Ivoor — Hoeveel is het waard?
DOOR ONTWAAKT!-CORRESPONDENT IN KENIA
Op een internationale conferentie in Harare (Zimbabwe) in juni 1997 stemden afgevaardigden uit 138 landen voor een verlichting van het inmiddels zeven jaar bestaande internationale handelsembargo voor ivoor. Na een verhit debat werd er beslist dat drie landen in zuidelijk Afrika — Botswana, Namibië en Zimbabwe — onder bepaalde voorwaarden aan één land, Japan, ivoor mochten verkopen. De vertegenwoordigers van zuidelijk Afrika waren blij met de beslissing en barstten in gezang los. Andere afgevaardigden vroegen zich ongerust af wat dit voor de Afrikaanse olifant zou kunnen betekenen.
TOEN Hannibal in de derde eeuw v.G.T. het Romeinse leger tartte, had hij een stoet tamme Afrikaanse olifanten bij zich. In die dagen waren er waarschijnlijk tientallen miljoenen Afrikaanse olifanten, van Kaap de Goede Hoop tot Caïro.
Daar kwam verandering in. Een waarnemer merkte op: „Eilanden van mensen in een zee van olifanten veranderden in steeds kleinere eilanden van olifanten in een zee van mensen.” Toen de mensen in aantal toenamen, werden in de strijd om land de olifanten de verliezers. Wat ook tot een daling in het aantal olifanten bijdroeg, was de uitbreiding van de Sahara naar het zuiden.
Een veel grotere rol speelde echter de vraag naar ivoor. In tegenstelling tot tijgerbot en rinoceroshoorn kleeft er aan ivoor geen mythische farmaceutische waarde. Maar het is luxueus, mooi, duurzaam en gemakkelijk te bewerken. Van oudsher wordt ivoor van olifantsslagtanden als iets kostbaars en begerenswaardigs bezien.
Vierhonderd jaar na Hannibal had het Romeinse Rijk de olifantenpopulatie in Noord-Afrika gedecimeerd om de hunkering naar ivoor te bevredigen. Die hunkering is sindsdien blijven bestaan, vooral in de westerse wereld. Begin deze eeuw was de vraag heel groot geworden — niet zozeer voor kunstwerken en religieuze voorwerpen zoals voorheen maar voor de produktie van pianotoetsen. Volgens het boek Battle for the Elephants werd er alleen al in het jaar 1910 in de Verenigde Staten ongeveer 700 ton ivoor (wat neerkomt op 13.000 geslachte olifanten) gebruikt om 350.000 toetsenborden te maken.
Een orgie van stroperijen
Na de Eerste Wereldoorlog nam de vraag naar ivoor af, werden er nieuwe wetten ter behoud van het wild aangenomen en begon het aantal olifanten weer toe te nemen. Aan het begin van de jaren ’70 begon de afslachting echter weer van voren af aan. Nu was het in de onlangs tot welvaart gekomen Aziatische landen dat men naar ivoor ging vragen.
Deze keer betekenden twee factoren een ramp voor de olifant in Afrika. Allereerst was er de grotere beschikbaarheid van lichtgewicht geavanceerde wapens. Ineens was het gemakkelijk om niet alleen afzonderlijke olifanten neer te schieten, maar ook hele kudden. Ten tweede, met elektrisch beeldhouwersgereedschap kon men ruw ivoor snel tot verkoopprodukten verwerken. In het verleden kon een Japanse ivoorwerker wel een jaar bezig zijn met het bewerken van één slagtand. Maar met elektrisch gereedschap kon een werkplaats van acht man in slechts één week de slagtanden van 300 olifanten verwerken om sieraden en hanko (de in Japan populaire handtekeningstempels) te vervaardigen. De toenemende vraag naar ivoor deed de prijzen omhoogvliegen. Natuurlijk ging het grote geld niet naar de stropers maar naar tussenpersonen en handelaars, van wie velen fabelachtig rijk werden.
Het verlies aan olifantelevens was schrikbarend. Binnen ruwweg twintig jaar verloor Tanzania 80 procent van zijn olifanten, grotendeels aan stropers. Kenia verloor 85 procent van zijn olifanten. Oeganda verloor 95 procent. Aanvankelijk schoten stropers voornamelijk olifantestieren neer, omdat deze de grootste slagtanden hadden. Maar naarmate het aantal oudere olifanten kleiner werd, begonnen stropers zelfs kalveren voor hun slagtandjes neer te leggen. In die periode kunnen er wel meer dan een miljoen olifanten voor hun ivoor zijn afgeslacht, waardoor de populatie van de Afrikaanse olifant tot 625.000 werd teruggebracht.
Een internationaal verbod
Pogingen om de ivoorhandel onder controle te houden en de slachting een halt toe te roepen, mislukten jammerlijk. Uiteindelijk werd in oktober 1989 op een conferentie in Zwitserland door de Conventie voor de Internationale Handel in Bedreigde Soorten Flora en Fauna (CITES) alle handel in ivoor in de lidstaten verboden verklaard. Aan het verbod werd kracht bijgezet door enorme fondsen ter bescherming van olifanten in het veld.
Sommigen voorspelden dat een ivoorverbod tot hogere zwarte-marktprijzen zou leiden en dat het stropen zou toenemen. Het tegenovergestelde gebeurde. De prijzen kelderden, en de eens lucratieve markt stortte in. In India bijvoorbeeld daalde de winkelverkoop van ivoor met 85 procent en de meeste ivoorwerkers daar moesten ander werk zoeken. Het stropen nam drastisch af. Vóór het verbod slachtten de stropers in Kenia op zijn minst 2000 olifanten per jaar af. Tegen 1995 was het aantal gedaald tot 35. Bovendien nam de olifantenpopulatie in Kenia toe van 19.000 in 1989 tot ongeveer 26.000 nu.
Om deze redenen juichte het in Londen gevestigde Bureau voor Milieu-onderzoek het verbod op de handel in ivoor toe als „een van de grote successen in de recente geschiedenis van natuurbehoud”. Maar niet iedereen deelt dit enthousiasme, vooral niet in zuidelijk Afrika.
De olifanten van zuidelijk Afrika
De landen van zuidelijk Afrika hebben meer dan 200.000 olifanten, of ongeveer een derde van de hele populatie van de Afrikaanse olifant. Dit is deels toe te schrijven aan een doeltreffend beschermingsbeleid en deels aan het feit dat deze landen gevrijwaard zijn gebleven voor de zwaarbewapende milities die de kudden van Oost- en Centraal-Afrika hebben afgeslacht.
Maar als gevolg van de toename in de olifantenpopulaties bestaat er vaak een conflict tussen olifanten en plattelandsbewoners. Per slot van rekening heeft een volwassen olifant een enorme eetlust en hij kan wel 300 kilo planten per dag verorberen. Als er in uw omgeving een olifant leeft, dan weet u het wel.
De in Zimbabwe gevestigde Africa Resources Trust verklaart: „Olifanten worden door de meeste Afrikaanse plattelandsbewoners met angst, achterdocht en vijandigheid bekeken. In een paar uur tijd kunnen olifanten hun middelen van bestaan vernielen door hun gewassen op te eten of hun vee te vertrappen. Ook brengen ze schade toe aan huizen en scholen, veestallen, fruitbomen, dammen en bodemstructuur. Plaatselijke kranten bevatten elke dag berichten van schade door olifanten.”
De landen van zuidelijk Afrika zijn er trots op dat ze met succes gezonde olifantenpopulaties in stand houden. Maar wildprotectie is een kostbare zaak, en ze vinden niet dat ze moeten boeten voor de problemen van andere Afrikaanse landen. Een gereguleerde ivoorhandel, zo redeneren ze, maakt het mogelijk om geld terug te sluizen naar natuurbehoud en kan ertoe bijdragen dat de boeren op het platteland schadeloos gesteld worden voor hun verliezen.
Voorraden ivoor
In landen waar olifanten rondzwerven, stapelt het ivoor zich op. Het is afkomstig van olifanten die worden afgeschoten om hun aantal uit te dunnen, van olifanten die een natuurlijke dood sterven en van illegale voorraden die in beslag genomen zijn. Wat wordt er met dit ivoor gedaan?
Kenia verbrandt zijn ivoor. Sinds juli 1989 heeft Kenia ruw ivoor ter waarde van miljoenen dollars in het openbaar in brand gestoken, zonder rechtstreekse vergoeding uit buitenlandse bronnen. In 1992 heeft ook Zambia zijn voorraad ivoor verbrand. De boodschap was duidelijk: Kenia en Zambia wilden niets te maken hebben met de ivoorhandel.
Andere landen hebben hun voorraden als investering voor de toekomst opgeslagen. De onderzoeksorganisatie TRAFFIC schat de huidige totale voorraad ivoor in Afrikaanse landen op minstens 462 ton, ter waarde van 46 miljoen dollar. Botswana, Namibië en Zimbabwe, de drie landen die nu met Japan handel mogen drijven, hebben 120 ton ivoor. Daarom vragen velen: ’Waarom zou je in een gebied waar de mensen met economische problemen te kampen hebben, het ivoor in opslagplaatsen stoffig laten worden? Waarom zou je het niet verkopen en het geld terugsluizen naar natuurbehoud?’
Men blijft zich zorgen maken
Terwijl sommige Afrikaanse landen betogen dat een verlichting van het ivoorverbod zal bijdragen tot het behoud van de olifant, zijn anderen er vast van overtuigd dat een algeheel handelsverbod de enige maatregel is die een herleving van het stropen zal voorkomen. Men zit er vooral over in hoe strikt het toezicht op de handel is. Zouden marketingsystemen achterdeurtjes kunnen bieden waardoor gestroopt ivoor op de legale markt zou kunnen komen? Hoe staat het bovendien met speculatieve stroperij? Zou de matiging van het verbod kunnen betekenen dat er olifanten gedood zullen worden en het ivoor opgepot zal worden door mensen die hopen op een verdere matiging van het verbod in de toekomst?
Ook maakt men zich zorgen over het feit dat er nog nooit zo veel vuurwapens in Afrika zijn geweest. Door burgeroorlogen hebben mensen hier automatische geweren in handen gekregen die zij tengevolge van de economisch moeilijke situatie bereid zijn te gebruiken om geld te verdienen. Nehemiah Rotich, directeur van de East African Wildlife Society, schreef: „Nu men [wegens de hernieuwde handel] aan ivoor kan verdienen, lijdt het geen twijfel dat deze vuurwapens op olifanten gericht zullen worden — per slot van rekening is het veel gemakkelijker om een olifant in een uitgestrekt park neer te schieten dan een bank in een stad te beroven.”
Een ander probleem is dat maatregelen tegen stropers niet alleen veel geld kosten maar ook moeilijk te realiseren zijn. Patrouilleren over de uitgestrekte gebieden waar de olifanten rondzwerven, vergt enorm veel geldmiddelen. In Oost-Afrika kan men hier moeilijk aankomen.
Hoe ziet de toekomst er uit voor de olifant?
De consequenties van de beslissing om het verbod op de handel in ivoor te matigen, moeten nog blijken. Zelfs als het goed uitpakt, zal de bedreiging voor de olifant niet verdwijnen. De olifant wordt ook bedreigd door het toenemende aantal mensen dat land nodig heeft voor landbouw en voor andere doeleinden. Alleen al in zuidelijk Afrika ontbossen mensen, voornamelijk voor de landbouw, zo’n 850.000 hectare land per jaar — overeenkomend met pakweg de helft van Israël. Naarmate de zee van mensen groter wordt, zullen de eilanden van olifanten beslist steeds kleiner worden.
Het tijdschrift World Watch verklaart: „Over één punt zijn allen die het probleem bestudeerd hebben het eens: de Afrikaanse olifant gaat een moeilijke toekomst tegemoet. De habitatscrisis [als gevolg van de toenemende bevolking] zal er beslist op neer komen dat veel olifanten op de een of andere manier voortijdig zullen sterven. Als ze niet gedood worden in geoorloofde jachtpartijen of om hun aantal uit te dunnen — of afgeslacht door stropers — zal de olifantenstand ineenstorten doordat er veel meer van honger omkomen.”
Dit sombere vooruitzicht laat zowel de zienswijzen als het voornemen van de Schepper van de olifant, Jehovah God, buiten beschouwing. Gods zorg voor zijn schepselen blijkt duidelijk uit de woorden van Jezus Christus, die zei: „Worden niet vijf mussen voor twee geldstukken van geringe waarde verkocht? Toch wordt niet één daarvan vergeten bij God” (Lukas 12:6). Als God een klein musje niet vergeet, kunnen wij er zeker van zijn dat hij niet zal voorbijgaan aan het droeve lot van de grote olifant.
[Kader/Illustratie op blz. 16]
Over ivoor
„Ivoor is ongetwijfeld een prachtige stof. Het heeft een uitstraling en warmte die geen enkel ander materiaal dat voor sieraden of beeldjes gebruikt wordt bezit. Maar ik heb altijd het idee dat men vergeet dat ivoor van de slagtand van de olifant komt. Het woord ivoor koppelt het in onze gedachten los van het idee olifant. Men heeft de neiging het op één hoop te gooien met jade, teakhout, ebbehout, barnsteen of zelfs goud en zilver, maar er is een belangrijk verschil: de andere materialen komen niet van een dier; een ivoren slagtand is een aangepaste snijtand. Wanneer men een prachtige ivoren armband of een kunstig beeldje in de hand houdt, is er een zekere gedachtensprong voor nodig om te beseffen dat dit stukje ivoor van een olifant komt, die eens rondliep en zijn slagtand gebruikte bij het grazen, graven, porren, spelen en vechten en dat die olifant bovendien eerst doodgemaakt moest worden alvorens men dit stukje ivoor in de hand kon houden.” — Onder olifanten, door Cynthia Moss.
[Kader/Illustratie op blz. 19]
Over olifanten
Olifanten zijn enorm sterk, en wanneer ze woedend zijn, trilt de grond. Een olifant kan u met zijn slurf grijpen en u als een steen door de lucht slingeren. Maar een olifant kan u ook met zijn slurf strelen of voorzichtig uit uw hand eten. Olifanten zijn intelligent, complex en grappig. Ze hebben een hechte familieband, en zullen elkaars wonden verzorgen, over hun zieken waken en op de dood van een familielid reageren. Terwijl ze de overblijfselen van andere dieren negeren, herkennen ze de beenderen van olifanten en zullen ze die verspreiden of begraven.
[Illustratie op blz. 18]
Twee landen hebben hun ivoor verbrand; andere hebben hun voorraden als investering opgeslagen