Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g98 8/9 blz. 26-27
  • Mogen wij Satan de schuld geven van onze zonden?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Mogen wij Satan de schuld geven van onze zonden?
  • Ontwaakt! 1998
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Weersta de Duivel
  • Hoe ’de Duivel te weerstaan’
  • Onze strijd van binnen uit
  • Aanvaard de verantwoordelijkheid
  • Een vijand van eeuwig leven
    U kunt voor eeuwig in een paradijs op aarde leven
  • „Weerstaat de Duivel” zoals Jezus dat deed
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2008
  • Weersta Satan, en hij zal wegvluchten!
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2006
  • Gelooft u dat de Duivel echt bestaat?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2005
Meer weergeven
Ontwaakt! 1998
g98 8/9 blz. 26-27

De zienswijze van de bijbel

Mogen wij Satan de schuld geven van onze zonden?

VAN de eerste menselijke zonde kreeg Satan de schuld. „De slang — die heeft mij bedrogen en dus heb ik gegeten”, zei Eva (Genesis 3:13). Sindsdien is de mensheid het mikpunt gebleven van „de oorspronkelijke slang, die Duivel en Satan wordt genoemd”; hij ’verblindt de geest’ van mensen en ’misleidt de gehele bewoonde aarde’ (Openbaring 12:9; 2 Korinthiërs 4:4). Geen mens ontkomt aan de druk die hij uitoefent, maar wil dat zeggen dat wij geen weerstand kunnen bieden aan zijn invloed? En is het als wij zondigen altijd zijn schuld?

De bijbel zegt dat Satan Eva feitelijk bedrogen heeft (1 Timotheüs 2:14). Zij liet zich wijsmaken dat zij door Gods gebod te overtreden een inzicht en onafhankelijkheid zoals God die bezit, kon verwerven (Genesis 3:4, 5). In die veronderstelling zondigde zij. Toch stelde God haar verantwoordelijk en veroordeelde hij haar ter dood. Waarom? Omdat, hoewel Satan loog, zij zich ten volle bewust bleef van Gods gebod. Geen moment móest zij Gods gebod overtreden; nee, zij behield de controle over haar daden, volkomen in staat weerstand te bieden aan Satans invloed.

Weersta de Duivel

Het is voor ons, mensen, mogelijk de Duivel te weerstaan. In Efeziërs 6:12 wordt ons gezegd dat „onze strijd is” tegen „goddeloze geestenkrachten in de hemelse gewesten”. Kennelijk verwacht God van ons dat wij ons tegen Satans invloed teweerstellen. Maar hoe kan een mens opgewassen zijn tegen de bovenmenselijke macht van Satan en zijn demonen? Wordt ons gevraagd een ongelijke strijd te voeren, een strijd die wij beslist zullen verliezen? Nee, want God zegt ons niet de Duivel in onze eigen kracht te bestrijden. Jehovah geeft ons verschillende hulpmiddelen om weerstand te bieden aan de verlokkingen van de Duivel en de overwinning te behalen. De bijbel vertelt ons wie de Duivel is, hoe hij te werk gaat en hoe wij ons kunnen beschermen. — Johannes 8:44; 2 Korinthiërs 2:11; 11:14.

Hoe ’de Duivel te weerstaan’

De Schrift beveelt voor het weerstaan van de Duivel een benadering aan die uit twee stappen bestaat. De aansporing die wij krijgen luidt: „Onderwerpt u daarom aan God; maar weerstaat de Duivel en hij zal van u wegvluchten” (Jakobus 4:7). De eerste stap, ons aan God onderwerpen, omvat gehoorzaamheid aan zijn geboden. Als wij ons constant bewust zijn van Gods bestaan, zijn goedheid, zijn ontzagwekkende macht en gezag en zijn verheven beginselen, zal dat ons de kracht geven om Satan te weerstaan. Aanhouden in gebed tot God is ook van wezenlijk belang. — Efeziërs 6:18.

Sta eens stil bij de keer dat Jezus door de Duivel op de proef werd gesteld. Dat Jezus zich verscheidene geboden van God te binnen bracht en citeerde, heeft hem beslist geholpen weerstand te bieden. Toen Satan er niet in slaagde Jezus tot zonde te verleiden, verliet hij hem. Na die verzoeking sterkte Jehovah Jezus nog meer, door bemiddeling van zijn engelen (Mattheüs 4:1-11). Jezus kon zijn discipelen daarom vol vertrouwen aanmoedigen God te vragen ’hen van de goddeloze te bevrijden’. — Mattheüs 6:13.

Dat God ons bevrijdt, wil niet zeggen dat hij rondom ons een beschermend schild zet. In plaats daarvan zegt hij ons naar godvruchtige hoedanigheden als waarheid, rechtvaardigheid, vrede en geloof te streven. Die hoedanigheden fungeren als een „wapenrusting” die ons in staat stelt „pal [te] staan tegen de kuiperijen van de Duivel” (Efeziërs 6:11, 13-18). Met Gods hulp is het dus mogelijk weerstand te bieden aan de verzoekingen van de Duivel.

De tweede stap die in Jakobus 4:7 wordt aanbevolen, is ’de Duivel te weerstaan’. Daar komt vastberaden actie bij kijken, het ontvluchten van zijn schadelijke invloed. Blootstelling aan zijn bedrieglijke macht moet vermeden worden en de materialistische en immorele filosofieën die zo’n opgang maken in de huidige wereld moeten wij afwijzen. Dit weerstaan van de Duivel, in combinatie met een leven gewijd aan het behagen van God, is van onschatbare waarde in onze strijd tegen Satan. Maar zijn alle zonden een rechtstreeks gevolg van de invloed van de Duivel?

Onze strijd van binnen uit

De bijbelschrijver Jakobus verklaart: „Een ieder wordt beproefd doordat hij door zijn eigen begeerte meegetrokken en verlokt wordt. Vervolgens baart de begeerte, als ze vruchtbaar is geworden, zonde” (Jakobus 1:14, 15). Helaas kunnen wij onze inherente zwakte en onvolmaaktheid niet geheel en al de baas worden (Romeinen 5:12). „Er is geen mens rechtvaardig op de aarde, die voortdurend doet wat goed is en niet zondigt”, zegt de bijbel. — Prediker 7:20.

Dat wil niet zeggen dat alle zonden zich totaal aan onze macht onttrekken. In sommige gevallen halen wij ons door de verkeerde keuzes die wij maken verleidingen op de hals. Hoewel een verkeerd verlangen dus te wijten kan zijn aan onze eigen onvolmaaktheid of Satans invloed, is het volkomen aan ons of wij er voet aan geven of het de kop indrukken. Met recht schreef de apostel Paulus: „Wat een mens zaait, dat zal hij ook oogsten.” — Galaten 6:7.

Aanvaard de verantwoordelijkheid

Vaak valt het mensen moeilijk hun eigen zwakheden, fouten, tekortkomingen, ja zonden, te erkennen (Psalm 36:2). Eén ding dat ons kan helpen de verantwoordelijkheid voor onze zonden te aanvaarden, is de wetenschap dat God nu geen volmaaktheid van ons verlangt. „Hij heeft ons zelfs niet naar onze zonden gedaan, noch naar onze dwalingen over ons gebracht wat wij verdienen”, verklaarde de psalmist David (Psalm 103:10). Hoewel God vergevensgezind is, verwacht hij wel dat wij onszelf discipline opleggen, dat wij hard vechten tegen de verleidingen van de Duivel en onze eigen neigingen tot zondigen. — 1 Korinthiërs 9:27.

Wij moeten begrijpen dat hoewel God erkent dat de Duivel onze daden kan beïnvloeden en een grote mate van verantwoordelijkheid draagt voor de zondige toestand van de mensheid, dat ons niet ontheft van onze persoonlijke aansprakelijkheid. Romeinen 14:12 zegt dan ook: „Een ieder van ons [zal] voor zichzelf rekenschap afleggen aan God.”

Maar indien wij ’een afschuw hebben van wat goddeloos is’ en ’het goede aanhangen’, kunnen wij over het kwade zegevieren (Romeinen 12:9, 21). De eerste vrouw, Eva, deed dat niet en werd gestraft om haar ongehoorzaamheid; zij had weerstand kunnen bieden en God kunnen gehoorzamen (Genesis 3:16). Maar God negeerde de rol die de Duivel speelde door haar te bedriegen niet. De Duivel werd vervloekt en ertoe veroordeeld uiteindelijk verdelgd te worden (Genesis 3:14, 15; Romeinen 16:20; Hebreeën 2:14). Weldra zullen wij niet langer met zijn boosaardige invloed te kampen hebben. — Openbaring 20:1-3, 10.

[Illustratieverantwoording op blz. 26]

Erich Lessing/Art Resource, NY

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen