„De lucht is open, dat is zeker”!
„DE WENS te vliegen is zo oud als de mensheid”, merkte de historicus Berthold Laufer op in The Prehistory of Aviation. De annalen van de oude Griekse, Egyptische, Assyrische en andere oosterse mythologie bevatten talrijke legenden van koningen, goden en helden die de kunst van het vliegen probeerden meester te worden. In bijna alle gevallen gaan ze over mensen die de vlucht van vogels nabootsten.
Zo vertellen de Chinese verhalen over de wijze en vermetele keizer Shun, die naar verluidt ruim 2000 jaar voor de geboorte van Jezus Christus heeft geleefd. Volgens de legende zat Shun in de val boven op een brandende graanschuur; hij bekleedde zich met veren en ontsnapte vliegend. Een ander verslag zegt dat hij van een toren sprong en twee grote strohoeden als parachute gebruikte om veilig op de grond neer te komen.
Bij de Grieken bestaat het 3000 jaar oude verhaal van Daedalus, een groot kunstenaar en uitvinder, die vleugels maakte van veren, twijn en was, opdat hij en zijn zoon Icarus konden ontsnappen van Kreta, waar zij in ballingschap werden gehouden. „De lucht is open, dat is zeker, en die weg zullen wij nemen”, verklaarde Daedalus. In het begin werkten de vleugels perfect. Maar Icarus, verrukt over zijn vermogen door het luchtruim te zweven, vloog hoger en hoger totdat door de hitte van de zon de was smolt die zijn vleugels bijeenhield. De jongen stortte neer en vond de dood in de zee.
Dergelijke verhalen voedden de fantasie van uitvinders en filosofen die ernaar verlangden werkelijk te kunnen vliegen. Reeds in de derde eeuw G.T. bouwden de Chinezen vliegers en experimenteerden ermee; zij gaven lang voordat men in Europa met experimenten van dien aard begon al blijk van inzicht in bepaalde aëronautische principes. In de vijftiende eeuw experimenteerde Giovanni da Fontana, een Venetiaanse arts, met simpele raketten van hout en papier die afgevuurd werden door buskruit tot ontploffing te brengen. Omstreeks 1420 schreef da Fontana: „Ik twijfel er echt niet aan dat het mogelijk is aan een man vleugels te bevestigen die kunstmatig bewogen kunnen worden, waarmee hij in staat zal zijn zich in de lucht te verheffen en zich van plaats naar plaats te begeven, torens te beklimmen en water over te steken.”
In het begin van de zestiende eeuw schetste Leonardo da Vinci, schilder, beeldhouwer en bekwaam werktuigbouwkundige, ruwe ontwerpen voor helikopters en parachutes en voor zweefvliegtuigen met op en neer gaande vleugelpunten. Er zijn aanwijzingen dat hij van minstens enkele van zijn bedachte vliegmachines modellen heeft gebouwd. Maar geen van da Vinci’s ontwerpen was echt praktisch uitvoerbaar.
Uit de twee daaropvolgende eeuwen dateren diverse verslagen over de pogingen van vermetele mannen die kunstvleugels aan hun lichaam gespten en probeerden ze op en neer te laten bewegen als zij van heuvels en torens sprongen. Deze vroegste ’testpiloten’ waren een dapper en avontuurlijk slag mensen — maar hun pogingen waren een volslagen mislukking.
Vuurballonnen en „brandende lucht”
In 1783 verbreidde zich door Parijs en de provincies van Frankrijk het nieuws van een verbazingwekkende aëronautische doorbraak. Twee broers, Joseph-Michel en Jacques-Étienne Montgolfier, hadden ontdekt dat zij kleine papieren ballonnen snel en soepel konden laten opstijgen door ze op te blazen met hete lucht. Hun eerste grootschalige vuurballon, zoals hij werd genoemd, was gemaakt van papier en linnen en werd opgeblazen met de stinkende rook van een groot vuur. De onbemande ballon bereikte op zijn eerste vlucht een hoogte van ruim 1800 meter. Op 21 november 1783 vervoerde de ballon twee passagiers — door het publiek aëronauten genoemd — op een 25 minuten durende tocht over Parijs. Datzelfde jaar onthulde een andere uitvinder, Jacques Charles, de eerste met gas gevulde ballon, opgeblazen met waterstof of „brandende lucht”, zoals waterstof toen bekendstond.
Nu de ballontechnologie vooruitging, begon de lucht snel „open” te gaan voor de avontuurlijke aëronauten. In 1784 klommen ballonnen op tot hoogten van ruim 3400 meter. Precies een jaar later stak Jean-Pierre-François Blanchard met succes Het Kanaal over in een waterstofballon die de eerste luchtpostbrieven ter wereld vervoerde. Tegen 1862 hadden aëronauten tochten over Europa en de hele Verenigde Staten gemaakt en waren zij erin geslaagd hoogten van ruim acht kilometer te bereiken!
Maar de vroege aëronauten waren nog steeds totaal overgeleverd aan de willekeur van de wind; het was onmogelijk de richting of snelheid van ballonvaarten te regelen. De ontwikkeling van door benzine- en elektromotoren aangedreven zeppelins in de tweede helft van de negentiende eeuw maakte meer luchtnavigatie mogelijk, maar de worstvormige zeppelins, die lichter dan lucht waren, bewogen zich langzaam voort — meestal met snelheden van tien tot dertig kilometer per uur. Er was een nieuwe benadering nodig wilde de mens zich ’in de lucht kunnen verheffen en zich van plaats naar plaats kunnen begeven’, zoals da Fontana had voorspeld.
[Illustratie op blz. 4]
De mythologische Daedalus en Icarus
[Illustratie op blz. 4]
Leonardo da Vinci
[Verantwoording]
From the book Leonardo da Vinci, 1898
[Illustratie op blz. 4]
De gebroeders Montgolfier ontwierpen de eerste heteluchtballon die passagiers vervoerde