Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • od blz. 206-212
  • Slotbespreking met doopkandidaten

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Slotbespreking met doopkandidaten
  • Georganiseerd om Jehovah’s wil te doen
  • Vergelijkbare artikelen
  • Vragenbus
    Onze Koninkrijksdienst 1987
  • Appendix
    Georganiseerd om Jehovah’s wil te doen
  • De doop: Een mooi doel!
    Voor eeuwig gelukkig! — Interactieve Bijbelcursus
  • Vragenbus
    Onze Koninkrijksdienst 2013
Meer weergeven
Georganiseerd om Jehovah’s wil te doen
od blz. 206-212

VRAGEN VOOR PERSONEN DIE GEDOOPT WILLEN WORDEN

Slotbespreking met doopkandidaten

De doop vindt meestal plaats op kringvergaderingen en congressen van Jehovah’s Getuigen. Aan het slot van de dooplezing zal de spreker de doopkandidaten vragen om te gaan staan en de volgende twee vragen luid en duidelijk te beantwoorden:

1. Heb je berouw van je zonden, heb je je opgedragen aan Jehovah en heb je zijn weg van redding via Jezus Christus aanvaard?

2. Besef je dat je door je doop laat zien dat je een van Jehovah’s Getuigen bent en bij Jehovah’s organisatie hoort?

De bevestigende antwoorden op deze vragen zijn een ‘openbare bekendmaking’ van de doopkandidaten dat ze in het loskoopoffer geloven en dat ze zich onvoorwaardelijk aan Jehovah hebben opgedragen (Rom. 10:9, 10). Doopkandidaten zullen van tevoren onder gebed over deze vragen willen nadenken, zodat ze die in overeenstemming met hun persoonlijke overtuiging kunnen beantwoorden.

Heb je je in gebed aan Jehovah opgedragen en beloofd alleen hem te aanbidden en het doen van zijn wil op de eerste plaats in je leven te stellen?

Ben je er nu echt van overtuigd dat je bij de eerstvolgende gelegenheid gedoopt zou moeten worden?

Wat is gepaste kleding voor de doop? (1 Tim. 2:9, 10; Joh. 15:19; Fil. 1:10)

We moeten ons kleden ‘met bescheidenheid en gezond verstand’. Op die manier laten we zien dat we ‘toegewijd zijn aan God’. Doopkandidaten zullen dus geen onbescheiden badkleding of andere kleding met spreuken of slogans dragen. Ze moeten kleding dragen die netjes en schoon is, van goede smaak getuigt en bij de gelegenheid past.

Hoe hoort iemand zich te gedragen als hij gedoopt wordt? (Luk. 3:21, 22)

Jezus’ doop is het voorbeeld voor de christelijke doop in deze tijd. Hij begreep dat de doop een ernstige stap is, en dat bleek uit zijn houding en daden. De doopgelegenheid is dus niet de plaats voor ongepaste humor, om te spelen, te gaan zwemmen of iets anders te doen wat afbreuk zou doen aan de ernst van de gelegenheid. Een nieuwe christen zal zich ook niet gedragen alsof hij een grote overwinning behaald heeft. Hoewel de doop een vreugdevolle gebeurtenis is, hoort die vreugde op een waardige manier geuit te worden.

Hoe zal geregeld de vergaderingen bezoeken en omgang zoeken binnen de gemeente je helpen om je opdracht aan Jehovah na te komen?

Waarom is het ook na je doop heel belangrijk om je aan een goed schema voor persoonlijke studie te houden en geregeld in de velddienst te gaan?

INSTRUCTIES VOOR GEMEENTEOUDERLINGEN

Als een ongedoopte verkondiger laat weten dat hij gedoopt wil worden, moedig hem dan aan het gedeelte ‘Vragen voor personen die gedoopt willen worden’ op bladzijde 185-207 van dit boek door te nemen. Wijs hem op de ‘Boodschap voor de ongedoopte verkondiger’ op bladzijde 182 en verder, waarin wordt uitgelegd hoe hij zich op de besprekingen met de ouderlingen kan voorbereiden. Zoals daar gezegd wordt, mag de doopkandidaat tijdens de bespreking dit boek erbij houden en ook eventuele aantekeningen. Maar het is niet nodig dat iemand de vragen met hem doorneemt voordat hij met de ouderlingen samenkomt.

Als iemand gedoopt wil worden, moet hij de coördinator van het lichaam van ouderlingen daarover inlichten. Nadat de persoon voldoende tijd heeft gehad om zelf de ‘Vragen voor personen die gedoopt willen worden’ door te nemen, zal de coördinator de persoon vragen of hij zich in gebed aan Jehovah heeft opgedragen om Zijn wil te doen. Als de persoon zich heeft opgedragen, zal de coördinator regelen dat twee ouderlingen de ‘Vragen voor personen die gedoopt willen worden’ met hem bespreken. Voor elk deel moet een andere ouderling worden toegewezen. Het is niet nodig met de besprekingen te wachten totdat er een kringvergadering of congres aangekondigd wordt.

Elk deel kan meestal in een bespreking van ongeveer een uur worden behandeld, hoewel er geen bezwaar tegen is als een bespreking langer duurt wanneer dat nodig blijkt. Elke bespreking moet met gebed begonnen en beëindigd worden. De kandidaat en de ouderling mogen de vragen niet afraffelen. De toegewezen ouderlingen zullen in hun schema prioriteit willen geven aan deze bespreking.

Het is meestal het beste de vragen met elke doopkandidaat afzonderlijk door te nemen en niet met een groep kandidaten. Door de kandidaat zelf op elke vraag antwoord te laten geven, zullen de ouderlingen een goed beeld krijgen van zijn begrip van de waarheid en zal duidelijk zijn of hij klaar is voor de doop. Bovendien zal de doopkandidaat dan eerder geneigd zijn zich te uiten. In het geval van een echtpaar mag de bespreking met allebei tegelijk worden gehouden.

Als het om een zuster gaat, moet de bespreking binnen het zicht van anderen gehouden worden zonder dat die kunnen meeluisteren. Als het nodig is iemand mee te nemen, moet dat een ouderling of een dienaar zijn, afhankelijk van het deel dat besproken wordt. Meer informatie hierover staat in de volgende alinea.

In gemeenten met weinig ouderlingen mogen bekwame dienaren die blijk hebben gegeven van een goed oordeel en onderscheidingsvermogen, met kandidaten de doopvragen doornemen uit ‘Deel 1: Christelijke leerstellingen’. Alleen ouderlingen mogen ‘Deel 2: Christelijke leefwijze’ met de kandidaat doornemen. Als de gemeente niet voldoende bekwame broeders heeft, kan aan de kringopziener gevraagd worden of een buurgemeente kan bijspringen.

Als de doopkandidaat minderjarig is en een of beide ouders Getuigen zijn, moeten een of beide ouders bij de besprekingen aanwezig zijn. Als de ouders er niet bij kunnen zijn, moeten er bij elke bespreking twee ouderlingen (of een ouderling en een dienaar, afhankelijk van het deel dat besproken wordt) aanwezig zijn.

De ouderlingen zullen nagaan of iemand die gedoopt wil worden, een redelijk begrip heeft van basisleerstellingen van de Bijbel. Bovendien zullen ze moeten vaststellen of hij diepe waardering voor de waarheid en gepast respect voor Jehovah’s organisatie heeft. Als iemand de basisleerstellingen van de Bijbel niet begrijpt, zullen de ouderlingen regelen dat hij persoonlijke hulp krijgt om later voor de doop in aanmerking te komen. Anderen zullen misschien de tijd moeten krijgen om meer waardering voor de velddienst of onderworpenheid aan organisatorische regelingen te tonen. Het zal aan het oordeel van de ouderlingen worden overgelaten om het uur dat de bespreking ongeveer duurt, zo in te delen dat goed beoordeeld kan worden of iemand klaar is voor de doop. Hoewel er misschien niet aan alle vragen evenveel tijd besteed zal worden, moeten alle vragen worden doorgenomen.

De ouderlingen die de toewijzing hebben gekregen de vragen door te nemen, zullen na de tweede bespreking bijeenkomen en bepalen of de persoon wel of niet gedoopt kan worden. De ouderlingen zullen rekening houden met de achtergrond, de bekwaamheden en andere omstandigheden van iedere persoon. We zoeken personen die een band met Jehovah hebben opgebouwd en die fundamentele Bijbelse waarheden begrijpen. Door jullie liefdevolle hulp zullen degenen die gedoopt worden voldoende voorbereid zijn op hun belangrijke toewijzing als prediker van het goede nieuws.

Vervolgens zullen een of beide toegewezen ouderlingen met de persoon samenkomen om hem te vertellen of hij wel of niet voor de doop in aanmerking komt. Als de persoon gedoopt kan worden, zullen de ouderlingen de ‘Slotbespreking met doopkandidaten’ op bladzijde 206-207 met hem doornemen. Als de kandidaat het boek Voor eeuwig gelukkig! nog niet volledig heeft bestudeerd, moeten de ouderlingen hem aanmoedigen dat na de doop te doen. Laat de kandidaat weten dat zijn doopdatum zal worden vermeld op het Bericht van gemeenteverkondiger dat op zijn naam staat. Vertel hem dat de ouderlingen deze persoonlijke informatie over hem verzamelen zodat de organisatie zorg kan blijven dragen voor de religieuze activiteiten van Jehovah’s Getuigen over de hele wereld en zodat hij aan de geestelijke activiteiten kan meedoen en geestelijke zorg kan ontvangen. Daarnaast kunnen de ouderlingen nieuwe verkondigers eraan herinneren dat persoonlijke informatie wordt verwerkt op de wijze zoals omschreven in het Wereldwijd gegevensbeschermingsbeleid van Jehovah’s Getuigen, dat te vinden is op jw.org. Deze bespreking duurt meestal niet langer dan tien minuten.

Een jaar na zijn doop moeten twee ouderlingen met de gedoopte verkondiger samenkomen om hem aan te moedigen en nuttige suggesties te geven. Een van de ouderlingen moet de groepsopziener van de persoon zijn. Als het om een minderjarige gaat van wie de ouders Getuigen zijn, moeten die erbij zijn. De sfeer van de bespreking zal heel hartelijk en aanmoedigend zijn. De ouderlingen zullen zijn geestelijke groei bespreken en praktische tips geven over het vasthouden aan een goede routine van persoonlijke studie en dagelijks Bijbellezen, wekelijkse gezinsaanbidding, geregeld vergaderingsbezoek, deelname aan de vergaderingen en wekelijkse velddienstactiviteit (Ef. 5:15, 16). Als hij het boek Voor eeuwig gelukkig! nog niet volledig bestudeerd heeft, moeten de ouderlingen regelen dat iemand hem daarbij gaat helpen. De ouderlingen moeten de persoon vooral prijzen. Meestal zal het voldoende zijn om over een of twee punten raad en suggesties te geven.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen