Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g98 8/3 blz. 5-9
  • Wetenschappers verdeeld?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Wetenschappers verdeeld?
  • Ontwaakt! 1998
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Wetenschappelijke controversen
  • „Een tragedie van een overweldigende bitterheid”
  • Een tragedie van geheel andere aard
  • In hoeverre kunt u de wetenschap vertrouwen?
    Ontwaakt! 1998
  • De wetenschap — Het niet-eindigend speuren van de mens naar waarheid
    Ontwaakt! 1993
  • Bedrog in de wetenschap: Een kijkje achter de schermen
    Ontwaakt! 1984
  • Een evenwichtige kijk op wetenschap
    Ontwaakt! 1983
Meer weergeven
Ontwaakt! 1998
g98 8/3 blz. 5-9

Wetenschappers verdeeld?

„HOEWEL wij niet mogen zeggen dat er niets deugt van het denkbeeld dat wetenschap een speuren is naar waarheid over de wereld, moeten wij wel de psychologische en maatschappelijke factoren in aanmerking nemen die dit speuren vaak in de weg staan.” Dat schreef Tony Morton in een verhandeling getiteld „Wetenschappelijke scholen in conflict: De motieven en methoden van wetenschappers”. Ja, het lijkt erop dat roem, financieel gewin of zelfs politieke gezindheid de bevindingen van wetenschappers soms hebben beïnvloed.

Reeds in 1873 uitte Lord Jessel zijn bezorgdheid over zulke invloeden bij rechtszaken toen hij zei: „Deskundigenbewijs . . . is het bewijs van personen die daar soms van leven, maar in alle gevallen betaald worden voor hun bewijs. . . . Nu is het begrijpelijk dat zijn geest, hoe eerlijk hij ook mag zijn, vooringenomen zal zijn ten gunste van de persoon die hem in de arm heeft genomen, en bijgevolg treffen wij zulke vooringenomenheid inderdaad aan.”

Neem bijvoorbeeld de forensische wetenschap. Een hof van beroep wees erop dat forensische wetenschappers partijdig kunnen worden. Het blad Search merkt op: „Het feit alleen al dat de politie hun hulp inroept, kan een band tussen de politie en de forensische wetenschappers scheppen. . . . Forensische wetenschappers in dienst van de overheid kunnen hun functie gaan zien als het helpen van de politie.” Dit blad geeft ook het voorbeeld van de IRA-bomzaken Maguire (1989) en Ward (1974) in Groot-Brittannië als „sprekend bewijs voor de bereidheid van enkele zeer ervaren en overigens achtenswaardige wetenschappers om hun wetenschappelijke neutraliteit te laten varen en het helpen van het Openbaar Ministerie als hun verantwoordelijkheid te zien”.

Nog een opmerkelijk voorbeeld is de zaak Lindy Chamberlain in Australië (1981/82), die het gegeven werd voor de film A Cry in the Dark. Door forensische deskundigen aangedragen bewijsmateriaal liet de balans klaarblijkelijk ten nadele van mevrouw Chamberlain doorslaan, die beschuldigd werd van moord op haar baby Azaria. Hoewel zij beweerde dat een dingo (wilde hond) het kind had gedood, werd zij schuldig bevonden en tot gevangenisstraf veroordeeld. Toen jaren later het vuile, bebloede jasje van de baby werd gevonden, bleef het eerder gepresenteerde bewijsmateriaal niet overeind bij nauwkeurig onderzoek. Het gevolg was dat Lindy uit de gevangenis werd vrijgelaten, haar vonnis werd herroepen en er schadevergoeding werd betaald wegens onterechte veroordeling.

Wanneer wetenschappers elkaars mening aanvechten, kan de controverse bitter worden. Enkele decennia geleden haalde de aanval van dr. William McBride op de fabrikanten van het middel thalidomide het wereldnieuws. Toen deze arts aanvoerde dat dit middel, op de markt gebracht om ochtendmisselijkheid bij zwangerschap tegen te gaan, ernstige misvormingen bij ongeboren kinderen veroorzaakte, werd hij van de ene dag op de andere een held. Toch werd hij jaren later, toen hij aan een ander project werkte, door een arts die journalist was geworden, beschuldigd van het veranderen van gegevens. McBride werd schuldig bevonden aan wetenschappelijke fraude en professioneel wangedrag. Hij werd in Australië als medicus geroyeerd.

Wetenschappelijke controversen

Een actuele controverse betreft de vraag of elektromagnetische velden al dan niet schadelijk zijn voor de gezondheid van mens en dier. Sommige gegevens doen vermoeden dat ons milieu ernstig wordt verontreinigd door elektromagnetisme, waarvan de bronnen variëren van hoogspanningskabels tot de personal computer en de magnetron bij u thuis toe. Sommigen beweren zelfs dat bij jarenlang gebruik mobiele telefoons uw hersenen schade kunnen toebrengen. Weer anderen wijzen op wetenschappelijke studies waaruit zou blijken dat elektromagnetische straling kanker en de dood kan veroorzaken. Als voorbeeld daarvan bericht de krant The Australian: „Tegen een Britse elektriciteitsmaatschappij is een rechtszaak aangespannen wegens de dood van een jongen die naar men zegt kanker heeft gekregen doordat hij dicht bij hoogspanningskabels sliep.” Een bedrijfsgeneeskundig adviseur uit Melbourne, dr. Bruce Hocking, ontdekte dat „bij kinderen die binnen een kilometer of vier van Sydneys voornaamste televisietorens woonden, zich ruim tweemaal zoveel gevallen van leukemie voordeden als bij kinderen woonachtig buiten de radius van vier kilometer”.

Terwijl milieuactivisten zulke uitspraken steunen, dreigen de grote zakenwereld en commerciële ondernemingen miljarden dollars te verliezen door wat zij betitelen als „onnodige paniekzaaiende campagnes”. Dus gaan zij tot de tegenaanval over en krijgen steun van andere sectoren van de wetenschappelijke wereld.

Dan is er de controverse over chemische vervuiling. Sommigen hebben dioxine beschreven als „de meest toxische verbinding die de mens gemaakt heeft”. Deze scheikundige verbinding, door Michael Fumento aangeduid als „louter een onvermijdelijk bijprodukt bij de vervaardiging van bepaalde herbiciden” (Science Under Siege), werd door sommigen „het belangrijkste bestanddeel van Agent Orange”a genoemd. Na de Vietnam-oorlog bereikte ze haar publiciteitspiek. Er volgden felle juridische gevechten tussen oorlogsveteranen en chemische bedrijven, beide groepen met hun eigen, elkaar tegensprekende wetenschappelijke deskundigen.

Milieukwesties als de mondiale opwarming, het broeikaseffect en het dunner worden van de ozonlaag krijgen evenzo veel publieke aandacht. Over de angst voor het milieu in Antarctica bericht The Canberra Times: „Research door wetenschappers op Palmer Station, een wetenschappelijke basis van de Verenigde Staten op Anvers Island, wijst uit dat ultraviolette straling van hoge intensiteit schade toebrengt aan lagere levensvormen als plankton en weekdieren en langzaam maar zeker ook dieren hoger in de voedselketen zou kunnen gaan aantasten.” Maar veel andere wetenschappelijke studies schijnen die mening te weerleggen en de angst voor het dunner worden van de ozonlaag en voor mondiale opwarming te verdrijven.

Wie heeft het dus bij het rechte eind? Het lijkt wel of elke bewering en elk argument door wetenschappelijke deskundigen bewezen en weerlegd kan worden. „Wetenschappelijke waarheid is in minstens even sterke mate een kwestie van het heersende sociale klimaat als van louter rede en logica”, verklaart het boek Paradigms Lost. Michael Fumento vat als volgt samen hoe het met de dioxinekwestie staat: „Wij zijn allemaal, afhankelijk van naar wie u luistert, óf potentiële slachtoffers van vergiftiging óf potentiële slachtoffers van een totaal onjuiste voorstelling van zaken.”

Toch kunnen sommige bekende wetenschappelijke rampen niet weggepraat worden. De wetenschap is daarvoor aansprakelijk.

„Een tragedie van een overweldigende bitterheid”

In „Een boodschap aan intellectuelen”, gepubliceerd op 29 augustus 1948, stond Albert Einstein stil bij de minder glorieuze momenten van de wetenschap toen hij verklaarde: „Door schade en schande hebben wij geleerd dat rationeel denken niet voldoende is om de problemen van ons maatschappelijk leven op te lossen. Diepgaand onderzoek en intensief wetenschappelijk werk hebben vaak tragische implicaties voor de mensheid gehad, . . . de middelen geschapen voor haar eigen massavernietiging. Dat is beslist een tragedie van een overweldigende bitterheid!”

In een recent communiqué van Associated Press stond: „Groot-Brittannië geeft toe straling op mensen getest te hebben.” Het Britse Ministerie van Defensie bevestigde dat de regering bijna veertig jaar stralingsexperimenten op mensen had uitgevoerd. Een van deze experimenten betrof het testen van een atoombom in Maralinga in South Australia halverwege de jaren ’50.

Maralinga is een naam die ontleend is aan een Aboriginal woord dat „donder” betekent, en dit geïsoleerde gebied vormde de ideale plaats voor Groot-Brittannië om zijn wetenschappelijke experimenten uit te voeren. Na de eerste ontploffing heerste er een euforie van succes. In een Melbournse krant stond: „Terwijl de [radioactieve] wolk wegtrok, brachten konvooien trucks en jeeps de Britse, Canadese, Australische en Nieuwzeelandse militairen terug die de ontploffing hadden meegemaakt in uitgegraven schuilplaatsen op niet meer dan acht kilometer van de plek van de explosie. En op elk gezicht lag een glimlach. Het was alsof zij terugkwamen van een picknick.”

De wetenschappelijk correspondent voor de Britse krant Daily Express, Chapman Pincher, schreef zelfs een liedje met als titel „Hunkering naar de paddestoelwolk”. Daarbij komt nog de verzekering van een minister die zei dat de proef volkomen volgens plan was verlopen en dat niemand in Australië stralingsgevaar zou lopen. Jaren later was de glimlach echter verdwenen van het gezicht van degenen die stierven door de blootstelling aan straling en er volgde een lawine van eisen tot schadevergoeding. Nu geen „Hunkering naar de paddestoelwolk” meer! Maralinga is nog steeds verboden gebied als gevolg van schadelijke straling.

De ervaring van de Verenigde Staten met kernproeven in Nevada schijnt niet veel anders te zijn. Sommigen zijn van mening dat het daarbij om een politieke zaak gaat en niet om een wetenschappelijke blunder. Robert Oppenheimer, die de leiding had bij het ontwikkelen van de eerste Amerikaanse atoombom in Los Alamos (New Mexico, VS), zei: „Het is niet de verantwoordelijkheid van de wetenschapper om te bepalen of een waterstofbom gebruikt mag worden. Die verantwoordelijkheid ligt bij het Amerikaanse volk en hun gekozen vertegenwoordigers.”

Een tragedie van geheel andere aard

Het gebruik van bloed in de geneeskunde werd na de Tweede Wereldoorlog standaardprocedure. De wetenschap bejubelde het als levenreddend en verklaarde het gebruik ervan veilig. Maar met de komst van aids werd de geneeskundige wereld ruw uit haar zelfvoldaanheid gerukt. Plotseling werd de zogenaamd levenreddende vloeistof voor sommigen een moordwerktuig. Een directeur van een groot ziekenhuis in Sydney (Australië) vertelde Ontwaakt!: „Decennia lang hebben wij een stof toegediend waarvan wij weinig af wisten. Wij kenden sommige van de ziekten die het overbracht niet eens. Wat wij nog meer bij een transfusie toedienen, weten wij nog steeds niet, omdat wij niet kunnen testen op iets wat wij niet weten.”

Bijzonder tragisch was het gebruik van een groeihormoon bij de behandeling van onvruchtbare vrouwen. Op zoek naar een grotere levensvervulling door het krijgen van een kind, zagen de vrouwen deze behandeling als een zegen. Jaren later stierven sommigen van hen raadselachtig aan de degeneratieve hersenziekte van Creutzfeldt-Jakob (CJD). Kinderen die wegens een groeiachterstand met hetzelfde hormoon waren behandeld, begonnen te sterven. Onderzoekers ontdekten dat wetenschappers het hormoon hadden gewonnen uit de hypofyse van overleden mensen. In enkele van de lijken had klaarblijkelijk het CJD-virus gezeten en partijen van het hormoon waren besmet geraakt. Nog tragischer is het feit dat enkele van de met het hormoon behandelde vrouwen bloeddonor werden voordat er symptomen van CJD te zien waren. Gevreesd wordt dat het virus nu in bloedvoorraden zit, want het is niet mogelijk om erop te testen.

Bij alle wetenschap is een zekere mate van risico betrokken. Het is dus niet verwonderlijk dat, zoals het boek The Unnatural Nature of Science verklaart, de wetenschap „bezien wordt met een mengeling van bewondering en angst, hoop en wanhoop, gezien wordt als de bron van veel van de kwalen van de moderne industriële samenleving maar ook als de bron die oplossingen voor deze kwalen zal brengen”.

Maar hoe kunnen wij persoonlijke risico’s tot een minimum beperken? Hoe kunnen wij een evenwichtige kijk op de wetenschap behouden? Het volgende artikel kan daartoe een bijdrage leveren.

[Voetnoten]

a Agent Orange is een herbicide dat tijdens de oorlog in Vietnam werd gebruikt om bosgebieden te ontbladeren.

[Inzet op blz. 6]

Een minister zei dat niemand stralingsgevaar zou lopen

[Inzet op blz. 7]

Het testgebied Maralinga is verontreinigd door straling

[Inzet op blz. 8]

„Het is niet de verantwoordelijkheid van de wetenschapper om te bepalen of een waterstofbom gebruikt mag worden.” — Robert Oppenheimer, atoomgeleerde

[Verantwoording]

Hulton-Deutsch Collection/Corbis

[Inzet op blz. 9]

„Door schade en schande hebben wij geleerd dat rationeel denken niet voldoende is om de problemen van ons maatschappelijk leven op te lossen.” — Albert Einstein, fysicus

[Verantwoording]

Foto U.S. National Archives

[Illustratieverantwoording op blz. 5]

Richard T. Nowitz/Corbis

[Illustratieverantwoording op blz. 8]

USAF-foto

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen