De October Fair — „De oudste internationale paardenmarkt van Europa”
DOOR ONTWAAKT!-CORRESPONDENT IN IERLAND
VERLEDEN week was het nog een vredig, slaperig stadje waar mensen hun gewone bezigheden hadden. Maar deze week is het er een gekkenhuis. Het stadje barst bijna uit zijn voegen nu zo’n 6000 plaatselijke bewoners meer dan 50.000 bezoekers ontvangen. Maar wat echt in het oog springt, zijn niet de deinende massa’s mensen of de vele marktkraampjes of zelfs de kleurrijke straatartiesten. Het zijn de paarden! Ze zijn overal!
Waar bevinden wij ons? In Ballinasloe, een klein plaatsje op zo’n 140 kilometer ten westen van Dublin, de hoofdstad van Ierland. Wat is de oorzaak van de dramatische veranderingen op deze normaal gesproken zo rustige plek? Het is wat de organisatoren beschrijven als „de oudste internationale paardenmarkt van Europa”, de October Fair.
Waarom Ballinasloe?
Waarom is de October Fair zo populair? Ontwaakt! interviewde George, een plaatselijke boer die hier veel paarden heeft verkocht. Hij vertelt: „Iedereen — rijk of arm — kan met elk soort paard naar Ballinasloe komen om het te verkopen. Zo eenvoudig ligt dat.” Maar wat is daar zo ongewoon aan? „Op veel andere plaatsen is de handel in paarden een bezigheid die aan veel beperkingen en reglementen onderhevig is”, legt George uit. „Sommige openbare verkopingen bieden slechts één paardenras aan. En gewoonlijk komt er bij een koop veel administratieve rompslomp kijken. Er zijn niet zo veel paardenmarkten waar je met een paard kunt komen aanzetten, het over de brink van de markt kunt laten lopen en het zomaar kunt verkopen! Hier op de October Fair verloopt het handelen in paarden nog vrijwel op dezelfde manier als de laatste twee- of driehonderd jaar — door rechtstreeks onderhandelen, zonder formaliteiten, gewoon hier op de brink van de jaarmarkt.”
’Hoe is Ballinasloe het middelpunt van zo’n koortsachtige activiteit geworden?’, vroegen wij ons af. ’Waarom komen er handelaars helemaal uit Rusland om hier paarden te kopen?’ Voor het antwoord hierop gaan wij een stukje terug in de geschiedenis.
Enkele van de opperkoningen van Ierland regeerden in Tara, dat ongeveer 30 kilometer ten noordwesten van Dublin ligt. Dat was een religieus en later politiek centrum in Ierland. De mensen gingen naar Tara om hun belasting te betalen en kennis te nemen van nieuw aangenomen wetten. Wat heeft Tara met Ballinasloe te maken? Welnu, Ballinasloe is ontstaan bij een doorwaadbare plaats in de rivier op een van de natuurlijke routes naar Tara vanuit het westen. Mensen die naar en van de koninklijke residentie reisden, vonden deze doorwaadbare plaats, die op ongeveer een dagreis te paard van de westkust lag, een geschikte plek om nieuwtjes en goederen uit te wisselen. Volgens de organisatoren van de October Fair zijn er ’bewijzen dat er al in de vijfde eeuw G.T. in dit gebied in paarden gehandeld werd’.
In recenter tijden maakte de strategische ligging van Ballinasloe het tot een ideale plaats voor de grote officiële jaarmarkt die hier in het begin van de achttiende eeuw werd gevestigd. Sommige boeren gingen ongeveer een maand van tevoren lopend met hun vee op weg om het op deze markt te verkopen, ook al betekende dit voor sommige een reis van zo’n 200 kilometer. Na verloop van tijd gingen de paarden hier de grootste attractie vormen.
Het land rond Ballinasloe is zeer vruchtbaar en ideaal voor het fokken van vee. Het brengt gezonde, vruchtbare dieren voort met een sterk beendergestel. De auteur Mark Holdstock legt uit dat „Ierse paarden bekendstaan om hun kracht”. Hij vervolgt: „Rassen zoals het Ierse trekpaard gedijen al honderden jaren in deze omgeving en werden in de loop der eeuwen steeds sterker.”
De vraag naar paarden
Tegenwoordig is de paardenhandel het voornaamste punt op de agenda! Waarom werden paarden zo belangrijk? In de achttiende en negentiende eeuw gebruikten boeren in heel Ierland op grote schaal paarden om het land te bewerken. Zij hadden sterke, betrouwbare paarden nodig om de ploeg te trekken door vaak vochtige, moerassige grond. Er was echter nóg een grote behoefte aan paarden. Legers hadden sterke paarden nodig die niet zouden schrikken van het strijdrumoer en die de kracht en het uithoudingsvermogen zouden hebben om zwaar materieel over ruw terrein te vervoeren. Het Ierse trekpaard bezat al deze kenmerken en was dus erg gewild. De kruising met een Volbloed leverde een dapper atletisch paard op dat ideaal was voor gebruik bij de cavalerie.
In de oorlog sneuvelden naast soldaten ook duizenden paarden. Om de paarden die in de vele veldslagen in Europa verloren waren gegaan te vervangen, waren representanten van legers uit veel Europese landen, helemaal uit Rusland zelfs, bereid de reis naar Ballinasloe te maken om nieuwe, betrouwbare volbloedpaarden te kopen. Tegen het midden van de negentiende eeuw was de October Fair „de grootste paardenmarkt van Europa” geworden. „Er gaan geruchten”, zegt Holdstock, „dat de helft van de paarden in de Slag bij Waterloo in Ballinasloe werd gekocht.”a
Technieken bij de paardenhandel
Die specifieke vraag naar paarden nam in de twintigste eeuw uiteraard snel af. Militaire voertuigen vervingen de cavalerie en paard en ploeg maakten plaats voor de trekker. In feite was er bijna een eind gekomen aan de handel in Ballinasloe. Zo’n veertig jaar geleden werd deze jaarmarkt echter nieuw leven ingeblazen.
Hoe ging de eerdergenoemde George hier te werk bij het handelen in paarden? „Ik ging gewoon met de paarden die ik wilde verkopen naar de brink van de markt”, vertelt hij, „en vroeg of laat kwam er dan iemand naar me toe om te vragen wat ik voor ze wilde hebben.” Vervolgens verklaart George een paar geheimpjes van het handelen in paarden: „Dan stonden we een tijdje te marchanderen, vaak heel heftig. Als de koper echt mijn paard wilde hebben, paste hij wel op dat hij niet al te veel interesse toonde, omdat hij bang was dat ik bij mijn hoge prijs zou blijven. Soms liep hij weg en kwam hij later terug in de hoop dat niemand intussen een beter bod had gedaan. Het kon zelfs zijn dat hij een collega stuurde om mij aan de praat te houden, om te voorkomen dat anderen een bod deden. Ten slotte kwamen wij dan een prijs overeen en bezegelden de koop met een handdruk. Meestal betaalde hij contant en op dat moment verwisselde het paard van eigenaar. Omdat er geen centraal bestuur was dat iets regelde, waren er, als het geld eenmaal was overhandigd, geen garanties!”
Een buitenstaander vindt het misschien moeilijk om te zien welk paard te koop is en welk niet. „Staat het op de brink, dan is het te koop”, zegt George. Over enkele plaatselijke gebruiken vertelt hij: „Vroeger — en soms nu nog — werd er een kluitje aarde op de bil van het paard gelegd als het was verkocht. Of het paard werd gewoon door de nieuwe eigenaar weggeleid. Volgens een andere oude traditie in de paardenhandel in Ierland gaf de verkoper nadat de koper voor een nieuw paard had betaald, altijd ’geluksgeld’ terug. Dat was een klein bedrag dat werd teruggegeven nadat de hoofdtransactie had plaatsgevonden. Verondersteld werd dat dit het paard geluk zou brengen bij zijn nieuwe eigenaar.
Je moet echt veel verstand van paarden hebben en weten wat ze waard zijn”, waarschuwt George. „Normaal gesproken krijg je waar voor je geld en de meeste mensen gaan tevreden naar huis. Maar zelfs ervaren paardenhandelaars moeten alert zijn. Ik ken een handelaar die een paard verkocht en toen naar een café ging om een paar borrels te drinken voordat hij naar huis ging. Ondertussen had de nieuwe eigenaar het haar van het paard gekamd en getrimd, waardoor het uiterlijk van het paard ingrijpend was veranderd. Het ’nieuwe’ paard werd aan de oorspronkelijke eigenaar aangeboden, die het prompt terugkocht voor een veel hogere prijs, in de veronderstelling dat het een ander paard was!”
Behalve het gevaar van een onverstandige koop zijn er nog meer nadelen. „Kijk uit waar je staat!”, adviseert George. „Vergeet niet dat veel paarden, omdat ze misschien wel uren achtereen te midden van al die bedrijvigheid op een kluitje staan, nerveus zullen zijn en de neiging kunnen hebben te trappen. Ik heb menig bang paard zien steigeren, zelfs wanneer het door een ervaren paardenkenner werd geïnspecteerd.” Hij vervolgt: „En nog wat! Draag goede rubberlaarzen. Misschien is het geen modder waar je in trapt!”
[Voetnoten]
a De Slag bij Waterloo werd in 1815 gestreden. Er waren verscheidene legers bij betrokken met een totaal van ongeveer 185.000 manschappen. Voor de cavalerie en het transport zijn waarschijnlijk duizenden paarden gebruikt.
[Illustratie op blz. 16]
Een bonte Cob wachtend op een koper
[Illustratie op blz. 16, 17]
De brink van de jaarmarkt in Ballinasloe op de dag van de opening
[Illustratie op blz. 17]
Dit ras is een kruising tussen een Iers trekpaard en een Volbloed