Kom, dan maken we een tocht in mijn ballon!
VELEN van ons zullen weleens de ervaring hebben beleefd van een luchtreis — misschien in een klein, eenmotorig vliegtuigje dat zich voortbewoog met een snelheid van zo’n 150 kilometer per uur, of wellicht in een commerciële luchtreus met een kruissnelheid van bijna 1000 kilometer per uur. Het uitzicht is dan altijd adembenemend. Maar hoevelen zullen wel eens gevlogen hebben in een luchtvoertuig dat niet harder ging dan zo’n 8 à 9 kilometer per uur, geen enkel geluid maakte en zo laag kon vliegen dat men in staat was de appels uit de bomen te plukken?
Onmogelijk denkt u? Dan doe ik u een persoonlijke uitnodiging, voor een toch in mijn luchtballon!
Eerst een kort woord over ballons
Bij de hedendaagse ballons onderscheidt men twee basistypen: de gasballon en de hete-luchtballon. De gasballon is gevuld met een gas — helium of waterstof — dat lichter is dan lucht en ontleent daaraan zijn stijgkracht.
De ballon waarin wij een tocht willen gaan maken, is van het andere type: de hete-luchtballon. Daarmee kan men stijgen door eenvoudig de lucht te verhitten die zich in het ballonomhulsel bevindt. Dat hele lucht stijgt, kan iedereen constateren die naar de omhoogstijgende vonken van een kampvuur kijkt.
Zeker, aan het maken van ballonvluchten zijn gevaren verbonden. Zo is het nog niet zo lang geleden dat een hete-luchtballon een hoogspanningslijn raakte, waardoor zowel de ballonvaarder als zijn passagier op negen meter hoogte uit de mand werden geslingerd. De passagier kwam er met enkele gebroken ribben vanaf, maar de ballonvaarder vond bij dit ongeval de dood. Dit vertel ik u niet om u bang te maken. Het beklemtoont echter wel hoe belangrijk het is oplettend en op ons qui-vive te blijven.
De lucht in!
We beginnen om half zes ’s ochtends met het vullen van onze ballon. De ballonvaarder heeft één grote vijand — harde wind. Daarom kiezen we vroeg in de ochtend het luchtruim, want dat is gewoonlijk het kalmste deel van de dag.
Spring maar in uw auto en rijd maar achter mij aan, dan gaan we op weg, niet naar het vliegveld, maar naar een kleine boerderij even buiten de stad. Wanneer de ballon niet is opgeblazen, past hij in zijn geheel in een klein aanhangwagentje achter mijn auto. En elk stukje grond van dertig meter in het vierkant is geschikt als privé-vliegveld.
Zou u zo goed willen zijn mij even een handje te helpen? Dan halen we de ballon uit de aanhangwagen en kunnen we hem hier op de grond uitspreiden en gereedmaken om hem te vullen. Pas wanneer het omhulsel helemaal uitgespreid ligt, ziet men hoe groot het is. Wat we hier hebben, is meer dan 900 vierkante meter lichtgewicht nylon en bijna zes kilometer touw! Wanneer de ballon eenmaal gevuld is met warme lucht, is hij 24 meter hoog en 15 meter breed!
Met behulp van een ventilator vullen we het omhulsel eerst met koude lucht. Kijk, hij begint al te bollen en zijn levendige kleurenpracht te tonen. Nu duurt het niet lang meer voordat de we lucht gaan verwarmen, zodat het omhulsel tot „leven” komt. Zie, hij bevindt zich nu recht boven ons hoofd, boven de mand waarin we staan en die met kabels aan het omhulsel is opgehangen.
’Wanneer we gaan opstijgen?’ Wel, kijk maar naar beneden, dan ziet u de aarde al onder ons ’wegvallen’! Altijd net op het moment dat men zich gaat afvragen wanneer er nu eindelijk iets gebeurt, gaat de ballon de lucht in. En omdat men in een ballon, in tegenstelling tot andere voertuigen, geen beweging of trilling voelt, lijkt het net of de aarde in plaats van de ballon beweegt.
Woorden schieten tekort om onze gevoelens te beschrijven. We kijken neer op bomen en velden, en aangezien we onze ballon niet kunnen sturen, gaan we waarheen de wind ons voert. Het vliegen is het plezierigst op een hoogte van zo’n 150 meter. Dan hoort men honden blaffen, en kinderen naar ons roepen en lachen — en zelfs vragen of ze mee mogen. En als we over een heuvelrug scheren, zien we een hertenfamilie huppelend in het bos verdwijnen.
We dalen
Zo hoog in de lucht verstrijkt de tijd maar al te vlug. Voor we het beseffen zijn we alweer enkele uren aan het vliegen! Onze propaanbrandstof voor het verhitten van de lucht in de ballon, is bijna op. Daarom beginnen we aan de daling en gaan we uitkijken naar een geschikt terrein van voldoende grootte om te landen. Eenmaal op de grond, trek ik aan een lang koord, dat aan de bovenzijde van het omhulsel is vastgehecht. Eén ruk, en het omhulsel gaat open zodat alle warme lucht ontsnapt. We zijn er bijna een half uur mee bezig geweest de ballon gevuld te krijgen. Nu ligt hij in twaalf seconden plat op de grond.
Onze vlucht is voorbij, maar de herinneringen blijven. Zweven als een vlinder, scheren over boomtoppen — die ervaring zullen we niet licht vergeten. Dit was beslist een gedenkwaardige tocht in mijn ’hete ballon’. — Ingezonden.