NECHELAM
(Ne̱chelam) [Van (behorend tot) Nechelam; of misschien: De dromer].
Mogelijk de woonplaats van de valse profeet Semaja (Jer 29:24, 31, 32). Maar een plaats die zo heet, is onbekend. Daarom hebben sommigen geopperd dat „van Nechelam” een familieaanduiding zou kunnen zijn en vertalen de zinsnede derhalve met ’de Nechelamiet’ (LV; NBG; OB; PC; SV). Anderen geloven dat Jeremia misschien een woordspeling maakte op het Hebreeuwse woord cha·lamʹ, dat „dromen” betekent. — Vgl. Jer 23:25.