Juwelen van de Afrikaanse hemel
Door Ontwaakt!-correspondent in Kenia
DE AFRIKAANSE savanne is droog en bruin, hard gebakken door de felle equatoriale zon. Voorzichtig banen wij ons een weg door en langs allerlei doornig struikgewas.
Plotseling blijven we staan. Onze aandacht wordt getrokken door een iriserende kleurenschicht. Op een bloeiende acaciatak strijkt een vogeltje neer dat zo felgekleurd is dat het lijkt alsof de zon onder zijn kleine veren verscholen zit. Dit gevleugelde juweeltje heet dan ook in het Engels ’sunbird’ (zonvogel).
Metaalachtige spiegels
Er zijn meer dan honderd soorten sunbirds. De meeste komen voor in tropisch Afrika, maar ze kunnen ook worden aangetroffen in Azië, Australië en zelfs op de eilanden in de Grote Oceaan. Ze zijn zowel schitterend als veelkleurig en ze weerkaatsen de zon als piepkleine metaalachtige spiegels, waarbij ze een regenboog van schitterende kleuren vertonen: iriserend rood, geel, blauw, groen en ook kopertinten.
Ze lokken vaak een vergelijking uit met de Amerikaanse kolibries. Net als kolibries zijn ze prachtig gekleurd en voeden ze zich met nectar. (In Nederlandse werken vindt men ze dan ook als ’honingvogels’.) Ze zijn echter groter dan kolibries en het ontbreekt hun aan de vliegvaardigheden die hun Noordamerikaanse tegenhangers bezitten.
Over het algemeen verkrijgt de honingvogel zijn nectar door boven op een bloem te gaan zitten en zijn lange gebogen snavel te gebruiken om diep in de opening van de bloesems te komen. Kan hij er echter vanwege de lengte van een buisvormige bloem niet bij, dan zal de honingvogel misschien onder in de bloemkroon een gaatje prikken en haar kostbare inhoud uitzuigen. Tevens eten ze insekten die ze van bloemen of van bladeren in de buurt plukken.
De mannetjes zijn ook volleerde zangers. Hun repertoire varieert van het ijle metaalachtige tssp van de prachthoningvogel tot het prachtige tsik-tsik-tsik-tsik-tsit trie-trie-turrrr dat de scharlakenkuifemeraldhoningvogel in Oost-Afrika voortbrengt. Vaak is het hun lied dat vogelaars wijst op hun aanwezigheid in dicht struikgewas. Eenmaal gelokaliseerd, zijn ze echter duidelijk zichtbaar tegen de droge bruine achtergrond van de Afrikaanse vlakte.
IJverig maar niet indrukwekkend
Terwijl de mannelijke honingvogel een genot is om te zien en te horen, is het wijfje kleiner en nogal vaal van kleur. Ze wordt door vogelaars en fotografen dan ook vaak over het hoofd gezien. Over het algemeen wordt ze eigenlijk slechts waargenomen wanneer ze zich in het gezelschap van een mannetje bevindt. Maar wat het wijfje aan kleur mist, maakt ze ruimschoots goed door haar ijver.
Het is het wijfje dat doorgaans het nest bouwt en het meeste werk voor haar rekening neemt in het grootbrengen van het broedsel. En terwijl zijn vrouw daar druk mee is, houdt het mannetje de wacht om indringers van de plaats van het nest te verjagen.
Hangende nesten
De hangende nesten van een honingvogel zijn echter nauwelijks fraai te noemen. Meestal lijken ze op niet veel meer dan een paar stukjes afval die door een windvlaag zijn verzameld en aan een doorn van een acaciaboom zijn blijven haken. Het nest van een honingvogel, dat veel weg heeft van een sok in de vorm van een dauwdruppel, wordt gemaakt van plantevezels die geweven of samengevlochten en met spinnewebben bijeengebonden zijn. De buitenkant van het nest is vernuftig gedecoreerd met kleine twijgjes, dode bladeren en stukjes korstmos en vaak bungelen er een of twee zaadpeulen aan, bij wijze van afwerking.
De binnenkant van het nest is bekleed met zacht gras, veren en ander zacht materiaal. De ingang is een kleine opening aan de zijkant, dicht bij de top. Het wijfje broedt vaak alleen. Als ze binnen in haar peervormige nest zit, kan men gewoonlijk haar lange gebogen snavel uit de nestholte zien steken. Ze legt een of twee eieren die na zo’n veertien dagen zullen uitkomen. Wanneer de jongen het nest verlaten, hebben ze altijd dezelfde vale kleuren als hun moeder. Maar als de mannetjes volwassen worden, beginnen ze hun prachtige kenmerkende verenkleed te ontwikkelen.
De honingvogel is slechts een van de vele voorbeelden van de rijkdom en verscheidenheid van een intelligent Ontwerper. Hun kleurenpracht en instinctief gedrag bewegen ons ertoe meer waardering te hebben voor hun Schepper. Honingvogels horen dus bij de schepselen die door de bijbel worden vermaand: „Looft Jehovah vanaf de aarde, . . . gij kruipend gedierte en gevleugelde vogels.” „Al wat adem heeft, love Jah” (Psalm 148:7, 10; 150:6). Deze juwelen van de Afrikaanse hemel dienen ons allen te motiveren de liefdevolle Schepper die ze heeft gemaakt te loven.