Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g97 22/11 blz. 24-27
  • Begrip voor de angst om te stotteren

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Begrip voor de angst om te stotteren
  • Ontwaakt! 1997
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Situaties die angst teweeg kunnen brengen
  • Wanneer u probeert te helpen
  • Het verlichten van hun last
  • Onze Schepper begrijpt het
  • Ontwaakt! spreekt met een spraakpatholoog
    Ontwaakt! 1986
  • Hulp voor de stotteraars
    Ontwaakt! 1975
  • Begrip opbrengen voor de problemen van stotteraars
    Ontwaakt! 1986
  • Van onze lezers
    Ontwaakt! 1987
Meer weergeven
Ontwaakt! 1997
g97 22/11 blz. 24-27

Begrip voor de angst om te stotteren

HOORT u het verschil tussen iemand die het spreken makkelijk afgaat en iemand die bang is dat hij zal gaan stotteren? ’Natuurlijk’, antwoordt u misschien. Maar kijk eens wat Peter Louw schrijft in zijn Afrikaanse boek Hhhakkel: „Op elke ’openlijke’ stotteraar zijn er misschien tien die zo onopgemerkt mogelijk willen blijven en hun spraakgebrek op allerlei manieren verbergen.” Hun spraakgebrek verbergen? Hoe kan dat?

Sommige stotteraars slagen erin hun gebrek te verbergen door alert te zijn op woorden die hun vroeger problemen hebben bezorgd. In plaats van dat woord te gebruiken, herformuleren zij de zin dan of gebruiken een ander woord met dezelfde betekenis. Een man wist zijn stotteren negentien huwelijksjaren lang verborgen te houden. Toen het tot zijn vrouw begon door te dringen wat er aan de hand was, vroeg zij aan een spraakleraar: „Denkt u dat dat de reden is waarom hij mij de telefoongesprekken laat voeren en waarom ik uiteindelijk altijd de bestelling moet opgeven in restaurants en waarom hij zich nooit laat horen op . . . vergaderingen?”

Of neem Gerard en Maria eens, een gelukkig getrouwd stel uit Zuid-Afrika.a Bij een aantal gelegenheden probeerde Maria haar man uit te leggen dat zij geen commentaar gaf op bijeenkomsten voor bijbelstudie omdat zij bang was te gaan stotteren. „Onzin,” zei hij dan dogmatisch, „je bent geen stotteraar.” Gerard baseerde zijn oordeel op de normaal praatlustige aard van zijn vrouw. Alleen in bepaalde spreeksituaties bekruipt haar de angst dat zij zal gaan stotteren. Na vijf jaar huwelijk drong dit voor het eerst tot Gerard door en hij bekende: „Wat was ik onnozel en onattent.” Nu kritiseert hij haar niet meer maar prijst hij haar voor de keren dat zij de moed vergaart om voor een groot gehoor te spreken.

Het is begrijpelijk dat veel stotteraars te kampen hebben met „angst . . . soms zeurend, vaak intens”, legt stotteraar David Compton uit in zijn boek Stammering. „Op zijn kwetsbaarste moment, het moment dat hij het sterkst behoefte heeft aan contact met zijn medemensen, wanneer hij hen wil bereiken met woorden, van heel gewone of intieme aard, op die momenten verwacht de stotteraar misschien gekwetst te worden, belachelijk gemaakt . . . Zelfs zij die er het beste mee om kunnen gaan, geven toch toe dat zij door hun angst gevormd zijn en dat die hen nooit helemaal loslaat.”

Situaties die angst teweeg kunnen brengen

Wanneer een stotteraar verzocht wordt een vraag te beantwoorden in aanwezigheid van publiek, bijvoorbeeld in een klaslokaal, op een zakenbijeenkomst of op een godsdienstige vergadering, kan dat spanningen geven die resulteren in hevig gestotter. „Komt het voor dat je denkt dat het gewoon veel makkelijker is niets te zeggen?”, werd in een radio-interview gevraagd aan een vijftienjarige Zuidafrikaanse stotteraarster die Rosanne heet. Zij antwoordde: „Vaak, bijvoorbeeld in de klas, wanneer ik het juiste antwoord heb en weet dat het me echt punten zal opleveren, maar ik voel dat het me te veel moeite zal kosten om het te zeggen.”

Een zakenman, Simon geheten, werd ook geïnterviewd in het bovengenoemde radioprogramma. Net als Rosanne heeft Simon veel baat gehad bij spraaklessen. Maar soms zijn er momenten dat hij nog erg stottert. Dat kan verergerd worden door de houding van zijn gehoor. „Als je op een directievergadering zit waar je heel wat moet praten en het gaat op dat moment moeilijk, worden de mensen rond die tafel heel, heel ongeduldig”, legt hij uit.

De angst die een stotteraar heeft, mag niet verward worden met de angst die iemand die verlegen is kan hebben om met vreemden te praten. Neem Lisa eens, die de afgelopen twee jaar de vergaderingen van Jehovah’s Getuigen heeft bijgewoond. In luchtige gesprekken met vrienden lukt het haar vaak heel vloeiend te spreken. Zij neemt ook ijverig deel aan evangelisatiewerk, waarbij zij het initiatief moet nemen om vreemden aan te spreken. Maar zij heeft een angst die veel stotteraars gemeen hebben — spreken voor een groot publiek. „Op onze vergaderingen”, zo vertelt Lisa, „slaag ik er zelden in mijn hand op te steken om een vraag te beantwoorden. Als ik al een antwoord geef, bestaat dat op zijn hoogst uit één woord of een korte zin. Hoewel het misschien niet veel is, is het voor mij het maximum. Vaak heb ik de antwoorden in mijn hoofd en op mijn lippen omdat ik me altijd voorbereid. Maar mijn tong weigert gewoon mee te werken.”

Voor sommige stotteraars is het nog erger hardop te moeten lezen. Dat dwingt hen woorden te gebruiken die zij normaal zouden vermijden. „Op een van onze vergaderingen”, zo vervolgt Lisa, „wordt ons soms gevraagd om beurten de schriftplaatsen te lezen die besproken worden. Bij zulke gelegenheden zit ik in angst, draaiend op mijn stoel, op mijn beurt te wachten, niet wetend of het mij zal lukken de tekst te lezen of niet. Soms lees ik maar kan ik een bepaald woord niet uitspreken. Dan sla ik het gewoon over en lees verder.”

Het is duidelijk dat er goed over nagedacht moet worden voordat een stotteraar wordt aangemoedigd hardop te lezen. Door zo’n „aanmoediging” zou de stotteraar zich nog ellendiger kunnen voelen. In plaats daarvan verdient zo iemand het warm geprezen te worden voor wat hij of zij wel presteert.

Wanneer u probeert te helpen

Stotteren is een heel gecompliceerde stoornis. Wat werkt bij de een, hoeft bij de ander nog niet te werken. In feite vallen veel stotteraars die een tijdlang „genezen” zijn, later terug. Naar stotteren is meer onderzoek gedaan dan naar zo ongeveer elke andere spraakstoornis. Toch hebben deskundigen geen specifieke oorzaak gevonden. De meesten zijn het er eigenlijk over eens dat veel factoren tot stotteren kunnen bijdragen. Volgens recente studies luidt één theorie dat het te maken heeft met onregelmatigheden in de organisatie van hersencellen vroeg in het leven van de stotteraar. De doctoren Theodore J. Peters en Barry Guitar schrijven in hun leerboek Stuttering — An Integrated Approach to Its Nature and Treatment dat de huidige opvattingen over de oorzaken „verouderd zullen zijn zodra meer onderzoeken de enorme leemten in onze kennis over stotteren aanvullen”.

Daar mensen zo weinig over stotteren weten, is het nodig voorzichtig te zijn met het aanbevelen van een van de talrijke therapieën voor degenen die last hebben van deze stoornis. „De meeste zware stotteraars”, voegt het bovenstaande leerboek eraan toe, „zullen er slechts ten dele van afkomen. Zij zullen leren langzamer te spreken of minder gespannen te stotteren en zich er minder van aan te trekken. . . . Om redenen die wij niet begrijpen, treden er bij enkele stotteraars gewoon geen noemenswaardige veranderingen op bij behandeling.”b

Sommige therapeuten hebben, als een therapie niet werkt, de stotteraar verweten zich niet voldoende in te spannen. Eén therapeut beweerde: „De enige kans dat het niet lukt, is gelegen in een halfslachtige houding van de zijde van de stotteraar.” Over zulke beweringen zei de auteur David Compton: „Het ontbreekt mij aan woorden om de boosheid weer te geven die dit soort opmerkingen bij stotteraars kan oproepen. In de eerste plaats omdat het duidelijk niet waar is. Niet één therapie zal ooit voor elke stotteraar de juiste zijn, en zelfs de juiste voor een bepaalde stotteraar zal verre van onfeilbaar zijn. In de tweede plaats omdat stotteraars met falen hebben leren leven . . . Alles wat [hun falen] nodeloos, onbillijk, vergroot, is misdadig.”

Het verlichten van hun last

Stotteraars willen meestal niet dat mensen met hen te doen hebben. Er kan echter heel wat worden gedaan om hun last te verlichten. Kijk wanneer zij stotteren niet gegeneerd een andere kant op. Kijk hun in de ogen en niet naar hun mond. Zij zijn meestal gevoelig voor de lichaamstaal van hun luisteraars. Als u de indruk maakt ontspannen te zijn, zal dat hun angst helpen verminderen. „Laat de persoon merken dat u bereid bent naar hem te luisteren zoals u bereid zou zijn naar ieder ander te luisteren”, zei een spraakleraar.

Onderwijzers die een stotteraar onder hun leerlingen hebben, kunnen veel doen om diens angsten te verlichten. In het Zuidafrikaanse blad voor onderwijzers Die Unie kregen onderwijzers de volgende raad: „De meeste stotteraars stotteren veel minder als zij weten dat de luisteraar geen vlotheid verwacht.”

Volgens het bovenstaande blad is het ook belangrijk dat een onderwijzer de gevoelens van de leerling leert kennen. Onderwijzers wordt aangeraden zulke leerlingen niet uit verlegenheid te mijden, maar in plaats daarvan met hen te praten en hen aan te moedigen onder woorden te brengen hoe zij zelf tegenover het probleem staan. Op die manier kan de onderwijzer erachter komen voor welke spreeksituaties de leerling het bangst is. „Zijn spraakvlotheid hangt voor tachtig procent van u af”, bericht het blad. Zijn spraakvlotheid zal verbeteren als hij weet dat hij ondanks het probleem geaccepteerd wordt. Het blad legt verder uit: „Een ontspannen, leergerichte sfeer in de klas zal niet alleen de stotteraar maar ook de rest van de klas tot voordeel strekken.”

Deze suggesties kunnen beslist met succes aangepast worden in onderwijssituaties waarbij volwassenen betrokken zijn.

Onze Schepper begrijpt het

Onze Schepper, Jehovah God, begrijpt de menselijke onvolmaaktheid volkomen. Hij gaf Mozes opdracht zijn woordvoerder te zijn bij het uit Egypte leiden van de Israëlieten. Hij deed dit in de volle wetenschap dat Mozes een spraakgebrek had dat het moeilijk voor hem maakte te communiceren. God wist ook dat Mozes’ broer Aäron juist een vlot spreker was. „Voorwaar, ik weet dat hij goed spreken kan”, zei God (Exodus 4:14). Mozes had echter andere, veel belangrijker kwaliteiten, zoals loyaliteit, goedheid, geloof en zachtaardigheid (Numeri 12:3; Hebreeën 11:24, 25). Ondanks Mozes’ bezwaren bleef God bij zijn keuze van Mozes als leider van Zijn volk. Tegelijkertijd hield God rekening met Mozes’ angsten door Aäron als Mozes’ woordvoerder aan te stellen. — Exodus 4:10-17.

Wij kunnen God navolgen door begrip te tonen. Behandel stotteraars met waardigheid en laat u niet door een spraakgebrek verblinden voor de werkelijke waarde van de persoon in kwestie. Illustratief hiervoor is de ervaring van een klein meisje en haar stotterende vader. De vader leerde een methode om vlotter te lezen. Op een avond probeerde hij het uit op zijn zesjarige dochtertje door haar een verhaaltje voor te lezen, en hij was zo trots op zijn vloeiendheid.

„U moet goed praten, Papa”, zei ze toen haar vader klaar was.

„Ik praat erg goed”, antwoordde hij verontwaardigd.

„Nee,” hield zij vol, „u moet net zo praten als anders.”

Ja, dit kleine meisje hield van haar vader om wie hij was, met spraakgebrek en al. Bedenk dus de eerstvolgende keer dat u te maken hebt met iemand die stottert, dat hij waardevolle gedachten en begerenswaardige kwaliteiten kan hebben. Hij heeft zeker gevoelens. Wees geduldig en toon begrip.

[Voetnoten]

a Enkele van de namen in dit artikel zijn veranderd.

b De prognose voor kinderen is beter dan voor volwassenen. De ervaren spraaklerares Ann Irwin legt in haar boek Stammering in Young Children uit: „Drie op de vier kinderen groeien spontaan over hun stotteren heen. Behoort uw kind tot de vijfentwintig procent die er niet spontaan overheen groeit, dan zijn de kansen buitengewoon groot dat hij er met Preventieve Therapie van af zal komen.”

[Illustratie op blz. 25]

Een stotteraar kan bang zijn in het openbaar te spreken

[Illustratie op blz. 26]

Wees geduldig als een stotteraar een gesprek met u moeilijk afgaat

[Illustratie op blz. 27]

Stotteraars zijn meestal bang voor de telefoon

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen