Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 369-370
  • Engel

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Engel
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • RANGORDE
  • PERSOONLIJKHEID
  • CAPACITEITEN EN VOORRECHTEN
  • Christus en zijn volgelingen door hen gediend en ondersteund
  • Engel
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Engelen — Gods geestenboodschappers
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1962
  • De engelen — „Geesten voor openbare dienst”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2009
  • Hoe engelen u kunnen helpen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1998
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 369-370

ENGEL.

Zowel het Hebreeuwse woord mal·’akhʹ als het Griekse woord agʹge·los [spreek uit: anʹge·los] betekenen letterlijk „bode” of „boodschapper”. Van het eerste tot het laatste boek van de bijbel komen deze woorden bijna 400 maal voor. Wanneer er hemelse boodschappers worden bedoeld, worden deze woorden met „engelen” vertaald. Verwijzen ze daarentegen duidelijk naar mensen, dan worden ze met „boden” of „boodschappers” weergegeven (Gen. 16:7; 32:3; Jak. 2:25; Openb. 22:8; zie BODE, BOODSCHAPPER). Wanneer het sterk symbolische boek Openbaring echter over engelen spreekt, kunnen op bepaalde plaatsen ook mensen bedoeld zijn. — Openb. 2:1, 8, 12, 18; 3:1, 7, 14.

Engelen worden soms ook geesten genoemd. Een geest is onzichtbaar en heeft macht. Zo lezen wij: „Ten slotte trad er een geest naar voren en ging voor Jehovah staan”, en ook: „Zijn zij niet allen geesten voor openbare dienst?” (1 Kon. 22:21; Hebr. 1:14) Zij hebben een onzichtbaar, geestelijk lichaam en wonen „in de hemelen” (Mark. 12:25; 1 Kor. 15:44, 50). Zij worden ook „zonen van de ware God”, „morgensterren” en „heilige myriaden” (of „heiligen”) genoemd. — Job 1:6; 2:1; 38:7; Deut. 33:2.

Aangezien de engelen schepselen zijn die niet huwen en zich niet voortplanten, heeft Jehovah hen door bemiddeling van zijn eerstgeboren Zoon, „het begin van de schepping door God”, afzonderlijk geschapen (Matth. 22:30; Openb. 3:14). „Door bemiddeling van hem [deze eerstgeboren Zoon, het Woord] werden alle andere dingen in de hemelen . . . de onzichtbare [geschapen] . . . Ook is hij vóór alle andere dingen en door bemiddeling van hem zijn alle andere dingen gemaakt om te bestaan” (Kol. 1:15-17; Joh. 1:1-3). De engelen werden lang voordat de mens tot bestaan kwam, geschapen, want toen God „de aarde grondvestte”, ’hieven de morgensterren te zamen een vreugdegeroep aan en betuigden alle zonen Gods juichend hun instemming’. — Job 38:4-7.

Wat het aantal der hemelse legerscharen betreft, zag Daniël, zoals hij zei, „duizend duizenden die hem [God] bleven dienen, en tienduizend maal tienduizend die vlak voor hem bleven staan”. — Dan. 7:10; Hebr. 12:22; Jud. 14.

RANGORDE

Niet alleen in de zichtbare schepping, maar ook in het onzichtbare rijk, onder de engelen, bestaat er een bepaalde rangschikking of rangorde. De voornaamste engel, met de grootste macht en autoriteit, is Michaël, de aartsengel (Dan. 10:13, 21; 12:1; Jud. 9; Openb. 12:7; zie MICHAËL). Aangezien hij zo’n hoge positie bekleedt en ’de grote vorst is die ten behoeve van de zonen van Gods volk optreedt’, neemt men aan dat hij de engel was die Israël door de wildernis leidde (Ex. 23:20-23). Een zeer hoge positie, waaraan voorrechten en eer verbonden zijn, bekleden de serafs (Jes. 6:2, 6; zie SERAFS). Veelvuldiger (bijna 90 maal) worden in de Schrift de cherubs genoemd, en volgens de beschrijving van hun taken en verantwoordelijkheden nemen zij klaarblijkelijk eveneens een speciale positie onder de engelen in (Gen. 3:24; Ezech. 10:1-22; zie CHERUB). Voorts bestaat er een grote menigte engelenboden, die de communicatie tussen God en de mens onderhouden. Zij doen echter meer dan enkel boodschappen overbrengen. Als vertegenwoordigers en gevolmachtigden van de Allerhoogste God zijn zij ook verantwoordelijk voor de tenuitvoerbrenging van Gods voornemen, of het nu om de bescherming en bevrijding van Gods volk of de vernietiging van de goddelozen gaat. — Gen. 19:1-26.

PERSOONLIJKHEID

Sommigen mogen dan beweren dat engelen geen duidelijk te onderscheiden persoonlijkheden zijn, doch onpersoonlijke krachten, die worden uitgezonden om Gods wil te doen, maar de bijbel leert iets anders. Eigennamen duiden op individualiteit. Het feit dat twee engelen, Michaël en Gabriël, met name worden genoemd, is een genoegzaam bewijs dat engelen individuen zijn (Dan. 12:1; Luk. 1:26). Om te voorkomen dat deze schepselen aanbeden of op ongepaste wijze geëerd worden, verschijnen er geen verdere namen. God zond engelen als zijn vertegenwoordigers uit om in zijn naam en niet in hun eigen naam te handelen. Toen Jakob derhalve de engel die met hem worstelde naar zijn naam vroeg, noemde hij die niet (Gen. 32:29). Ook toen Jozua de engel die tot hem was gekomen, vroeg wie hij was, volstond de engel met te zeggen dat hij de „vorst van het leger van Jehovah” was (Joz. 5:14). Toen Simsons ouders de engel die hun verscheen naar zijn naam vroegen, kregen zij slechts ten antwoord: „Waarom zoudt gij eigenlijk naar mijn naam vragen, wanneer het toch een wonderlijke naam is?” (Recht. 13:17, 18) De apostel Johannes, die tweemaal trachtte een engel te aanbidden, werd bestraft met de woorden: „Pas op! Doe dat niet! . . . Aanbid God.” — Openb. 19:10; 22:8, 9.

Als persoonlijkheden kunnen engelen met elkaar spreken (1 Kor. 13:1), beheersen zij diverse talen van mensen (Num. 22:32-35; Dan. 4:23; Hand. 10:3-7) en beschikken zij over het nodige denkvermogen om Jehovah te verheerlijken en te loven (Ps. 148:2; Luk. 2:13). De engelen zijn weliswaar geslachtloos, echter niet omdat zij onpersoonlijke krachten zijn, maar omdat Jehovah hen zo heeft gemaakt. Zij worden over het algemeen als mannen afgebeeld, en wanneer zij zich materialiseerden, verschenen zij altijd in mannelijke gedaante. Ook over God en zijn Zoon wordt als mannelijke personen gesproken. Toen echter in de dagen van Noach bepaalde engelen zich materialiseerden teneinde zich aan seksueel genot over te geven, werden zij uit Jehovah’s hemelse hoven verbannen. Hierdoor werd onmiskenbaar bewezen dat engelen individuen zijn, die evenals de mensen een vrije wil hebben, zodat zij zelf kunnen kiezen tussen goed en kwaad (Gen. 6:2, 4; 2 Petr. 2:4). Talloze engelen hebben zich uit vrije wil bij Satans opstand aangesloten. — Openb. 12:7-9; Matth. 25:41.

CAPACITEITEN EN VOORRECHTEN

Aangezien God de mens „een weinig lager dan engelen” heeft geschapen (Hebr. 2:7), volgt hieruit dat engelen over meer geestvermogens beschikken dan de mens en ook een bovenmenselijke kracht bezitten. „Zegent Jehovah, o gij zijn engelen, geweldig in kracht, die zijn woord volbrengt.” Welk een kennis en macht engelen bezitten, bleek toen twee engelen bewerkten dat Sodom en Gomorra door vuur verwoest werden. Eén enkele engel doodde 185.000 man van het Assyrische leger. — Ps. 103:20; Gen. 19:13, 24; 2 Kon. 19:35.

Engelen kunnen zich ook enorm snel voortbewegen, veel sneller dan binnen de grenzen van de wereld der materie mogelijk is. Toen Daniël derhalve eens bad en God daarop een engel stuurde, kwam deze reeds enkele ogenblikken later, nog voordat het gebed ten einde was, bij Daniël aan. — Dan. 9:20-23.

Ondanks het feit dat engelen wat mentale en geestelijke vermogens betreft superieur zijn, hebben zij toch hun beperkingen. Jezus zei dat zij niet wisten wanneer het huidige samenstel van dingen weggevaagd zou worden, aangezien zij „van die dag en dat uur” geen kennis hadden (Matth. 24:36). Zij hebben grote belangstelling voor de verwezenlijking van Jehovah’s voornemens, maar er zijn sommige dingen die zij niet begrijpen (1 Petr. 1:12). Zij verheugen zich over een zondaar die berouw heeft en slaan het „theater-schouwspel” gade dat christenen op het wereldtoneel van openbare activiteit bieden. Ook slaan zij acht op het juiste voorbeeld van christelijke vrouwen, die een teken van autoriteit op hun hoofd dragen. — Luk. 15:10; 1 Kor. 4:9; 11:10.

Als dienaren van Jehovah hebben de engelen in de afgelopen eeuwen vele voorrechten genoten. Engelen dienden Abraham, Jakob, Mozes, Jozua, Jesaja, Daniël, Zacharia, Petrus, Paulus en Johannes, om er maar enkelen te noemen (Gen. 22:11; 31:11; Joz. 5:14, 15; Jes. 6:6, 7; Dan. 6:22; Zach. 1:9; Hand. 5:19, 20; 7:35; 12:7, 8; 27:23, 24; Openb. 1:1). Door hun boodschappen leverden zij een bijdrage tot het schrijven van de bijbel. In de Openbaring worden engelen veel vaker genoemd dan in enig ander bijbelboek. Talloze engelen waren rondom de grote troon van Jehovah te zien; zeven bliezen op de zeven trompetten, terwijl zeven andere de zeven schalen van Gods toorn uitgoten; een engel die in het midden van de hemel vloog, had „eeuwig goed nieuws”; maar een andere verkondigde: „Babylon de Grote is gevallen.” — Openb. 5:11; 7:11; 8:6; 14:6, 8; 16:1.

Christus en zijn volgelingen door hen gediend en ondersteund

De heilige engelen van God sloegen Jezus’ verblijf op aarde van het begin tot het einde met de grootste belangstelling gade. Zij kondigden zijn ontvangenis en zijn geboorte aan, en zij dienden hem nadat hij 40 dagen gevast had. Toen hij de laatste nacht dat hij als mens op aarde was, in de hof van Gethsemane bad, werd hij door een engel gesterkt. Toen het gepeupel kwam om hem te arresteren, had hij de beschikking kunnen hebben over minstens 12 legioenen engelen, wier hulp hij had kunnen inroepen. Engelen kondigden ook zijn opstanding aan en waren aanwezig toen hij ten hemel voer. — Matth. 4:11; 26:53; 28:5-7; Luk. 1:30, 31; 2:10, 11; 22:43; Hand. 1:10, 11.

Daarna bleven Gods hemelse boodschappers zijn dienstknechten op aarde dienen, zoals Jezus beloofd had: „Ziet erop toe dat gij niet een van deze kleinen veracht, want ik zeg u dat hun engelen in de hemel altijd het aangezicht aanschouwen van mijn Vader, die in de hemel is” (Matth. 18:10). „Zijn zij niet allen geesten voor openbare dienst, uitgezonden om te dienen ten behoeve van hen die redding zullen beërven?” — Hebr. 1:14.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen