Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g05 22/6 blz. 26-27
  • Vastbesloten mijn doel te bereiken

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vastbesloten mijn doel te bereiken
  • Ontwaakt! 2005
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Gevolgen voor mijn doelen
  • Pioniersdienst
  • Een juiste diagnose
  • Ik bereik mijn doel
  • Wij hebben leren leven met epilepsie
    Ontwaakt! 1990
  • Epilepsie: Wat u moet weten
    Ontwaakt! 2013
  • De zegeningen van de pioniersdienst
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1997
  • Jij wordt uitgenodigd te gaan pionieren — Zul je de uitnodiging aannemen?
    Koninkrijksdienst 1973
Meer weergeven
Ontwaakt! 2005
g05 22/6 blz. 26-27

Vastbesloten mijn doel te bereiken

VERTELD DOOR MARTHA CHÁVEZ SERNA

Toen ik zestien was verloor ik mijn bewustzijn terwijl ik thuis aan het werk was. Toen ik weer bijkwam, lag ik in bed. Ik was verward, had immense hoofdpijn en kon een aantal minuten helemaal niets zien of horen. Dat maakte me bang. Wat was er met me gebeurd?

MIJN bezorgde ouders gingen met me naar een arts, die vitaminen voorschreef. Ze zei dat de aanval te wijten was aan slaapgebrek. Enkele maanden later kreeg ik opnieuw een aanval, en vervolgens een derde. We raadpleegden een andere arts, die dacht dat ik een zenuwaandoening had en me kalmeringsmiddelen gaf.

Maar ik begon steeds vaker aanvallen te krijgen. Ik raakte dan buiten bewustzijn, viel en bezeerde me. Soms beet ik op mijn tong of op de binnenkant van mijn mond. Als ik bijkwam, had ik verschrikkelijke hoofdpijn en was ik misselijk. Mijn hele lichaam deed dan pijn, en vaak kon ik me niet herinneren wat er vóór de aanval gebeurd was. Dikwijls had ik een dag of twee rust nodig om te herstellen. Toch dacht ik dat het probleem van tijdelijke aard was — dat ik snel weer gezond zou zijn.

Gevolgen voor mijn doelen

Toen ik nog een heel stuk jonger was, begon ons gezin de bijbel te bestuderen met Jehovah’s Getuigen. We kregen les van twee speciale pioniers — volletijdpredikers die elke maand een groot aantal uren besteden aan het onderwijzen van bijbelse waarheden. Ik kon zien dat hun bediening hun vreugde gaf. Toen ik op school met mijn onderwijzeres en klasgenoten over bijbelse beloften sprak, begon ook ik die vreugde te ervaren.

Al snel werden veel van mijn familieleden Jehovah’s Getuigen. Ik genoot echt van de prediking van het goede nieuws! Op mijn zevende stelde ik me ten doel ook speciale pionier te worden. Toen ik zestien was, nam ik een grote stap in die richting door me te laten dopen. Maar toen begon ik die aanvallen te krijgen.

Pioniersdienst

Ondanks mijn gezondheidsproblemen was ik nog steeds van mening dat ik een volletijdprediker van Jehovah’s Getuigen kon worden. Maar omdat ik wel twee keer per week een aanval kreeg, vonden sommigen in de gemeente dat ik beter niet zo’n zware verantwoordelijkheid op me kon nemen. Ik was verdrietig en ontmoedigd. Na verloop van tijd kwam er echter een echtpaar naar onze gemeente dat op het bijkantoor van Jehovah’s Getuigen in Mexico diende. Ze hoorden dat ik graag wilde pionieren en moedigden me heel erg aan. Ze overtuigden me ervan dat mijn ziekte geen belemmering hoefde te zijn om te gaan pionieren.

Op 1 september 1988 werd ik dan ook als gewone pionier aangesteld in mijn geboorteplaats San Andrés Chiautla (Mexico). Ik besteedde elke maand vele uren aan de prediking van het goede nieuws. Als ik vanwege een aanval niet in het openbaar kon prediken, schreef ik mensen in de omgeving brieven over bijbelse onderwerpen en moedigde hen op die manier schriftelijk aan de bijbel te bestuderen.

Een juiste diagnose

Rond die tijd namen mijn ouders me mee naar een neuroloog, wat een groot financieel offer voor hen was. Deze arts stelde vast dat ik epilepsie had. Dankzij de behandeling die ik toen kreeg, bleef mijn ziekte ongeveer vier jaar onder controle. Ondertussen kon ik de Pioniersschool bijwonen. De aanmoediging die ik daar ontving, versterkte mijn verlangen om te gaan dienen waar de behoefte aan evangeliepredikers groter was.

Mijn ouders wisten hoe graag ik mijn dienst wilde uitbreiden. Omdat mijn ziekte min of meer onder controle was, mocht ik van hen naar Zitácuaro gaan, in de staat Michoacán, zo’n tweehonderd kilometer van huis. Door de omgang met andere pioniers in die toewijzing ging ik nog meer van de volletijddienst houden.

Maar toen ik twee jaar in Zitácuaro was, kreeg ik opnieuw aanvallen. Ik ging weer bij mijn ouders wonen. Ik was gefrustreerd en verdrietig en had medische zorg nodig. Ik ging naar een neuroloog, die vaststelde dat de medicijnen die ik gebruikte mijn lever aantastten. Ik begon naar alternatieven te zoeken omdat we de consulten bij de specialist niet langer konden betalen. Mijn toestand verslechterde, en ik moest stoppen met pionieren. Elke aanval was een terugval. Maar als ik dan de Psalmen las en tot Jehovah in gebed ging, voelde ik zijn vertroosting en kracht. — Psalm 94:17-19.

Ik bereik mijn doel

In de ergste fase van mijn ziekte kreeg ik twee aanvallen per dag. Toen kwam een keerpunt. Een arts gaf me een specifiek medicijn tegen epilepsie, en ik begon me gedurende langere periodes beter te voelen. Daarom begon ik op 1 september 1995 weer te pionieren. Mijn gezondheid bleef stabiel, dus toen ik twee jaar aanvalsvrij was, vulde ik een aanvraag in voor de speciale pioniersdienst. Dat zou betekenen dat ik nog meer tijd aan de prediking zou besteden en zou gaan dienen waar ik maar nodig was. Stel je voor hoe ik me voelde toen ik werd aangesteld! Ik had het doel bereikt dat ik me als kind gesteld had.

Op 1 april 2001 begon ik met mijn nieuwe toewijzing in de bergen van de staat Hidalgo. Nu dien ik in een klein plaatsje in de staat Guanajuato. Ik moet heel nauwgezet mijn medicijnen innemen en ervoor zorgen dat ik voldoende rust krijg. Ik let op wat ik eet, vooral als het gaat om vetten, cafeïne en blikvoedsel. Ook probeer ik sterke emoties, zoals woede of overdreven bezorgdheid, te vermijden. Maar die strikte routine heeft voordelen opgeleverd. Tijdens mijn dienst als speciale pionier heb ik maar één keer een aanval gehad.

Omdat ik niet getrouwd ben en geen gezinsverantwoordelijkheden heb, kan ik nog steeds als speciale pionier dienen, en daar ben ik blij om. Het is vertroostend te weten dat ’Jehovah niet onrechtvaardig is, zodat hij ons werk en de liefde die we voor zijn naam tonen, zou vergeten’. Hij is echt liefdevol, want hij verlangt geen dingen van ons die we hem niet kunnen geven! Het erkennen van die waarheid heeft me geholpen een evenwichtiger kijk te krijgen. Als ik nu vanwege een slechte gezondheid weer zou moeten stoppen met pionieren, weet ik dat Jehovah nog steeds blij zal zijn met de dienst die ik van harte verricht. — Hebreeën 6:10; Kolossenzen 3:23.

Elke dag mijn geloof met anderen delen, geeft me absoluut kracht. Het helpt me ook mijn geest voornamelijk gericht te houden op de zegeningen die God in de toekomst gaat brengen. De bijbel belooft dat er in de nieuwe wereld geen ziekte meer zal zijn, „noch rouw, noch geschreeuw, noch pijn zal er meer zijn. De vroegere dingen [zullen] zijn voorbijgegaan.” — Openbaring 21:3, 4; Jesaja 33:24; 2 Petrus 3:13.

[Illustraties op blz. 26]

Toen ik ongeveer zeven jaar was (boven); op mijn zestiende, kort na mijn doop

[Illustratie op blz. 27]

In de prediking met een vriendin

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen