VRAGEN VOOR PERSONEN DIE GEDOOPT WILLEN WORDEN
Deel 2: Christelijke leefwijze
Tijdens het bestuderen van de Bijbel heb je geleerd wat Jehovah van je vraagt en hoe je je aan zijn rechtvaardige normen kunt houden. Als reactie daarop heb je misschien veranderingen moeten aanbrengen in je gedrag en je levensvisie. Nu je hebt besloten volgens Jehovah’s rechtvaardige normen te leven, kun je hem op een aanvaardbare manier als bedienaar van het evangelie gaan dienen.
Het doornemen van de volgende vragen zal je helpen Jehovah’s rechtvaardige vereisten goed in je geest te prenten. Bovendien zul je herinnerd worden aan enkele dingen die je kunt doen om een goedgekeurde aanbidder van hem te worden. Deze informatie zal je ervan doordringen hoe belangrijk het is alles met een goed geweten en tot eer van Jehovah te doen (2 Kor. 1:12; 1 Tim. 1:19; 1 Petr. 3:16, 21).
Nu je in je studie dit punt hebt bereikt, wil je je ongetwijfeld graag aan Jehovah’s bestuur en leiding onderwerpen en bij zijn organisatie gaan horen. Deze vragen en Bijbelteksten zullen je helpen te onderzoeken of je een duidelijk begrip hebt van onderworpenheid aan Jehovah’s regelingen in verband met de gemeente, het gezin en de overheid. Ongetwijfeld zul je ook je waardering verdiepen voor Jehovah’s regelingen om zijn volk te onderwijzen en geestelijk op te bouwen. Dat laat je bijvoorbeeld zien door de gemeentevergaderingen te bezoeken en eraan mee te doen, voor zover je omstandigheden dat toelaten.
In dit deel zal ook besproken worden hoe belangrijk het is geregeld te prediken en anderen te vertellen wie Jehovah is en wat hij voor de mensheid doet (Matth. 24:14; 28:19, 20). Bovendien zul je doordrongen raken van de ernst van je opdracht aan Jehovah en je doop. Je kunt er zeker van zijn dat Jehovah blij is met je oprechte reactie op de onverdiende goedheid die hij voor je heeft getoond.
1. Wat is de christelijke norm voor het huwelijk? Wat is de enige Bijbelse grond voor een echtscheiding?
• ‘Hebben jullie niet gelezen dat degene die hen schiep hen bij het begin als man en als vrouw maakte? En dat hij heeft gezegd: “Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en de twee zullen één vlees worden”? Ze zijn dan niet langer twee, maar één vlees. Wat God heeft verbonden, mag geen mens scheiden. (...) Wie zich van zijn vrouw laat scheiden, behalve op grond van seksuele immoraliteit, en met een ander trouwt, pleegt overspel’ (Matth. 19:4-6, 9).
2. Waarom moet een stel dat als man en vrouw samenwoont, wettig getrouwd zijn? Als je getrouwd bent, weet je dan zeker dat je huwelijk wettig is en erkend wordt door de overheid?
• ‘Blijf ze eraan herinneren onderworpen en gehoorzaam te zijn aan regeringen en autoriteiten’ (Tit. 3:1).
• ‘Iedereen moet het huwelijk als kostbaar bezien en het huwelijksbed moet rein blijven, want God zal overspelige en seksueel immorele mensen oordelen’ (Hebr. 13:4).
3. Wat is jouw rol in het gezin?
• ‘Mijn zoon, luister naar de correctie van je vader en verwerp het onderwijs van je moeder niet’ (Spr. 1:8).
• ‘De man is het hoofd van zijn vrouw, net zoals de Christus het hoofd is van de gemeente (...). Mannen, blijf van je vrouw houden, net zoals de Christus van de gemeente heeft gehouden’ (Ef. 5:23, 25).
• ‘Vaders, irriteer je kinderen niet, maar voed ze op met de correctie en de vermaningen van Jehovah’ (Ef. 6:4).
• ‘Kinderen, gehoorzaam je ouders in alles, want daar is de Heer blij mee’ (Kol. 3:20).
• ‘Jullie, vrouwen, moeten onderworpen zijn aan je man’ (1 Petr. 3:1).
4. Waarom moeten we respect voor het leven tonen?
• ‘Hij [God] geeft aan iedereen leven en adem en alle dingen. Dankzij hem leven we, bewegen we en bestaan we’ (Hand. 17:25, 28).
5. Waarom mogen we niemand doden, ook geen ongeboren kind?
• ‘Als mannen met elkaar vechten en een zwangere vrouw verwonden met als gevolg dat (...) er iemand komt te overlijden, dan geldt: een leven voor een leven’ (Ex. 21:22, 23).
• ‘Uw ogen zagen mij zelfs als embryo. In uw boek waren alle delen ervan beschreven, de dagen dat ze werden gevormd, voordat ook maar één ervan bestond’ (Ps. 139:16).
• ‘Jehovah haat (...) handen die onschuldig bloed vergieten’ (Spr. 6:16, 17).
6. Wat is Gods gebod in verband met bloed?
• ‘Blijf je onthouden (...) van bloed [en] van verstikt vlees’ (Hand. 15:29).
7. Waarom moeten we van onze broeders en zusters houden?
• ‘Ik geef jullie een nieuw gebod: Heb elkaar lief. Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben. Hierdoor zal iedereen weten dat jullie mijn discipelen zijn: als jullie liefde voor elkaar hebben’ (Joh. 13:34, 35).
8. Om te voorkomen dat een besmettelijke, potentieel dodelijke ziekte overgedragen wordt, zijn de volgende vragen gepast: (a) Waarom zal iemand die besmet is niet het initiatief nemen tot uitingen van genegenheid zoals omhelzen en zoenen? (b) Waarom zal hij niet negatief reageren als iemand hem niet bij zich thuis wil uitnodigen? (c) Waarom zal iemand die blootgesteld kan zijn aan een besmettelijke ziekte, vrijwillig een bloedtest ondergaan voordat hij aan verkering begint? (d) Waarom moet iemand die een besmettelijke ziekte heeft, de coördinator van het lichaam van ouderlingen daarover inlichten voordat hij gedoopt wordt?
• ‘Wees elkaar niets schuldig behalve liefde. (...) “Je moet je naaste liefhebben als jezelf.” De liefde doet de naaste geen kwaad’ (Rom. 13:8-10).
• ‘Heb niet alleen oog voor je eigen belangen maar ook voor de belangen van anderen’ (Fil. 2:4).
9. Waarom verwacht Jehovah van ons dat we anderen vergeven?
• ‘Blijf elkaar verdragen en elkaar van harte vergeven, ook als iemand een reden heeft om over een ander te klagen. Zoals Jehovah jullie van harte vergeven heeft, zó moeten jullie vergeven’ (Kol. 3:13).
10. Wat moet je doen als een broeder je belastert of oplicht?
• ‘Als je broeder een zonde begaat, spreek hem dan onder vier ogen op zijn fout aan. Als hij naar je luistert, heb je hem gewonnen. Als hij niet luistert, neem dan één of twee anderen mee, zodat elke kwestie wordt bevestigd door de verklaringen van twee of drie getuigen. Als hij niet naar hen luistert, leg het dan voor aan de gemeente. Als hij zelfs naar de gemeente niet luistert, dan moeten jullie hem net zo bezien als een heiden en een belastinginner’ (Matth. 18:15-17).
11. Hoe denkt Jehovah over de volgende zonden?
▪ Seksuele immoraliteit
▪ Het gebruik van beelden bij de aanbidding
▪ Homoseksualiteit
▪ Stelen
▪ Gokken
▪ Dronkenschap
• ‘Maak jezelf niets wijs. Seksueel immorele mensen, afgodenaanbidders, overspelers, mannen die zich lenen voor homoseksuele handelingen, mannen die homoseksualiteit bedrijven, dieven, hebzuchtige mensen, dronkaards, mensen die anderen uitschelden en afpersers — zij zullen Gods Koninkrijk niet erven’ (1 Kor. 6:9, 10).
12. Seksuele immoraliteit omvat allerlei seksuele handelingen buiten het huwelijk. Wat is in dit verband je vaste besluit?
• ‘Ontvlucht seksuele immoraliteit!’ (1 Kor. 6:18)
13. Waarom mogen we geen verslavende of stemmingsveranderende middelen gebruiken, behalve als daar een medische reden voor is?
• ‘Bied je lichaam aan als een levend slachtoffer, heilig en aanvaardbaar voor God. Dat is een heilige dienst met je denkvermogen. Laat je niet langer door deze wereld vormen, maar word veranderd door je denken te hervormen, zodat je kunt nagaan wat de goede en aanvaardbare en volmaakte wil van God is’ (Rom. 12:1, 2).
14. Wat zijn enkele demonische praktijken die God verbiedt?
• ‘Het mag bij jullie niet voorkomen (...) dat iemand aan waarzeggerij, toverij of magie doet, naar voortekens zoekt, bezweringen over anderen uitspreekt, een medium of waarzegger raadpleegt of de doden om raad vraagt’ (Deut. 18:10, 11).
15. Stel dat iemand een ernstige zonde heeft begaan maar graag weer Jehovah’s goedkeuring wil. Wat moet hij dan onmiddellijk doen?
• ‘Ik bekende mijn zonde aan u, ik bedekte mijn fout niet. Ik zei: “Ik zal mijn overtredingen aan Jehovah bekennen”’ (Ps. 32:5).
• ‘Is iemand van jullie ziek? Laat hij de ouderlingen van de gemeente bij zich roepen, en laten die voor hem bidden en hem in de naam van Jehovah met olie inwrijven. Hun gebed uit geloof zal de zieke beter maken, en Jehovah zal hem laten opstaan. En als hij zonden heeft begaan, zal hij vergeving krijgen’ (Jak. 5:14, 15).
16. Als je weet dat een geloofsgenoot een ernstige zonde heeft begaan, wat moet je dan doen?
• ‘Als iemand een oproep hoort om te getuigen, en hij is inderdaad getuige of heeft iets gezien of is iets te weten gekomen, maar hij geeft het niet aan, dan zondigt hij. Hij moet de gevolgen dragen van zijn overtreding’ (Lev. 5:1).
17. Als er een mededeling wordt gedaan dat iemand niet langer een Getuige van Jehovah is, hoe moeten we hem dan behandelen?
• ‘Jullie moeten niet meer omgaan met iemand die, terwijl hij een broeder wordt genoemd, seksueel immoreel of hebzuchtig is, afgoden aanbidt, anderen uitscheldt, of een dronkaard of een afperser is. Met zo iemand moet je zelfs niet eten’ (1 Kor. 5:11).
• ‘Als er iemand bij je komt die deze leer niet uitdraagt, ontvang hem dan niet in je huis en groet hem niet’ (2 Joh. 10).
18. Waarom moeten je goede vrienden personen zijn die van Jehovah houden?
• ‘Wie met wijzen omgaat wordt wijs, maar wie zich met dwazen inlaat zal het slecht vergaan’ (Spr. 13:20).
• ‘Laat je niet misleiden. Slechte omgang bederft goede gewoonten’ (1 Kor. 15:33).
19. Waarom zijn Jehovah’s Getuigen politiek neutraal?
• ‘Ze zijn geen deel van de wereld, net zoals ik [Jezus] geen deel van de wereld ben’ (Joh. 17:16).
20. Waarom moet je de overheid gehoorzamen?
• ‘Iedereen moet onderworpen zijn aan de superieure autoriteiten, want er is geen autoriteit die niet van God komt; de bestaande autoriteiten zijn door God in hun relatieve positie geplaatst’ (Rom. 13:1).
21. Als een menselijke wet in strijd is met Gods wet, wat zou je dan doen?
• ‘Wij moeten God als regeerder meer gehoorzamen dan mensen’ (Hand. 5:29).
22. Hoe helpen deze Bijbelteksten je om bij het kiezen van een baan geen deel van de wereld te worden?
• ‘Geen natie zal het zwaard trekken tegen een andere natie, en oorlog zullen ze niet meer leren’ (Micha 4:3).
• ‘Ga uit haar [Babylon de Grote] weg, mijn volk, als jullie geen deel willen hebben aan haar zonden en als jullie geen deel van haar plagen willen ontvangen’ (Openb. 18:4).
23. Wat voor entertainment en ontspanning zul je kiezen? Wat voor entertainment en ontspanning zul je afwijzen?
• ‘Jehovah (...) haat iedereen die van geweld houdt’ (Ps. 11:5).
• ‘Heb een afschuw van wat slecht is, houd vast aan wat goed is’ (Rom. 12:9).
• ‘Blijf aandacht besteden aan alles wat waar is, alles wat echt waarde heeft, alles wat rechtvaardig is, alles wat eerbaar is, alles wat lieflijk is, alles wat prijzenswaardig is, alles wat deugdzaam is en alles wat lof verdient’ (Fil. 4:8).
24. Waarom zullen Jehovah’s Getuigen God niet samen met andere religieuze groeperingen aanbidden?
• ‘Je kunt niet eten aan “de tafel van Jehovah” en aan de tafel van de demonen’ (1 Kor. 10:21).
• ‘“Scheid je van hen af,” zegt Jehovah, “raak het onreine niet meer aan”, “en ik zal jullie aannemen”’ (2 Kor. 6:17).
25. Welke principes zullen je helpen vast te stellen of je aan een bepaalde feestdag of viering kunt meedoen?
• ‘Ze vermengden zich met de volken en namen hun praktijken over. Ze bleven hun afgoden vereren, en die werden een valstrik voor hen’ (Ps. 106:35, 36).
• ‘De doden weten helemaal niets’ (Pred. 9:5).
• ‘Ze zijn geen deel van de wereld, net zoals ik geen deel van de wereld ben’ (Joh. 17:16).
• ‘Jullie hebben in het verleden lang genoeg de wil van de heidenen gedaan door je over te geven aan schaamteloos gedrag, ongeremde hartstochten, dronkenschap, wilde feesten, drinkpartijen en walgelijke afgoderij’ (1 Petr. 4:3).
26. Hoe helpen voorbeelden uit de Bijbel je om te bepalen of je verjaardagen kunt vieren?
• ‘Drie dagen later was het de verjaardag van de farao. Hij hield een feestmaal voor al zijn dienaren en hij liet de opperschenker en de opperbakker bij zich komen in aanwezigheid van zijn dienaren. De opperschenker herstelde hij in zijn ambt (...). Maar de opperbakker hing hij op’ (Gen. 40:20-22).
• ‘Toen Herodes’ verjaardag werd gevierd, danste de dochter van Herodias voor de gasten, tot groot genoegen van Herodes. Hij beloofde met een eed haar alles te geven waar ze om zou vragen. Opgestookt door haar moeder zei ze toen: “Breng me hier op een schaal het hoofd van Johannes de Doper.” Hij stuurde iemand en liet Johannes in de gevangenis onthoofden’ (Matth. 14:6-8, 10).
27. Waarom wil je de leiding van de ouderlingen volgen?
• ‘Gehoorzaam degenen die bij jullie de leiding nemen en wees onderdanig, want ze waken over jullie en moeten daar verantwoording voor afleggen. Zorg ervoor dat ze dat met vreugde kunnen doen en niet met zuchten, want dat zou nadelig voor jullie zijn’ (Hebr. 13:17).
28. Waarom is het belangrijk dat jij en je gezin tijd maken om geregeld de Bijbel te lezen en te bestuderen?
• ‘Hij vindt vreugde in de wet van Jehovah en leest zijn wet met gedempte stem, dag en nacht. Hij zal zijn als een boom geplant aan waterstromen, een boom die op de juiste tijd vrucht draagt, waarvan de bladeren niet verdorren. Hij zal slagen in alles wat hij doet’ (Ps. 1:2, 3).
29. Waarom wil je graag de vergaderingen bezoeken en eraan meedoen?
• ‘Ik zal uw naam aan mijn broeders bekendmaken. In het midden van de gemeente zal ik u loven’ (Ps. 22:22).
• ‘Laten we op elkaar letten om elkaar aan te sporen liefde te tonen en het goede te doen. Sla onze bijeenkomsten niet over, zoals de gewoonte van sommigen is, maar moedig elkaar aan, en dat des te meer naarmate je de dag dichterbij ziet komen’ (Hebr. 10:24, 25).
30. Wat is het belangrijkste werk dat Jezus ons heeft opgedragen?
• ‘Ga en maak discipelen van mensen uit alle volken. Doop ze (...) en leer ze om zich te houden aan alles wat ik jullie heb opgedragen’ (Matth. 28:19, 20).
31. Welke instelling ziet Jehovah graag als we donaties doen voor het Koninkrijkswerk of als we onze broeders en zusters helpen?
• ‘Eer Jehovah met je waardevolle dingen’ (Spr. 3:9).
• ‘Laat iedereen doen wat hij in zijn hart heeft besloten, zonder tegenzin of dwang, want God houdt van mensen die met vreugde geven’ (2 Kor. 9:7).
32. Wat voor moeilijkheden kunnen christenen verwachten?
• ‘Gelukkig zijn degenen die vervolgd worden ter wille van de rechtvaardigheid, want voor hen is het Koninkrijk van de hemel. Gelukkig zijn jullie wanneer mensen je beledigen en vervolgen en allerlei boosaardige leugens over je vertellen vanwege mij. Wees blij en juich, want je beloning is groot in de hemel. De profeten van vroeger zijn namelijk ook op die manier vervolgd’ (Matth. 5:10-12).
33. Waarom is het een groot voorrecht om als een van Jehovah’s Getuigen gedoopt te worden?
• ‘Uw woord gaf mijn hart vreugde en blijdschap, want ik draag uw naam, o Jehovah’ (Jer. 15:16).