Gruweldaden — Wat is Gods oplossing?
HOE zijn gruweldaden te voorkomen? Wat is de oplossing? Wanneer wij de geschiedenis bestuderen, wordt duidelijk dat menselijke oplossingen gefaald hebben. In feite zit er een fors element van tegenstrijdigheid, zo niet van uitgesproken huichelachtigheid, in de manier waarop menselijke leiders het onderwerp benaderd hebben.
Neem nu bijvoorbeeld het jaar 1995. Daarin viel de vijftigste verjaardag van het einde van de nazistische Holocaust, van de Tweede Wereldoorlog en van de explosie van de atoombom. Dat jaar werden in veel delen van de wereld herdenkingsceremoniën gehouden die door wereldleiders werden bijgewoond. Waarom? Om een gevoel van walging van deze gruweldaden over te brengen opdat ze nooit herhaald worden. Toch merkten sommige waarnemers een ongezonde dosis tegenstrijdigheid in dergelijke ceremoniën op.
Huichelarij
In deze met veel publiciteit omgeven ceremoniën wilden alle vertegenwoordigers van godsdienst en overheid beschouwd worden als weldoeners of op zijn minst voorkomen als boosdoeners te worden gezien. Toch hebben landen die de gruweldaden uit het verleden hebben veroordeeld grote voorraden wapens aangelegd en daarvoor enorme bedragen uitgetrokken. Tegelijkertijd hebben zij essentiële problemen als armoede, moreel verval en vervuiling niet opgelost en daarvoor vaak als verklaring aangevoerd dat zij niet over voldoende geld beschikken.
De wereldse godsdiensten proberen een geschiedenisversie te schrijven die hun langdurig stilzwijgen over de gruweldaden van dictaturen camoufleert en het feit verdoezelt dat ze ermee onder één hoedje hebben gespeeld. Deze godsdiensten hebben niets gedaan om te beletten dat mensen van dezelfde godsdienst elkaar afslachtten. Zo heeft in de Tweede Wereldoorlog katholiek katholiek gedood en protestant protestant omdat zij van verschillende nationaliteiten waren en tot de tegenpartij behoorden. Beide zijden beweerden christelijk te zijn maar deden dingen die volkomen indruisten tegen Jezus’ leer (Mattheüs 26:52; Johannes 13:34, 35; 1 Johannes 3:10-12; 4:20, 21). Andere godsdiensten hebben hetzelfde gedaan. Thans worden in verscheidene delen van de wereld nog steeds gruweldaden bedreven door leden van deze godsdiensten.
In de tijd van Jezus waren de religieuze leiders huichelaars. Jezus veroordeelde hen met de woorden: „Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars! want gij bouwt de graven der profeten en versiert de herinneringsgraven der rechtvaardigen, en gij zegt: ’Indien wij in de dagen van onze voorvaders leefden, zouden wij met hen geen deel hebben aan het bloed der profeten.’ Daarom getuigt gij tegen uzelf dat gij zonen zijt van hen die de profeten hebben vermoord” (Mattheüs 23:29-31). Die religieuze leiders beweerden godvruchtig te zijn maar waren huichelaars die Jezus en zijn discipelen vervolgden.
Lering uit de bijbel
Er zijn lessen te trekken uit de wereldlijke geschiedenis, maar de bijbel is de bron van de nuttigste lessen. Die vertrouwt de taak de geschiedenis te interpreteren niet toe aan het menselijk oordeel of vooroordeel. De bijbel verklaart de geschiedenis en de toekomst in het licht van Gods manier van denken. — Jesaja 55:8, 9.
De Schrift spreekt over goede en slechte gebeurtenissen en eveneens over goede en slechte mensen. Vaak kan uit deze verslagen een juiste les, in harmonie met Gods wil, worden getrokken. Na een aantal gebeurtenissen uit de geschiedenis van de Israëlieten uit de oudheid genoemd te hebben, concludeerde de apostel Paulus: „Deze dingen nu bleven hun overkomen als voorbeelden en ze werden opgeschreven tot een waarschuwing voor ons” (1 Korinthiërs 10:11). Jezus zelf trok een les uit de geschiedenis toen hij tegen zijn discipelen zei: „Denkt aan de vrouw van Lot.” — Lukas 17:32.
Wat God onthoudt en wat hij vergeet
Wij leren uit de bijbel dat personen in Gods herinnering blijven of door hem vergeten worden op basis van hun daden. Zij die zondigen maar van berouw blijk geven, worden door God „rijkelijk” vergeven (Jesaja 55:7). Als een goddeloze berouw heeft en zich „afkeert van zijn zonde en gerechtigheid en rechtvaardigheid betracht”, dan zal „geen van zijn zonden . . . tegen hem in herinnering worden gebracht”. — Ezechiël 33:14-16.
Paulus schreef: „God is niet onrechtvaardig, zodat hij uw werk en de liefde die gij voor zijn naam hebt getoond . . . zou vergeten” (Hebreeën 6:10). Jehovah zal degenen aan wie hij gunstige herinneringen heeft dan ook belonen. De getrouwe Job bad: „O, dat gij mij in Sjeool [het gemeenschappelijke graf van de gehele mensheid] zoudt verbergen, . . . dat gij mij een tijdslimiet zoudt stellen en aan mij zoudt denken!” — Job 14:13.
Omgekeerd zal God de onberouwvolle boosdoener behandelen in overeenstemming met de woorden die Hij tot Mozes sprak: ’Ik zal hem uit mijn boek wissen’ (Exodus 32:33). Ja, God zal goddelozen voor altijd vergeten.
De uiteindelijke Rechter
God is de uiteindelijke Rechter over de geschiedenis (Genesis 18:25; Jesaja 14:24, 27; 46:9-11; 55:11). Afgaand op zijn superieure oordeel zal hij de talrijke gruweldaden die tegen de mensheid zijn begaan niet vergeten. Op de dag van zijn rechtvaardige verontwaardiging zal hij alle verantwoordelijke personen en instellingen oordelen. — Openbaring hfdst. 18 en 19.
Een daarvan zal het hele vals-religieuze stelsel zijn, dat in de Schrift de symbolische naam „Babylon de Grote” heeft gekregen. Daarover staat geschreven: „Haar zonden hebben zich helemaal tot aan de hemel opgehoopt, en God heeft zich haar ongerechtigheden te binnen gebracht.” — Openbaring 18:2, 5.
Deze godsdiensten werden geacht hun aanhangers te leren het goede te doen, maar ze hebben gefaald. Gods Woord zegt dan ook over alle wereldse religie: „In haar werd het bloed gevonden van profeten en van heiligen en van allen die op de aarde geslacht zijn” (Openbaring 18:24). Omdat deze godsdiensten nagelaten hebben hun leden liefde voor hun medemens en medegelovige bij te brengen, wordt hun bloedschuld ten laste gelegd.
Een nieuwe wereld nabij!
De dag waarop het kwaad tenietgedaan zal worden, is eindelijk nabij (Zefanja 2:1-3; Mattheüs 24:3, 7-14). Na die dag zal de tijd aanbreken dat er ’geen rouw, geschreeuw of pijn meer zal zijn’ voor de gelukkige bewoners van de aarde (Openbaring 21:3-5). Gruweldaden en bloedbaden zullen nooit meer voorkomen omdat mensen de heerschappij over de aarde zal worden ontnomen en die gegeven zal worden aan Gods hemelse koninkrijk in handen van de „Vredevorst”, Jezus Christus. — Jesaja 9:6, 7; Daniël 2:44; Mattheüs 6:9, 10.
Dan zal de profetie in Psalm 46:9 volledig in vervulling gaan: „[God] doet oorlogen ophouden tot het uiteinde der aarde.” Die vrede zal eeuwigdurend zijn, want, zo voorzegt Jesaja 2:4: „Natie zal tegen natie geen zwaard opheffen, ook zullen zij de oorlog niet meer leren.” Psalm 37:11 voorzegt dan ook: „De zachtmoedigen . . . zullen de aarde bezitten, en zij zullen inderdaad hun heerlijke verrukking vinden in de overvloed van vrede.” Ja, dan zal gezegd worden: „De hele aarde is tot rust gekomen, is vrij van rustverstoring geworden. De mensen zijn vrolijk geworden met vreugdekreten.” — Jesaja 14:7.
Dit alles betekent dat een rechtvaardige nieuwe wereld nabij is. En in die nieuwe wereld, onder de heerschappij van Gods hemelse koninkrijk, zal er nog een wonderbare gebeurtenis plaatsvinden — de opstanding van de doden! Gods Woord verzekert ons: ’Er zal een opstanding zijn van zowel de rechtvaardigen als de onrechtvaardigen.’ — Handelingen 24:15.
Toen Jezus op aarde verbleef, gaf hij daar een demonstratie van door mensen uit de doden op te wekken. In het verslag over de opwekking van een jong meisje staat bijvoorbeeld: „Onmiddellijk stond het meisje op en ging lopen . . . Terstond waren [de toeschouwers] buiten zichzelf van grote verrukking” (Markus 5:42). In de opstanding zullen de bij gruweldaden omgebrachten en anderen die lang geleden overleden zijn uit de doden worden opgewekt en in de gelegenheid worden gesteld eeuwig op een paradijsaarde te leven (Lukas 23:43). En na verloop van tijd zullen „de vroegere dingen . . . niet in de geest worden teruggeroepen, noch zullen ze in het hart opkomen”. — Jesaja 65:17.
U zult er verstandig aan doen nauwkeurige kennis van Gods Woord, de bijbel, te verwerven en Gods wil te doen. Dan zal God een gunstige herinnering aan u hebben wanneer hij het probleem van de gruweldaden voor altijd oplost en slachtoffers het leven teruggeeft. Jezus zei: „Dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God, en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.” — Johannes 17:3.
[Illustraties op blz. 8, 9]
God zal de aarde in een vredig paradijs veranderen
[Illustraties op blz. 10]
God zal de gevolgen van vroegere gruweldaden wegnemen door de doden op te wekken