte van dingen waarop wordt gehoopt.” Het Griekse woord e·legʹchos (spreek uit: e·lenʹchos), dat met „duidelijke demonstratie” is weergegeven, heeft betrekking op het overleggen van bewijsmateriaal waardoor iets gedemonstreerd of getoond wordt, vooral iets wat tegengesteld is aan wat het geval schijnt te zijn. Daardoor maakt dit bewijsmateriaal duidelijk wat niet eerder werd onderscheiden en weerlegt derhalve wat slechts het geval schéén te zijn. De „duidelijke demonstratie”, of het bewijs waarop een overtuiging is gebaseerd, is zo onomstotelijk of krachtig dat er maar één woord voor is: GELOOF.

Geloof is derhalve de basis voor hoop en het bewijs dat als grondslag dient voor een overtuiging aangaande werkelijkheden die niet worden gezien. Het ware christelijke „geloof” omvat de gehele som van waarheden die Jezus Christus en zijn geïnspireerde discipelen hebben overgedragen (Joh. 18:37; Gal. 1:7-9; Hand. 6:7; 1 Tim. 5:8). Het christelijke geloof is gebaseerd op het gehele Woord van God, met inbegrip van de Hebreeuwse Geschriften, waarnaar Jezus en de schrijvers van de christelijke Griekse Geschriften veelvuldig verwezen om hun uitspraken kracht bij te zetten.

Geloof is op concrete bewijzen gebaseerd. De zichtbare scheppingswerken getuigen van het bestaan van een onzichtbare Schepper (Rom. 1:20). De historische gebeurtenissen die tijdens Jezus’ bediening en leven op aarde plaatsvonden, identificeren hem als de Zoon van God (Matth. 27:54). Het feit dat God in het verleden voor zijn aardse schepselen heeft gezorgd, vormt een deugdelijke basis voor het geloof dat hij ook in de toekomst voor zijn dienstknechten zal zorgen. En als de Gever en Hersteller van het leven heeft hij een overvloed aan bewijzen verschaft voor de geloofwaardigheid van de opstandingshoop (Matth. 6:26, 30, 33; Hand. 17:31; 1 Kor. 15:3-8, 20, 21). Bovendien boezemen de betrouwbaarheid van Gods Woord en de nauwkeurige vervulling van zijn profetieën het vertrouwen in dat al Zijn beloften verwezenlijkt zullen worden (Joz. 23:14). Men kan dus vele voorbeelden aanhalen waaruit blijkt dat ’het geloof volgt op hetgeen wordt gehoord’. — Rom. 10:17; vergelijk Johannes 4:7-30, 39-42; Handelingen 14:8-10.

Geloof is derhalve geen lichtgelovigheid. De geleerde stelt geloof of vertrouwen in de wetten van zijn wetenschap. Voor zijn nieuwe experimenten bouwt hij voort op reeds eerder gedane ontdekkingen, en op grond van wat reeds als waar bewezen is, tracht hij nieuwe ontdekkingen te doen. Evenzo bewerkt de boer zijn land en zaait het zaad, daar hij verwacht dat het zaad evenals in voorgaande jaren zal ontkiemen en de planten, wanneer ze voldoende vocht en zon krijgen, zullen groeien. Daarom vormt het geloof of het vertrouwen in de onveranderlijkheid van de natuurwetten in het universum feitelijk de grondslag voor de plannen en activiteiten van de mens.

VOORBEELDEN VAN GELOOF UIT DE OUDHEID

Allen die tot de door Paulus genoemde „grote wolk van getuigen” behoren (Hebr. 12:1), hadden een deugdelijke basis voor geloof. Het is logisch om aan te nemen dat Abel bijvoorbeeld op de hoogte was van Gods belofte betreffende een „zaad” dat „de slang” in de kop zou vermorzelen. En hij beschikte over tastbare bewijzen dat het vonnis dat Jehovah in Eden over zijn ouders had uitgesproken, zich voltrok, want hij kon met eigen ogen zien dat Adam en zijn gezin buiten de tuin van Eden in het zweet van hun aangezicht brood aten, aangezien de aardbodem vervloekt was en derhalve doornen en distels voortbracht. Waarschijnlijk zag Abel dat Eva’s sterke begeerte naar haar man uitging en dat Adam over zijn vrouw heerste. Ongetwijfeld heeft zijn moeder gewag gemaakt van de pijn waarmee de geboorte van haar kinderen gepaard ging. Bovendien werd de ingang naar de tuin van Eden door cherubs bewaakt en zag men het vlammende lemmer van een zwaard (Gen. 3:14-19, 24). Dit alles vormde een „duidelijke demonstratie”, waardoor Abel de verzekering kreeg dat door het ’zaad der belofte’ bevrijding zou komen. Zijn geloof bracht hem er derhalve toe ’een slachtoffer van grotere waarde aan God te brengen dan Kaïn’. — Hebr. 11:4.

Abraham had een hechte basis voor het geloof in een opstanding, want hij en Sara hadden zelf ondervonden hoe hun voortplantingsvermogen op wonderbare wijze tot nieuw leven was gebracht. Dit was in zekere zin met een opstanding te vergelijken, waardoor het mogelijk werd dat de geslachtslijn van Abraham via Sara kon worden voortgezet. Als gevolg van dit wonder werd Isaäk geboren. Toen Abraham de opdracht kreeg Isaäk te offeren, geloofde hij dat God zijn zoon zou opwekken. Hij baseerde zijn geloof op Gods belofte: „Wat ’uw zaad’ genoemd zal worden, zal door bemiddeling van Isaäk zijn.” — Gen. 21:12; Hebr. 11:11, 12, 17-19.

Degenen die naar Jezus kwamen of bij hem werden gebracht om genezen te worden, gaven eveneens blijk van echt geloof. Ook al hadden zij de krachtige werken van Jezus niet persoonlijk gezien, dan hadden zij er toch op zijn minst van gehoord. Op grond van datgene wat zij gezien of gehoord hadden, maakten zij vervolgens de gevolgtrekking dat Jezus ook hen zou kunnen genezen. Bovendien waren zij bekend met Gods Woord en waren dus vertrouwd met de wonderen die in het verleden door de profeten waren verricht. Toen zij Jezus hoorden, kwamen sommigen tot de slotsom dat hij „De Profeet” was, en anderen dat hij „de Christus” was. Met het oog hierop was het zeer passend dat Jezus soms tot degenen die door hem waren genezen, zei: „Uw geloof heeft u beter gemaakt.” Wanneer deze personen niet in Jezus hadden geloofd, zouden zij in de eerste plaats niet naar hem toe zijn gekomen en zouden dus ook niet gezond zijn gemaakt. — Joh. 7:40, 41; Matth. 9:22; Luk. 17:19.

Evenzo berustte het grote geloof van de legeroverste die ten behoeve van zijn knecht een dringend verzoek aan Jezus deed, op bewijzen. Op grond van deze bewijzen maakte hij de gevolgtrekking dat Jezus „slechts een woord” hoefde te spreken en zijn knecht zou gezond worden (Matth. 8:5-10, 13). Er zij echter opgemerkt dat Jezus alle zieken die tot hem kwamen, genas, en dat het niet van de soort van ziekte afhing hoeveel geloof zij moesten hebben om genezen te worden. En het gebeurde nooit dat iemand niet werd genezen terwijl dan ter verontschuldiging werd aangevoerd dat zijn geloof niet sterk genoeg was en derhalve genezing niet mogelijk was, zoals dit bij zogenaamde „gebedsgenezers” is voorgekomen. Jezus verrichtte deze genezingen om een getuigenis te geven en om een basis voor geloof te verschaffen. In zijn eigen gebied, waar hij veel ongeloof aantrof, verrichtte hij niet veel krachtige werken, niet omdat hij daartoe niet in staat was, maar omdat de mensen weigerden naar hem te luisteren en het derhalve niet verdienden. — Matth. 13:58.

HET CHRISTELIJKE GELOOF

Niet alle mensen bezitten geloof, want het is een vrucht van Gods geest (2 Thess. 3:2; Gal. 5:22). Personen die geen geloof hebben, worden door Jehovah verworpen (Hebr. 11:6). Wil ons geloof thans voor God aanvaardbaar zijn, dan moeten wij Jezus Christus erkennen. Hierdoor is het mogelijk een rechtvaardige positie voor het aangezicht van God in te nemen (Gal. 2:16). Het geloof van een christen is niet statisch, maar groeit (2 Thess. 1:3). Daarom was het verzoek van Jezus’ discipelen: „Geef ons meer geloof” zeer passend. Jezus verschafte hun de grondslag die nodig was om hun geloof te vergroten, doordat hij verdere bewijzen aanvoerde en hun meer begrip gaf. Daarop konden zij hun geloof baseren. — Luk. 17:5.

In werkelijkheid wordt het gehele leven van een christen door geloof beheerst. Hierdoor is hij in staat met bergen te vergelijken hindernissen te overwinnen die hem van zijn dienst voor God zouden afhouden (2 Kor. 5:7; Matth. 21:21, 22). Bovendien moet hij als bewijs van zijn geloof werken tonen die met zijn geloof overeenstemmen. Dit wil echter niet zeggen dat werken van de Mozaïsche wet vereist zijn (Jak. 2:21-26; Rom. 3:20). Geloof wordt door beproevingen versterkt. Het vormt voor een christen in zijn geestelijke oorlogvoering een beschermend schild en helpt hem de Duivel aan te kunnen en de wereld te overwinnen. — 1 Petr. 1:6, 7; Ef. 6:16; 1 Petr. 5:9; 1 Joh. 5:4.

Geloof mag echter niet als iets vanzelfsprekends worden beschouwd, want gebrek aan geloof is „de zonde die ons gemakkelijk verstrikt”. Om een sterk geloof te behouden, is een onvermoeide strijd nodig. Wij moeten mensen weerstaan die ons tot immoraliteit zouden kunnen verleiden, de werken van het vlees bestrijden, de valstrik van het materialisme vermijden, geloofverwoestende filosofieën en menselijke overleveringen van de hand wijzen en bovenal „oplettend het oog gericht houden op de Voornaamste Bewerker en Volmaker van ons geloof, Jezus”. — Hebr. 12:1, 2; Jud. 3, 4; Gal. 5:19-21; 1 Tim. 6:9, 10; Kol. 2:8.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen