Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g99 22/6 blz. 16-19
  • De Altaj — Ze werden ons dierbaar

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De Altaj — Ze werden ons dierbaar
  • Ontwaakt! 1999
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Hun land en religie
  • De gevolgen van het spiritisme
  • De christelijke aanbidding bloeit
  • Aan de bediening deelnemen
  • Op onze terugweg
  • Op zoek naar schatten in het gouden Altajgebergte
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2012
  • Een verborgen schat komt aan het licht
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1997
  • Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1986
    Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1986
  • Geholpen door „Wachttoren”-artikelen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1964
Meer weergeven
Ontwaakt! 1999
g99 22/6 blz. 16-19

De Altaj — Ze werden ons dierbaar

In de vorige eeuw vertaalde de archimandriet Makarios, een Russisch-orthodoxe priester, het „Oude Testament” van de bijbel in het Russisch. Maar voordat hij dit deed, ontving hij van de kerksynode de opdracht de Altaj met het christendom te laten kennismaken. Wie zijn de Altaj? Waar wonen zij? Hoe leven zij?

VORIG jaar juli werd een van de districtscongressen van Jehovah’s Getuigen in Rusland door zo’n veertig Altaj bijgewoond. Het congres werd gehouden in Barnaoel, de grootste stad in de Russische kraj Altaj. Er waren 1730 aanwezigen. Om deze driedaagse bijeenkomst bij te wonen, nam ik met vrienden het vliegtuig vanuit Sint-Petersburg, een vlucht van bijna 6500 kilometer.

Tijdens de paar dagen die wij in Barnaoel doorbrachten, leerden wij de Altaj die wij ontmoetten, kennen en gingen heel veel van hen houden. Wij waren vooral ontroerd toen wij hoorden dat velen van hen met de bus bijna 650 kilometer over bergweggetjes hadden gereisd en dat zelfs toen door een vallend stuk steen de voorruit van hun bus kapotging, zij er niet over dachten terug te gaan. Toen wij over hun land en cultuur vernamen, wilden wij hen graag in hun huizen en dorpjes opzoeken. Dus maakten wij na het congres een fascinerende tocht van ongeveer 1500 kilometer door het land van de Altaj.

Hun land en religie

De meeste van de circa 70.000 Altaj, de oorspronkelijke bewoners van het gebied, wonen in de bergachtige streken niet ver van de grens met Kazachstan, China en Mongolië. Wij vonden het een ontzagwekkend landschap — mooi en bergachtig, met kristalheldere rivieren en bloemen in overvloed. De plaatselijke bevolking verzamelt verschillende wortels waarvan zij een heerlijke, aromatische thee trekken. Zij eten ook graag dennenappels.

Sommige Altaj hebben een boerderij. Eén Getuige zei dat zij en haar familieleden 75 runderen en 80 schapen hebben. Zij verkopen het vlees en ruilen de wol voor meel en suiker. Een andere christelijke zuster vertelde mij dat zij vier rammen had verkocht zodat zij en haar dochter naar het congres konden. Er gingen nog zeven anderen met haar mee — personen met wie zij de bijbel bestudeert! Op het congres vertelde een van hen aan mij: „Wij hebben maar één weg ten leven — Gods weg.”

Hoewel dit een afgelegen gebied van adembenemende schoonheid is — bezoekers noemen het de tweede Zwitserse Alpen — is het leven zelfs hier ingrijpend veranderd. Een oudere man vertelde ons: „Als iemand een aantal jaar geleden had gezegd dat ik voor het naar bed gaan mijn joert [ronde, koepelvormige woning] zou moeten afsluiten, zou ik hem niet geloofd hebben. Maar nu doe ik het elke avond.” Door deze „kritieke tijden” zijn velen ertoe bewogen profetieën in de bijbel te onderzoeken. — 2 Timotheüs 3:1-5.

Altaj zijn over het algemeen trots op hun oude tradities en vorm van aanbidding. De meesten geloven in rivier- en berggeesten — voor hen is een berg het symbool van hun goden. Zij aanbidden ook dieren, zij tekenen zelfs de afbeelding van een konijn op een witte doek en hangen die aan de wand van hun joert. Wanneer de eerste onweersbui van het regenseizoen zich aandient, verrichten zij een ritueel voor de afbeelding van het konijn door er thee, melk of een alcoholische drank die arak heet op te sprenkelen. Maar bovenal vereren zij wat naar hun mening geesten van de doden zijn.

Hun religieuze leiders heten sjamanen. In de lente en de herfst verrichten de sjamanen een ritueel op ’heilige plaatsen’ op bergtoppen of -hellingen. Tijdens zulke rituelen binden de sjamanen witte repen stof aan boomtakken, zodat heel wat bomen er vol mee komen te hangen. Zij geloven dat het de berggeesten gunstig zal stemmen wanneer zij dit doen en dat de geesten hen tegen ongelukken zullen beschermen wanneer zij op reis zijn.

De gevolgen van het spiritisme

Mijn vrienden en ik waren echter het meest onder de indruk van de mensen en hun hartelijke oprechtheid. In Barnaoel ontmoetten wij Svetlana en haar dochtertje Toeloenai en daarna genoten wij hun gastvrijheid in Oest-Kan, een dorp dat ongeveer 3000 mensen telt. Svetlana was door haar grootmoeder opgevoed volgens de plaatselijke tradities en in nauwe samenwerking met de sjamanen. Svetlana leerde zelfs communiceren met wat volgens zeggen geesten van de doden waren. Door haar speciale kennis kreeg Svetlana persoonlijk aanzien, wat zij als prettig ervoer.

Maar zij begon veel problemen te ervaren. „Ik werd gekweld door de demonen”, vertelde ze mij. „Ik kon ’s nachts niet goed slapen.” Soms verkeerde zij in een semi-hypnotische toestand. „Eén keer”, legde zij uit, „hield ik mijn zes maanden oude dochtertje Toeloenai voor een biggetje dat naar mij toe kroop. Ik wilde het wurgen. Maar Toeloenai begon hard te huilen. Ik was ontzet toen ik weer bij mijn positieven kwam en besefte dat ik mijn dochtertje had kunnen doden.” Svetlana begon zich af te vragen wie deze geesten waren.

Toen nam in 1991 een Altajvrouw wat door Jehovah’s Getuigen uitgegeven bijbelse lectuur mee naar Oest-Kan. Telkens wanneer Svetlana de brochure „Zie! Ik maak alle dingen nieuw” begon te lezen, viel ze in slaap. „Ik giechelde dan”, merkte zij op, „en zei dat de Getuigen mij iets beters hadden gegeven dan wat voor slaaptablet maar ook.” Maar zij had ’s nachts nog steeds verontrustende visioenen en sprak daarom een oprecht gebed uit: „Jehovah, als u zo machtig bent, help mij dan alstublieft van deze angstaanjagende nachtmerries af te komen.” Binnen een paar seconden was alles in orde en voelde zij zich weer normaal.

Svetlana begon te bidden voor zij ’s avonds ging slapen en tot haar verbazing viel ze vervolgens snel in slaap. „Het was niet te geloven dat ik als een normaal mens kon slapen”, zei ze. Zij besloot de bijbel serieus te bestuderen met behulp van de publicaties van het Wachttorengenootschap, en in 1992 symboliseerde zij haar opdracht aan Jehovah God door de waterdoop. „Ik heb geleerd dat als je volledig op Jehovah vertrouwt, niets onmogelijk zal blijken”, vertelde ze mij. — Filippenzen 4:13.

De christelijke aanbidding bloeit

In 1993 werd in Oest-Kan een gemeente van Jehovah’s Getuigen gevormd, en zo’n zeventig personen bezochten daar de vergaderingen. In april 1998 woonden er 120 de Gedachtenisviering van Christus’ dood bij. Het dorp Jakonoer, een paar kilometer ten noorden van Oest-Kan, werd ooit als het centrum van het sjamanisme beschouwd. Maar een man genaamd Sjamyt zei dat toen de Getuigen daar begonnen te prediken, de sjamanen hun macht begonnen te verliezen. In dit dorp is nu een groep Getuigen actief, en veel mensen tonen belangstelling voor de bijbel.

In het dorp Tsjagan-Oezoen, ongeveer negentig kilometer van de Mongoolse grens, lezen volgens zeggen de meeste van de circa 500 inwoners onze publicaties. En in Gorno-Altajsk, de hoofdstad van de republiek Altaj, zijn twee gemeenten van ongeveer 160 Getuigen.

Begin 1994 echter werden veel Getuigen, onder wie die uit Oest-Kan, gedagvaard om voor de rechtbank in Gorno-Altajsk te verschijnen. Zij werden van schandelijke overtredingen beschuldigd, zoals het brengen van kinderoffers. Wegens de tegenstand werden enkele Getuigen van hun werk ontslagen en uit Altaj verdreven. Maar mettertijd werd het duidelijk dat de tegen de Getuigen ingebrachte beschuldigingen vals waren. Dus verleende het Ministerie van Justitie van de republiek Altaj de gemeenschap van Jehovah’s Getuigen in Gorno-Altajsk in mei 1994 wettelijke erkenning. Nu zijn de Getuigen en hun bijbelse lectuur overal in de Altaj goed bekend.

Aan de bediening deelnemen

Tijdens ons bezoek aan Oest-Kan waren wij in de gelegenheid om met de plaatselijke Getuigen aan hun openbare bediening deel te nemen. Het bericht had zelfs al de ronde gedaan dat er bezoekers zouden komen. Toen een verslaggever voor de plaatselijke krant ons dus zag prediken, kwam hij naar ons groepje toe en zei: „Ik heb gehoord dat er een paar belangrijke mensen onze kant op komen. Hoe kan ik met hen in contact komen?”

Wat was hij verrast toen wij als de zogenaamd belangrijke mensen werden geïdentificeerd! Hij was verbaasd dat wij met de plaatselijke bevolking de huizen van zijn buren bezochten. Tijdens ons gesprek met hem merkte hij op: „Ik zie dat er geen bazen onder jullie zijn. Jullie zijn maar gewone mensen die zichzelf niet als bijzonder beschouwen. Dit is echt opmerkelijk! Jullie zijn ware christenen en ik sta aan jullie kant.”

Helaas kwam er maar al te gauw een einde aan ons bezoek. Toen wij vertrokken, hadden onze vrienden tranen in hun ogen. Zij stonden schouder aan schouder dicht naast elkaar, en vormden zo een levende haag. Dit is een traditioneel afscheid van de Altaj voor hun dierbaarste vrienden. In de paar dagen dat wij bij hen waren, ontwikkelden wij een diepe genegenheid voor elkaar. Wij werden ware vrienden. Waarom? Omdat degene die ons heeft verenigd, Jehovah is, de onpartijdige God. — Handelingen 10:34.

Op onze terugweg

Op onze terugtocht naar Barnaoel stopten wij bij een winkel in een bergdorpje. De bediende, die alleen was, was heel blij ons te zien. Na een kort gesprekje vroeg ik: „Hebt u ooit van de naam Makarios gehoord?”

„Nee”, antwoordde zij na een korte pauze.

Dus liet ik haar een exemplaar van de Makarios-vertaling van de bijbel zien en legde uit: „Hier, in het Altajland, werkte Makarios vorige eeuw aan deze vertaling.” Toen gaf ik haar de bijbel cadeau.

Terwijl wij wat bleven rondkijken, begon de vrouw er onmiddellijk in te lezen. Plotseling zagen wij een sprankje hoop in de ogen van de vrouw. Bij ons vertrek vertelde de vrouw dat zij veel vrienden en familieleden had die in de bijbel geïnteresseerd zouden zijn. Voordat wij uiteindelijk afscheid namen, lieten wij dus een aanzienlijke hoeveelheid bijbelse lectuur bij haar achter.

Wat is het lonend te weten dat, hoewel het meer dan 150 jaar geleden is dat Makarios onder de Altaj woonde en aan zijn bijbelvertaling werkte, veel Altaj thans voordeel trekken van die bijbel! — Ingezonden.

[Kaart op blz. 17]

(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)

RUSLAND

Altaj

Gorno-Altaj

Kazachstan

China

Mongolië

[Illustratie op blz. 16, 17]

Altaj op het congres in Barnaoel

[Illustraties op blz. 16, 17]

Het landschap in Altaj

[Illustratie op blz. 17]

Velen geloven dat deze repen stof reizigers beschermen

[Illustraties op blz. 18]

Predikend in Oest-Kan

[Illustratie op blz. 18]

Svetlana en haar dochtertje

[Illustratie op blz. 19]

De Makarios-bijbel

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen