Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 1560-1561
  • Versiering

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Versiering
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • HOE CHRISTENEN ZICH MOETEN SIEREN
  • Versiering
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Moeten vrouwen hun schoonheid verbergen?
    Ontwaakt! 2005
  • Wat zegt de Bijbel over het dragen van make-up en sieraden?
    Vragen over de Bijbel
  • Blijf vast in het geloof!
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1991
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 1560-1561

VERSIERING.

Dat wat men draagt om zich te sieren, mooi te maken, te tooien en te verfraaien, en de persoon zelf of dat wat hij voorstelt, aangenaam of aantrekkelijk te maken. Versiering kan een goed doel dienen of een misleidende bedoeling hebben.

De Schrift veroordeelt uiterlijke versiering niet, mits er een gepast gebruik van wordt gemaakt, maar moedigt vooral tot innerlijke versiering aan. Jehovah zelf wordt beschreven als gehuld in licht en omgeven door schoonheid (Ps. 104:1, 2; Ezech. 1:1, 4-28; Openb. 4:2, 3). Hij heeft zijn schepping rijkelijk met kleur, afwisseling en majestueuze pracht getooid. — Luk. 12:27, 28; Ps. 139:14; 1 Kor. 15:41.

In bijbelse tijden versierden de bruidegom en de bruid zich voor het bruiloftsfeest. De bruid hulde zich in de fijnste kleding en tooide zich met haar mooiste sieraden voordat zij zich aan de bruidegom aanbood (Ps. 45:13, 14; Jes. 61:10). In figuurlijke taal richt Jehovah zich tot Jeruzalem en beschrijft het als een jonge vrouw die hij in fijne, kostbare kleding hulde en met sieraden tooide, maar die haar schoonheid en versiering op ontrouwe wijze als prostituée misbruikte (Ezech. 16:10-19). Jehovah’s profeet Hosea veroordeelde de natie Israël omdat ze zich met een verkeerde bedoeling versierde, namelijk om hartstochtelijke minnaars aan te trekken en aan valse aanbidding deel te nemen (Hos. 2:13). Bij monde van zijn profeten voorzei Jehovah dat de natie Israël na haar bevrijding uit Babylonische gevangenschap hersteld zou worden en zich weer zou versieren om uiting te geven aan haar verheuging en uitbundige vreugde. — Jes. 52:1; Jer. 31:4.

De tempel en de regeringsgebouwen van Salomo waren prachtig versierd, tot grote verrukking van de koningin van Scheba (1 Kon. hfdst. 6, 7, 10). De door Herodes gebouwde tempel was een schitterend gebouw, versierd met prachtige stenen en opgedragen voorwerpen. Maar Jezus wees erop dat wanneer Gods oordeel over de stad Jeruzalem zou komen wegens haar ontrouw, deze stoffelijke versieringen haar niet zouden baten. — Luk. 21:5, 6.

Zoals uit het bijbelboek Spreuken blijkt, is het succes van een koning af te meten naar de veelheid van onderdanen die het verkiezen onder zijn regering te leven en ingenomen zijn met de heerschappij die hij uitoefent. Het is een sieraad voor hem, dat hem als regeerder aanbeveelt en zijn roem verhoogt (Spr. 14:28). Jehovah is zo’n regeerder door middel van zijn Messiaanse koninkrijk. — Ps. 22:27-31; Fil. 2:10, 11.

HOE CHRISTENEN ZICH MOETEN SIEREN

Jezus en zijn apostelen gaven voortdurend de raad geen vertrouwen te stellen in materiële dingen en zich geen vals voorkomen te geven door middel van uiterlijke versieringen. De apostel Paulus zei dat christelijke vrouwen „zich in welverzorgde kleding [dienen te] sieren, met bescheidenheid en gezond verstand, niet met bijzondere haarvlechtingen en goud of parels of zeer kostbare kleding” (1 Tim. 2:9). In de dagen van de apostelen was het onder vrouwen in die door de Griekse cultuur beïnvloede wereld de gewoonte om zich met opvallende kapsels en andere versieringen te tooien. Dit doet Petrus’ raad aan vrouwen in de christelijke gemeente nog beter uitkomen, namelijk om zich niet te concentreren op „het uiterlijke vlechten van het haar en het omhangen van gouden sieraden of het dragen van bovenklederen”, maar om hun versiering, zoals in het geval van de getrouwe vrouwen uit de oudheid, te laten bestaan in „de verborgen persoon van het hart in de onverderfelijke tooi van de stille en zachtaardige geest”. — 1 Petr. 3:3-5.

De apostel Paulus zet uiteen dat een christen door voortreffelijke werken, door onbedorvenheid in zijn onderwijs en door ernst, gezonde spraak en een juist gedrag in elk aspect van zijn leven, de leer van God kan sieren en voor anderen aantrekkelijk kan maken (Tit. 2:10). In deze geestelijke schoonheid zal de christelijke gemeente, de bruid van Christus, uiteindelijk voor haar echtgenoot, Jezus Christus, verschijnen, „toebereid als een bruid die zich voor haar man versierd heeft” (Openb. 21:2). Haar geestelijke schoonheid steekt scherp af bij de versiering van Babylon de Grote, van wie wordt gezegd dat ze zich met materiële dingen, het loon van haar prostitutie, heeft getooid. — Openb. 18:16; zie EDELSTENEN, KOSTBARE STENEN; KLEDING; SIERADEN, VERSIERSELEN.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen