Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g98 22/5 blz. 15-17
  • De terugkeer van de grote witte vogel

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De terugkeer van de grote witte vogel
  • Ontwaakt! 1998
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Een tragisch gevolg van hebzucht
  • De terugkeer begint
  • Wat zal de toekomst brengen?
  • „De grootste levende vliegmachine op aarde”
    Ontwaakt! 2010
  • Hoe ziet de toekomst er uit voor de albatros?
    Ontwaakt! 1997
  • In het spoor van de albatros
    Ontwaakt! 1991
  • De energiezuinige vliegtechniek van de reuzenalbatros
    Ontwaakt! 2013
Meer weergeven
Ontwaakt! 1998
g98 22/5 blz. 15-17

De terugkeer van de grote witte vogel

DOOR ONTWAAKT!-CORRESPONDENT IN JAPAN

GEWAPEND met een stok begonnen de mannen de prachtige witte vogels één voor één dood te slaan. De vogels waren albatrossen. De mannen: Hanemon Tamaoki en zijn handlangers. De locatie: Torishima, een eiland ruim 600 kilometer ten zuiden van Tokio. Het jaar: 1887.

Tamaoki had al jaren met dit plan rondgelopen. Zowel in zijn eigen land als in het buitenland was er een grote vraag naar zachte veren voor matrassen en Torishima was een afgelegen eiland dat slechts bewoond werd door de duizenden albatrossen die daar geregeld kwamen om te broeden. Eén daarvan was de kortstaartalbatros, waar Tamaoki het vooral op gemunt had. Het was de grootste zeevogel van het noordelijk halfrond. Stel u eens voor hoeveel veren er aan een mollig lichaam zaten dat ongeveer acht kilo woog en een vleugelspanwijdte van ruim 2,5 meter had! Bovendien was deze vogel mak en deed zelfs wanneer er gevaar dreigde, geen poging weg te vliegen.

Tamaoki bracht wel 300 werkers naar het eiland om de vogels te helpen doden en plukken. Zij bouwden een dorp en legden een spoorlijntje aan om de dode vogels te vervoeren. De operatie was zo efficiënt dat Tamaoki al gauw heel rijk werd — ten koste van zo’n vijf miljoen vogels. De slachting was zo groot dat toen de vulkaan van het eiland in 1902 uitbarstte en het dorp met al zijn bewoners wegvaagde, dit volgens sommigen een „vloek voor het doden van de albatrossen” was. Toch kwamen er het jaar daarop opnieuw mannen, op zoek naar de vogels die overgebleven waren.

Bijna 1500 kilometer daarvandaan, in de Oostchinese Zee, had een man, Tatsushiro Koga genaamd, op een groep verlaten rotseilanden tussen Taiwan en Okinawa zich met dezelfde lucratieve handel beziggehouden. Net als Tamaoki bemerkte Koga dat zijn voorraad vogels snel slonk. Uiteindelijk verliet hij het eiland in 1900 — maar niet voordat hij ongeveer een miljoen albatrossen had afgemaakt.

Een tragisch gevolg van hebzucht

Die massale afslachting van de vogels was een tragedie met trieste gevolgen. Van de diverse soorten albatrossen leven er drie in het noorden van de Grote Oceaan, met hun voornaamste nestplaatsen op de door Tamaoki en Koga geplunderde eilanden. Eén ervan, de kortstaartalbatros (Diomedea albatrus), had blijkbaar geen enkele andere bekende broedplaats.

Eens hadden zeelieden op de open zeeën ontzag voor de albatros. In legenden en overleveringen over de zee wordt deze vogel als de voorbode van wind, nevel en mist afgeschilderd. Het is echter geen legende dat de ongewoon lange vleugels van deze grote witte vogel hem in staat stellen om in een paar dagen een oceaan over te vliegen, het merendeel van de tijd drijvend op de wind en nauwelijks zijn vleugels bewegend. Zijn vermogen om lange tijd boven de zee te zweven is ongeëvenaard.

Hoewel de albatros in de lucht sierlijk kan zweven, beweegt hij zich op de grond langzaam en plomp. Door zijn lange vleugels en nogal mollige lichaam kan hij niet zo snel opvliegen. Dit, samen met het feit dat hij geen vrees voor de mens heeft ontwikkeld, heeft de vogel tot een gemakkelijke prooi gemaakt. Daarom gaf men hem namen als ’gooney’ of ’mallemok’.a

Mensen zonder verantwoordelijkheidsgevoel die zich lieten leiden door de wetenschap dat dode albatrossen geld opbrengen, zetten de slachting vrolijk voort. Een onderzoek wees uit dat er tegen 1933 minder dan 600 vogels op Torishima waren. Ten einde raad verklaarde de Japanse regering het eiland voor mensen tot verboden terrein. Maar gewetenloze mannen haastten zich naar het eiland om zoveel mogelijk vogels te doden voordat het verbod van kracht werd. Tegen 1935 waren er volgens één deskundige nog maar vijftig vogels over. Uiteindelijk moest de kortstaartalbatros uitgestorven verklaard worden. Wat een tragisch gevolg van menselijke hebzucht! Maar er wachtte een grote verrassing.

De terugkeer begint

Op een avond in januari 1951 werd een man die op Torishima rotsen aan het beklimmen was, opgeschrikt door een plotseling geklepper. Daar stond hij oog in oog met een albatros! De kortstaartalbatros had het op de een of andere manier overleefd en broedde weer op Torishima. Deze keer nestelden de vogels echter op hellingen waar het voor mensen bijna onmogelijk was te komen. En nu schenen ze op hun hoede te zijn voor mensen. Wat moeten natuurliefhebbers blij zijn geweest!

De Japanse regering kwam snel in actie. Er werd een soort pampagras geplant om de grond steviger te maken voor nesten en het werd mensen verboden naar Torishima te gaan. De albatros werd tot nationale schat verklaard en werd een internationaal beschermde vogel.

Sinds 1976 bestudeert Hiroshi Hasegawa van de Japanse Toho-universiteit deze vogels en hij bezoekt het eiland nu driemaal per jaar om te zien hoe ze ervoor staan. Hij vertelde Ontwaakt! dat hij door elk jaar een andere kleur ring om de poten van de vogels aan te brengen, heeft ontdekt dat de kortstaartalbatrossen slechts eens in de drie of vier jaar naar hun geboorteplaats teruggaan om te broeden. Ze broeden op zesjarige leeftijd voor het eerst en leggen maar één ei per keer. Daarom duurt het zelfs met een gemiddelde leeftijd van twintig jaar zo lang voordat ze in aantal toenemen. Van de 176 eieren die in de winter van 1996/97 op Torishima werden gelegd, zijn er maar 90 uitgekomen.

Wat doen albatrossen de rest van de tijd? Hasegawa zegt dat hier weinig over bekend is. In ieder geval mijden ze land en mensen. Volgen albatrossen schepen en landen ze erop? Dat is louter een legende zonder ondersteunend bewijsmateriaal, aldus Hasegawa. Hij is er vrij zeker van, zegt hij, dat „Japanse albatrossen niet op schepen landen”. Maar hij voegt eraan toe dat elders in de wereld „sommige vogels zich daar wellicht korte tijd ophouden als ze worden gevoerd”. Het merendeel van de tijd doen ze datgene waar ze in uitmunten — zich door gunstige luchtstromen omhoog laten voeren en over de uitgestrekte oceaan zwerven. Wanneer ze moe zijn, slapen ze drijvend op het water. Ze eten pijlinktvis, vliegende vis, krab en garnalen. De vogels die Hasegawa heeft geringd, worden regelmatig boven de Beringzee en de Golf van Alaska gesignaleerd. En in 1985 veroorzaakte de aanblik van een kortstaartalbatros voor de Californische kust — voor het eerst in bijna honderd jaar — grote opwinding onder de vogelaars daar.

Wat zal de toekomst brengen?

Een positief punt is dat de kortstaartalbatrossen gestaag in aantal toenemen. Afgelopen mei schatte Hasegawa dat er „ruim 900 waren, met inbegrip van de kuikens”. Hij voegde eraan toe: „Tegen het jaar 2000 zouden wij alleen al op Torishima ruim 1000 vogels moeten hebben, met ruim 100 pasgeboren kuikens per jaar.” Ook is het opwindend dat men ze in 1988, na 88 jaar, opnieuw in de Oostchinese Zee zag broeden. De vogels hebben een rotsige buitenpost in betwist gebied uitgekozen, waardoor ze enige tijd gevrijwaard zouden moeten zijn van menselijk ingrijpen.

Het onrecht van honderd jaar geleden wordt geleidelijk rechtgezet. Of toch niet? Onderzoekers maken vaak mee dat wanneer zij de vogels vangen om ze te ringen, ze in paniek raken en braken. Uit hun maag komen stukjes plastic, wegwerpaanstekers en ander afvalmateriaal dat mensen achteloos in het voedselgebied van de vogels, de oceaan, werpen.

Zal menselijke dwaasheid de grote witte vogel opnieuw op de rand van uitsterven brengen?

[Voetnoten]

a ’Gooney’ was oorspronkelijk ’goney’, het Oudengelse woord voor een dom iemand. ’Mallemok’ is een Oudnederlandse naam voor ’domme meeuw’. In het Japans verving de term ahodori, die „zotte vogel” betekent, de oude naam die „grote witte vogel” betekent.

[Illustratie op blz. 16]

Torishima, het woongebied van de kortstaartalbatros

[Illustratie op blz. 16, 17]

De lange, slanke vleugels van de albatros maken hem tot de beste zweefvlieger ter wereld

[Illustratie op blz. 17]

De kortstaartalbatros heeft een come-back gemaakt op Torishima

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen